Je leest:

Wat de arts weet van wetenschapsfraude

Wat de arts weet van wetenschapsfraude

Auteur: | 18 april 2012

Vorige week publiceerde het artsenblad Medisch Contact de uitkomsten van een enquête waaruit blijkt dat 15 tot 25 procent van de artsen weleens te maken heeft gehad met wetenschapsfraude. Klinkt schokkend, maar is het echt zo erg?

Vorige week publiceerde het artsenblad Medisch Contact de uitkomsten van een enquête waaruit blijkt dat veel artsen weleens te maken hebben gehad met wetenschapsfraude. Eén op de zeven artsen (15 procent) zegt weleens van nabij te hebben meegemaakt dat onderzoeksgegevens werden verzonnen. Bijna een kwart (22 procent) geeft aan dat onderzoekers soms alleen die gegevens gebruiken die hen goed uitkomen.

Medisch Contact verstuurde haar enquête aan ruim 1600 artsen in verschillende specialismen: medisch specialisten, verzekeringsgeneeskundigen, bedrijfsartsen, huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen maatschappij en gezondheid. Bijna de helft van de artsen stuurde de vragenlijst terug. De meerderheid daarvan is niet gepromoveerd (82 procent) en zelf ook niet wetenschappelijk actief (75 procent).

Te extreem om waar te zijn

Wat houdt het sjoemelen met gegevens volgens de artsen precies in? Eén van de respondenten schrijft: “Ik heb het vervalsen van data nooit gezien, wel wat fishing expeditions: zoeken naar een significant resultaat door meerdere testen te proberen.”

Yvo Smulders, hoogleraar interne geneeskunde aan het VU Medisch Centrum, snapt wel waar dat sjoemelen vandaan komt. Hij laat aan Medisch Contact weten dat dat alles te maken heeft met de drang tot publiceren. De kans dat een artikel met niet-significante resultaten wordt gepubliceerd is niet zo groot. En artsen die binnen een universitair medisch centrum werken worden uiteindelijk wel afgerekend op hun wetenschappelijke output, dus het aantal wetenschappelijke publicaties achter hun naam.

Jan Vandenbroucke en Frits Rosendaal, beiden als hoogleraar klinische epidemiologie verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum, bestempelen de uitkomsten van de enquête als “te extreem om waar te zijn”. In een reactie aan Medisch Contact leggen zij ook uit waarom ze dat vinden.

Ronald Veldhuizen

Het merendeel van de respondenten is niet gepromoveerd en ook niet werkzaam in de wetenschap. Dat betekent dat deze artsen hoogstens één keer zelf hebben meegewerkt aan wetenschappelijk onderzoek, namelijk als student of als arts-assistent. Bij 15 procent van deze eenmalige contacten met de wetenschap werden volgens de respondenten onderzoeksgegevens verzonnen. Dat zou betekenen dat 15 procent van het medische onderzoek berust op verzonnen data.

Nabij, maar toch zeldzaam

Zo erg is het gelukkig niet. In 2009 heeft de Britse wetenschapper Daniele Fanelli alle tot dan toe uitgevoerde onderzoeken naar wetenschapsfraude bij elkaar gebracht in een meta-analyse. Daaruit bleek dat bijna 2 procent van de wetenschappers zelf weleens met data gesjoemeld heeft, en ongeveer 14 procent collega’s weleens met data heeft zien knutselen.

Die percentages gingen bovendien omlaag zodra in enquêtes de termen ‘fabricatie’ en ‘vervalsing’ van onderzoeksgegevens werden gebruikt. Fanelli nam in zijn analyse alleen geënquêteerden mee die al lange tijd in de wetenschap werkzaam waren. De kans dat zulke wetenschappers in hun loopbaan ooit een collega tegenkomen die met resultaten rommelt, is natuurlijk veel groter dan bij artsen die zelf geen onderzoek doen.

Hoe kan het dan dat zoveel artsen die niet wetenschappelijk actief zijn aangeven fraude te hebben meegemaakt? Wat waarschijnlijk meespeelt is het feit dat veel mensen iets ‘van nabij’ mee kunnen maken wat toch erg zeldzaam is. Iedereen weet sinds afgelopen september van de grootschalige fraude van sociaal psycholoog Diederik Stapel. Als je op dit moment aan sociaal psychologen gaat vragen of zij weleens hebben meegemaakt dat een collega onderzoeksgegevens verzon zal het antwoord in veel gevallen ‘ja’ zijn, vermoeden Vandenbroucke en Rosendaal.

Bronnen:

Meer over fraude in de wetenschap op Wetenschap24:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 april 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.