Je leest:

Was Krenz een hervormer?

Was Krenz een hervormer?

Auteur: | 17 mei 2010

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur. Op dat moment kwam er ‘zichtbaar’ een eind aan de macht van de Oost-Duitse communistische partij (SED) onder leiding van Egon Krenz. Maar voor het zover was moest de bevolking massaal tegen de partij en de regering in actie komen. Zij deed dit door steeds grotere demonstraties in de steden te houden en door burgerbewegingen te vormen.

De ‘loze’ idealistische beloften van de leiders voor een socialistische heilstaat kwamen in botsing met de harde werkelijkheid. De hervormingen die de bevolking eisten waren beïnvloed door Gorbatsjovs perestroika, buitenlandse laster-campagnes tegen de DDR, slechte sociale en economische voorzieningen. Deze eisen werden door de leiders niet vervuld maar beantwoord met arrestaties, onderdrukking en uitwijzing. Veel burgers wachtten niet langer en vertrokken, partijleden zeiden hun lidmaatschap op en de partij begon haar macht over de staat en samenleving te verliezen.

De partijleiding moest hervormen om de macht terug te veroveren. Was Krenz genoeg hervormingsgezind, om ‘die Wende’ zoals hij het zelf noemde, voor elkaar te krijgen en lieten de bestaande machtsstructuren het ook toe?

De laatste maanden van het DDR regime

Kan partijleider Egon Krenz, in de laatste fase van de heerschappij van zijn partij, worden gezien als een hervormer? Een hervormer die door tegemoet te komen aan de hervormingseisen van de bevolking, de macht van de partij en de partij zelf had kunnen redden?

Een militair eerbetoon aan Krenz bij diens aantreden
Wikimedia commons / Deutsches Bundesarchiv

Diverse ambassades in Oost-Berlijn hielden de ontwikkelingen in de top van de SED nauwlettend in de gaten. Eind augustus al had de Nederlandse ambassade zich over de vraag van de opvolging van partijleider Honecker gebogen, waarbij aan Krenz de grootste kansen werden toegedicht. Dat Krenz een geloofwaardig alternatief voor Honecker zou kunnen zijn werd echter door velen betwijfeld.

De NRC schreef op 9 oktober 1989 dat het wereldbeeld van de nieuwe leider “niet wezenlijk verschilt van dat van zijn mentor Honecker en dat het DDR-beeld voor alles wordt gekenmerkt door onzekerheid over de eigen legitimiteit, onzekerheid over de consequenties van hervormingen in een land dat nog geen natie is maar een staat, gebouwd op ideologische grondslag.”

Enkele dagen later constateerde de Nederlandse ambassadeur Jacobs echter een verandering in de kijk op Krenz. In zijn commentaar op de grote demonstratie in Leipzig op 9 oktober 1989 schreef Jacobs dat “het krediet” voor het niet ingrijpen door de veiligheidstroepen op die dag naar Krenz ging. Hij was binnen de SED met veiligheidszaken belast. Hij was dus ook verantwoordelijk voor het vreedzame verloop van die dag. Dit verbaasde de ambassadeur gezien de reputatie van Krenz, maar het paste wel bij enkele opmerkelijke ‘kritische’ artikelen in de krant Junge Welt, die als spreekbuis van de oud-voorzitter van de jeugdbond (Krenz) kon gelden. “Is Krenz bezig zich te elfder ure af te scheiden van Honecker (en van zijn eigen reputatie)?”, vroeg Jacobs zich af. (…)

De Oost-Duitse reacties op Krenz’ aankondiging van een ‘Wende’ van de partijpolitiek waren volgens Jacobs nogal “sceptisch en schouderophalend.” Bemoedigend was wel dat Krenz lange passages aan de economie wijdde, want dit gaf aan dat hij zich van de ernst van de economische problemen bewust was. Het viel echter tegen dat Krenz bij alle dialoogpolitiek niet bereid bleek de nieuwe oppositiebewegingen als partner te accepteren. (…)

Duizenden aanhangers van de partij geven gehoor aan de oproep van Krenz om in protest te komen.
Wikimedia commons / Deutsches Bundesarchiv

In de weken na zijn aantreden trachtte Krenz haastig het vertrouwen van de bevolking te winnen door een nieuwe politieke stijl te ontwikkelen. Zo probeerde hij de bevolking tegemoet te komen op het vlak van de medezeggenschap en hen reisvrijheid aan te bieden. Het massale vertrek van DDR-burgers was een van de grootste problemen voor Krenz.

Geloofwaardigheid als hervormer

Zijn geloofwaardigheid als hervormer was echter zeer discutabel. Ten eerste vonden veel Oost-Duitsers het teleurstellend dat hij enkele dagen na zijn aantreden als partijleider ook tot voorzitter van de Staatsraad en de Nationale Verdedigingsraad van de DDR was verkozen. Hierdoor bleef immers alle macht geconcentreerd in een persoon, net als bij zijn voorganger Honecker. Het werd ook al meteen duidelijk dat hij vasthield aan de centrale machtspositie van de partij.

Krenz spreekt de Volkskammer toe
Wikimedia commons / Deutsches Bundesarchiv

Krenz werd bovendien achtervolgd door zijn verleden als tweede man achter Honecker en als voorzitter van de kiescommissie die verantwoordelijk was geweest voor de verkiezingsfraude van mei 1989. Begin oktober had hij zich zelfs lovend uitgelaten over het neerslaan van de studentenprotesten in Peking in juni 1989.

De Nederlandse ambassade en de Nederlandse pers signaleerden scherp dat het volk Krenz’ toezeggingen als ‘too little, too late’ beschouwde, door de dubbelheid van zijn ’Wende’-politiek. Zo schreef de ambassade dat Krenz’ rede op 24 oktober 1989 wel een teleurstelling moest zijn. Met name zijn aankondiging op het vlak van de reisvrijheid en de verkiezingsprocedures waren in de ogen van de protestbewegingen niet toereikend: “De eisen van de protestbeweging gaan daar al lang bovenuit: totale reisvrijheid, vrije en geheime verkiezingen, vrijheid van vereniging en vergadering, afschaffing van de censuur, scheiding van partij en staat. Het volk wilde nu ook afschaffing van het machtsmonopolie van de partij.” (…)

Het was de vraag waarom de leiding met dergelijke ontoereikende voorstellen kwam. Het NRC leek een verklaring te zoeken in het te ver uiteenlopen van de visie van de leiders en de wensen van de burgers. Dit probleem kwam voort uit het feit dat de hervormingen in de DDR in wezen te laat waren begonnen. Dit leidde volgens Trouw tot het schrijnende tafereel dat Krenz de “boeren- en arbeidersstaat” bleef koesteren “terwijl de boeren en arbeiders (vertrokken)”

Bovendien hield Krenz vast aan zijn ideologische opvatting dat veranderingen slechts konden plaatsvinden met behoud van het socialisme en zelfs in dienst van verbetering van het socialisme moest zijn. Krenz was en bleef een harde communist. In een interview met Welt in 2007 herhaalde Krenz zijn socialistische overtuiging en verwees hierbij naar het politieke systeem van de Bondsrepubliek: “Das politische system, das jetzt existiert, ist nicht mein System” (“Het politiek systeem, zoals dat nu bestaat, is niet mijn systeem”).

Liet het politieke systeem van de DDR hervormingen toe?

Onderzoek achteraf leert dat, mocht Krenz daadwerkelijk hervormingen hebben ingevoerd, dat dit ten koste zou gaan van de machtspositie van de partij. Hij was bij voorbaat kansloos geweest om het socialistische DDR en de leidinggevende rol van de SED daarin te redden.

Ten eerste betekende de dialoogpolitiek van Krenz met oppositiebewegingen het einde van de leidinggevende rol van de SED in de DDR. Ten tweede was de grondwettelijk vastgelegde leidinggevende rol van de SED door het ‘parlement’ opgeheven. Ten derde was de SED verstrikt in haar eigen politiek systeem, door verstrengeling van partij- en staatsorganen; de partij bezette in de staatsorganen alle sleutelposities, die bij een dialoog met andere partijen moest worden opgegeven. En tot slot werd de legitimiteitskwestie die bij de invoering van een democratisch stelsel met een meerpartijensysteem onderwerp van debat, en daarmee de ‘legitimatie’ van het bestaansrecht van de SED.

Kortom: Enerzijds vreesde zij dat de DDR, door de bevolking met ingrijpende hervormingen tevreden te stellen, kapitalistisch zou worden. Dit zou het bestaansrecht van een aparte Oost-Duitse staat naast de Bondsrepubliek ondermijnen. Anderzijds zou de leegloop van de DDR bij uitblijven van hervormingen waarschijnlijk aanhouden, waardoor de machtspositie van de SED en de Oost-Duitse staat evenzeer werd aangetast. Door ontwarring van de vervlechting staat-partij-ideologie betekende dat, dat door het domino-effect, de een na de ander pilaar zou vallen. Hoe dan ook, de eenwording van beide Duitslanden was onomkeerbaar.

Peter Vogel is buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2010 zal hij promoveren op een proefschrift waarin ‘het denken en handelen van de leden van het Politburo en de regering van de DDR met betrekking tot het binnen- en buitenlands beleid gedurende de jaren 1985-1989’ aan Amerikaanse theorieën wordt getoetst.

Literatuur

  • Pekelder, J., Nederland en de DDR. Beeldvorming en betrekkingen 1949-1989, Amsterdam l998.
  • Büssem, A., ‘Egon Krenz gibt den Traum vom Sozialismus nicht auf’ in Mitteldeutsche Zeitung DDR-Geschichte
  • ‘Egon Krenz – ein Reformer?’ in Der Spiegel 43/1989 van 23.10.1989, blz. 16-17
  • Krenz hat seinen Frieden noch nicht gemacht
  • ‘Die SED in die Opposition.’ in Der Spiegel 44/l989 van 30.10.l989, blz. 24-25a
  • ‘Krenz macht kein Lenz’ in Der Spiegel 44/l989 van 30.10.1989, blz. 18-19
  • Die Volksseele kocht
  • Herbst, A., Stephan, G.R., en Winkler, J., Die SED. Geschichte-Organisation-Politik Ein Handbuch Berlin, 1997.

Zie verder

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 mei 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.