Je leest:

Wat een rotartikel!

Wat een rotartikel!

Auteur: | 8 mei 2014

Woorden als rot gedragen zich anders in samenstellingen dan bijvoeglijke of zelfstandige naamwoorden, concludeert taalwetenschapper dr. Ton van der Wouden van de Universiteit Leiden. Wat is er precies aan de hand met samenstellingen met deze ‘rotwoorden’?

LAPP-Top van Universiteit Leiden

Dit artikel is geschreven in het kader van LAPP-Top, een programma waarin getalenteerde 5-vwo’ers colleges kunnen volgen aan de Universiteit Leiden. Als eindopdracht schreven de leerlingen dit jaar een artikel voor Kennislink. Een jury bestaande uit redacteuren van Kennislink heeft het artikel van Lisanne Overduin aangewezen als het winnende artikel.

Woorden kun je onder andere gebruiken om een gevoel over iets uit te drukken. Een voorbeeld hiervan is het woordje rot. Rot betekent oorspronkelijk dat iets niet meer vers is, maar rot wordt in samenstellingen ook met een andere betekenis gebruikt. Voorbeelden zijn rotboek (niet prettig om te lezen), rotschroevendraaier (werkt niet goed) en rotidee (onprettig vooruitzicht). Hierbij heeft rot een depreciërende functie: het geeft aan het tweede deel van de samenstelling een negatieve betekenis.

Een merkwaardig verschijnsel

Naast rot zijn er nog andere woorden die dezelfde depreciërende functie hebben in samenstellingen, zoals kut, klote, tering en bagger. Deze woorden hebben gemeenschappelijk dat het ‘taboewoorden’ zijn: ze geven een geslachtsdeel, erge ziekte of iets vies aan. Opvallend is dat deze woorden alle kenmerken van een bijvoeglijk naamwoord vertonen, maar het in praktijk niet blijken te zijn.

Antal van den Bosch

Allereerst blijken nieuwe samenstellingen van het type [bijvoeglijk naamwoord] + [zelfstandig naamwoord] niet te vormen: oude vormen als grootvader bestaan wel, maar een willekeurige combinatie als grootstoel (groot+stoel) niet. Rotfiets (rot+fiets) beschouwt men echter wél als goede samenstelling en bijvoorbeeld slechtfiets niet, terwijl slecht toch hetzelfde depreciërende effect heeft als rot.

Daarnaast ontstaat er een probleem als je voor een ‘rotsamenstelling’ een bijwoord van graad plaatst. Dit bijwoord vertoont dan het verbuigingsgedrag van een bijvoeglijk naamwoord: je zegt het ontzettende kutweer en niet het ontzettend kutweer, hoewel je niet bedoelt dat het kutweer ontzettend is, maar dat het weer ontzettend kut is. Bij ‘normale’ samenstellingen speelt dit probleem niet: je zal een verschrikkelijk roodborstje niet interpreteren als een (rood)borstje dat verschrikkelijk rood is.

Deze taboewoorden zijn ook geen zelfstandige naamwoorden, want dan speelt opnieuw het probleem met bijwoorden van graad. Bij normale samenstellingen van het type [zelfstandig naamwoord] + [zelfstandig naamwoord] slaat het bijwoord ook op de hele samenstelling en niet alleen op het eerste deel. Zo is een enorme keukenstoel geen stoel die enorm keuken is. Ook deze hypothese is dus te verwerpen.

Een andere mogelijkheid is dat we hier niet te maken hebben met samenstellingen maar met afleidingen: woorden waarvan niet alle delen zelfstandig voor kunnen komen. In dat geval zijn de taboewoorden voorvoegsels zonder zelfstandige betekenis. Maar ook daarvan is geen sprake. De taboewoorden kunnen namelijk wél als naamwoordelijk deel van het gezegde worden gebruikt (Het weer is kut) en zijn los niet betekenisloos.

Wat is het dan wel?

Taalwetenschapper prof. dr. Geert Booij meent dat woorden niet óf een afleiding óf een samenstelling hoeven te zijn. Dit geldt ook voor de taboewoorden. Het Nederlands kent een apart soort woordconstructie, bestaande uit een taboewoord links en zelfstandig naamwoord rechts, waarbij het woord links depreciërend is. Mogelijk is het woordje rot als eerste zo gebruikt en zijn samenstellingen met andere taboewoorden ook op deze manier ontstaan. Ook blijkt dat bepaalde zelfstandige naamwoorden een voorkeur hebben voor bepaalde taboewoorden. Zo gaat wijf het liefst samen met kut, en herrie het liefst met tering.

Maar waarom komt teringherrie meer keren voor dan bijvoorbeeld tyfusherrie? Dit zal verder onderzoek uit moeten wijzen. Voorlopig gaan we ervan uit dat deze combinaties apart aangeleerd zijn en dat deze op die manier, samengesteld en wel, deel uitmaken van onze woordenschat.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 mei 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.