Je leest:

Wat je zingt, ben je zelf!

Wat je zingt, ben je zelf!

Auteur: | 9 maart 2006

Een slechte naam of niet in het publieke debat, jong Marokkaans-Nederland laat zich er niet door weerhouden te zingen en te feesten. De muzikale culturen die hierbij gecreëerd worden, staan echter niet los van de stereotypen over de Marokkaanse jongeren. De muzikale scènes spelen er mee, of gaan er tegenin.

In toenemende mate eisen jongeren van Marokkaanse afkomst een plek op in de Nederlandse muziekindustrie. Ali B. is natuurlijk een van de bekendste voorbeelden. Daarnaast claimen de jongeren ook een plek in de Nederlandse muziekscène door regelmatig grote en kleine feesten en evenementen te organiseren, voornamelijk gericht op een jong Marokkaans-Nederlands publiek. De keuze voor een bepaalde muzikale stroming en de vorm waarin een muzikale uitvoering wordt gegoten, heeft direct te maken met de identiteit die men zich wil aanmeten, en met de stereotypen waarmee men zich belast voelt.

Van oudsher wordt raï-muziek beschouwd als de favoriete muziek van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Hoewel dit zeker een geliefd genre is onder de Marokkaanse jeugd, heeft dit genre in Nederland toch meer een underground karakter.

Onder de Marokkaans-Nederlandse jeugd zijn er twee belangrijke muzikale trends te ontdekken die ieder op hun eigen wijze en ieder met hun eigen aanhang bijdragen aan de constructie van identiteiten. Hip-hop heeft zich dankzij onder andere Raymzter en Ali B. populair weten te maken bij veel Marokkaanse (en ook veel Nederlandse) jongeren. ‘Shaabi’ (Marokkaanse volksmuziek), is een ander muzikaal genre en heeft een heel ander karakter, maar kan tevens rekenen op een groot jong Marokkaans-Nederlands publiek.

Onder Marokkaanse jongeren in Nederland heeft hip-hop vanaf het jaar 2000 een ware opmars gemaakt. En er wordt niet alleen naar geluisterd, Marokkaanse jongeren zijn ook in toenemende mate actief in het zelf produceren ervan. Ali B. is hiervan het bekendste voorbeeld. Het vermogen van hip-hop om commentaar te kunnen leveren, is een belangrijke reden voor de populariteit ervan. Marokkaanse jongeren, maar ook autochtone, Turkse en Surinaamse jongeren hebben de Amerikaanse hip-hopcultuur (gedeeltelijk) overgenomen en aangepast aan de lokale Nederlandse omstandigheden.

Naast Ali B. zijn er talloze andere, Marokkaans-Nederlandse hip-hoppers die vooral via het internet hun muziek verspreiden. Deze hip-hoppers rappen in straattaal die als basis het Nederlands heeft, maar vaak wordt vermengd met woorden uit het Surinaams, Marokkaans Arabisch, Berbers (Tamazight) en Antilliaans. Een voorbeeld van zo’n band is Den Haag Connections (DHC): een collectief van Marokkaans-Nederlandse rappers uit Den Haag, dat in de zomer van 2004 in het nieuws was vanwege zijn ‘Hirsi Ali Diss’. Dat was een rap waarin DHC Ayaan Hirsi Ali op al dan niet ‘ludieke wijze’ met de dood bedreigde. Het Openbaar Ministerie nam deze rap zo hoog op dat twee leden van DHC in juli 2004 gearresteerd werden.

In het algemeen heeft de Nederlandse hip-hopscene veel elementen van de Amerikaanse overgenomen. Dit geldt ook voor de hip-hopmuziek die door Marokkaans-Nederlandse rappers wordt gemaakt. Aan de hand van twee expressieve aspecten van de globale hip-hopcultuur, zelfdefinitie en de inhoud van song/rapteksten, wil ik laten zien hoe Marokkaans-Nederlandse hip-hop zich niet op één representatie laat vastpinnen, maar meerdere soms tegenstrijdige ‘zelfbeelden’ creëert en dus meerdere gezichten kent. Soms komen deze overeen met het stereotype beeld dat van Marokkaanse jongeren in Nederland bestaat, maar soms ook niet.

Stage names Een van de veelzeggende elementen van de hip-hopcultuur is de naam van een rapper of rapband (meestal crew, click of posse genoemd). Artiestennamen zijn de eerste stap in het proces van identiteitsvorming. Artiestennamen van hip-hoppers zijn vaak met zorg bedacht en zeggen meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Hip-hopdeskundigen stellen vaak dat het kiezen van een stage name voor hip-hoppers een methode is om prestige en sociale status te creëren die hen ontbeert in het maatschappelijke leven. Vaak refereren deze namen aan hun coolness, hun rapkwaliteiten (flow) of hun street credibility: hun geloofwaardigheid als rapper van ‘de straat’.

Marokkaans-Nederlandse hip-hoppers kiezen hun artiestennamen weloverwogen. De namen slaan vaak terug op de Nederlandse situatie. Enkele voorbeelden maken duidelijk dat Marokkaans-Nederlandse rappers loyaliteiten voelen naar verschillende culturele werelden. Ali B.’s naam is enerzijds een verwijzing naar zijn eigen Marokkaanse achtergrond: Ali is een veelvoorkomende Marokkaanse voornaam. Tegelijkertijd verwijst het achtervoegsel B. (van zijn achternaam Bouali) naar de manier waarop verdachten in de media aangeduid worden; met voornaam en de laatste letter van hun achternaam. Hiermee spot Ali B. met de stereotypering dat Marokkanen criminelen zijn.

Het Haagse rappers-collectief DHC met overwegend rappers van Marokkaanse afkomst, verwijst daarentegen niet direct naar een Marokkaanse achtergrond. ‘DHC’ verwijst naar hun woonplaats, en naar de globale hip-hopcultuur waarin het woord connection regelmatig gebruikt wordt om te refereren aan connecties die bestaan tussen hip-hopscenes op verschillende locaties. De rapper Yes-R heeft besloten om zijn oorspronkelijk Marokkaanse naam een nieuwe spelling te geven: Yes-R in plaats van Yasser. De naam van Soussi-B refereert aan de zuidelijke Souss-regio in Marokko. Het veelvuldig gebruik van afkortingen is trouwens een typisch element van de hip-hopcultuur.

Enerzijds is zelfdefinitie dus gebaseerd op het creëren van links met de (Amerikaanse) hip-hopcultuur. Anderzijds benadrukken sommige rappers juist hun Marokkaanse identiteit door doelbewust vast te houden aan hun Marokkaanse namen. Opvallend is dat Marokkaans-Nederlandse rapbands en individuele rappers ook regelmatig artiestennamen kiezen die niets te maken hebben met hun Marokkaanse achtergrond, maar met hun woonplaats of hun woonwijk. Hiermee benadrukken zij hun verbondenheid met hun lokale Nederlandse roots.

Diss-rap De ambivalentie die in de artiestennamen van Marokkaans-Nederlandse rappers zit, is ook terug te vinden in hun songteksten. Politieke kwesties als het Midden-Oosten-conflict, ‘9/11’ en terrorisme zijn geliefde onderwerpen voor een songtekst. In het lied ‘Palestijnse Strijders’ vragen Omar en El Moro zich af wanneer er nu eindelijk vrede komt in het Midden-Oosten. Dit lied heeft een zeer gematigde toon in vergelijking met veel andere rapnummers, waarin regelmatig anti-Amerikaanse en anti-joodse geluiden klinken, evenals steun voor de aanslagen van ‘9/11’ en voor Osama bin Laden. Het lied ‘Paf paf paf’ dat al sinds enige tijd met diverse titels op het internet circuleert, is hiervan een voorbeeld. Het nummer wordt doorgaans aan DHC toegeschreven, maar is hoogstwaarschijnlijk niet door hen gemaakt. Andere namen die op internet genoemd worden in verband met dit rapnummer (onder andere op een forum van de site www.dhc-records.nl) zijn ‘Leidse Maffia’ en ‘SWG.’ Een fragment uit de tekst van dit lied luidt:

Nu vloeit er aan de andere kant s een keertjebloed /Nu kunnen jullie een keertje zien hoe het voelt / Kankerjoden (2x) We komen jullie doden / We hebben schijt (2x) / Waarom doen jullie ons dit aan / Jullie zijn begonnen, wij hebben niks gedaan / Waarom doen jullie ons dit aan / … / Je weet half niet hoe graag ik Sharon kill / Stuur ze moeder direct naar de hel / Dan kom nog de rest van Israël achter ‘m aan / Leg me uit mag een Palestijn in z’n eigen land niet gaan en staan / Kijk, kijk daar komen Joodse kogels op je af / Paf Paf Paf

Op 21 juli 2005 heeft het CIDI aangifte gedaan tegen de makers van dit rapnummer. Dit soort grove teksten onthult niet alleen een politiek ‘bewustzijn’, maar vooral een enorme portie frustratie over de gang van zaken in Palestina. In deze track, maar ook in andere politiek getinte teksten verdedigen de rappers fel de islam en regeringsleiders als Sharon en Bush krijgen een veeg uit de pan. Het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan is een steeds terugkerend thema en de rappers in kwestie lijken zich te identificeren met het Palestijnse volk.

Zie die moslim in het puin zoeken naar z’n benen /Het enige wat ie vind zijn een paar tenen / Hij vraagt zich af, zijn ze van mij of van me vader / 1 ding weet ik zeker, Sharon is de dader /… /Hou je oren open want ik ben nog lang niet klaar /Stuur al die joden naar de gasdouche en volg die flikker Bush /Shit, daar gaat je 1e toren/ We komen je economie een beetje storen /Ik kan mensen geschreeuw van hier horen /En je moet weten doet me goed /Nu vloeit er aan de andere kant een keertje bloed (fragment uit ‘Paf paf paf’)

Luisterend naar deze controversiële en shockerende teksten, kan men zich afvragen of dit nu puur het resultaat is van boosheid over de politieke situatie in Israël-Palestina. Na de mediahype rondom DHC’s ‘Hirsi Ali Diss’ lijkt het produceren van kwetsende raps een nieuwe sport te zijn geworden onder underground-, amateur-, en internet rap-bandjes. Een wedloop in het schrijven van de meest grievende en smakeloze teksten is opgestart onder het mom van: ‘degene die de meest aanstootgevende tekst schrijft, wordt beroemd’. Begin juli 2005 dook er op de muzieksite Soundclick een rap op van de rappers Youssef en Kamal getiteld ‘De Kelder’, waarin de rappers vertellen hoe ze politicus Wilders willen martelen in een kelder. Met deze diss-rap scoorde het duo onmiddellijk krantenkoppen. En vervolgens maakten Youssef en Kamal meteen een excuus-rap (‘Sorry, Geert Wilders’) om te voorkomen dat de politicus aangifte tegen hen zou doen.

Amalgaam Of dit soort muziek ook als hip-hop moet worden aangeduid is volgens hip-hopfans te betwijfelen. Op diverse hip-hop internet-forums is te lezen hoe hip-hopliefhebbers hun afschuw uiten. Naar aanleiding van de berichtgeving over ‘Paf paf paf’, is op www. nlhiphop.nl te lezen: ‘Ja, hier hoef je niet per se aandacht aan te geven. Gewoon een paar gefrustreerde Marokkanen ofzo. Maak daar nou geen martelaars van.’ Men zou kunnen concluderen dat een combinatie van frustratie (over hun eigen machteloosheid), aandachttrekkerij en het baas-boven-baas karakter van de hiphopcultuur blijkbaar dit soort raps oplevert.

Representatief zijn bovenstaande raps niet. Marokkaans-Nederlandse rappers zoals Samiro, Raymzter en Ali B. kiezen voor een ander repertoire. Veelal met humor en nuance snijden zij onderwerpen aan als racisme en stereotyperingen over Marokkanen. Ali B.‘s videoclip ’Geweigerd.nl’ stelt op humoristische wijze het anti-Marokkaanse deurbeleid van veel discotheken aan de kaak.

Naast sociaal geëngageerde songteksten, zijn er veel songteksten die gaan over de meer reguliere hip-hop onderwerpen zoals vrouwen, snelle auto’s, seks, drugs en criminaliteit. Deze categorie songteksten kenmerkt zich door een totale afwezigheid van islamitisch of Marokkaans bewustzijn. Rappers presenteren zich in deze tracks als inwoner van een bepaalde stad, als lid van een bepaalde crew, en niet als Marokkaan of moslim. Het gaat dan om het opscheppen over hun rapgroep, hun rapkwaliteiten, hun stad, of hun auto. In hip-hoptermen wordt dit soort liedjes aangeduid als brag-and-boast rap.

Je strijd voor wat je strijd want je heb schijt in je broek van de DHC vloek/ nu zit je in de hoek waar de klappuh valluh / dus ga je beter stalluh voordat ik je kom knalluh /hoe haal je ut in je hoofd om DHC te provoceren /ze kunnuh binnenkort je moeder condoleren (fragment uit ‘Schalkwijk’ van DHC)

Marokkaans-Nederlandse hip-hop typeert zich als een amalgaam van elementen uit verschillende culturele werelden. Rappers benadrukken op één moment hun loyaliteit aan de Arabische, islamitische wereld, dan weer aan werelden dichter bij huis, zoals (hun woonwijk in) Amsterdam of Almere. Meerdere contrasterende identiteiten vinden hun weg in het repertoire. Soms wordt daarmee stereotyperingen de wind uit de zeilen genomen, soms geven ze juist aanleiding tot versterking ervan.

Shaabi Een populair genre onder Marokkaans-Nederlandse jongeren van een heel andere aard dan hip-hop is de Marokkaanse volksmuziek ofwel shaabi. Shaabi is de Arabische term voor ‘volks’ en kan in de context van muziek vertaald worden als ‘muziek voor het volk’. Van oorsprong is shaabi een belangrijk onderdeel van familiefeesten, zoals bruiloften en geboortefeesten. Het spelen van shaabi is de manier om een ‘Marokkaanse sfeer’ te creëren.

De Marokkaanse sfeer op deze feesten kun je vaak letterlijk ‘proeven’. Er zijn dikwijls etenswaren, muntthee, muziek en sieraden verkrijgbaar. Bij het horen van de eerste klanken van een bekend shaabi-nummer vliegen vele bezoekers direct de dansvloer op om hun danskwaliteiten te tonen. Anderen beginnen mee te klappen of mee te zingen. Als bezoeker waan je je voor even in Marokko.

De populariteit van Marokkaanse muziek blijkt ook uit het feit dat er bijna wekelijks ergens in Nederland een ‘Marokkaans dansfeest’ wordt georganiseerd. Bekende Marokkaanse shaabi-artiesten zijn bijvoorbeeld Najat Aatabou, Senhaji, Daoudi, en Mustapha Bourgone. Hun concerten in Nederland kunnen vaak rekenen op de belangstelling van grote aantallen bezoekers, soms meer dan drieduizend. Maar ook in Nederland zijn er muzikanten die shaabi-muziek op hun repertoire hebben staan. De in Utrecht opgerichte Marokkaanse band Ismailia staat al jaren in Nederland bekend als een gerenommeerde shaabi-band. Daarnaast zijn er in Nederland bands als Orchestre Anghaam en Orchestre ElKanary, die vooral actief zijn in het bruiloftencircuit. Maar de grote publiekstrekkers in Nederland blijven toch de artiesten die in Marokko al naam hebben gemaakt. Een zangeres als Najat Aatabou die met enige regelmaat Nederland aandoet, kan altijd rekenen op een groot, enthousiast, jong Marokkaans-Nederlands publiek.

Oorspronkelijk speelde shaabi-muziek vooral een rol tijdens Marokkaanse familiefeesten, zoals bruiloften of geboortefeesten. Die rol vervult het nog steeds, maar tegenwoordig heeft deze muziek ook zijn plek gevonden in de publieke, voor de Marokkaanse jeugd georganiseerde, feesten. Het is trouwens vaak de Marokkaanse jeugd zelf die deze feesten bestempelt als ‘Marokkaans’. Uit interviews met feestgangers blijkt duidelijk hoe shaabi-muziek associaties bij hen oproept met een ‘traditionele’ Marokkaanse identiteit. Veel gehoorde uitspraken zijn:

‘Ik voel me Marokkaans als ik deze muziek hoor. Het roept een saamhorigheidsgevoel [bij me] op met de andere bezoekers.’

Een 23-jarige Tilburgse studente van Marokkaanse afkomst vertelt over haar ervaringen op Marokkaanse feesten:

‘Marokkaanse muziek, daarmee creëer je eigenlijk, ook al ben je hier […] die Marokkaanse sfeer.[…] het maakt niet uit of je in Nederland bent of in Marokko of in Amerika,[…] het is een Marokkaans feest, er wordt Marokkaanse muziek gedraaid, je hebt toch even het gevoel dat je in Marokko bent.’

Kasbah Amerhidil ligt 2 km buiten Skoura, zuid-Marokko, provincie Ouarzazate, regio Souss-Massa-Daraa.

Op tijd thuis

Dit soort feesten zijn voor iedereen toegankelijk, maar ze worden overwegend door jongeren van Marokkaanse afkomst bezocht. De manier waarop ze zijn georganiseerd laat zien dat de organisatoren waarde hechten aan bepaalde islamitische normen. Allereerst wordt op Marokkaanse feesten zelden alcohol geschonken. Daarnaast wijkt het aanvangs-tijdstip vaak af van dat van Nederlandse feesten. Waar een Nederlands feest begint om tien uur ’s avonds, beginnen Marokkaanse feesten vaak aan het eind van de middag.

Organisatoren hopen het hiermee Marokkaanse meiden makkelijker te maken. Relatief weinig Marokkaanse meisjes nemen deel aan de Nederlandse uitgaanscultuur, onder meer vanwege het feit dat ze ‘op tijd’ thuis willen of moeten zijn. Doordat er weinig uitgaansgelegenheden zijn waar Marokkaanse meiden zich ook op hun gemak voelen, zijn deze feesten naast een plek om van muziek en cultuur te genieten voor hen ook een uitgelezen plek om eventuele huwelijkspartners in een informele sfeer te zoeken en te ontmoeten.

Het gemiddelde publiek van Marokkaanse feesten is van allerlei pluimage en gemengd (dat wil zeggen m/v). Het publiek is jong (circa tussen de achttien en dertig jaar), van Marokkaanse afkomst en modebewust. Verder is het vaak een bont gezelschap. Uit interviews die ik met Marokkaanse jongeren heb gehouden, blijkt dat het bezoeken van zo’n feest niet zozeer te maken heeft met bijvoorbeeld je sociaal-economische positie, je opleidingsniveau of je beroep, maar meer met de intensiteit van de gevoelsband tussen de persoon in kwestie en diens Marokkaanse roots. Bij het bezoeken van zo’n feest staat de interactie met het overige Marokkaanse publiek en de Marokkaanse sfeer, die vooral door de muziek wordt gecreëerd, centraal.

De grote rol die shaabi opeist tijdens deze openbare evenementen heeft te maken met het feit dat ze de jeugd een kans biedt om een traditionele Marokkaanse identiteit te uiten die deel uitmaakt van hun oudercultuur. Bezoekers gebruiken niet alleen muziek als een symbool van hun Marokkaanse identiteit; sommigen komen gekleed in traditionele kledij (djellaba voor de mannen en een qaftan voor de vrouwen) of dragen zelfs de nationale vlag. Shaabi en de bijbehorende feesten bieden jongeren een mogelijkheid om een bij hun huidige situatie passende Marokkaanse identiteit uit te drukken die zij in het dagelijkse leven geen plek kunnen geven.

Kortom, deze feesten zijn gelegenheden waar de Marokkaanse identiteit uitbundig uitgedragen kan worden. Een observerende bezoeker kan zien hoe zo’n feest draait om het gezamenlijk vieren van een Marokkaanse achtergrond. Het eigenlijke optreden van de artiest verdwijnt gedurende het feest langzamerhand naar de achtergrond. De aandacht van het publiek verschuift langzaam van het optreden van de artiest naar het ‘eigen’ optreden. Zodoende gaan de aanwezigen geleidelijk steeds meer op in de interactie met elkaar. Er wordt vaak met de rug naar het podium toe gedanst, blijkbaar ongeïnteresseerd in wat er op het podium gebeurt, maar des te meer gericht op het absorberen van de uitbundige sfeer. Het optreden van de artiest wordt zodoende een onderdeel van de achtergrond, terwijl het optreden van het publiek op de voorgrond komt. De sfeer die hiermee gecreëerd wordt, samen dansen en jezelf verliezen in de ambiance, bevordert ook nog eens het solidariteitsgevoel.

Bovendien stellen dit soort feesten de Marokkaanse jongeren in staat om tijdelijk een soort coherente Marokkaans-Nederlandse gemeenschap te vormen. Buiten de context van deze evenementen kan men nauwelijks spreken over een coherente en verenigde Marokkaanse gemeenschap. Die is namelijk zeer heterogeen van aard. De meerderheid van de in Nederland woonachtige Marokkanen is afkomstig uit de Rif, een Berbertalig bergachtig gebied in Noord-Marokko. De Berberbevolking heeft van oudsher op gespannen voet geleefd met de Arabisch-talige bevolking van Marokko. Wanneer Marokkaanse jongeren in Nederland tijdens zulke muzikale festiviteiten samenkomen, lijken die onderlinge verschillen – tijdelijk althans – te verdwijnen.

Een ander belangrijk aspect van deze feesten is dat ze culturele elementen van de oudercultuur incorporeren in de jongerencultuur. Omdat shaabi direct geassocieerd wordt met Marokko (het land van hun ouders), beschouwen veel Marokkaanse jongeren dit genre als een ‘traditioneel’ onderdeel van de Marokkaanse cultuur. Daarom ook staan deze feesten vaak bol van een nostalgische sfeer, een sfeer die mensen doet verlangen naar en denken aan Marokko: Marokkaans eten en drinken, klederdracht, de nationale vlag, handwerk en sieraden. Op deze wijze spelen shaabi-muziek en de bijbehorende evenementen een belangrijke rol in de uiting van een Marokkaanse identiteit in Nederland en het voortleven ervan. Door middel van muziek en muzikale belevenis kunnen Marokkaans-Nederlandse jongeren een identiteit uiten die meer gericht is op ‘het Marokkaans zijn in Nederland’, dan op ‘het Marokkaans zijn in Marokko’.

Kinderdijk, zuid-Holland, Nederland.

Identiteit

De muzikale culturen die de Marokkaans-Nederlandse jeugd op eigen kracht heeft opgebouwd, en naar eigen smaak invulling geeft, laten zien hoe groot de onderlinge verschillen zijn. De vrijheid die men heeft in muziekkeuze, en de haast alom tegenwoordige populariteit van muziek bij de jeugd, maken dat de verschillende identiteitskeuzes scherper op de voorgrond treden. Dat de muziekgenres zo sterk afgebakende identiteiten met zich meedragen, maakt echter ook dat de consumptie ervan beperkt blijft tot de verschillende segmenten van de Marokkaans-Nederlandse jeugd. De gesegmenteerde identiteitsvorming blijft daardoor voor de buitenwereld grotendeels onzichtbaar. Onderzoek naar deze muziekculturen biedt niet alleen inzicht in de betreffende muziek, maar legt ook de eraan gerelateerde identiteitsvormingen bloot. Want dat is iets dat alle in dit onderzoek opgenomen genres gemeen hebben: de muziek is geen art pour l’art, ze is er ook voor de identiteit.

Miriam Gazzah is verbonden aan het International Institite for the Study of Islam in the Modern World (ISIM). Zij doet promotie-onderzoek naar de rol van muziek in de identiteitsformatie onder Marokkaanse jongeren in Nederland.

Literatuur:

B. Carrington en B. Wilson, ‘Dance nations: rethinking youth subcultural theory’ in A. Bennet en K. Kahn-Harris (red.), After subculture. Critical studies in contemporary youth culture, Basingstoke, Hampshire: Palgrave Macmillan, 2004, pp.65-78. T. Rose, Black noise. Rap music and black culture in contemporary America, Middletown: Wesleyan University Press, 1994, p. 36.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van ZemZem.
© ZemZem, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.