Je leest:

‘We houden het onder de helm’

‘We houden het onder de helm’

Het begon met een uitzending van televisieprogramma Zembla op 9 november 2001. Een voormalig directeur van bouwbedrijf Koop Tjuchem onthulde dat er in de bouw op grote schaal prijsafspraken worden gemaakt en aan omkoping wordt gedaan. Hij toonde een schaduwboekhouding om zijn verhaal te onderbouwen. Daarmee is de bouwaffaire een feit.

Het begon met een uitzending van televisieprogramma Zembla op 9 november 2001. Een voormalig directeur van bouwbedrijf Koop Tjuchem onthulde dat er in de bouw op grote schaal prijsafspraken worden gemaakt en aan omkoping wordt gedaan. Hij toonde een schaduwboekhouding om zijn verhaal te onderbouwen. Daarmee is de bouwaffaire een feit.

Een sector die systematisch de prijzen naar eigen hand zette, bleek in 2001 politiek-maatschappelijk niet langer acceptabel. Een parlementaire enquête volgt. Het Openbaar Ministerie gaat over tot vervolging van frauderende bedrijven. De Nederlandse Mededingingsautoriteit deelt fikse boetes uit. Gedupeerde opdrachtgevers eisen geld terug, omdat ze denken dat de bouwbedrijven teveel gerekend hebben. Aanvankelijk ontkennen de bouwondernemers alles, maar stap voor stap worden ze gedwongen toe te geven dat er op grote schaal in de hele bouw illegale prijsafspraken gemaakt zijn.

‘We wisten het niet’

In zijn proefschrift Verzwegen onderneming. Ondernemers, overheid en het einde van het bouwkartel (2001-2005) beschrijft Lenny Vulperhorst hoe de crisis in de bouw zich sinds november 2001 ontwikkelde. Bouwondernemers reageren als daders, aldus Vulperhorst. Ze verdedigen zich met uitspraken als: ‘Ik wist het niet’, ‘Iedereen deed het’ en ‘We dachten dat de overheid het toestond’. Ook voerde men aan dat de onrechtmatigheden slechts betrekking hadden op een deel van de bouw. ‘Het klassieke verweer van de wittenboordencrimineel die het “illegale” als uitzondering beschouwt op een verder normaal bestaan’, vindt Vulperhorst.

Het proefschrift Verzwegen onderneming. Ondernemers, overheid en het einde van het bouwkartel (2001-2005) van Lenny Vulperhorst.

300 miljoen euro boete

De bouwfraude schokte politiek, publiek en pers. Hoe kon het zover komen? Terwijl het puinruimen nog in volle gang was, begon Vulperhorst aan zijn analyse. Nauwkeurig beschrijft hij de paniek bij de overheid en de consternatie bij de bouwondernemingen. Hij analyseerde de bouwcrisis vanuit verschillende invalshoeken. Hij keek naar de achtergronden en waarden die leidden tot een van Nederlands grootste financiële schandalen. Hoe groot de financiële benadeling precies is, zal wel nooit duidelijk worden, maar intussen hebben bouwondernemingen al 300 miljoen euro aan boetes en schikkingen betaald.

Onder de helm

Vulperhorst stelt vast dat relaties tussen politiek, ambtenarij en bedrijfsleven zo hecht waren dat politici en ambtenaren ‘gratis’ de andere kant opkeken. Ze hielden hun kennis van onregelmatigheden ‘onder de helm’. Daardoor werden kartelafspraken in de hand gewerkt. Ook het relatiemanagement van de bouw (op kosten van de bouwonderneming naar voetbal, theater en restaurant, luxe geschenken) werd als normaal beschouwd. De verstandhouding tussen publiek en privaat zorgde ervoor dat er geen correctie meer plaatsvond: iedereen had boter op het hoofd.

Zelfregulering

Bouwondernemers verschillen van criminele ondernemers. De hoofdactiviteit van de één is legaal ondernemen, dat van de ander crimineel ondernemen. Toch lijkt het handelen van ondernemers in een kartel meer op dat van criminele organisaties dan de ondernemers willen weten. Ze werken op basis van onderling vertrouwen, ze zwijgen en houden er eigen taal en codes op na. Wel is een belangrijk verschil dat (dreigen met) geweld in Nederland niet nodig is geweest om de clandestiene zelfregulering effectief te laten verlopen: het onderlinge vertrouwen zorgde voor voldoende cohesie binnen het kartel.

Groepsgedrag

Vóór 2001 leefden de bouwondernemers in een tamelijk gesloten wereld met eigen waarden en normen. Ze zijn ervan overtuigd dat ze niet anders kunnen dan meedoen. De individuele verantwoordelijkheid wordt ondergeschikt gemaakt aan collectief handelen. Zelfs bouwondernemers die niet aan een kartel deelnemen, houden hun mond over het gedrag van collega-ondernemers.

Ontkenning

Zowel emotioneel als rationeel ontkennen veel bouwondernemers nog steeds dat er vóór 9 november 2001 in de bouw veel mis was. Vulperhorst vindt het bijzonder curieus dat bouwondernemers zich niet schamen voor de strafbare feiten die ze hebben begaan. Kennelijk is ontkenning de manier waarop de bouwondernemers er zonder schaamte mee verder te kunnen leven.

Pleidooi

Vulperhorst beëindigt zijn dissertatie met een pleidooi voor het nieuwe zaken doen met de overheid. Bouwondernemers zullen het vertrouwen van overheidsopdrachtgevers alleen terugwinnen als ze begrijpen wat maatschappelijk toegevoegde waarde oplevert: als ze integer en transparant handelen én als ze zich opstellen als dienstverleners in plaats van als capaciteitsaanbieders. Van opdrachtgevers mag worden verwacht dat ze zorgen voor een gezond ondernemingsklimaat en ruimte bieden voor vernieuwingen.

Bron:

Lenny Vulperhorst: Verzwegen onderneming. Ondernemers, overheid en het einde van het bouwkartel (2001-2005). Amsterdam, Van Gennep, 2005. ISBN 90 5515 609 4/NUR 740.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 oktober 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.