Je leest:

“Waterkonijn is gewoon een respectvolle naam voor de muskusrat”

“Waterkonijn is gewoon een respectvolle naam voor de muskusrat”

Tienduizend jaar na het ontstaan van de landbouw bestaan er nog steeds (of liever ‘weer’) jager-verzamelaars. Zelfs in Amsterdam. “De meeste moderne mensen zijn het contact met hun voedsel helemaal kwijt”, vindt moderne jager-verzamelaar Ellen Mookhoek.

“Vroeger was de periode van februari tot mei een echte hunger gap”, zegt de Amsterdamse jager-verzamelaar Ellen Mookhoek, vanuit de beschutting van haar tuinhuis op een volkstuinencomplex in de buurt van Amsterdam. “De voorraden van de boeren waren tegen het eind van de winter wel zo’n beetje op en de eerste echte oogst liet nog even op zich wachten.”

Biowetenschappen en maatschappij

“Voor een deel konden ze die leegte vullen met de jacht, maar die leverde rond die tijd ook niet al te veel meer op. In de herfst zijn de dieren immers een stuk vetter. Ook eenden, ganzen en andere bejaagbare dieren hebben in de herfst vetreserves opgeslagen voor de winter. Maar wat veel mensen zich niet realiseren is dat je in februari al behoorlijk wat wilde planten kunt verzamelen. Kraailook is bijvoorbeeld een onbekende maar veel voorkomende plant. Of kleine veldkers, daar kun je aan het eind van de winter al een redelijke basis voor een maaltijd van maken. In beschutte stukjes vind je in februari ook al veel brandnetels: heerlijk voor de soep!”

Mookhoek vertelt het allemaal zonder met haar ogen te knipperen. Want behalve met de opbrengst van haar volkstuin, voedt zij haar gezin tegenwoordig voor een aanzienlijk deel met het voedsel dat ze in het wild plukt en schiet. “Op een gegeven moment heb ik mijn reguliere baan en de bijbehorende hectiek opgezegd en verruild voor een meer basale manier van leven. Behalve wat ik uit mijn moestuin haal, verzamel ik planten uit het wild; ook uit de bebouwde kom van Amsterdam. Daarnaast heb ik toestemming om hier in de regio eieren van ganzen te verzamelen en ik heb sinds enkele jaren mijn jachtakte.”

Het keerpunt om ook van de jacht te gaan leven was het moment dat een kennis met een muskusrat bij Mookhoek aanklopte. “Je wilt niet weten hoeveel van deze dieren er in Nederland worden gevangen en gedood in het kader van de bescherming van dijken en kades. Die verdwijnen nagenoeg allemaal in de destructie. In België doen ze het wat dat betreft slimmer. Daar zetten ze de muskusratten als ‘waterkonijn’ op de menukaart. Dat is uiteindelijk veel respectvoller. Toen die kennis met die verse muskusrat bij mij aan kwam hebben we hem dus schoongemaakt en opgegeten. Het was voor mij een eye-opener.”

De muskusrat oftewel ‘waterkonijn’ (inzet), lekker met aardappelpuree of pasta.

Oogsten uit de natuur

“Ik zie wat ik doe echt als oogsten uit de natuur”, zegt Mookhoek. “Ook de jacht. Ik denk dat je als goede jager in staat moet zijn om het ‘overschot’ van een populatie van een bepaald dier af te romen, zonder die populatie in gevaar te brengen. Iemand die een bepaald jachtgebied heeft, heeft er natuurlijk ook helemaal geen baat bij om meer te schieten dan een gebied of een populatie aan kan. Dan heeft hij of zij de volgende jaren immers geen duurzame populatie meer om van te oogsten.”

“De discussie over de jacht is in ons land inderdaad enorm gepolariseerd”, beaamt Mookhoek als een van de relatief weinige Nederlandse vrouwen met een jachtakte. “Maar over het algemeen krijg ik de meeste weerstand van mensen die de hele dag in een kantoor in de Randstad zitten. Die zijn in mijn ogen het contact met de natuur kwijt. Sowieso denk ik dat veel mensen het contact met hun voedsel kwijt zijn. Ze hebben geen idee meer waar het vandaan komt.”

De vraag of haar manier van voedsel oogsten – onder andere uit de bermen van de stad – wel gezond is wuift Mookhoek weg. “Onderzoek laat zien dat het inademen van vervuilde stadslucht een veel groter probleem is. Tegelijk zoek ik het natuurlijk niet op. Als ik de keus heb dan pluk ik mijn brandnetels voor de soep ook liever langs een dijkje aan de randen van de stad of uit een parkje langs de Zuidas, dan in het centrum.”

“En nee, natuurlijk is mijn manier van leven geen antwoord op de grote voedselvraagstukken van de wereld”, zegt Mookhoek op de vraag of er wel natuur genoeg is voor straks negen miljard jager-verzamelaars zoals zij. “Maar dat is ook wel een enorme dooddoener. Waarom moet iedere discussie over een meer duurzame, bewuste manier van leven en eten worden platgeslagen met de constatering dat er niet genoeg plek is om alle monden op deze manier te voeden. Laten we dan eerst eens discussiëren over de manier waarop we nu vlees produceren voor de massa; over de erbarmelijke omstandigheden in de huidige veehouderij. Ik eet liever een respectvol geschoten gans dan een speklapje uit de intensieve veehouderij.”

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 februari 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.