Je leest:

Wat een bureaucratie!

Wat een bureaucratie!

Auteur: | 3 november 2005

Elk land kent een nationale overheid en een lokale en/of regionale overheid. Het is echter per land verschillend uit welke lagen deze overheden precies bestaan en welke taken deze overheden uitvoeren. Leiden als die lokale overheden niet alleen maar tot verdeeldheid? Waarom hebben we eigenlijk lokale overheden?

Vroeger was er gewoon een koning die alles voor het zeggen had. Dat was in ieder geval overzichtelijk! Maar de koning kon natuurlijk niet alles zelf vanuit het paleis regelen. Langzaam maar zeker kwamen er steeds meer overheden bij.

Bijna elk land kent een nationale, een regionale en een lokale overheid. Deze verschillende overheden zijn nodig omdat sommige taken beter op lokaal of regionaal niveau geregeld kunnen worden en andere zaken beter op nationaal niveau. Om een leger op te bouwen is veel geld, materieel en personeel nodig. Het is daarom verstandig om deze taak op nationaal niveau te regelen zodat alle benodigdheden bijeen gebracht kunnen worden. Ook het buitenlandbeleid moet vanuit het politieke centrum gebeuren. Vuilnis ophalen en straten repareren zijn daarentegen juist taken die beter op lokaal niveau geregeld kan worden.

Vuilnis ophalen kan het beste op lokaal niveau geregeld worden

Elke taak die door een overheid uitgevoerd wordt, heeft een andere schaal. Elke taak heeft zo zijn optimale ruimtelijke indeling; defensie moet geregeld worden op een km2 schaal terwijl straten maken geregeld moet worden op een m2 schaal. Toch bestaat er niet voor elke taak een aparte organisatie.

Een gemeente voert vele taken tegelijk uit, van de burgerlijke stand tot sociale dienst en straatlantaarns. De voornaamste reden is dat de verschillende taken op elkaar afgestemd moeten worden. Het is economisch verstandig om eerst de leidingen in de grond te leggen om pas daarna de straat te maken. Ook al hebben de taken van leidingen leggen en de straten maken een andere optimale ruimtelijke indeling, toch is het verstandig om beide taken in één organisatie onder te brengen zodat ze beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Zo doende hebben we algemene lokale overheden die verscheidene taken uitvoeren en niet ontelbare organisaties die elk een eigen taak hebben.

Bepaalde taken kunnen op meerdere niveaus geregeld worden. Zo kan de taak ‘economie bevorderen’ zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau worden uitgevoerd of door een combinatie van allemaal. Maar hoe worden deze taken nu verdeeld over de verschillende overheden?

Een belangrijke factor bij de verdeling van de macht is etnische verdeeldheid, ook wel etnische fragmentatie genoemd. Wanneer er in een land een sterke etnische minderheid aanwezig is dan is de kans groot dat deze groep een aantal taken zelf wil regelen en deze autonomie bij de nationale overheid afdwingt. Autonomie betekent zelfsturing.

Francisco Franco (1892-1975)

De Basken en Cataloniërs in Spanje bijvoorbeeld, beiden etnische minderheden, hebben na de val van de dictatuur van Franco de nationale regering gedwongen hen meer zelfstandigheid te geven. De Basken en de Cataloniers hebben duidelijk in de Grondwet en andere wetten laten vastleggen welke bevoegdheden deze regio’s zelf mogen uitoefenen. Op het gebied van onderwijs en kunst bijvoorbeeld, of economie.

Economische ongelijkheid tussen regio’s kan aanleiding geven tot een oproep van de rijkere regio’s om meer zelfstandig te worden. Rijke regio’s denken beter af te zijn als ze zelfstandiger zijn omdat ze dan minde hoeven te betalen aan hun arme buren. De Lega Nord, een regionale politieke partij in Noord Italië streeft bijvoorbeeld naar meer onafhankelijkheid van de regio’s in Noord-Italië. Burgers in het Noorden vinden hun zuidelijke landgenoten veel te duur!

De Lega Nord streeft meer onafhankelijkheid van de regio’s in Noord-Italië na.

De roep om onafhankelijkheid is het sterkst als etnische fragmentatie en economische ongelijkheid tegelijk voor komen. Voor een goed voorbeeld kijken we naar onze zuiderburen in België. België is verdeeld in twee groepen: de Vlamingen en Walloniërs. Niet alleen de taal scheidt hen, maar ook het verschil in welvaart. Het Nederlandstalige Vlaanderen is rijker dan het Franstalige Wallonië (dat was vroeger trouwens andersom!). Het is dan ook niet zo wonderlijk dat België in 1992 van een unitaire staat (de nationale regering bepaald alles) naar een meer federatieve staat (lagere overheden hebben ‘meer te zeggen’) is veranderd. Zowel Vlaanderen als Wallonië hebben een eigen overheid (de Regio’s) gekregen.

De Wallonische en de Vlaamse vlag

De verdeling van bevoegdheden over de verschillende niveaus heeft vaak ook een historische achtergrond. Staten in Europa zijn voornamelijk tot stand gekomen omdat Koningen en landen oorlog met elkaar voerden. Om een groot en sterk leger te bouwen moest veel geld en mankracht bij elkaar worden verzameld. Een Koning deed er dan ook goed aan om zijn gebied zo groot mogelijk te maken. Zo kon hij veel belasting heffen om zijn leger te betalen en had hij veel onderdanen waaronder hij soldaten kon werven. In Europa werden twee strategieën gevolgd om het gebied van de koning zo groot mogelijk te maken.

Ten eerste kon de Koning een pact met de kerk sluiten. Deze strategie werd gevolgd in Spanje, Italië en Oost-Europa. In deze landen werd een kliek rond het hof gevormd, die bestond uit geldschieters, bureaucratische ambtenaren en geestelijken die allemaal afhankelijk van de Koning waren. Ook nu nog zie je vaak dat in deze landen de lokale overheid zwak is en oefent bevoegdheden uitoefent.

Ten tweede kon de Koning samen met de lokale adel gaan samenwerken. De leden van de plaatselijke adel hadden vaak bestuurlijke functies in het dorp of de stad. Deze plaatselijke adel inde zelf de belastingen en droeg dan een (groot) deel af aan de Koning. Als de Koning meer geld nodig had voor een groter leger dan moest hij de plaatselijke adel overhalen om de belasting te verhogen. Vaak ging de plaatselijke adel wel akkoord, maar dan alleen in ruil voor meer politieke zeggenschap en meer lokale rechten en autonomie. Deze strategie werd gevolg in Engeland en in Scandinavië. In deze landen ontstonden machtige coalities bestaande uit lokale adel die (meer) tegenover de Koning stonden en die ‘hun’ gebied representeerden. In deze landen was en is de lokale overheid vaak sterk en heeft ze veel bevoegdheden.

De verdeling van bevoegdheden over de verschillende overheidsniveaus (lokaal, regionaal en nationaal) is ook vandaag nog aan verandering onderhevig. Het proces van Europese integratie heeft waarschijnlijk de meeste invloed op de verhouding tussen lokale, regionale en centrale overheden. De Europese Unie trekt bepaalde taken naar zich toe. Om die taken uit te voeren kan zij nationale, regionale en lokale overheden gebruiken. Bij veel EU-taken wordt de nationale regering ‘overgeslagen’ en alleen regionale en lokale overheden ingezet. Dit heeft er toe geleid dat sommigen zeggen dat nationale regeringen op de lange termijn overbodig worden en dat er één EU-regering komt met vele regionale en lokale overheden. Hoe de verdeling van bevoegdheden tussen het Europese niveau, de nationale, regionale en lokale overheden er over 50 jaar uit zal zien kunnen we moeilijk voorspellen. Maar als je Politicologie studeert, kun je er wel veel meer over te weten komen en de ontwikkelingen op de voet volgen!

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 november 2005
Heb je gevonden wat je zocht?
We zijn onze zoekresultaten aan het verbeteren. Jouw antwoord helpt ons hierbij.