Je leest:

Waarom willen we alles meten?

Waarom willen we alles meten?

Surveillance van antibiotica­resistentie

Auteurs: en | 30 augustus 2016

Om antibioticaresistentie effectief te bestrijden, is het noodzakelijk om systematisch gegevens te verzamelen over waar welke resistente bacteriën voorkomen en bij welke bevolkingsgroepen: de surveillance.

De surveillance van antibioticaresistentie geeft inzicht in de grootte van het probleem en maakt trends in opkomst en verspreiding van resistente bacteriën zichtbaar, zowel lokaal, nationaal en internationaal. Het RIVM gebruikt deze informatie bijvoorbeeld om uitbraken van infectieziekten te signaleren. De informatie wordt ook gebruikt bij richtlijnontwikkeling en beleidsontwikkeling. Verder geeft de surveillance de mogelijkheid om bestrijdingsmaatregelen (interventies) te evalueren en voor het starten van verdiepend wetenschappelijk onderzoek. Voor dit alles zijn goede vergelijkbare historische achtergrondgegevens essentieel.

Landelijke registratie

Voor het verzamelen van gegevens over antibioticaresistentie is in Nederland een centrale rol weggelegd voor het Infectieziekten Surveillance Informatie Systeem – Antibiotica Resistentie (ISIS-AR), waarin het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM en de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie en de medisch-microbiologische laboratoria actief samenwerken. ISIS-AR verzamelt uitkomsten van antibioticagevoeligheidsbepalingen van de laboratoria.

Bij de start in 2008 deden acht Nederlandse laboratoria mee aan de surveillance. Het streven is dat in 2016 alle ziekenhuizen zijn aangesloten bij ISIS-AR zodat ze inzicht krijgen in lokale resistentiecijfers en de mogelijkheid hebben deze cijfers te spiegelen aan landelijk gemiddelden. ISIS-AR data dragen bij aan inzichten in de epidemiologie van antibioticaresistentie en worden regelmatig gebruikt bij richtlijnontwikkeling.

Fig 03 %28herman sittrop grafisch realisatie bureau%29
Het percentage methicillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) bacterieisolaten in deelnemende EARS-Net landen in 2013.
Biowetenschappen en Maatschappij, Herman Sittrop Grafisch Realisatiebureau

Standaardisatie van gegevens voor betrouwbare surveillance

De waarde van surveillancesystemen, in het bijzonder van systemen die gebaseerd zijn op routine laboratoriumtesten, hangt voor een belangrijk deel af van kwaliteitscontrole van de verzamelde gegevens en de vergelijkbaarheid van de toegepaste methoden. Standaardisatie van de verzamelde gegevens en van de laboratorium methoden is daarom essentieel voor een betrouwbare surveillance. De deelnemende medisch-microbiologische laboratoria sturen maandelijks een, qua structuur vergelijkbaar, bestand met gegevens uit hun laboratorium-informatiesysteem.

Voordat de aangeleverde gegevens in de ISIS-AR-database worden opgenomen, controleert het RIVM de gegevens. Technische tekortkomingen in de gegevensset, zoals missende bacterie-antibioticum combinaties, en uitzonderlijke uitslagen, zoals uitzonderlijke resistenties, worden gesignaleerd. Ook wordt gecontroleerd op afwijkende proporties resistentie ten opzichte van landelijke gegevens of ten opzichte van historische gegevens voor het betreffende laboratorium. De laboratoria ontvangen maandelijks een terugkoppeling van de resultaten. Op basis van deze terugkoppeling worden zo nodig de gegevens gecorrigeerd of aangepast.

Elk laboratorium codeert de gegevens op een eigen manier. Om de gegevens te kunnen vergelijken, doorlopen de databestanden een flink aantal vertaal- en standaardisatiestappen voordat ze gebruikt worden voor het signaleren van trends. Alle gegevensaanleveringen worden vertaald naar uniforme codes voor o.a. micro-organismen, antibiotica, en materialen.

ISIS-AR verzamelt alle opeenvolgende bacteriële kweken en bijbehorende antibioticagevoeligheidsbepalingen van een patiënt. Omdat artsen bij patiënten met een resistente bacterie vaker kweken, bijvoorbeeld omdat de therapie niet werkt of omdat het patiënten zijn die frequent zorg en diagnostiek nodig hebben, leidt het analyseren van alle positieve bloedkweken doorgaans tot overschatting van het totale percentage resistente bacteriën. Daarom is er voor de ISIS-AR-database een aantal rekenmethoden ontwikkeld om de gegevens te bekijken per bacteriestam, per test (screening of klinisch), per instelling, per jaar, per materiaal (bijvoorbeeld bloed) of afdeling (bijvoorbeeld Intensive Care Unit).

ISIS-AR kan zo een goed beeld leveren van de resistentieontwikkeling van bij patiënten geïsoleerde bacteriën en kan daarmee landelijke trends in kaart brengen. De gegevens van ISIS-AR vormen een belangrijke bron voor het jaarlijkse resistentieoverzicht Nethmap. Dit jaarlijkse rapport van het Centrum Infectieziektebestrijding en de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) geeft trends in het antibioticumgebruik en resistentie van belangrijke ziekteverwekkers. Op basis van deze gepubliceerde gegevens kunnen maatregelen genomen worden om antibioticaresistentie te voorkomen en kunnen richtlijnen ontwikkeld worden die artsen helpen het juiste antibioticum voor te schrijven.

Europees netwerk en daarbuiten

Ook op Europees niveau vindt surveillance van antibioticaresistentie plaats. ISIS-AR levert daarvoor jaarlijks gegevens aan het Europese surveillancenetwerk voor antibioticaresistentie EARS-Net (European Antimicrobial Resistance Surveillance Network). EARS-Net is het surveillancenetwerk van de European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) dat inzicht geeft in de verspreiding van antibioticaresistentie in Europa. EARS-Net verzamelt gegevens over de antibioticagevoeligheid van zeven typen bacteriën op basis van gegevens uit de nationale surveillancesystemen van de EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

19.2002296374 %28hollandse hoogte%29
De uitbraak van de multiresistente bacterie Klebsiella pneumoniae bij het Rotterdamse Maasstad Ziekenhuis in 2011 maakte pijnlijk duidelijk dat het strikt volgen van infectiepreventiemaatregelen en een landelijk dekkend en uptodate surveillancesysteem uitermate belangrijk is in de bestrijding van bijzonder multiresistente bacteriën. Het duurde naar schatting twee jaar voordat de buitenwereld hoorde over de uitbraak. Volgens het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van januari 2012 waren er sinds 2009 en mogelijk al eerder problemen met de resistente Oxacillinase- 48 producerende Klebsiella in het Maasstad Ziekenhuis. Deze bacterie is resistent tegen carbapenem, het laatste middel dat kan worden ingezet tegen ESBL-producerende bacteriën.
Biowetenschappen en Maatschappij, Hollandse Hoogte

Daarnaast werkt het RIVM/CIb aan de ontwikkeling van een netwerk van nationale surveillancesystemen voor antibioticaresistentie, in alle landen in de Europese regio die geen deel uitmaken van de Europese Unie en dus niet opgenomen zijn in EARS-Net. Dit doet het RIVM samen met de WHO en ESCMID (European Society of Clinical Microboiology and Infectious Diseases) in het CAESAR-project (Central Asian and European Surveillance of Antimicrobial Resistance).

Surveillance en bestrijding

Het verzamelen van bovenstaande gegevens helpt bij de bestrijding van antibioticaresistentie. Deze bestrijding is gebaseerd op drie principes:

  1. Voorkomen van het ontstaan van resistentie (preventie, goede hygiëne, goed gebruik antibiotica)
  2. Tijdige en betrouwbare detectie van resistente bacteriën (surveillance, zoals in ISIS-AR)
  3. Het voorkómen van verspreiding van (resistente) bacteriën (behandeling, interventies)

Om verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen is inzicht nodig in de achtergrond van een patiënt (zoals leeftijd, onderliggend lijden, beroep, zorggeschiedenis, reisgeschiedenis, potentiële bronnen van blootstelling), welke antibiotica zijn toegediend, wat het klinisch beloop of ernst van een infectie is en de karakteristieken van de bacterie. Het liefst geïntegreerd in een systeem. Dan kan de omvang van de problematiek beter en sneller in kaart gebracht worden, worden transmissieroutes en bronnen eerder zichtbaar, en kan de communicatie en bestrijding beter verlopen.

Ook gezonde populatie testen op resistentie

Om risico’s op verspreiding en risico’s voor de volksgezondheid te begrijpen en te bestrijden is eveneens inzicht in het voorkomen van resistente bacteriën in gezonde populaties noodzakelijk. Dit vergt aanvullende surveillancemethoden omdat bij gezonde mensen niet op routinebasis de benodigde data verzameld worden. Door regelmatig gestandaardiseerde bevolkingsstudies uit te voeren, waarbij bij gezonde mensen gekeken wordt of zij resistente bacteriën bij zich dragen, wordt bekend waar, wanneer en bij wie er een antibioticaresistente bacterie aanwezig is, en welke risicofactoren bijdragen aan dit dragerschap (bijvoorbeeld antibioticagebruik, reisgedrag, blootstelling aan dieren). Voor nog gerichtere bestrijding zijn er plannen om ook informatie uit gerelateerde surveillancesystemen zoals voor voedsel, dieren en milieu gezamenlijk met de humane data te analyseren.

In juni 2015 heeft de minister van VWS een aantal doelstellingen geformuleerd om het dreigende resistentieprobleem de komende jaren beter aan te kunnen pakken. Een van de doelstellingen betreft het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar een landelijk interactief surveillancesysteem voor antibioticaresistentie waarin microbiologische, farmacologische, klinische en epidemiologische gegevens gecombineerd worden. Het idee is dat door de beschikbaarheid van deze gecombineerde informatie, patiënten niet alleen goed behandeld kunnen worden, maar dat ook de verspreiding binnen zorginstellingen én verspreiding tussen huisartsenpraktijken, zorginstellingen, verpleeghuizen en hoog specialistische zorg zichtbaar gemaakt en gestopt kan worden.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 augustus 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.