Je leest:

Weer wat geleerd: Winterrisico’s in het verkeer

Weer wat geleerd: Winterrisico’s in het verkeer

Auteur: | 1 januari 2003

Voor veel verkeersdeelnemers leveren allerlei vormen van winterweer risico’s en vertragingen op. Vooral aan het begin van een periode van vriezend weer moeten veel mensen aan winterse ongemakken wennen, rijden daarom extra voorzichtig, hetgeen echter wel betekent dat de verkeersdoorstroming belemmerd wordt. Toch moet dit geen vrijbrief zijn om dan toch maar snel te gaan rijden.

IJzel

Het meest risicovolle weertype, waar we mee te maken kunnen krijgen is ijzel. Dit is een weerverschijnsel, waarbij regen op een bevroren ondergrond valt, of dat regen die onderkoeld is, d.w.z. een temperatuur van onder het vriespunt heeft, zich op voorwerpen en wegen kan vastzetten doordat het overgaat in ijs. Hieruit blijkt dat het een misvatting is om te zeggen dat ijzel valt. IJzel ontstaat of treedt op. Vrijwel elke verkeerdeelnemer heeft hier last van. Voetgangers moeten zich schuifelend voortbewegen, fietsen is soms onmogelijk en auto’s glibberen soms van de weg af. Het wegverkeer moet rekening houden met vallende takken van beijzelde bomen. Het treinverkeer heeft als gevolg van de grote puntbelasting van de treinwielen op de spporstaven geen last van ijs op de rails, maar de bovenleidingen kunnen breken als gevolg van het gewicht van het ijs dat er aan hangt. Bovendien kan de rijdraad doorbranden als gevolg van extreme vonkvorming, veroorzaakt door de stroomafname via de stroomafnemers, die vanwege het ijs niet optimaal contact kunnen maken met de bovenleiding. Wissels vriezen bij ijzel tegenwoordig – dankzij wisselverwarming – vrijwel nooit meer vast.

Extreme kou

Dit weertype is voornamelijk hinderlijk voor voetgangers, (brom)fietsers en motorrijders. Men kan zich er redelijk op kleden, maar met name bromfietsers en motorrijders moeten goede voorzorgen nemen. Fietsers kunnen zich nog wel “warm” trappen. We kennen het begrip gevoelstemperatuur of windchill.

Dit is de temperatuur die aangeeft, hoe een goed gekleed persoon een bepaalde temperatuur ervaart en wandelt met een snelheid van 5 km/uur. Bij harde wind zal de windchill lager zijn dan als het windstil is. Maar hetzelfde geldt uiteraard voor als men zich snel verplaatst, zoals een brommer- of motorbestuurder. Bij windstil weer zal een motorrijder, die zich als voetganger kleedt, bij een snelheid van 100 km/uur bij temperaturen rond het vriespunt dan ook al snel bevriezingsverschijnselen krijgen. Motorrijders hebben daarom niet voor niets een motorpak aan – niet alleen tegen de kou, maar ook als bescherming bij een eventuele valpartij. Fietsers wekken weliswaar warmte op, maar verliezen als gevolg van hun eigen snelheid sneller warmte dan een voetganger. Fietsers doen er daarom goed aan om uitstekende lichaamsdelen als handen, voeten en hoofd goed te bedekken, zo mogelijk met winddichte kleding. Om een indicatie te geven van gevoelstemperaturen geven we hiernaast een eenvoudige windchillcalculator. Elders op onze site vindt u meer informatie over windchill en een uitgebreide calculator. Er zijn op dit moment twee belangrijke methoden. De oude, bedacht door de Amerikaan Steadman wordt links weergegeven. De nieuwe, recentelijk door het Amerikaanse Meteorologisch Instituut bedacht, doet meer recht aan de specifieke omstandigheden van de wandelaar en is als het ware een verfijning van de oude methode. Er worden, bijvoorbeeld in Canada, echter nog wel meer methoden toegepast.

Sneeuw

Sneeuw is niet alleen mooi om te zien, maar kan voor vrijwel alle verkeer hinder opleveren. Tijdens zware sneeuwval kan het zicht teruglopen tot enkele honderden meters en soms wel tot minder dan 100 meter. Bij stuifsneeuw is het zicht soms slechts enkele tientallen meters. Een voetganger heeft nog het minste last hiervan, maar voor fietsers wordt het al snel gevaarlijk, zeker als er een laag sneeuw gevormd wordt. Als het verkeer tijdens sneeuwjachten tot stilstand komt kunnen auto’s insneeuwen, zeker als er ook sneeuwduinen ontstaan. Ook als het niet sneeuwt kunnen er als er een sneeuwdek ligt bij winderig en vriezend weer nog altijd sneeuwduinen ontstaan, welke u in open gebieden kunnen verrassen, vooral tijdens duisternis. De duinen kunnen soms meters hoog worden. Op plaatsen, zoals hiernaast, waar geen sloot langs de weg is, kan opeens een dikke laag sneeuw op de weg liggen. Bijzondere hinder ontstaat voor het treinverkeer. Wisselverwarming is niet afdoende tegen stuifsneeuw, zodat bij een dergelijk weertype het treinverkeer gewoonlijk tot stilstand komt. Dit geldt ook voor dieseltreinen. Bovendien kan kortsluiting ontstaan in de electromotoren van de treinen, die vaak onder de trein gemonteerd zijn, als gevolg van binnendringende stuifsneeuw. Situaties met sneeuwval bij temperaturen van rond het vriespunt, waarbij geen verstuiving plaatsvindt, zijn voor treinverkeer veel minder hinderlijk, al blijkt uit de praktijk dat overwegen niet zelden gestoord raken en dicht kunnen blijven liggen als gevolg van het gewicht van aangeplakte sneeuw, als een overweg tijdens het passeren van een trein dicht ligt. Ook tegen zware sneeuwval is de wisselverwarming niet bestand en kan het treinverkeer flink ontregeld raken.

Gladheid

Ook als er geen neerslag valt kan het op de wegen glad worden, hetgeen uiteraard gevaar kan opleveren. In het najaar ontstaat gewoonlijk voor het eerst gladheid op binnenwegen, op- en afritten en viaducten. Dit komt omdat viaducten sneller afkoelen omdat ze geen restwarmte uit de ondergrond krijgen, en omdat op- en afritten en binnenwegen als regel minder druk bereden worden. De gladheid ontstaat als regel als natte weggedeelten, na bijvoorbeeld regenbuien, tijdens opklaringen bevriezen, of als gevolg van mistaanslag of rijp. Onder een viaduct wordt het trouwens niet zo snel glad. Om dezelfde reden als waarom er onder een brug niet snel een dikke ijsvloer ontstaat, koelt het ook onder een brug niet zo snel af, dankzij de warme massa van het viaduct en de ondergrond zelf, die als gevolg van de aanwezigheid van het viaduct ook minder snel uitstraalt. Als het viaducht is gelegen op een plek, waar de wind gemakkelijk er onderdoor kan waaien, is de afkoeling en dus het gladheidsrisico wat groter.

Een extra risico vormt natuurlijk het feit dat op- en afritten vaak bochtig zijn en de middelpuntvliedende kracht alleen al er voor kan zorgen dat een auto van de weg raakt. Als men het stuur recht weet te houden kan men op een beijzelde weg, althans als deze kaarsrecht is, nog wel koers houden… als men tenminste met beleid het gaspedaal bedient en een uiterst ruime afstand houdt tot de voorganger. Omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht zal het in dalen sneller afkoelen, zodat binnenwegen in een dal sneller glad kunnen worden. En zeker aan de rand van een bos, als de weg niet door de zon beschenen kan worden is er een verhoogd gladheidsrisico. In het bos zelf is de temperatuur vaak wat hoger dan de omgeving zodat daar meestal juist weer wat minder snel gladheid optreedt. Maar hier blijven de wegen weer langer nat en als er sprake is van bladval kan ook dit gladheidsrisico’s opleveren.

Bovenstaand verhaal gaat echter niet in alle gevallen op. Een belangrijke uitzondering is de periode vlak nadat de dooi is ingevallen. Ondanks dat de luchttemperatuur boven nul is, heeft de ondergrond vaak nog enige tijd een temperatuur die onder het vriespunt ligt. Niet alleen kan het nog glad blijven als gevolg van sneeuw- of ijzelresten maar als het vooral tijdens de periode dat de zon onder is onverhoeds opklaart kunnen natte wegen bijzonder snel glad worden. Dit is vaak in enkele minuten gebeurd, zodat al menig automobilist hierdoor verrast is. Dit uiterst gevaarlijke verschijnsel noemt men het opvriezen van natte weggedeelten. Het verschijnsel wordt bevorderd, dorodat de ondefgrond tijdens helder weer warmte uitstraalt, hetgeen men uitstraling nemt. Onder bruggen zal het niet glad worden omdat het brugdek de uitstraling belemmert. Ook als er opnieuw bewolking komt binnendrijven kan de gladheid – mits het niet al te koud is – verdwijnen. Hier kan echter enige tijd overheen gaan. Met de fiets ziet men het gladheidsverschijnsel vaak al aan het schijnsel van ijskristalletjes op de weg, maar in de auto op op de motor rijdt men vaak te snel om dit tijdig waar te nemen. Het is dus raadzaam op na het einde van een vorstperiode hierop bedacht te zijn, ook als de temperatuur enkele graden boven nul is. In deze situatie kan het ook onder een viaduct glad worden, zeker als de windrichting evenwijdig aan de buis is.

Mist

Soms leveren mistbanken betoverende plaatjes op, zoals hier nabij de electriciteitscentrale nabij Diemen, waarvan de pijp boven de mist uit steekt.

Dit weersverschijnsel is alleen hinderlijk voor het wegverkeer. Niet alleen vanwege de zichtbeperking, maar ook vanwege de bij vriezend weer kans op gladheid. Vooral mistbanken kunnen plotseling opdoemen en u verrassen, zodat het tijdens mistig weer altijd aan te raden is om de snelheid aan te passen. De mist kan op de weg neerslag en aldus rijpaanslag veroorzaken. De grootste kans op mist bestaat er op beschutte plaatsen waar zich koude lucht kan ophopen, zoals in dalen, open gebieden in bossen en nabij plassen en brede sloten, en ook rivieren. Zo zijn er plaatsen, waar meer mist voorkomt dan in de omgeving. Ook in industriegebieden is er een vergrote kans op mist, vanwege de grotere hoeveelheid vocht aantrekkend vuil in de lucht.

Berucht is de mist tijdens en net na de jaarwisseling. De steeds grotere hoeveelheid vuurwerk, die de lucht in wordt geschoten heeft de laatste jaren in de nieuwsjaarsnacht tijdens windstil en helder weer al enkele malen extreem dichte mist tot gevolg gehad. Men moet hierbij denken aan zichtwaarden tot tien en in extreme gevallen zelfs slechts nauwelijks vijf meter. De oorzaak is gelegen in het feit dat er als gevolg van het afsteken van dit vuurwerk veel kruitdampen en andere chemische stoffen in de lucht komen. Deze stoffen zijn zeer sterk hygroscopisch, dat wil zeggen wateraantrekkend en zijn als het ware een katalysator voor het ontstaan van mist. Als u tijdens deze nacht op pad gaat, en er wordt helder, koud en rustig weer verwacht, is het wellicht slim om hiermee rekening te houden.

Meestal ontstaat mist tijdens rustig weer, maar er is een uitzondering. Tijdens en na invallende dooi kan relatief zachte en vochtige lucht over een nog koud aardoppervlak strijken, hierbij wat afkoelen, waarbij ook bij een krachtige wind mist kan ontstaan. Zodra de de eventuele sneeuw gesmolten is of de grond is opgewarmd, verdwijnt de mist meestal, maar ook als de lucht achter een koufront onstabiel wordt. Omdat hierbij de lucht nabij het aardoppervlak gemengd wordt met de veelal drogere lucht wat hogerop in de atmosfeer, zal de mist oplossen.

Treinverkeer heeft geen last van mist, of een machinist zou niet precies moeten weten waar een kleiner station ligt. De beveiliging is tegenwoordig echter zo ingericht dat maar in weinig gevallen rode seinen gepasseerd kunnen worden, waardoor eventueel gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Zeker de wat meer ervaren treinbestuurders rijden met mist gewoon 140 km/uur en dat doet geen automobilist hen na! De foto hiernaast toont een stuk spoorbaan, waarbij het zicht nog geen tweehonderd meter is. De trein, die normaliter een remweg van wel 900 meter heeft, rijdt echter gewoon met volle snelheid.

Dit artikel is een publicatie van Meteonet.
© Meteonet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.