Je leest:

Wat zal de toekomst brengen?

Wat zal de toekomst brengen?

Auteur: | 1 april 2011

Zie ik mezelf wel in dit huis wonen? Brandt de kookplaat nog? Vooruitkijken is een menselijke zege, maar kan doorslaan in een vloek. En niet zo’n beetje ook: eindeloos gepieker kan iemands leven domineren. Gelukkig is deze kwaal goed te behandelen. Promovendus Colin van der Heiden onderzocht welke therapie daarvoor het best werkt.

Colin van der Heiden onderzocht twee verschillende behandelmethoden, en koos de meest effectieve.
PsyQ

Mensen die zich zoveel zorgen maken dat ze er in hun dagelijks leven problemen door ondervinden, hebben officieel een gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Die staat ook wel bekend als de piekerstoornis.

Maar hoe erg moet piekeren zijn opdat het een stoornis mag heten? Colin van der Heiden, die op 1 april promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, legt het aan de telefoon uit. “Iedereen piekert natuurlijk wel eens, soms ook wat langere tijd achter elkaar. Misschien slaap je zelfs slecht door je zorgen. Maar je kunt pas spreken van een stoornis wanneer de problemen langer dan een half jaar aanhouden en je vrijwel dagelijks piekert over van alles en nog wat. Ook belangrijk is dat het gepieker doorgaans onbeheersbaar voelt. Niets houdt het tegen.” Anders gezegd: even aan de zorgen ontsnappen met een leuke film of een goed warm bad helpt niet meer.

En als de klachten al langer dan een half jaar aanhouden, gaan ze volgens Van der Heiden meestal niet vanzelf voorbij. Tijd voor therapie dus. Daarom testte de onderzoeker twee verschillende gedragstherapieën op 121 proefpersonen. Beide therapieën hielpen beter dan niets doen, maar de zogenaamde meta-cognitieve gedragstherapie waarbij mensen worden gedwongen extra te piekeren, blijkt verrassend genoeg het best te werken.

Wie langer dan een half jaar problemen heeft met ontspannen, en zich op alle momenten van de dag zorgen maakt, kan dat misschien beter aan de huisarts vertellen.
Bhernandez, Wikimedia Commons

In de groep met meta-cognitieve gedragstherapie had maar liefst 7 op de 10 patiënten tot zeker 2,5 jaar na de behandeling geen klachten meer. “Ik denk dat metacognitieve gedragstherapie het best werkt omdat je direct de oorzaak van het piekeren aanpakt in plaats van de zorgen zelf”, legt Van der Heiden uit. “Tijdens de behandeling vragen we patiënten juist extra te piekeren, om ze te laten ervaren hoe dat voelt. Sommigen verwachten dat ze gek zullen worden. Maar wanneer gekte uitblijft, beseffen de patiënten dat piekeren minder eng is dan ze dachten.”

De andere therapie, die cognitieve gedragstherapie heet, werkte overigens ook prima. Die hielp minstens de helft van de behandelde patiënten af van hun gepieker. “In deze methode leren we mensen eerst twee vormen van piekeren te onderscheiden”, vertelt Van der Heiden. “Je leert dan dat sommige zorgen toekomstig en onoplosbaar zijn, terwijl je andere zorgen in het hier en nu kunt oplossen. Een hypotheek afsluiten is bijvoorbeeld een oplosbare zorg van nu, maar je afvragen of die hypotheek over 30 jaar nog wel betaalbaar is, vraagt om gepieker zonder einde. Vervolgens leren we mensen een manier om beter met beide typen zorgen om te gaan.”

Staat het vuur nog aan?
flash_nerd, Flickr.com

Het onderzoek van Van der Heiden, overigens zelf werkzaam als psychotherapeut en onderzoeker bij zorginstelling PsyQ, geeft vooral aan dat veel gestreste en vermoeide mensen die overmatig piekeren goed geholpen kunnen worden. Zolang het probleem maar als piekeren wordt herkend.

“Mensen die slecht slapen door gepieker en daarmee naar de huisarts gaan beseffen zich misschien niet hoe belangrijk het piekeren is”, aldus Van der Heiden. “In zo’n geval hoort de dokter alleen maar iets over slapeloosheid en schrijft wat slaappillen voor. Maar dat helpt dan dus niet.” De onderzoeker geeft aan dat de meeste huisartsen wel bekend zijn met de stoornis. Als je denkt dat je echt teveel piekert, kun je dat het best gewoon vertellen. Hulp is onderweg.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 april 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.