Je leest:

‘Waterbeheer werd logische partner natuurontwikkeling’

‘Waterbeheer werd logische partner natuurontwikkeling’

Interview met ecoloog Wouter Helmer over het natuurbeheersplan ‘Ruimte voor de Rivier’

Auteur: | 2 november 2018
iStockphoto

In de jaren negentig ontstond het plan ‘Ruimte voor de Rivier’. Langs alle Nederlandse rivieren is inmiddels landbouwgrond verdwenen om plaats te maken voor natuur. “Zelfs in een klein, relatief dichtbevolkt, land als Nederland kun je prima nieuwe en betekenisvolle natuur ontwikkelen. Als je de logische partners er maar bij betrekt”, stelt ecoloog Wouter Helmer.

Soms heb je een bijna-crisis nodig om de geesten rijp te krijgen voor een vernieuwend plan. In 1995 was dat bijvoorbeeld het geval, toen de dijken in de Betuwe dreigden te bezwijken onder de druk van het hoge water in de Waal. “Tot die tijd was Rijkswaterstaat er niet happig op om de uiterwaarden en de oude nevengeulen van de grote rivieren aan te pakken”, herinnert Wouter Helmer zich. Ecoloog Helmer was destijds voorman van ARK Natuurontwikkeling. Die stichting was in 1989 opgericht om zogeheten ‘robuuste natuur’ te ontwikkelen.

Ecoloog Wouter Helmer.
Rob Buiter, Heemstede

Plan Ooievaar

“Ons startpunt lag eigenlijk bij het ‘Plan Ooievaar’”, vertelt Helmer. “In 1986 had een groep beleidsambtenaren van de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een prijsvraag gewonnen van de Eo Wijersstichting. Die stichting had gevraagd om innovatieve ruimtelijke plannen voor het rivierengebied. In hun prijswinnende ‘Plan Ooievaar’ beschreven de initiatiefnemers het idee om de zomerdijken in de uiterwaarden van de grote rivieren te verwijderen, om zo nieuwe natuur te creëren en om de problemen rond de waterhuishouding uit het slop te trekken.”

“Ze boden daarmee niet alleen een alternatief voor de moeizame processen rond ontgrondingen en dijkverzwaringen”, vervolgt Helmer, “ze boden vooral een nieuwe kijk op natuurbescherming. Tot dat moment was natuurbescherming vooral een kwestie van behouden wat je hebt. Nu werd er voor het eerst op een serieuze schaal gekeken naar het creëren van nieuwe natuur. En dan niet met de landbouw als partner, zoals tot dan toe bijna altijd het geval was, maar met waterbeheerders en de baksteenindustrie. De zwarte ooievaar, als doelsoort van nieuwe natuur rond de rivieren, werd het icoon van hun plan.”

Na hun prijswinnende plan werd het evenwel stil rond het ‘Plan Ooievaar’. Helmer: “Op een project in de Duursche Waarden na, tussen Zwolle en Deventer langs de IJssel, zat er weinig schot in de uitvoering. In 1989 staken we met landschapsarchitect Trudi Woerdeman, historicus Willem Overmars en Gerard Litjens, beheerder van het natuurgebied De Blauwe Kamer voor het Utrechts Landschap, de koppen bij elkaar om het plan nieuw leven in te blazen.”

Rob Buiter, Heemstede

Met hun nieuw opgerichte onderzoeksstichting ARK en adviesbureau Stroming, namen de initiatiefnemers drie bescheiden projecten op zich. “Op de Ewijkse plaat, een voormalig schiereiland aan de oever van de Waal, was in die tijd grond afgegraven om de rivier ruimte te geven. Op die vijftien hectare kregen we de eerste kans om te laten zien hoe de natuur zich in zo’n gebied kon herstellen. Verder kregen we dat jaar tweeënhalve hectare Millingerwaard in de schoot geworpen door toenmalig minister Kroes, en gingen we aan de slag langs de Grensmaas, in het Limburgse Koningssteen. Deze eerste projecten werden de aanzet tot meer dan vijftig vervolgprojecten langs alle Nederlandse rivieren.”

“Een belangrijk element in het herstel van riviernatuur was volgens ons het weer opengraven van nevengeulen in de uiterwaarden. Op die luwe plekken zouden de voedingsstoffen die de rivier van nature aanvoert ten goede kunnen komen aan insecten en vissen en daarmee beschikbaar komen voor de rest van de voedselketen. Maar voor Rijkswaterstaat was dat op dat moment nog een brug te ver. De waterbeheerders waren bang dat het afgraven van uiterwaarden en uitdiepen van oude nevengeulen de hoofdstroom van de rivieren zou destabiliseren. Pas toen met het hoogwater van 1993 en zeker dat van 1995 de nood echt aan de man kwam, met de evacuatie van de Betuwe als dieptepunt, pas toen zag ook Rijkswaterstaat dat het roer om moest. Toen werd het plan ‘Ruimte voor de Rivier’ geschreven als oplossing voor het groeiende waterprobleem in de delta.”

Hand in hand met het voorkomen van toekomstige watersnoden, kwamen er door de nieuwe ruimte voor de rivieren grote oppervlakten natuur bij. “De grote winst voor de natuur zit hem in de basis van het systeem”, zegt Helmer. “Door gras en maïsvelden in de uiterwaarden om te zetten in natuur, zijn rivierduinen, ooibossen en nevengeulen ontstaan. In plaats van vee dat met antibiotica en ontwormingsmiddelen werd behandeld, kwamen er nu ineens half-wilde grazers in de uiterwaarden. Hun schone mest bracht paddenstoelen, roofvliegen en kevers mee, die op hun beurt weer dassen trokken. Los van het spektakel van bevers en otters die ook terugkeerden, mag je zonder overdrijving stellen dat deze nieuwe riviernatuur duizenden en nog eens duizenden plant- en diersoorten naar de uiterwaarden heeft gebracht.”

Behalve het waterbeheer, hebben nog diverse andere partners van de natuurontwikkeling langs de rivieren geprofiteerd, stelt Helmer. “De kleiwinning heeft ook geprofiteerd van de plannen, al moesten zij anders gaan werken: niet zomaar diepe putten slaan, maar winnen volgens het natuurlijk reliëf.” Eén van de grootste winnaars – naast de natuur – is volgens Helmer de toeristische sector. “In het begin waren gemeenten nog wel huiverig om enkele tientallen banen in de agrarische sector uit de uiterwaarden te laten verdwijnen. Inmiddels is duidelijk dat daar honderdduizenden bezoekers en honderden nieuwe banen in de toeristische sector voor zijn teruggekomen.”

Op de zwarte ooievaar, de naamgever van het originele plan, is het vooralsnog wachten. “Hij trekt wel af en toe door, maar is nog geen vaste broedvogel in ons land”, weet Helmer. “Maar dat gaat vast nog gebeuren. Er is al één ‘verdacht geval’ geweest in de buurt van Nijmegen. Wat we in ieder geval al hebben laten zien is dat je zelfs in een klein, relatief dichtbevolkt land als Nederland prima nieuwe en betekenisvolle natuur kunt ontwikkelen. Als je de logische partners er maar bij betrekt.”

Lees het volgende artikel van het thema ‘Natuur in Nederland’

‘Natuur kan mensen weer verbinden met het Markermeer’

Rob Buiter
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 november 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.