Je leest:

Weer meer wiskundestudenten

Weer meer wiskundestudenten

Auteur: | 3 september 2012

Het collegejaar begint deze week weer. Net als de afgelopen jaren zijn er weer meer eerstejaars wiskunde. Schitterend dat de interesse in wiskunde is toegenomen, maar wat als er niet genoeg docenten zijn voor deze studenten?

Deze week beginnen de universiteiten en hogescholen weer! Een enorme hoeveelheid eerstejaars zetten hun eerste voorzichtige stapjes in het hoger onderwijs en voor het zoveelste jaar op rij zijn er meer eerstejaars wiskunde. Mooi natuurlijk, dat meer mensen kiezen voor wiskunde, maar het brengt ook problemen met zich mee: wie gaat lesgeven aan al deze nieuwe wiskundigen?

cliff1066™ on Flickr

Wiskunde is misschien niet de coolste studie die je zou kunnen doen na de middelbare school. Het is waarschijnlijk ook niet de makkelijkste studie en hoewel de kansen om na een studie wiskunde een goede baan te krijgen groot zijn, zijn ook daarvoor vast betere studies. Al met al zou je kunnen denken dat wiskunde niet de populairste studie is. Dat was een paar jaar terug ook nog het geval. Van 2002 tot 2006 lag het aantal studenten onder de 200. Dat betekent dus dat er aan elk van de 9 Nederlandse universiteiten gemiddeld ongeveer 22 eerstejaars studeerden.

Met zulke getallen maak je je als opleidingsinstituut natuurlijk zorgen. En niet alleen zij; ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het ministerie van OCW vonden dat er iets moest gebeuren.

Populaire wiskunde

En dus gebeurde er iets. Sinds 2006 is het aantal eerstejaars gestegen naar bijna 450 per jaar; meer dan een verdubbeling in zes jaar tijd. Hoe valt deze stijging te verklaren? Het Platform Wiskunde Nederland, dat is opgericht om wiskunde populairder te maken, geeft in het Masterplan Toekomst Wiskunde een opsomming van mogelijke oorzaken. Zo is de introductie van Wiskunde D op de middelbare school, waarin de ‘universiteitswiskunde’ in het zonnetje wordt gezet, in plaats van het rekenen dat je normaal doet, een belangrijke factor in de toename van wiskundestudenten. Met dit vak zien de leerlingen dat wiskunde ook leuk kan zijn, in plaats van alleen maar nodig.

De populaire cultuur heeft ook positieve ‘wiskundeidolen’ geproduceerd. Robbert Dijkgraaf is als mathematisch fysicus op tv een uithangbord voor alle exacte wetenschap geworden en het blog van de wiskundemeisjes heeft iedereen laten zien dat wiskundigen geen stoffige oude mannen zijn. De televisieseries Numb3rs en The Big Bang Theory hebben ook bijgedragen aan het hip maken van wis- en natuurkunde, en misschien dus ook wel aan de toename van het aantal eerstejaars. Toch blijft de toename van het aantal studenten lastig te verklaren. In ieder geval kunnen de universiteiten en het ministerie blij zijn: wiskunde is weer populair.

De stijging van het aantal eerstejaars wiskunde (oranje) en het gelijkblijven van de hoeveelheid staf (blauw).

Staf blijft achter

Althans, dat zou je denken. Maar met meer studenten komt er een nieuw probleem aan het licht. Omdat de studentenaantallen zo lang zo laag zijn geweest, is er flink bezuinigd op de wiskundestaf; studiebegeleiders, onderzoekers en vooral docenten. Natuurlijk is dat een probleem voor de wetenschap en innovatie op zich, maar nu er plotseling weer veel meer eerstejaars zijn, ontstaat er een acuut tekort aan docenten. Veel professoren moeten nu al meer vakken geven en komen daardoor minder aan onderzoek toe. Met minder onderzoek kan er weer minder geld naar de universiteit en zo kom je in een neerwaartse spiraal terecht.

Er zou dus meer geld moeten komen, maar in deze tijd van crisis is onderzoek naar wiskunde geen gemakkelijke investering. Hoewel wiskunde nodig is voor bijna elke innovatie en elke nieuwe technologie, levert het geen direct resultaat op. De overheid heeft het plan om meer wiskunde op de middelbare school te geven, maar ondertussen wordt wiskunde op de universiteit verwaarloosd. Het budget voor wiskunde op Nederlandse universiteiten is in ieder geval al sinds 2002 onveranderd. Er moet snel iets gebeuren, drukte de wiskundige gemeenschap het ministerie in juni van dit jaar dan ook op het hart.

Hoe het gaat met de wiskunde in de toekomst, is nog steeds een vraag. Als het aantal studenten zo blijft groeien als het nu doet, of als het in ieder geval op dit hoge niveau blijft, moet het geld uiteindelijk ook komen. Anders zijn alle docenten over een paar jaar misschien wel overspannen en ben je, als universiteit, ministerie en samenleving nog verder van huis.

Toch blijft het goed nieuws dat er meer eerstejaars zijn. Of het nou komt door de televisie, door school of door de crisis, meer wiskundestudenten kunnen we in Nederland altijd gebruiken. Nu maar hopen dat er ook weer meer wiskundeprofessoren kunnen komen.

Het volledige Masterplan Toekomst Wiskunde 2.0 is hier te lezen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 september 2012
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.