Je leest:

‘Wanneer heb jíj voor het laatst iemand vermoord?’

‘Wanneer heb jíj voor het laatst iemand vermoord?’

Auteur: | 1 september 2012

Als je alle waardeoordelen achterwege laat, en je kijkt met zuiver statistische ogen naar geweld onder mensen, dan is er maar één conclusie mogelijk: de mens is een vreedzame soort.

Ga maar na: zelfs in landen met een relatief extreem hoog geweldsniveau ligt het percentage moorden ver beneden de 1%. Maar misschien wel juist omdat we zo’n vreedzame soort zijn, krijgt geweld wel veel aandacht. Als ik op een congres moet spreken breng ik het ook wel eens wat plagerig. “Wie heeft er recent nog wel eens iemand vermoord?” vraag ik dan. Er gaat nooit een vinger omhoog, en dat is volgens mij niet omdat ze het niet durven toegeven.’

Professor Douglas Fry, antropoloog aan de Åbo Universiteit, Finland: “Wanneer heb jíj voor het laatst iemand vermoord?”
Eigen archief Prof. Douglas Fry, Åbo Universiteit

Douglas Fry, Amerikaans antropoloog in Finse dienst, bestudeert het fenomeen conflict in de meest uiteenlopende culturen. Want over conflicten bij onze verre voorouders kun je eigenlijk alleen wat zeggen door naar de verschillende culturen van nu te kijken. Van fenomenen die nu nog onder de meest uiteenlopende culturen te zien zijn, mag je volgens Fry aannemen dat die dus ook bij onze voorouders aanwezig waren.

“Zo kennen mensen een universeel arsenaal van manieren om conflicten te voorkómen en op te lossen. De eenvoudigste is het vermijden van conflicten. Overal zie je mensen weglopen voor een potentieel conflict. Ook bemiddeling door derden – ouders, dorpsoudsten, vrienden – is universeel, net als enige vorm van onderhandeling tussen de partijen in het conflict. Het is dus duidelijk dat conflict niet, of beter gezegd, zelden tot agressie leidt.”

De basis mag dan universeel zijn, de verscheidenheid in manieren waarop culturen die ‘gereedschappen’ gebruiken is haast onvoorstelbaar, zo blijkt uit een kleine bloemlezing door Fry. “In Afrika is een volk dat het oordeel over een conflict overlaat aan niet nader genoemde hogere machten. Als iemand wordt beschuldigd van een misdaad kan hij bijvoorbeeld de opdracht krijgen een rivier over te zwemmen en weer terug. Als hij dat haalt zonder opgegeten te worden door krokodillen, dan is hij blijkbaar onschuldig. Er wordt vervolgens ook niet meer over het conflict doorgezeurd.”

“De Garo, een volk uit de heuvels van de Meghalaya in India en Bangladesh, lossen het iets ‘aardser’ op. Als iemand bijvoorbeeld wordt beschuldigd van ontrouw, dan buigen de oudsten zich ten overstaan van publiek uit het dorp over de kwestie. Partijen worden gehoord, en aan het eind van het verhaal wordt een ‘compensatie’ afgesproken. Die compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van geld, wordt voldaan en daarmee is ook voor hen de kous af. Ze kunnen weer verder met hun leven.”

In bepaalde culturen worden conflicten opgelost via zangwedstrijden.
Hollandse Hoogte

Fry noemt ook voorbeelden van conflictoplossingen die de recente hype van zangwedstrijden op de televisie in een bijna komisch daglicht plaatsen. “Er zijn diverse culturen van jager-verzamelaars, zoals de Inuit in Noord-Amerika, en volkeren in India, die een rituele zangstrijd kennen om conflicten te beslechten. De kemphanen gaan dan letterlijk een zangduel aan. Wordt de strijd niet via zang beslecht, dan kan dat soms worden voortgezet in een gecontroleerde fysieke strijd. De partijen geven elkaar dan om en om een dreun, totdat een van de twee opgeeft.”

Volgens Fry laten al deze voorbeelden zien dat mensen een ingebakken neiging hebben om al te stevige conflicten te vermijden. “En als het dan toch zo ver dreigt te komen, dan zal iedere partij ook nog een min of meer rationele afweging maken: heb ik enige kans? Collega’s die de Yahgan hebben bestudeerd, een nomadisch volk uit Vuurland, in het zuiden van Zuid-Amerika, beschrijven dat de mannen daar bijna letterlijk kunnen koken van woede, maar zich vervolgens toch inhouden als ze weten dat ze geen kans maken.”

Zelfs als het tot een agressieve oplossing van een conflict komt, zal een mens zich van nature inhouden, stelt Fry. “Vergelijk het maar met twee vechtende herten. Eerst proberen ze het conflict te beslechten door een stuk parallel op te lopen. Gaan ze tóch knokken, dan is dat slechts met de geweien en zelden om te verwonden. Een hert dat opgeeft en wegdraait, zal in principe niet meer door de overwinnaar worden aangevallen. En waarom zou hij ook? Op eenzelfde manier zal een mens alleen maar energie en ook krediet binnen de groep verspelen wanneer hij een verliezer natrapt,” stelt Fry.

De Sioux leren al jong hoe je te paard moet strijden.
Hollandse Hoogte

Corrigerende tik

Waar Fry niet anders kan dan concluderen dat het vermijden van conflict in onze natuur zit ingebakken, ziet hij ook dat een agressieve oplossing van een conflict kan worden aangeleerd.

“Onder de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika, de Sioux, is het heel gewoon om jonge kinderen al te leren hoe ze een paard zó kunnen berijden dat ze aanvallen van tegenstanders, hangend naast het paard, kunnen pareren. Ook leren ze vechten vanaf een galopperend paard. Ik denk dat ook moderne, westerse kinderen vaak worden opgevoed met het idee dat agressie een geaccepteerd instrument is om een conflict op te lossen. Hoe kun je een kind anders uitleggen dat een ‘corrigerende tik’ van de ouders oké is?”

Fry veronderstelt dat ook de overtreffende trap van geweld – oorlog – door de omstandigheden wordt ingegeven. “De eerste archeologische aanwijzingen voor echte oorlogen dateren uit de periode dat mensen ook iets kregen om voor te vechten. Vóór die tijd kon er zonder twijfel gedonder ontstaan om een vrouw of een jachtbuit, maar er waren waarschijnlijk geen georganiseerde, duidelijk van elkaar afgescheiden groepen die een reden hadden om in een grootschalig conflict te raken. De veronderstelling dat mensen dus ‘altijd oorlogen hebben gekend’ zou ik willen verwerpen.”

Ook de veronderstelling dat de mens steeds ‘geciviliseerder’ wordt, en er steeds minder oorlogen worden gevoerd, verwerpt Fry. “Met zijn boek ‘Ons betere ik’ laat psycholoog Steven Pinker wel zo’n prettig optimistische wereldbeeld zien. Maar de getallen waarmee hij wil aantonen dat mensen steeds minder oorlog voeren, kloppen eenvoudig niet.”

De gifpijlen van een Batekman zijn niet bedoeld om mensen mee te doden.
Imageselect

“Sterker nog: de voorbeelden waarmee hij wil aantonen dat in sommige oude, Zuid-Amerikaanse culturen, zoals de Ache en de Hiwi, tot zelfs 30% van de mensen stierf door geweld, blijken te gaan om kleine groepen die nota bene door westerse indringers zijn vermoord, niet door de eigen groep. Of kijk naar de oudste bewoners van Labrador, in Canada. Wanneer gingen die zich voor het eerst te buiten aan grootschalig geweld? Toen westerse ‘bezoekers’ ontdekten dat daar huiden van bevers en zeehonden te halen waren. Pas toen ontstonden er grote conflicten over handelswaar.”

“Een collega-antropoloog, Kirk Endicott beschreef het ooit prachtig in een citaat van een Batek-man. De Batek zijn een volk uit Maleisië, dat tot in de jaren twintig van de vorige eeuw gebukt ging onder slavenhandelaren. Endicott vroeg de oude Batek waarom ze de gewelddadige slavenhandelaren niet gewoon uitschakelden met hun uiterst effectieve gifpijlen. ‘Maar dan zou je ze doden!’ sprak de man ontzet.”

Vreedzame samenleving

De antropoloog Fry benadrukt dat de biologie, en dan met name de evolutie, een geweldig scherpe bril biedt om naar conflict, agressie, oorlog en vrede te kijken. “Door als bioloog naar verschillen en overeenkomsten tussen soorten te kijken, en vervolgens als antropoloog naar verschillen en overeenkomsten tussen volkeren binnen onze eigen soort, zou je zelfs enkele voorwaarden kunnen opstellen voor een vreedzame samenleving.”

“Kijk je naar de parallellen tussen de volkeren in het dal van de Braziliaanse Xingu rivier, de Australische Aboriginals en ook naar de Europese Unie – vandaag de dag allemaal vreedzame samenlevingen – dan leer je enkele belangrijke lessen. Niet alleen het benadrukken van verbanden tussen verschillende groepen is belangrijk, ook de afhankelijkheid van elkaar moet je onderstrepen. Daarnaast moeten er effectieve manieren zijn om conflicten te beheersen, en zul je culturele waarden moeten stimuleren die oorlogen afwijzen en vreedzame oplossingen omarmen. De Xingu, bijvoorbeeld, zijn er tot in het diepst van hun hart van overtuigd dat oorlog uiterst ongeciviliseerd is.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.