Je leest:

Waarom mannen en vrouwen even goed kunnen inparkeren…

Waarom mannen en vrouwen even goed kunnen inparkeren…

Auteur:

…maar vrouwen wat meer oefening nodig hebben. In essentie zijn onze hersenen niet veranderd sinds onze voorouders in de prehistorie leefden in nomadische stammen en jaagden (de mannen) en verzamelden (de vrouwen) om te overleven. Maar welke rol spelen die prehistorische hersenen van ons als we kijken naar verschillen tussen de moderne man en vrouw?

Dat mannen en vrouwen van elkaar verschillen kan iedereen zien. Maar ook wat betreft vaardigheden zijn man en vrouw niet hetzelfde. Wel eens een vrouw zien kaartlezen? Dikke kans dat ze hem meedraait met de rijrichting. Voor mannen niet nodig: die kunnen prima bepalen waar ze heen moeten terwijl ze de kaart rechtop houden. De gemiddelde man heeft namelijk een beter ruimtelijk inzicht. Ook inparkeren kun je daarom volgens velen maar beter niet aan vrouwen over laten. Dat wil niet zeggen dat vrouwen minder zijn: ze blinken uit in ándere gebieden. Als het gaat om praten over emoties, dan steken vrouwen de meeste mannen naar de kroon. Ze zijn bovendien vaak beter in het doorzien van sociale verhoudingen en hebben een beter ontwikkeld taalgevoel.

Jagers en verzamelaars aan de wieg van ons prehistorische brein

Hoe komt het eigenlijk dat mannen en vrouwen zulke andere vaardigheden hebben? Volgens de meest populaire theorie zijn dit soort man-vrouw verschillen al tienduizenden jaren geleden ontstaan. In die tijd leefde de mens in nomadenstammen. De taken waren binnen zo’n stam naar geslacht verdeeld. De mannen gingen op jacht en de vrouwen – minder mobiel omdat zij de kinderen baren en zogen – verzamelden voedsel in de nabijheid van het kamp. Maar om een succesvolle jager te zijn, heb je andere eigenschappen nodig dan een goede verzamelaar. Zo moet een jager een goed ruimtelijk inzicht hebben om de speer op correcte wijze naar de buffel te krijgen. En voor een verzamelaar is een superieur reuk- en smaakvermogen juist weer belangrijk.

In al die nomadenjaren hebben de hersenen van mannen en vrouwen zich dan ook zo ontwikkeld, dat ze optimaal uitgerust waren voor hun jagers- of verzamelaarstaak. En hoewel de directe noodzaak voor een jagers- of verzamelaarsbrein verdween toen we landbouw gingen bedrijven, wis je tienduizenden jaren aan evolutie niet zomaar uit. Eigenlijk zijn onze genen en daarmee onze hersenen en aangeboren vaardigheden in essentie dus nog steeds gelijk aan die van onze prehistorische voorouders.

In essentie hebben we allemaal hetzelfde brein als onze prehistorische voorouders (m/v)

Ruimtelijk inzicht bij mannen en vrouwen

Deze jager-verzamelaar theorie wordt door veel wetenschappers ondersteund. Uit veel onderzoek blijkt bijvoorbeeld inderdaad dat mannen een beter ruimtelijk inzicht hebben dan vrouwen. Ook psycholoog Albert Rizzo heeft dit onderzocht. Hij liet mannen en vrouwen een test doen, waar ze op papier een afbeelding van een driedimensionaal tetrisachtig blokje te zien kregen. Je scoorde hoog als je snel en correct wist te bepalen welke van twee nieuwe afbeeldingen hetzelfde was als de eerste, maar dan gedraaid en geroteerd. Geen verrassing: mannen deden dit veel beter dan vrouwen.

Rizzo’s verbazing was dan ook groot toen hij een vernieuwde versie van de test later overdeed met een nieuwe groep mannen en vrouwen. In plaats van op papier, werd de test nu op een computer afgenomen. De proefpersonen konden zo de pijltjestoetsen gebruiken om het tetrisblokje echt te roteren, en moesten dan weer zo snel mogelijk hun keuze maken. Maar volgens deze nieuwe test bleken mannen en vrouwen even goed in ruimtelijk inzicht! Nou kun je dit natuurlijk een beetje verlijken met het draaien van een plattegrond: iets wat vooral vrouwen helpt bij het kaartlezen. Maar Rizzo’s onderzoek ging verder. Wat bleek? Na slechts een kwartiertje oefenen met de computervariant, scoorden vrouwen ook op de traditionele papieren versie even goed als mannen.

Bepaalt hoe we opgroeien wie we worden?

Maar hadden mannen door hun voormalig jagersbestaan dan niet al tienduizenden jaren geleden een veel beter ruimtelijk inzicht ontwikkeld? Kan een kwartiertje oefenen op een computer dit evolutionair voordeel teniet doen? Het is moeilijk te geloven. Toch zijn er een groot aantal wetenschappers die daar geen moeite mee zouden hebben. Zij trekken de invloed van ons prehistorische jager-verzamelaar bestaan op het gedrag van de moderne mens in twijfel. Hun theorie: man-vrouw verschillen worden gecreëerd terwijl we opgroeien.

Wordt ons handelen bepaalt door ons prehistorische brein? Of is hoe we opgroeien van doorslaggevend belang?

Onderzoekers Bussey en Bandura stellen dat we vanaf het moment dat we geboren worden, blootstaan aan allerlei psychologische en sociale factoren die ervoor zorgen dat we ons conform onze sekse gedragen. Krijgen jongetjes bijvoorbeeld vaker dan meisjes blokken en lego om mee te spelen, dan is dát volgens deze onderzoekers de reden dat mannen later een beter ruimtelijk inzicht hebben dan vrouwen. Hun brein heeft zich immers ontwikkeld terwijl ze meer dan meisjes ervaring opdeden met driedimensionale voorwerpen en meer zijn gestimuleerd hun vaardigheden op dit gebied te ontwikkelen.

Wiskundegen bestaat niet

Het lijkt erop dat dit ook het geval is bij het ontwikkelen van een talent voor wiskunde. Het aantal jongens dat na de middelbare school iets met wiskunde gaat doen is vele malen groter dan het aantal meisjes. Dat komt vooral omdat meisjes op de middelbare school minder vaak voor wiskunde kiezen en er ook minder goed in zijn. Betekent dit dat jongens ergens tijdens de evolutie van onze voorouders een wiskundegen hebben opgepikt? Het lijkt niet erg waarschijnlijk.

Uit diverse grote onderzoeken blijkt dat meisjes en jongens aan het begín van de middelbare school nog ongeveer even goed zijn in wiskunde. Meisjes worden tijdens hun schoolloopbaan door ouders en leraren echter ontmoedigd om hun wiskundetalent te ontwikkelen. Daardoor zijn ze aan het eind van de middelbare school iets slechter in wiskunde: gemiddeld scoren ze dan zo’n 1,5% slechter dan jongens. Dit verschil geldt overigens alleen voor blanke Amerikaanse jongens en meisjes: bij Aziatische, Latino of zwarte Amerikanen scoren meisjes even goed als jongens, of beter.

Dat jongens ergens in de evolutie van onze voorouders een wiskundegen hebben opgepikt, is niet zo waarschijnlijk.

Opgroeien en evolueren: het bouwwerk en de bouwstenen

Maar worden de verschillen tussen mannen en vrouwen dan echt alleen door onze kindertijd bepaald? Of spelen genen toch de hoofdrol? Waarschijnlijk ligt de waarheid in het midden. Tienduizenden jaren van jagen en verzamelen hebben hun weerslag gehad op onze genen. En die genen zijn ons ‘ruwe materiaal’: de bouwstenen waarmee we ter wereld komen.

Maar hoe en waar we opgroeien speelt een doorslaggevende rol in welk bouwwerk er vervolgens verrijst. We zijn dus geen slaaf van het leven van onze voorouders, maar hun leven heeft wel beïnvloedt hoe ons brein in de basis is ingericht. En hoewel mannen een klein voordeeltje meekrijgen door hun betere ruimtelijk inzicht, is er geen reden waarom niet elke vrouw kan leren haar auto soepel in te parkeren. Ze hoeft alleen maar een klein beetje meer te oefenen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE