Je leest:

Wereldwijd steeds meer ‘onschadelijkmaking’

Wereldwijd steeds meer ‘onschadelijkmaking’

Naast de klassieke gevangenisstraf richten steeds meer sancties zich op het ‘onschadelijk’ maken van mensen, bijvoorbeeld via beroepsverboden, contactverboden of langdurige opsluiting. Deze wereldwijde tendens kent ook grote nadelen, stellen juristen Marijke Malsch en Marius Duker. In het boek ‘Incapacitation. Trends and new perspectives’, brengen zij internationaal onderzoek naar onschadelijkmaking samen.

Onschadelijkmaking heeft het doel om bepaald gedrag voor kortere of langere tijd feitelijk onmogelijk te maken. Het wordt ook wel ‘incapacitatie’ genoemd; zij neemt iemands capaciteit om bepaalde strafbare feiten te plegen weg. Dat kan op allerlei manieren, zoals via stadionverboden, de Verklaring omtrent het Gedrag, beroepsverboden, langdurige opsluiting, of zelfs chemische castratie. Wereldwijd geldt dat de diverse ‘onschadelijkmakende’ maatregelen steeds verder worden uitgebreid. Maar of dat nu zo’n goede ontwikkeling is, valt te bezien.

Gevangenis rotterdam xl
De Schiegevangenis te Rotterdam uit 1989. Eerdere Nederlandse gevangenissen, gebouwd volgens het panopticumprincipe en paviljoenprincipe, waren ook bedoeld om de gevangenen hun leven te doen beteren. Daarentegen is de rechthoekige Schiegevangenis vooral gericht op onschadelijkmaking.

Steeds meer opsluitingen

De tendens tot langduriger opsluiting is begonnen in de Verenigde Staten in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, en leidde tot overbevolkte gevangenissen. Europese landen volgden. In veel landen, waaronder Nederland, werden gevangenissen bijgebouwd en die raakten weldra vol. Inmiddels staan gevangenissen in Nederland soms leeg, maar dat is in andere Europese landen niet het geval.

In sommige landen, zoals Duitsland en Australië, kunnen veroordeelden ‘preventief’ worden opgesloten als zij na het uitzitten van hun gevangenisstraf nog steeds gevaarlijk zijn. Deze maatregel lijkt enigszins op onze terbeschikkingstelling (TBS) en kan levenslange opsluiting betekenen. Zogenoemde stelselmatige daders kunnen in Nederland voor een enkele diefstal vanwege hun eerdere veroordelingen voor twee jaar worden opgesloten.

Schandton
Straf in oude tijden: de schandton. Een stigmatiserende straf bedoeld om mensen op vernederende wijze tentoon te stellen.

Aan de schandpaal

Stigmatiseren kan ook een vorm van onschadelijkmaking zijn. Als iedereen weet dat je een oplichter bent, dan zullen mensen je minder snel hun bezittingen toevertrouwen. Vroeger waren er diverse stigmatiserende straffen, zoals brandmerken, of tentoon gesteld worden.

Maar ook tegenwoordig komt stigmatisering voor; dat gebeurt dan vooral via databanken waarin eerdere justitiecontacten worden opgenomen en die kunnen worden geraadpleegd. Werkgevers verlangen steeds vaker een Verklaring omtrent het Gedrag (VoG) en als die niet wordt afgegeven, wordt het voor iemand onmogelijk om een bepaalde baan te vinden. Dankzij internet kan stigmatisering nu bovendien een veel breder bereik hebben dan vroeger.

Spiegelen

In vroegere tijden had ‘onschadelijkmaking’ vaak een spiegelend karakter: bij blasfemisch vloeken werd de tong doorboord, bij diefstal werd de hand afgehakt. Op sommige plaatsen in de wereld heeft ‘incapacitatie’ nog steeds dit karakter. ‘Lijfstraffen’ kennen wij nu niet meer, maar bij zedendelinquenten wordt soms chemische castratie toegepast, waardoor ze voor dat moment niet in staat zijn weer een zedendelict te plegen. Spiegeling is ook te zien bij bijvoorbeeld de beroepsverboden; iemand mag niet meer het beroep uitoefenen waarbinnen een delict is gepleegd. De mogelijkheid om een beroepsverbod op te leggen is in veel landen uitgebreid. Tegenwoordig kan zelfs een beroepsverbod voor het delict haatzaaien worden opgelegd.

Toename aan sancties

Zowel in Nederland als in andere landen zijn er meer straatverboden, contactverboden, stadionverboden en huisverboden bijgekomen. Ze verbieden dat iemand naar een bepaalde plek toegaat of contact opneemt met een bepaalde persoon.

Small
Uitbreiding van de Wet Bibob kan betekenen dat alleen mensen van onbesproken gedrag een vergunning voor verkoop van vuurwerk krijgen.

Ook de wet die regelt dat ondernemers bepaalde vergunningen niet mogen hebben als ze de fout zijn ingegaan (Wet Bibob) is uitgebreid. Met behulp van de Bibob wordt het personen en bedrijven onmogelijk gemaakt om hun commerciële activiteiten voort te zetten of uit te breiden. Deze wet kan worden toegepast in sectoren als de bouw, horeca, transport, ICT, bordelen, coffeeshops, en er zijn plannen voor uitbreiding naar de vastgoedsector en de vuurwerkbranche. Eerdere strafbare feiten of ‘kennelijke relaties’ met personen of bedrijven met een criminele achtergrond kunnen reden zijn om vergunningen te weigeren. Hierop wordt voortdurend gecontroleerd. Diverse databestanden worden permanent onderzocht om na te gaan of ondernemingen verdacht handelen.

Maatregelen te omzeilen

Daarnaast zijn er vele controlemogelijkheden in het leven geroepen om blijvend na te gaan of mensen zich wel aan de restricties houden. Zij moeten zich regelmatig melden en toelaten dat er huisbezoek komt. Of ze krijgen een enkelbandje zodat ze goed in de gaten gehouden kunnen worden. De periodes waarover deze mensen worden gecontroleerd worden steeds langer.

Toch kunnen veel ‘onschadelijkmakende’ maatregelen worden omzeild. Zedendelinquenten weten soms de libidoremmende medicatie te omzeilen door illegaal testosteron tot zich te nemen. Ook beroepsverboden zijn te omzeilen. Zo verhuizen fysiotherapeuten die een beroepsverbod hebben gekregen soms naar een ander deel van het land en beginnen daar een nieuwe praktijk. Therapeuten spijkeren soms een ander bordje op hun deur en gaan door met hun laakbare gedrag.

Medium
Therapeuten kunnen een beroepsverbod omzeilen door elders een praktijk op te zetten. Een bank (afgebeeld is de klassieke sofa van Freud) of behandeltafel is makkelijk te verplaatsen.

Het is niet bekend hoe vaak dit soort verboden wordt overtreden, ook omdat het openbaar ministerie niet erg actief toeziet op naleving van beroepsverboden. Daarbij komt dat veel strafbare feiten ook kunnen worden gepleegd buiten het beroep om, waardoor beroepsverboden niet altijd zin hebben. De nieuwe wetgeving die de beroepsverboden uitbreidt, lijkt dan ook voor een deel symbolisch.

Negatieve kanten

‘Onschadelijkmaking’ vindt vaak plaats op een moment waarop nog niet is vastgesteld of er wel een strafbaar feit heeft plaatsgevonden en wat de ernst daarvan is. De behoefte om snel in te grijpen overheerst. Een zorgvuldige vaststelling van de feiten door een rechter wordt vaak niet nodig gevonden. Zo wordt de rechter bij ‘onschadelijkmaking’ steeds meer buitenspel gezet. Daar zitten risico’s aan. Het gevaar ontstaat dat steeds meer mensen al beperkende maatregelen opgelegd krijgen, voordat zij een eerlijk proces hebben gekregen. Als de verschillende vormen van ‘onschadelijkmaking’ zich strikt zouden beperken tot een bepaald nauw omschreven gedrag, zouden ze vooral positieve effecten kunnen hebben.

Gevangenis
Tralies leiden niet automatisch tot minder criminaliteit.

Echter, onschadelijkmaking heeft een zekere oeverloosheid en er gaat een zichzelf versterkend effect vanuit. Dat effect is in veel landen te zien. Als opsluiting niet werkt, volgt nog meer opsluiting. Maar lange gevangenisstraffen leiden op zichzelf niet tot minder misdaad, behalve dan voor de periode dat de straf duurt. Daarna vallen daders vaak weer terug in criminaliteit. Uit de situatie in de Verenigde Staten blijkt dat recidive hoog is na een lange gevangenisstraf. Wat dat betreft zouden taakstraffen effectiever kunnen zijn.

Als ‘incapacitatie’ te ver gaat of teveel van iemands vrijheden wegneemt, heeft dat negatieve gevolgen. Mensen worden soms zo lang opgesloten dat ze niet meer zelfstandig buiten de gevangenis kunnen leven. Als mensen vanwege een beroepsverbod niet meer mogen werken in hun functie, kan dat ook tot stigmatisatie leiden. Soms komen ze niet meer van dit stigma af. Als ze geen baan meer krijgen, worden ze uitgesloten van de maatschappij. Dan zoeken ze soms contact met minder wetsgetrouwe groepen. Op dat moment slaan de positieve effecten van ‘onschadelijkmaking’ om in negatieve.

Het is de vraag of er geen betere antwoorden mogelijk zijn op criminaliteit en overlast dan het versneld opsluiten van mensen of het wegnemen van hun capaciteiten. Resocialisatie bijvoorbeeld kan mensen wel degelijk bewegen uit de criminaliteit te stappen. De wereldwijde tendens om onschadelijkmakende maatregelen alsmaar uit te breiden is eigenlijk een verarming. Te ver doorgevoerde onschadelijkmaking heeft namelijk aantoonbaar negatieve effecten. Het valt dus aan te raden om niet langer meer automatisch naar het instrument van opsluiting en onschadelijkmaking te grijpen.

Marijke Malsch (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, NSCR) en Marius Duker (Vrije Universiteit) redigeerden ‘Incapacitation. Trends and new perspectives’ dat op 12 december verschijnt bij uitgeverij Ashgate.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE