Je leest:

Wapenwedloop onder water

Wapenwedloop onder water

Auteur: | 14 februari 2003

Planktondiertjes en –plantjes, de hoofdrolspelers in het voedselweb onder water, staan iedere dag bloot aan bedreigingen van andere waterbewoners die hen als een lekker hapje beschouwen. Gelukkig weet het plankton zich prima te bewapenen tegen de vele vijanden. Dit artikel gaat over verschillende kanten van flexibele verdediging. Eerst gaan we kijken hoe je zo goedkoop mogelijk jezelf kunt verdedigen. Dan gaat het over spionage onder water. Vervolgens kijken we naar verschillende verdedigingstactieken. Als laatste komt aan bod waarom er eigenlijk onderzoek gedaan wordt aan flexibele verdediging, en wat we de komende jaren nog voor spectaculaire ontdekkingen kunnen verwachten.

Als je onder de microscoop een druppel water bekijkt, dan lijkt het alsof er iemand plezier in had om de meest krankzinnige levensvormen te bedenken (zie afbeelding 1). Wat je echter ziet is het resultaat van evolutie op het scherpst van de snede: de noodzaak om jezelf te kunnen aanpassen in de continue veranderende leefomgeving. Voordat je verder gaat met lezen, bedenk dan wat het is om plankton te zijn.

Afbeelding 1: een druppel slootwater onder de microscoop. Foto NIOO-CL.

Wonen onder water

Voor mensen betekent wonen op of aan het water ontspanning: verkoeling, ruisende wind, grappige weerspiegelingen, kabbelende golven…. Alle ruimte voor reflectie op het dagelijkse, hectische leven. Voor de echte waterbewoners, het plankton, is het echter allemaal heel wat minder rustig en lieflijk. Plankton is een verzamelnaam voor zeer kleine, vrij in het water zwevende plantjes (algen of fytoplankton) en langzaam zwemmende diertjes (zoö- of dierlijk plankton). Als planktonwezen moet je voortdurend op je hoede zijn voor soortgenoten die jou het brood uit de mond willen stoten. Soms is het onzeker of je langere perioden zonder voedsel kunt overleven. Soms word je te zwaar en zak je weg naar de duistere diepten van de bodem of er zijn vijanden aanwezig die je simpelweg in één hap kunnen verzwelgen.

Het voedselweb

Onder water is het een kwestie van eten of gegeten worden. Zeker wanneer je bedenkt dat er ook nog bewoners als parasieten, ziekteverwekkers en schimmels, druk aan het mee-eten zijn. Het voedselweb onder water wordt gevormd door een heel netwerk van relaties tussen predatoren (roofdieren) en prooien. Voor het voortbestaan van de soort is het belangrijk zoveel mogelijk te eten, zodat er energie is voor het maken van nakomelingen. Maar voordat je aan de voortplanting toekomt, moet je je natuurlijk eerst staande zien te houden tussen de veelheid aan vijanden. Vandaar dat overal in de natuur verschillende verdedigingstrategieën te vinden zijn: een neushoorn heeft een hoorn, een stekelvarken steekt en een brandnetel brandt.

Directe en indirecte kosten

De bovengenoemde prikkende soorten hebben verder met elkaar gemeen dat ze hun verdediging altijd bij zich dragen. Wat heel handig is als er om iedere hoek gevaar kan schuilen. Zo’n verdediging brengt echter ook kosten met zich mee. Dat zijn niet alleen de directe (energetische) kosten van zo’n verdediging. Het stekelvarken heeft heel wat energie gestoken in het maken van de stekels. Maar ook het meezeulen van zo’n verdediging kost energie: de hinder die het stekelvarken ondervindt bij zijn dagelijkse en minder dagelijkse activiteiten. Denk maar eens aan de kosten van een brommerhelm en hoe prettig je je zou voelen als je de hele dag met dat ding op zou moeten lopen: het is warm en zwaar en niemand kan je gezicht meer zien. Er zijn ook mensen die zelfs op de brommer hun helm maar half op hebben. Maar helemaal onbeschermd rondlopen of rondrijden vinden is niet verstandig.

Flexibele verdediging

Dé oplossing die de natuur heeft uitgevonden voor het moeten beschikken over kostbare maar noodzakelijke verdediging, is verdediging die je pas aanzet als je hem nodig hebt: flexibele of induceerbare verdediging genaamd. Flexibele verdediging komen we daarom ook overal in de natuur tegen: er zijn bijvoorbeeld bacteriën die een grote groep vormen als ze gegeten worden, planten die om hulp kunnen roepen als er aan ze geknaagd wordt en vissen die een hogere rug krijgen bij aanwezigheid van roofvissen en weer slanker worden als de roofvissen er niet meer zijn. Alleen bij een echte dreiging worden kosten gemaakt. De energie die op deze manier bespaard wordt, kan worden gestoken in nuttiger zaken zoals het maken van kinderen. Belangrijk is dus dat je de verdediging kunt aanzetten wanneer er daadwerkelijk gevaar dreigt. Maar minstens zo belangrijk is het dat je de verdediging weer kunt uitzetten wanneer er geen gevaar meer is. Net als bij de brommerhelm, die je af doet als je op de plaats van bestemming bent aangekomen

Spionage onder water

Om in te schatten of er werkelijk gevaar dreigt, is het zaak om betrouwbare informatie te filteren uit de wirwar van indrukken waaraan je onder water staat blootgesteld. We zullen eens kijken wat je allemaal kan waarnemen van je vijanden onder water.

Kijken onder water

In een troebel meer moet je een goed stel ogen hebben, omdat er een hoop rondzwemt dat juist helemaal geen bedreiging vormt. Als je jouw vijand ziet, moet je wel een hele snelle zwemmer zijn om nog op tijd te kunnen vluchten. Vaak heeft deze jou al veel eerder gezien en ben je te laat. Plankton kan echter niet snel zwemmen. Vandaar dat de op-het-laatste-moment-wegzwemstrategie ook alleen voorbehouden is aan vissen en wat grotere insecten. En zelfs met goede ogen en zwemspieren kun je nog verrast worden door een belager die zich heeft verschanst in een hinderlaag van stenen of waterplanten.

Horen en voelen onder water

Plankton is te klein om over een goed stel oren te beschikken. Bepaalde planktondiertjes (copepoden of eenoogkreeftjes) kunnen wel op hun gevoel vertrouwen. Zij bezitten zintuigen die drukveranderingen in het water kunnen voelen (mechanoreceptoren). Nadeel hiervan is dat elke andere drukverandering (zoals golvend water ook kan zorgen voor een vluchtreactie. Je kunt je voorstellen dat de kosten van het vluchten flink kunnen oplopen. Voor het meeste andere plankton geldt echter dat je bij het voelen van je belager op dat moment al naar binnen gewerkt wordt, en dat is dus te laat.

Ruiken onder water

Wij mensen zijn afhankelijker van geurinformatie dan je op het eerste gezicht zou zeggen: baby’s herkennen hun moeder door geur, verliefdheid wordt onbewust gestuurd door allerlei geuren, en ook eten en drinken proef je voornamelijk met de neus. Verkouden mensen missen daardoor een hoop informatie die noodzakelijk is in het dagelijks leven. Net als boven water worden ook onder water aan de lopende band geurstoffen uitgescheiden. Sommige stoffen worden bewust uitgezonden (zoals lekkere geurtjes om partners aan te trekken), maar een heleboel geuren komen vrij met het afval van de stofwisseling. Vooral door de geuren die per ongeluk vrijkomen kun je onder water een goede inschatting maken welke vijanden er in de buurt zijn en met hoeveel ze zijn. Daarom heten deze stoffen informatiechemicaliën of (kort) infochemicaliën. Van alle vormen van informatie leveren infochemicaliën de meest volledige en betrouwbare informatie. Want alles wat in de buurt zweeft is in principe te ruiken. Veel infochemicaliën komen vrij op het moment dat een predator actief aan het eten is; dit geeft dus een hele goede indicatie van de daadwerkelijke dreiging. Infochemicaliën hebben echter als nadeel dat ze zich een stuk langzamer verplaatsen dan licht of geluid. Om een aanval te snel af te zijn, zijn deze stoffen daarom niet geschikt. Voor spionagedoeleinden geven infochemicaliën echter de meest gevoelige informatie.

Weerloze prooien?

Voor de meeste planktonsoorten zijn er eigenlijk helemaal geen mogelijkheden om aanvallen van belagers op tijd te ontvluchten, omdat ze òf vrij zweven in het water (bijvoorbeeld algen) òf veel te langzaam zwemmen. Maar dat betekent nog niet dat ze daardoor weerloze prooien zijn. Kennelijk zijn er nog een heleboel andere soorten verdediging die kunnen worden toegepast bij dreiging: deze vormen van verdediging zijn meer een vorm van preventie. Ze voorkomen dat er schade kan worden opgelopen. Voor zulke voorzorgsmaatregelen zijn infochemicaliën bij uitstek geschikt, omdat ze juist vrijkomen wanneer er predatoren actief aan het eten zijn. Op die manier geven infochemicaliën het meest complete beeld van de dreiging op dat moment. Het plankton kan op basis hiervan beoordelen of het nodig is om bepaalde maatregelen al of niet te nemen, en dat kunnen er een heleboel zijn.

Voorkomen dat je je belager tegenkomt

Voorkomen dat je je belager tegenkomt is de meest verstandige strategie: gewoon zorgen dat je niet bent waar je vijand zich bevindt. Dit is echter niet altijd vol te houden: je belagers hebben het immers op jou gemunt en zij zitten vaak op de plekken waar jij ook je eten zoekt. En aangezien je toch moet eten, is dat meestal niet lang vol te houden. Er zijn echter predatoren die afhankelijk zijn van het daglicht om jou te kunnen zien: als je je overdag ergens anders schuilhoudt en ’s nachts tevoorschijn komt, heb je dus niets te vrezen. Wel moet je je kunnen bewegen tussen je schuilplaats overdag en je eetplaats ’s nachts. Dit vermijdingspatroon word dagelijkse migratie genoemd en kan bij dierlijk plankton in ondiep water horizontaal (overdag schuilen in de oeverzone) en in diep water verticaal (overdag schuilen in diepere waterlagen) voorkomen. In zekere zin kun je migratie zien als een heel langzame manier van vluchten en kan het ook goed gebruikt worden als flexibele verdediging. De kosten van het heen en weer zwemmen kunnen echter hoog oplopen als de afstand tussen schuilplaats en eetplaats groot is. Verder is er op de schuilplaats meestal minder eten te halen. Dus als er geen vijanden zijn, ga je natuurlijk niet jezelf de hele dag zitten verstoppen, je hebt wel belangrijkere dingen te doen!

Voorkomen dat je opgemerkt wordt

Als je een ontmoeting met je belager niet kunt voorkomen, dan kun je wel voorkomen dat je opgemerkt wordt. In helder open water is dit heel moeilijk. Je kunt hooguit proberen om doorzichtig of heel klein te worden, maar dan moet je dat wel kunnen. Deze verdediging is ook moeilijk flexibel toe te passen, klein worden kun je vaak niet zelf, hooguit kun je zorgen dat je kleinere kinderen krijgt als je merkt dat je belagers in de buurt zijn. Het is wel duidelijk dat dit soort fratsen alleen uitgehaald kan worden als het echt niet anders kan (kleine kinderen zijn meestal ook zwakker) en als je verwacht dat je nakomelingen nog last zullen hebben van de belager waar deze verdediging tegen ontwikkeld wordt. Kleinere kinderen zijn misschien zonde van de investering omdat ze minder sterk zijn (en dus weer minder kans geven op kleinkinderen), terwijl de vijand allang verdwenen kan zijn tegen de tijd dat zij geboren worden. Alleen bij lang levende vijanden kan deze strategie de moeite waard zijn.

Voorkomen dat je aangevallen wordt

Als het niet lukt om te voorkomen dat je opgemerkt wordt, dan kun je door opvallend vies, afschrikwekkend of giftig te zijn voorkomen dat je aangevallen wordt. Dit is een strategie die veel zelfvertrouwen vergt: je moet ervan overtuigd zijn dat het werkt, want het is je enige kans op overleving. Als minuscuul planktonplantje of -diertje maak je meestal met je uiterlijk niet zoveel indruk op je belager. Wel kun je natuurlijk een vieze geur of smaakstof uitscheiden waardoor je belagers geen trek meer in jou hebben. Sommige planktonsoorten kunnen zelfs gifstoffen aanmaken, of worden in zijn geheel giftig onder bepaalde omstandigheden. Dergelijke stoffen moeten natuurlijk wel lang van tevoren worden aangemaakt, dus vaak is dit type verdediging niet zo flexibel als het in eerste instantie lijkt. De kosten van het maken en meedragen van afschrikstoffen zijn immers al gemaakt op het moment dat je belaagd wordt.

Voorkomen dat je naar binnen gewerkt wordt

Als een aanval niet voorkomen kan worden, dan moet je ervoor zorgen dat je niet naar binnengewerkt wordt. Dit is de favoriete strategie van veel planktonsoorten, die vaak ook redelijk snel in te zetten is. Je kunt bijvoorbeeld zorgen dat je bij dreiging groter wordt, zodat het heel moeilijk wordt om naar binnen gewerkt te worden. Veel ééncellige algen en bacteriën vormen daarom meercellige kolonies (zie afbeelding 2). Dit soort kolonies kan meestal nog wel gegeten worden, maar zijn niet echt hapklare brokken meer, waardoor predatoren eerder op zoek zullen gaan naar soorten die meer in de buurt van hun ideale hapgrootte liggen. Ook de trilhaardiertjes Colpidium kleinii en Euplotes octocarinatus veranderen van vorm en worden groter wanneer ze worden blootgesteld aan infochemicaliën van hun predatoren. Ze veranderen dan van een soort boonvorm in een grote bol. Groter worden kost echter wel het nodige: bolvormige trilhaardiertjes groeien, delen en bewegen zich minder snel dan boonvormige. Een algencel in het midden van een kolonie kan minder makkelijk bij licht of bij voedingsstoffen dan een alleenstaande algencel. Verder zinkt groter plankton sneller naar de bodem, net als een steen sneller zinkt dan een zandkorrel. Op de bodem zijn minder voedingsstoffen en licht dan in hogere waterlagen, zodat leven op de bodem ongunstig is.

Afbeelding 2: de groenalg Scenedesmus obliquus. Dit is één en dezelfde soort, en alle vormen kunnen in elkaar overgaan.Duidelijk te zien is dat er naast eencellige algen (spoelvormige cellen) ook meercellige kolonies voorkomen, die ontstaan onder invloed van infochemicaliën. Foto A.M. Verschoor.

Hinderen kan ook met stekels, deze zijn niet prettig als die in je maaltijd zitten. Een hoop bekende algensoorten zijn permanent in het bezit van stekels, ook omdat stekels vaak helpen bij het blijven zweven in het water. Er zijn echter ook planktondiertjes die bij dreiging langere stekels kunnen krijgen (zie afbeelding 3) of hun jongen langere stekels meegeven als ze (via infochemicaliën) in de gaten hebben dat ze bedreigd worden. Door de hinder die belagers ondervinden van de stekels kan het niet alleen zijn dat de belagers minder trek krijgen, maar soms is het zelfs nog mogelijk om na een aanval te ontsnappen naar veiliger oorden. Het maken van stekels kost natuurlijk ook energie, maar omdat stekels meestal vrij klein zijn in verhouding tot de rest van het lichaam vallen die kosten meestal wel mee. Het dragen van stekels maakt je echter wel minder beweeglijk, wat lastig kan zijn bij eten zoeken of andere activiteiten.

Afbeelding 3: het raderdier Brachionus calyciflorus, grazend op Scenedesmus obliquus (de cellen eromheen). Aan de onder- en bovenkant van het beest zitten stekels die onder invloed van infochemicaliën langer kunnen worden. Foto A.M. Verschoor

Voorkomen dat je verteerd wordt

Zelfs als je naar binnen gewerkt wordt, dan kan er nog een laatste redmiddel zijn: voorkomen dat je verteerd wordt. Hiervoor moet je wel zorgen dat je tegen grote verschillen in zuurgraad (pH) kan: vaak is het in de maag heel zuur, terwijl het elders weer heel basisch is. Verder moet je hopen dat je geheel wordt doorgeslikt, en dus niet bij het naar binnen werken al fijngemalen wordt. Hiervoor moet je heel taai zijn, en bij voorkeur heel klein in verhouding tot je predator (anders hapt deze je eerst nog in stukken voordat je ingeslikt wordt). Kleine algen met een dikke celwand of een slijmlaag beschikken over die eigenschappen, en hebben inderdaad laten zien dat ze soms heelhuids weer uitgepoept worden. Het is echter nog niet bekend of ze die taaiheid flexibel kunnen inzetten, maar wel dat ze onder slechte omstandigheden (bijvoorbeeld voedselgebrek) taaier worden.

Wapenwedloop onder water

Het is verbazingwekkend dat zoveel simpele plantjes en diertjes over zulke geavanceerde verdedigingsstrategieën beschikken. Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof leven onder water best wel meevalt. Vergis je echter niet: het is een keiharde wereld. Alle planktonsoorten die je tegenwoordig ziet behoren tot een heel select gezelschap: dit zijn namelijk de soorten die zich steeds weer hebben kunnen aanpassen tegen de minste kosten. Je hebt gezien dat de kosten van het hebben van verdediging soms nog behoorlijk hoog kunnen zijn. Zo hoog, dat de soorten die te veel geïnvesteerd hebben in verdediging, niet veel energie meer over hadden om zich voort te kunnen planten, wat kan leiden tot het uitsterven van een soort. Ook van de soorten die te weinig in verdediging hadden geïnvesteerd, hebben we nooit meer wat gehoord. Alleen de soorten die precies genoeg hebben geïnvesteerd in verdediging blijven uiteindelijk over. De predatoren zitten echter ook niet stil: zij zijn voor hun voortbestaan immers afhankelijk van hun prooien. Daarom worden zij ook gedwongen om zich voortdurend aan te passen, bijvoorbeeld door een grotere bek te krijgen of door op andere plaatsen naar prooien te gaan zoeken. Hier zijn natuurlijk ook weer kosten aan verbonden, zodat de predatoren die zich tegen de minste kosten het snelst aanpassen overblijven. Zo zijn predator en prooi voortdurend verwikkeld in een nooit ophoudende wapenwedloop. Stil blijven staan kan niet, omdat je dan meteen wordt ingehaald.

Onderzoek aan flexibele verdediging

Het bestaan van flexibele verdediging onder water is vrij lang onbekend gebleven. Als een ‘verdediger’ overgaat in een ‘niet-verdediger’ (en andersom), dan kunnen deze twee vormen gemakkelijk voor verschillende soorten worden aangezien. Zeker als je niet weet wat de oorzaak van de vormverandering was. Zo werden groenalgen uit de Scenedesmus-familie lange tijd in veel verschillende families ondergebracht. Pas door kweken in het laboratorium onder gecontroleerde omstandigheden (geen algenetende watervlooien) en met behulp van DNA-technieken zijn we erachter gekomen dat er één Scenedesmus-familie met heel veel flexibele soorten is (zie afbeelding 2). Ook zagen onderzoekers die aan meren werkten dat veel soorten dierlijk plankton in de loop van het seizoen geleidelijk van vorm veranderden. Pas later bedacht men dat die vormverandering wel eens veroorzaakt zou kunnen worden door de hoeveelheid predatoren die toe- en afneemt in de loop van het seizoen. Mooie voorbeelden hiervan zijn te vinden bij watervlooien in Deense meren (zie afbeelding 4).

Vorm van de watervlo Daphnia cucullata in de loop van het jaar. Helemaal aan de linkerkant is de vorm van deze watervlo te zien in november, ieder plaatje rechts daarvan is een maand later, zodat uiteindelijk de meest rechtse watervlo de vorm laat zien in juli. Het gaat hier dus ook om 1 soort! In de loop van het jaar nemen de lengte van de staartstekel (beneden) en de helm (boven) toe, terwijl in dezelfde tijd ook het aantal belagers van deze watervlo toeneemt. Deze plaatjes zijn vrij naar afbeeldingen uit de boekenserie Plankton investigations in the Danish lakes van de Deense onderzoekster Dr. C. Wesenberg-Lund (1908).

Flexibele verdediging in het waterbeheer

Dierlijk en plantaardig plankton spelen een hoofdrol in het voedselweb van onze wateren. Het is van belang dat wij veel weten over deze rol. Zo kunnen we beter ingrijpen als de natuur onder water verstoord raakt of als we het ecosysteem een bepaalde kant op willen sturen. Soms zien we bijvoorbeeld plotseling massaal giftige algen opkomen in de zee. Ook is de kwaliteit van het plankton belangrijk wanneer we oppervlaktewater willen gebruiken voor de bereiding van driknkwater. Door het beter begrijpen van verdedigingsmechanismen kunnen we waterecosystemen zich in een bepaalde gewenste richting laten ontwikkelen, bijvoorbeeld helder water met weinig algen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer algen zich niet minder kunnen verdedigen, zodat ze makkelijker weggegeten kunnen worden door watervlooien. Of, wanneer er niet genoeg watervlooien zijn, er met behulp van geschikte infochemicaliën voor zorgen dat algen meercellige kolonies vormen die makkelijk wegzinken naar de bodem. Hiervoor is het in de eerste plaats belangrijk om een beeld te krijgen van het informatieweb: het totale netwerk van infochemicaliën in het voedselweb onder water.

Opheldering van het informatieweb

Experimenten hebben laten zien dat de groenalg Scenedesmus obliquus alleen kolonievorming laat zien als er echt gegraasd wordt; op alleen stoffen uit kapotte algen of dierlijk plankton werd niet gereageerd. Bij Wageningen Universiteit, leerstoelgroep Organische Chemie proberen onderzoekers de scheikundige structuur te ontrafelen van de infochemicaliën die vrijkomen als raderdiertjes en watervlooien grazen op fytoplankton. Aan verschillende instituten en universiteiten in Duitsland trachten andere onderzoekers op dit moment de stof te ontrafelen die vissen verspreiden en waardoor watervlooien dagelijkse verticale migratie vertonen. Zelfs door de mens gemaakte chemicaliën kunnen in het water een verdedigingsreactie teweegbrengen in het plankton, ook wanneer er geen natuurlijke vijanden aanwezig zijn. Deze stoffen geven dus valse informatie, en worden daarom infodisruptors (informatieverstoorders) genoemd. Zelfs wanneer een dergelijke stof niet giftig is, kan een infodisruptor toch een verstorende werking hebben op het voedselweb. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bepaalde stoffen die in schoonmaakmiddelen zitten ook kolonievorming kunnen veroorzaken bij Scenedesmus obliquus.Aangezien deze alg wereldwijd voorkomt, en er dagelijks behoorlijk veel schoonmaakmiddel in het oppervlaktewater terecht komt via het riool, kan deze onnodige verdediging behoorlijke gevolgen hebben voor het leven in het zoete water. De leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer van Wageningen Universiteit onderzoekt momenteel dergelijke effecten.

Flexibele verdediging in het natuurbeheer

In veel ecosystemen op aarde zijn in hoog tempo planten en dieren aan het verdwijnen, maar er is de nodige discussie over hoe erg dit is. We weten hierbij vaak nog te weinig van het belang van de verdwijnende soorten voor deze ecosystemen: met hoeveel soorten heb je bijvoorbeeld nog een gezond oerwoud of een meer dat langere tijd kan blijven voortbestaan. Ondanks het feit dat overal in de natuur flexibele verdediging voorkomt, weten we eigenlijk nog heel weinig van het belang van flexibele verdediging voor het in stand houden van deze ecosystemen. Wiskundige modellen voorspellen dat systemen waarin flexibele verdediging voorkomt, stabieler zijn (minder schommelingen in aantallen van de verschillende soorten in de tijd). Als er schommelingen zijn, dan zijn de minimale aantallen van systemen met flexibel verdedigde soorten hoger dan die met niet of juist permanent verdedigde soorten. Met lagere minimale aantallen hebben soorten bovendien minder kans om uit te sterven.

De komende jaren zullen deze voorspellingen in het laboratorium worden getest bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Bij het NIOO-Centrum voor Limnologie (= zoetwateronderzoek) voer ik momenteel samen met anderen onderzoek uit aan een predator-prooisysteem bestaande uit de eerder genoemde groenalg Scenedesmus obliquus (zie afbeelding 2) en het raderdiertje Brachionus calyciflorus (zie afbeelding 3). Dit zijn soorten waarvan de verdedigingseigenschappen al goed onderzocht zijn en daarom lenen zij zich zeer goed voor dit onderzoek. Deze soorten staan model voor een plant en een planteneter met induceerbare (flexibele) verdediging, en hoeven dus niet alleen betrekking te hebben op onder water. Het draait er hier meer om hoe flexibele verdediging de stabiliteit van de samenleving van ‘planten’ en ‘planteneters’ beïnvloedt. In de nabije toekomst zal dit laboratoriumsysteem uitgebreid worden met een ‘diereneter’, Asplanchna sieboldii(ook een raderdier, en predator van Brachionus calyciflorus). Later zullen we deze voedselketen verder uitbreiden naar voedselwebben die bestaan uit meer soorten die òf geen, òf flexibele, òf permanente verdedigers zijn. Overeenkomsten en verschillen tussen modellen en de laboratoriumvoedselwebben laten zien of we in staat zijn om de belangrijkste processen in deze systemen te begrijpen en te voorspellen. Wanneer dat zo is, kunnen we een inschatting maken hoe belangrijk flexibele verdediging is voor het voortbestaan van natuurlijke ecosystemen.

Bronnen

Tollrian, R., & C. D. Harvell (eds.), 1999. The ecology and evolution of inducible defenses. Princeton University Press, Princeton, USA.

Brönmark, C., & L.-A. Hansson, 1998. The biology of lakes and ponds. Oxford University Press, Oxford.

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI).
© Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI), sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 februari 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.