Alle thema's

Wat flik je me nou? Over overspel en ontrouw

Deze publicatie is onderdeel van het thema: Seks

De kans dat je ooit in een relatie wordt bedonderd loopt op tot 76%. En een kwart van ons gaat zelf ooit kijken hoe het gras bij de buren eruit ziet. Volgens de evolutiepsychologen allemaal heel logisch: mannen verzekeren zich door vreemd te gaan van veel nakomelingen bij verschillende vrouwen, en vrouwen regelen op hun beurt weer mannen om voor hen te zorgen tijdens het dragen, baren en zogen van de kinderen. Toch keurt onze cultuur vreemdgaan af. Is dat wel terecht?

door

In tegenstelling tot veel vreemdgangers, liegen de cijfers er niet om. De kans dat je tenminste één keer in een relatie wordt bedonderd ligt tussen de 40 en 76 procent. Binnen het huwelijk piest 23 tot 25 procent van de mannen buiten de pot, en vrouwen zijn met 12 tot 15 procent ook al geen engeltjes. In het jaar 2000 deed 5% het buiten de deur. En uit een grootschalig onderzoek onder 1700 heteroseksuelen tussen de 20 en 45 jaar bleek dat 1 op de 4 mannen én vrouwen wel eens van het gras bij de buren snoept. Vreemdgaan is klaarblijkelijk schering en inslag in relaties, en ontrouwe mannen en vrouwen zijn er in overvloed. Maar waarom besodemieteren we iemand met wie we een relatie hebben?

Evolutiepsychologen zoeken het antwoord op deze vraag miljoenen jaren terug. Want, zo redeneren zij, we wonen dan misschien niet meer in grotten en holen en we vangen ons eten ook niet meer met pijl en boog, onze hersenen zijn niet noemenswaardig veranderd sinds die tijd. We hebben weliswaar ons gedrag voorzien van een dun sausje beschaving, maar daaronder worden we nog steeds gedreven door dezelfde primitieve instincten als onze voorouders.

Gaat heen en verspreidt uw zaad!

En onze voorouders waren helemaal niet monogaam, denken de evolutiepsychologen. Een van de belangrijkste drijfveren tot het hebben van seks is volgens hen het zo wijd en zijd mogelijk verspreiden van je genetisch materiaal. In het geval van mannen gaat het er dus om zoveel mogelijk vrouwen te voorzien van je zaad: zo is de kans het grootst dat je veel nakomelingen veroorzaakt. Vrouwen hebben echter een andere agenda. Zij moeten de kinderen namelijk grootbrengen – terwijl de mannen op jacht zijn – en hebben dus belang bij een stabiele en betrouwbare partner die tijdens het dragen, baren en zogen af en toe een dood konijn komt brengen en er niet vandoor gaat met iemand uit een nabij gelegen grot.

Het overbekende beeld van onze voorouders: terwijl de mannen met speren achter konijnen en ander eetbaars op pootjes aanjakkeren, zorgen de vrouwen voor de kinderen en struinen ze al verzamelend nabijgelegen bosjes af op zoek naar voorgerecht en toetje.

Evolutiepsychologen zien sporen van dit met recht eeuwenoude conflict in de moderne maatschappij: terwijl de mannen hun secretaresse of buurvrouw verleiden tot slippertjes met een puur seksueel motief, worden vrouwen verliefd op melkboer of postbode en beginnen een emotionele relatie. Natuurlijk hebben deze emotionele ontrouwen ook in verreweg de meeste gevallen gewoon seks met hun minnaar, maar dat mag de pret niet drukken. En ach wat maakt het uit, denkt de evolutiepsycholoog, of je vreemdgaat om je zaad te verspreiden of je kansen op een dood konijn te waarborgen. Mensen zijn klaarblijkelijk van nature geneigd om vreemd te gaan: we zijn een promiscue soort. Aanvullend bewijs vindt men in het dierenrijk: slechts 3% – een handjevol vogels en prairiewoelmuizen voorop – houdt het op één partner. De rest van de dieren vrijt er lustig op los: mensapen en mensen niet uitgezonderd.

Of zijn we op zoek naar intimiteit en avontuur?

Er zijn ook psychologen die een andere mening over trouw en ontrouw zijn toegedaan. Onder aanvoering van Freud’s theorieën over intimiteit filosoferen bijvoorbeeld psychoanalytici er op los. Het zit zo, menen zij: in onze vroegste jeugd waren we op een ultieme manier met onze ouders versmolten. Sinds die tijd kennen we deze intense liefde niet meer. Alleen de romantische liefde komt dichtbij, en daar willen we dan ook zoveel mogelijk van meemaken.

Psycholoog David Lusterman, die veel onderzoek heeft gedaan naar overspel, denkt dat vreemdgaan aan je persoonlijkheid ligt. Heb je moeite je aan te passen, ben je geen prater of ben je bijvoorbeeld seksueel nieuwsgierig? Dikke kans dat je dan eens een kijkje neemt in andermans keuken. Ook het krijgen van kinderen of een midlifecrisis houdt een risico in. En dan heb je natuurlijk nog ontrouw omdat het leuk is, omdat het je onafhankelijkheid vergroot, omdat je je dan pas weer aantrekkelijk voelt of omdat je wel toe bent aan wat spanning en avontuur, zoals psychologen Luyens en Vansteenwegen beweren in hun boek ‘Ondanks de liefde’.

Het krijgen van kinderen lijkt vreemd genoeg een belangrijk moment te zijn waarop – met name mannen – met hun neus in andermans boter vallen. Niet bijster sympathiek, maar evolutionair gezien enigszins logisch: hier zijn mijn genen succesvol doorgegeven, op naar de volgende.

Niets menselijks is ons vreemd: vreemdgaan hoort bij de mens

Hoewel al deze verklaringen voor ontrouw nogal uiteen lijken te liggen, hebben ze één grote gemene deler: ze accepteren vreemdgaan allemaal als iets dat nou eenmaal hoort bij de menselijke soort. Het is niet goed, het is niet slecht, het is er gewoon. En dat is toch opvallend, als je kijkt welke morele standaarden er gelden in onze cultuur. Vreemdgaan is taboe, en wie het doet kan rekenen op afwijzing en echtscheiding: bij 30% is ontrouw de spelbreker.

Maar doet onze eigen cultuur ons hier niet tekort? Is het niet oneerlijk tegenover onszelf en onze geliefden om ons aangeboren instinct tot het verspreiden van ons zaad en het verzekeren van een dagelijks dood konijn te onderdrukken door een aangeleerde afkeer van ontrouw? Of zo je wilt, is het verkeerd om je behoefde aan diepe versmelting, avontuur of onafhankelijkheid te bevredigen? Misschien doet bedonderd worden wel alleen pijn omdat we hebben geleerd dat dit zo hoort?

Eigenlijk zijn dit vragen voor filosofen en cultuurwetenschappers, en niet voor psychologen en biologen. Echter, het feit blijft staan dat de meerderheid van ons op een of ander moment wordt bedrogen, en dat een kwart van ons zelf voor de bijl gaat. En dat is maar goed ook, als we Darwin mogen geloven. Die beweerde namelijk in zijn boek The Origin of Species in 1879 al dat polygamie – het hebben van meer dan één seksuele partner – goed is voor de evolutie van de soort. En dat we er helemaal niet van uit moeten gaan dat de mens van nature bestemd is om het op één partner te houden. Het is misschien een schrale troost voor hen die de bons krijgen omdat ze zich – weliswaar zonder speer en niet in een grot – hebben vergrepen aan melkboer of buurvrouw: volgens onze cultuur zit je fout, maar evolutionair gezien heb je gelijk.