Je leest:

Waarom Tariq Ramadan jongeren inspireert

Waarom Tariq Ramadan jongeren inspireert

Auteur: | 18 augustus 2008

Tariq Ramadan is een veel besproken fenomeen. Voor tegenstanders is hij een ‘wolf in schaapskleren’: hij zou met een ‘dubbele tong’ spreken. Voor integratie pleiten, maar ondertussen een ‘islamisering van Europa’ nastreven. Voorstanders zien hem juist als een ‘bruggenbouwer’, zoals hij ook zichzelf graag ziet. Voor studerende moslimjongeren in Nederland is Ramadan een voorbeeld en een bron van inspiratie. Wat trekt ze zo in hem aan?

Tariq Ramadan is, net zoals de tweede generatie Nederlandse moslimjongeren, in Europa opgegroeid. Hij kent zowel de islam als de Europese samenlevingen. Voor moslimjongeren is Ramadan interessant, omdat hij hierdoor een vertaalslag tussen deze twee werelden kan maken. De sociologiestudente Jamila Belabas (20) zegt hierover: ‘De boeken van Ramadan vallen op, omdat hij de plaats van de islam zo goed weet te integreren in de westerse samenleving. Veel moslims leren daarvan, herkennen het. Tariq Ramadan laat zien dat westerse waarden verenigbaar zijn met islamitische waarden. Sterker nog, universele waarden als gelijkheid en rechtvaardigheid, vinden hun oorsprong in de islamitische beschaving. Ramadan propageert hiermee de islam als onderdeel van het westen. Hij kan ertoe bijdragen dat zij [’niet-moslims’, BA] open gaan staan voor de islam.’

Tariq Ramadan: wolf in schaapskleren of bruggenbouwer?

Dat hij inspireert als bruggenbouwer die twee werelden verenigt betekent niet dat jongeren hem als een religieuze leider zien die je zonder meer moet volgen. Zo zegt de bedrijfskundestudent Hicham Chara (25): ‘Een moslim heeft de plicht zelf na te denken en kennis te zoeken en niet om blind geleerden te volgen. Tariq Ramadan legt hier zelf ook de nadruk op.’ Ook Jamila denkt daar zo over: ‘Zijn ideeën kunnen wel door moslims gebruikt worden. Maar uiteindelijk moeten veranderingen van de moslimgemeenschap zelf komen.’

Wat Ramadan nog meer interessant maakt voor deze jongeren is dat hij zowel academisch als praktisch is. Hicham vertelt: ‘Hoewel zijn taalgebruik [in zijn boeken, BA] van hoog niveau is, kan hij goed en helder uitleggen. Dat inspireert.’ Ramadans werk staat bekend om het hoge filosofische, theologische en academische gehalte, maar aan de andere kant is het ook heel praktisch. Zo legt hij in het boek Westerse moslims en de toekomst van de Islam in het eerste deel uit hoe de islamitische bronnen, de Koran en de soenna, geïnterpreteerd kunnen worden in deze samenleving. In het tweede deel is Ramadan praktisch en concreet: hoe kan men de islam vorm geven in het dagelijkse leven?

De sociologiestudente Jamila Belabas (20): ‘De boeken van Ramadan vallen op, omdat hij de plaats van de islam zo goed weet te integreren in de westerse samenleving.’

Anti-slachtofferrol

Na Fortuyn is er in de Nederlandse politiek en media het beeld geschetst dat het onmogelijk is om een volwaardig burger te zijn én islamitisch. Ramadan beweert het tegendeel. Zo schrijft hij: ‘Veel mensen hebben het tegenwoordig over de ’integratie’ van moslims ‘bij ons’, terwijl voor moslims de vraag anders ligt: hun algemene beginselen leren hen dat zij overal waar wetten hun integriteit, hun vrijheid van denken en eredienst garanderen, thuis zijn, dat zij de verworvenheden van die samenleving als de hunne moge beschouwen en dat zij zich moeten inzetten om met hun medeburgers te werken aan welvaart en geluk. Geen terugtrekking, geen identiteitscrisis, integendeel, het gaat erom een echte dialoog aan te gaan, op gelijk niveau, met al onze medeburgers, met respect voor precies dezelfde universaliteit van onze respectievelijke waarden, met de wil elkaar te verrijken en op den duur echte partners te worden in het engagement. (..) tenzij ze [de moslims] besluiten eeuwige randfiguren, passieve slachtoffers te blijven.’

Dat Ramadan moslims oproept zich niet als slachtoffer te gedragen spreekt jongeren aan. Zo vertelt Jamila Belabas: ‘Het is erg gemakkelijk in deze samenleving om als moslim in een slachtofferrol te kruipen. Hiermee wil ik niet zeggen dat het niet klopt wanneer moslims zeggen het gevoel te hebben dat ze in een minderwaardige positie worden geplaatst, minder kansen krijgen en zich extra moeten bewijzen. Het gemakkelijkste struikelblok is om daaraan toe te geven. Je moet ook je plek opeisen. Je moet niet wachten totdat mensen tegen je zeggen: “Je bent een volwaardige burger.” Dat moet je juist zelf zeggen. Ik wil ook een steentje bijdragen aan de maatschappij. Ik wil studeren, werken en dat soort dingen. Het is niet zo dat ik zoiets heb van: ze moeten ons, de moslims, niet, dus ik kruip terug in mijn schulp.’

Ook Hicham en de sociologiestudenten Leyla Bagci (20) en Ipek Bayrak (20) moeten niets hebben van een slachtofferrol. In tegenstelling tot wat veel politici en media beweren, laten deze jongeren zien dat een volwaardig actief burgerschap en islamitisch zijn wel degelijk samen kunnen gaan. Naast hun studie zijn zij volop maatschappelijk actief. Zo houdt Leyla zich bezig met het organiseren van dialogen tussen ‘moslims’ en ‘niet-moslims’, met de bedoeling wederzijds begrip te stimuleren. Het afgelopen jaar was Ipek betrokken bij een project dat jongeren moest helpen bij het vinden van een stageplek. Recente sociaal-wetenschappelijke onderzoeken wijzen uit dat zij geen uitzondering vormen. Dat Ramadan deze boodschap ook nog eens theologisch kan onderbouwen spreekt moslimjongeren zeer aan. Hicham Chara: ‘Dat misten jongeren tot nu toe. En hij kan op een hoog niveau meepraten met veel mensen. Dat misten we hier tot nu toe ook een beetje.’

Jongeren maken kennis met Ramadans ideeën tijdens een lezing aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Foto: anjameulenbelt.sp.nl

Nederlandse Ramadan

Er zijn ook andere auteurs, geleerden en wetenschappers – zoals de Amerikaanse Hamza Yusuf en de Britse Sheykh Abdal-Hakim Murad – die een vergelijkbare boodschap verspreiden. Dat Ramadan bekender is onder Nederlandse moslimjongeren heeft waarschijnlijk te maken met zijn activiteiten hier en de media-aandacht daarvoor. Jamila Belabas (20) zag Tariq Ramadan een paar jaar geleden voor het eerst op de televisie bij de Nederlandse Moslim Omroep. Maar pas recentelijk, tijdens haar studie sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam maakte ze echt kennis met zijn werk. In haar eerste jaar volgde zij een vak waar Ramadan ter sprake kwam. Dat klonk interessant en was aanleiding om een lezing van hem te bezoeken en zijn boeken te lezen. Andere studenten hebben vergelijkbare ervaringen: ze zagen Ramadan op tv, zagen hem deelnemen aan debatten en verdiepten zich daardoor in zijn werk. Maar ook zijn deelname aan maatschappelijke discussies, zoals de Rotterdamse islamdebatten, zorgden ervoor dat hij ook bekend werd buiten academische kringen en onder jongeren.

Waarom bestaat er nog geen Nederlandse Ramadan? Het ontbreken van intellectuele bagage bij de overgrote meerderheid van de klassieke arbeidsmigranten speelt daarbij een rol. Hicham: ‘Hij komt uit een familie van meerdere generaties van geleerden. Ze zijn geen arbeidsmigranten, zoals de meeste van onze ouders. Ze waren hoogopgeleid en een soort elite van Egypte.’

Hicham, Jamila, Leyla en Ipek zien in hun omgeving genoeg potentiële toekomstige Nederlandse Tariq Ramadans: hoogopgeleide, welbespraakte moslimjongeren die goed op de hoogte zijn van de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en ook maatschappelijk actief zijn. Potentie is echter niet voldoende. Ook het politieke klimaat moet daarvoor ruimte bieden, en daar is met de regelmatige ophef over de islam en moslims nauwelijks sprake van. Desondanks blijft Hicham positief: ‘Tariq Ramadan heeft zo’n klimaat zelf ook in Frankrijk meegemaakt. Als je de hele tijd wordt aangevallen of bekritiseerd, dan geeft dat juist extra stimulans om jezelf mondeling te leren verdedigen door het zoeken naar kennis. Je raakt gemotiveerd. Je wilt het huidige klimaat en de maatschappij veranderen.’

Btissam Abaâziz is als promovenda verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doet onderzoek naar de religieuze beleving van moslims in Nederland en hoe zij de islam praktiseren. Centraal hierin staat de vraag hoe de Nederlandse samenleving deze twee aspecten beïnvloedt.

Dit artikel is een publicatie van TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.
© TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.