Je leest:

Waterpyramides produceren in Gambia schoon drinkwater

Waterpyramides produceren in Gambia schoon drinkwater

Auteur: | 7 december 2007

Ir. Martijn Nitzsche maakt voor ontwikkelingslanden waterpyramides, die schoon drinkwater produceren. ‘Elke dag sterven er 5000 personen door verontreinigd water, maar niemand doet wat.’ Hij verwacht dat er in Gambia op den duur twintig komen te staan en in India duizend. ‘Innoveren is eigenlijk van de gekke.’

‘Een briljant idee is slechts 1 % van de hele innovatie.’ Ir. Martijn Nitzsche kan het weten, want hij is voor de tweede maal een technostarter en niet zonder succes. De Delftse mijnbouwingenieur zette in 1991 een eigen bedrijf op, Tdb Recruitment. ‘Ik had een computerprogramma ontwikkeld om sollicitanten te selecteren, de Talendatabank. Leek me handig voor een P&O-afdeling, maar die wilde zo’n systeem niet. Zij hebben het liefst drie goede kandidaten, uit wie ze er een kunnen kiezen. Wij moesten er met onze databank tussen gaan zitten, maar dat ging mij vervelen. Ik heb het bedrijf daarom in 1999 verkocht. Recruitment was eigenlijk een vergissing.’

Deze waterpyramide staat langs de A13 vlak bij het terrein van de TU Delft. Beeld: Waterpyramid.nl

Drinkwater

Na de databank zocht Nitzsche wat nieuws en dat werd water. Het resultaat van zijn nieuwe project staat langs de A13 bij Delft: de WaterPyramid. Deze tent van 9 meter hoogte, een dwarsdoorsnede van bijna 30 meter en een grondoppervlakte van 600 m2 kan in de tropen dagelijks 1000 liter schoon water leveren aan 300 tot 400 mensen. Het onderste deel van de WaterPyramid fungeert als waterbassin. Als de zon op de tent schijnt, verdampt het water dat op de relatief koele folie condenseert. Vervuiling of zout blijft in het reservoir achter, terwijl het schone water in een tank wordt opgevangen. De opblaasbare tent is in de warme tropen een ideale en goedkope manier om betrouwbaar drinkwater te produceren.

‘Ach’, zegt Nitzsche, die voor zijn vinding het bedrijf Aqua-Aero Watersystems oprichtte, ‘dan zegt iemand dat hij vijftien jaar geleden al op dit idee was gekomen. Maar als je geen truc bedenkt om de vinding in de markt te zetten, wordt het nooit wat.’

Eerst ontwikkelde hij de WaterBox, die hij op tropische eilanden als Curaçao wilde gebruiken om water te maken. ‘Het koude water uit de diepzee haalden we via een pijp naar boven, dat naar een slimme condensator ging. Maar onze klanten op Curaçao, zoals Hilton, Sheraton en de energiebedrijven, waren helemaal niet geïnteresseerd in innovatie.’

De markt op Curaçao was dus niet geschikt. ‘Om het apparaat te optimaliseren had ik er een enorme slurf van folie voorgezet, waarmee ik het rendement van de WaterBox sterk opvoerde. Dat werkte als een tierelier. Maar de industriële investering was te hoog, de partijen wilden niet en ik moest zelf een enorm eigen risico lopen. Vervolgens heb ik uit die toevallig toegevoegde slurf de WaterPyramid ontwikkeld, die geen energie kost en gemakkelijk is te onderhouden. De uitvinding werd daarmee veel zinvoller en de doelgroep een stuk groter.’

Bill Gates

Nitzsche begon een proefproject in het Gambiaanse dorpje Mandinari en kreeg vorig jaar van de Wereldbank de prijs voor innovatieve kleinschalige watertoepassingen, 190 duizend dollar groot. ‘Ik kreeg toen een enorme boost. Want innoveren is eigenlijk van de gekke. Er is zoveel angst om nieuwe dingen te proberen. Er zijn al zo veel mensen mee bezig geweest, en waarom zou deze gek, deze Nitzsche, wel slagen. De innovatiecurve zegt genoeg. Eerst gaan twee mensen mee, dan vijf en langzaam maar zeker gaat iedereen over stag. Waarom is Bill Gates er met MS DOS wel in geslaagd een standaard te bewerkstelligen en Apple niet met zijn besturingssysteem dat iedereen eigenlijk veel beter vond?’

De Gambianen stonden aanvankelijk ook nogal raar te kijken naar die grote, ‘witte magiër’ naast een nog veel grotere tent. ’Zo’n ding neerzetten is één, maar dan begint het pas. Techniek is slechts een basisvoorwaarde, vervolgens moet de vinding worden ingepast en werkzaam zijn binnen een bepaalde cultuur. Ik heb een dorpje uitgekozen, waar het water erg slecht was. Het concept is steeds: het water is niet gratis, de tent is geen openbare kraan. Een emmer uit een waterput kost niets, maar de kans op ziekte is groot. Dat moest ik natuurlijk eerst uitleggen. Als iets gratis is, heeft het geen waarde, dat hebben de Afrikanen feilloos door. Er zijn vroeger duizenden pompen in ontwikkelingslanden neergezet. Wat gebeurt er? Er zitten allemaal mooie schroeven in zo’n pomp, die ze ook voor hun vrachtwagen kunnen gebruiken. Met die auto verdienen ze geld, dus al die schroeven gaan eruit, en de pomp werkt niet meer.’

Accu’s

Nitzsche draait in Gambia nu met de grootste van de twee waterpyramides quitte. ‘Behalve drinkwater produceren we ook gedestilleerd water voor ziekenhuizen en accu’s. Een jerrycan water kost 15 cent, maar de marge op accuwater is veel groter.’ In Gambia werken acht mensen per tent, maar daarvan zijn er slechts drie in vaste dienst. ‘Lokale ondernemers distribueren de jerrycans en halen ze ook weer op. Die worden op bepaalde plekken neergezet, waar ze de lege ook weer ophalen. Vier personen komen uit een Niet-Gouvernementele Organisatie (NGO), dus die drukken niet op het budget.’

Het werken met NGO’s is Nitzsche zwaar gevallen, het zijn eigenlijk de P&O’s uit een vorig leven. ’NGO’s zijn enorm anti-techniek en weinig innovatief gericht, Ze durven niets, hebben geen potje om testen te bekostigen, ze innoveren totaal niet, maar er sterven wel dagelijks wereldwijd 5000 mensen door slecht water. Langs de A13 staat een WaterPyramide, waar zo’n 170 000 mensen per dag langskomen. Ik heb enorm veel reacties gehad, maar niet van NGO-mensen. Die zijn alleen maar beleidsnotities aan het schrijven. Verbijsterend.’

De mijnbouwingenieur is er door schade en schande achtergekomen dat hij lokaal moet werken. ‘Ik ga gewoon naar India toe en maak afspraken met NGO’s ter plekke. Dat heeft wel zin.’ In India worden binnenkort vier waterpyramides gebouwd. Verder loopt er een project in Indonesië. ‘Ze hebben daar een hoop eilandjes en bijna geen mogelijkheid om water op te vangen. De grondwaterspiegel is erg laag en het water vaak zeer zout. Daar is de WaterPyramide een oplossing. We gaan er twee proberen, werkt het, dan rollen we uit. De Gambianen zeggen nu ook: wat een geweldig ding, we gaan een kaart maken, waar de waterpyramides zouden kunnen staan en dan voort ermee.’ Nitzsche verwacht dat er op den duur twintig waterpyramides in Gambia staan, duizend in India en 500 in Senegal. ‘Ze moeten dan wel lokaal worden geproduceerd en vercommercialiseerd.’

Het project begint dus langzaam maar zeker mondiale vormen aan te nemen. Nitzsche is daarom nog steeds gedreven: ‘Je moet een enorme doorzetter zijn, erg optimistisch en een beetje monomaan. Je moet gaan voor wat je drijft. Nee, het is niet zo dat deze ingenieur niet communicatief vaardig is.’

Dit artikel is een publicatie van Technologiekrant.
© Technologiekrant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 december 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.