Je leest:

Waarom steken we vuurwerk af met Oud en Nieuw?

Waarom steken we vuurwerk af met Oud en Nieuw?

Auteur: | 29 december 2017

Voor veel Nederlanders is zelf vuurpijlen afsteken als de klok twaalf uur slaat nog altijd heilig. Maar de maatschappelijke weerstand groeit. Waar komt de gewoonte om zelf vuurwerk af te steken met Oud en Nieuw eigenlijk vandaan?

Vorig jaar gaven Nederlanders zo’n 68 miljoen euro uit aan vuurwerk. Hoeveel? Jawel, 68 miljoen. Miljoenen die in zo’n acht uur in rook opgaan, met een piek rond de jaarwisseling. Vuurwerk afsteken is immers alleen toegestaan tussen 18.00 uur op 31 december en 2.00 uur op 1 januari.

Jongenvuurwerk
Vuurwerk afsteken met Oud & Nieuw werd pas na de jaren vijftig een nationale hobby.

Dit torenhoge bedrag illustreert hoezeer sommigen van ons verknocht zijn aan het zelf afsteken van vuurwerk. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland erkent de traditie van Nederlanders om zelf massaal vuurwerk af te steken met Oud & Nieuw inmiddels als cultureel erfgoed.

Geen oude traditie

Toch is het afsteken van grote hoeveelheden vuurwerk met Oud & Nieuw minder vanzelfsprekend dan het misschien lijkt: de gewoonte kwam pas op in de tweede helft van de vorige eeuw. “Daarvóór werd er ook wel vuurwerk afgestoken in grote steden als Amsterdam en Den Haag, zo blijkt uit krantenberichten uit de achttiende en negentiende eeuw,” vertelt Peter-Jan Margry, onderzoeker aan het Meertens Instituut. “Dat werd echter slechts sporadisch gedaan door een klein deel van de elite.”

Het gewone volk stak vuurwerk doorgaans liever af bij andere gelegenheden. In Amsterdam en omstreken gebeurde dat bijvoorbeeld op Hartjesdag op twintig augustus, een soort dag van de liefde. Ook mei was een populaire maand, omdat er dan veel boerenbruiloften waren.

Ook koninklijke verjaardagen werden traditioneel opgesierd met vuurwerk. “Wel met name verzorgd door stadsbesturen,” vertelt Margry. Maar in de loop van de tijd centreerde het afsteken van vuurwerk zich dus meer en meer rondom de jaarwisseling, zozeer dat het nu hét moment is voor particulieren om vuurwerk af te steken, en tevens het enig toegestane. Hoe valt deze ontwikkeling te verklaren?

Die vraag is nog niet op grote schaal onderzocht. Onderzoek van historici en andere sociale wetenschappers naar aanverwante onderwerpen, zoals de geschiedenis van vuurwerk en Nederlandse culturele gewoontes, licht echter wel een tipje van de sluier op. Ook verslagen uit kranten over vuurwerk helpen een beeld te schetsen. Tezamen wijzen ze niet zozeer naar een ‘grote’ allesomvattende verklaring voor de Nederlandse gewoonte om massaal vuurwerk af te steken met Oud & Nieuw, alswel naar vier factoren die een rol speelden.

Niet typisch Nederlands

Vuurwerk
Marloes van Amerom voor NEMO/Kennislink

Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland riep het afsteken van consumentenvuurwerk met de jaarwisseling in 2015 uit tot Nederlands cultureel erfgoed. Toch is dit geen typisch Nederlandse traditie. IJslanders knallen er met de jaarwisseling zelfs nog wat meer op los dan Nederlanders, maar ook de Engelsen, Zweden, Denen, Italianen, Duitsers weten dan van wanten.

Migranten

Allereerst lijkt de migrantenstroom die vanaf de jaren vijftig uit het onafhankelijk geworden Indonesië naar Nederland op gang kwam, het gebruik te hebben aangewakkerd. "Nederlanders die terugkeerden uit Indonesië, stimuleerden de gewoonte om vuurwerk zelf af te steken met Oud en Nieuw,” vertelt Margry. “Zij hadden het weer opgepikt van de Chinezen, die met hun Nieuwjaar vuurwerk laten ontploffen om gevaar af te wenden.”

Ook antropoloog Jef de Jager, die in 2001 het boek Rituelen. Nieuwe en oude gebruiken in Nederland schreef, meent dat zelf vuurwerk afsteken dankzij de oud-Indiëgangers populair werd. Een wel vanuit de regio Den Haag, waar veel voormalige Indiëgangers zich vestigden. Met name straatschoffies stortten zich erop, waarna ook de gemiddelde ‘brave burger’ in de ban raakte van divers knal- en siervuurwerk, vertelde hij aan weekblad Elsevier.

Ook andere Indonesiërs die zich in Nederland vestigden, lijken het balletje aan het rollen te hebben gebracht. Zo vertelt de Nederlandse Indonesiër Ferry Abels, die een boek publiceerde met herinneringen aan zijn tijd in Indonesië, op zijn weblog dat Nederlandse gezinnen in zijn buurt de ‘Indische gewoonte’ om met Oud en Nieuw ‘vuurwerkbommen’ tot ontploffing te brengen overnamen. Ook journalist en kunsthistoricus Martin Pieterse vertelt via zijn fictieve karakter ‘tante Dora’ hoe de Nederlanders dankzij hun ‘Indische buren’ kennismaakten met het afsteken van vuurwerk bij het jaareinde.

Vuurwerkschilderij
In de zeventiende eeuw was er al vuurwerk in Europa, maar dit betrof vooral vuurwerk voor militaire doeleinden, zoals dit schilderij van Joseph Furttenbach uit 1645 laat zien. Vuurpijlen voor consumenten verschenen pas in de achttiende eeuw, net als voetzoekers. In de eeuw erop verscheen er meer knalvuurwerk zoals rotjes en zevenklappers. Dit vuurwerk was niet altijd even betrouwbaar.

Welvaart

Dat het gebruik van de oud-Indiëgangers op zo’n vruchtbare bodem viel, was misschien niet zo gek. Na de oorlog was er weer ruimte voor verzetjes, nu de welvaart in de jaren vijftig voorzichtig toenam. Hierdoor werd vuurwerk kopen steeds vaker ook voor de gewone man en vrouw mogelijk. Dat gold helemaal voor de jaren zeventig toen de welvaart flink was gestegen en men zich kon uitleven met grote vuurwerkpakketten. Die bevatten naast simpele knallers als rotjes, zevenklappers en gillende keukenmeiden steeds vaker siervuurwerk. Volgens het historische tijdschrift Ons Amsterdam droeg de toeloop van Chinese immigranten in die jaren daaraan bij.

Vuurwerk aanschaffen werd bovendien steeds makkelijker. Warenhuizen en allerlei andere winkels begonnen vuurwerk te verkopen in december en daar reclame voor te maken. Import van vuurwerk uit China zorgde bovendien voor een diverser, goedkoper en beter aanbod. De vraag naar vuurwerk bleef dan ook groeien. In de jaren tachtig spendeerden consumenten uiteindelijk meer dan dertig miljoen gulden per jaar aan vuurwerk met Oud en Nieuw, meldt Lenselink.

Boze geesten

Maar volgens Margry was er nog een factor die het overnemen van de gewoonte van migranten uit Indonesië vergemakkelijkte. Het afsteken van rotjes en ander vuurwerk met Oud en Nieuw sloot mooi aan bij de van oorsprong Germaanse gewoonte kabaal te maken rond de jaarwisseling om boze geesten en demonen te verjagen. Die traditie bleef tot ver in de negentiende eeuw bestaan.

Carbidschieten
Carbidschieten gebeurt nog altijd op bepaalde plekken in Nederland, waaronder Brabant en Overijssel.

“In veel steden beierden de klokken een half uur en gingen kinderen de buurt rond met lawaai-instrumenten. Schippers op rivieren en in grachten gebruikten hun mist- of scheepshoorns en sommige burgers schoten met jachtwapens,” vertelt Margry. Op het platteland lieten boeren graag melkbussen ontploffen met buskruit of carbid.

De hoofdstad maakte het helemaal bont, volgens stadshistoricus Jan ter Gouw. In 1871 schrijft hij dat Amsterdammers gewoonlijk een klein kanonnetje hadden ‘dat in den oudejaarsmorgen van zolder afgehaald werd’ terwijl ‘ieder huismoeder ervoor zorgde schrikpoeders in huis te hebben’. Tevens trokken met nieuwjaar ‘troepen jongelingen rond om te schieten’. Het lichtelement van vuurwerk sloot bovendien mooi aan bij een andere traditie: het organiseren van vreugdevuren rond de jaarwisseling.

Slachtoffers

Maar waarom werd consumentenvuurwerk met Oud en Nieuw dan pas groot na de Tweede Wereldoorlog? Consumentenvuurwerk was tenslotte al sinds de achttiende eeuw verkrijgbaar. Een mogelijke verklaring is de regelgeving van destijds. De overheid begon in de tweede helft van de negentiende eeuw het maken van kabaal met Oud en Nieuw in te perken. Ook vuurwerk viel daar soms onder. In de achttiende eeuw begon die tendens al. In een proclamatie van stadhouder Willem Friso wordt het afsteken van voetzoekers tijdens nieuwjaarsnacht verboden op straffe van ‘drie guldene boete’.

Ambulance
Van mensen die een vinger verliezen, blind worden of soms zelfs sterven als gevolg van ontploft vuurwerk, tot hele gebouwen die afbranden en hulpverleners die met vuurwerk bekogeld worden: de jaarwisseling is steeds meer tot een zorgenkindje verworden dankzij consumentenvuurwerk.

In de twintigste eeuw waren die beperkingen er bijna niet meer. Hierdoor kon zelf vuurwerk afsteken uitgroeien tot massaal volksvermaak. Tegelijkertijd leidde dit fenomeen steeds vaker tot fronsende wenkbrauwen, omdat het vuurwerk jaarlijks honderden slachtoffers eiste. De Vereniging van Nederlandse gemeenten verklaarde daarom in de jaren tachtig bepaalde risicovolle soorten vuurwerk illegaal.

Desondanks bleef het aantal tegenstanders van het afsteken van particulier vuurwerk groeien. De vuurwerkramp die Enschede trof op 13 mei 2000 zal er ook toe hebben bijgedragen. Volgens een onderzoek van actualiteitenprogramma Een Vandaag overtreft de groep tegenstanders dit jaar voor het eerst de groep voorstanders.

Gaan we in de toekomst dus een vuurwerkvrij Oud en Nieuw tegemoet? Hoogstwaarschijnlijk niet. Het overgrote deel van de Nederlanders dat een verbod op consumentenvuurwerk wil, pleit voor (sier)vuurwerkshows opgevoerd door de gemeente. Grote steden in de Randstad doen dit al. De vraag is dus niet óf er in de nabije toekomst vuurwerk wordt afgestoken met de jaarwisseling, maar in welke vorm.

Bronnen:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 december 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.