Je leest:

“Waarom mama?”

“Waarom mama?”

Het belang van waaromvragen voor de taalontwikkeling

Auteur: | 11 november 2011

Het eeuwige ge-waarom van kinderen kan ouders soms behoorlijk irriteren. Toch is dit een belangrijke fase in de taalontwikkeling van het kind. En net zo belangrijk is het dat ouders hun kinderen waaromvragen stellen, zo blijkt uit onderzoek van Rosie van Veen die op 16 november promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Ouders van jonge kinderen zijn er allemaal bekend mee: de groeicurves van het consultatiebureau die de lengte of het gewicht van je kroost in kaart brengen. Promovenda Rosie van Veen gebruikte ze om de taalontwikkeling van kinderen vast te leggen. Een voordeel van deze methode is dat zo’n groeicurve vrij nauwkeurig weergeeft hoe een kind een bepaald woord leert. Van Veen: “Veel onderzoekers gaan ervan uit dat een kind een woord verworven heeft wanneer het dat woord voor het eerst gebruikt. De werkelijkheid is complexer. Zo kennen kinderen een woord vaak al passief voordat ze het zelf gaan gebruiken. En als ze het woord zelf eenmaal gebruiken, is dat niet onmiddellijk op de volwassen manier.”

Transcripties

Voor het transcriberen van kindertaal gebruik je zogenaamde CHAT (Codes for the Human Analysis of Transcripts) codes. Je kunt ze opslaan in de CHILDES-database. Daarin worden heel veel transcripten van kindertaal bewaard.

Dit type onderzoek wordt ook wel longitudinaal genoemd, legt de promovenda uit: in plaats van eenmalig wordt de taalontwikkeling van een kind op verschillende momenten gemeten. Bijvoorbeeld om de dag of om de paar weken. Voor haar onderzoek maakte Van Veen gebruik van de zogenaamde CHILDES-database. Dat is een internationale database waarin kindertaal is vastgelegd in grote tekstbestanden of corpora. Voor elke taal is er een groot aantal transcripties voorhanden: volledig uitgeschreven gesprekjes, meestal tussen kinderen en volwassenen. Voor het Engels zijn er heel veel gegevens, voor het Nederlands wat minder. “Dat komt doordat een onderzoeker met het uitschrijven van een opname van een uur soms wel een hele dag bezig is”, aldus Van Veen. Het opzetten van een corpus is dus een tijdrovende en daarmee kostbare aangelegenheid.

Omdat en want

Van Veen vergeleek de taalontwikkeling van Engelse, Duitse en Nederlandse kinderen. Daarbij keek ze vooral naar de verwerving van het woordje omdat; because in het Engels; weil in het Duits. Doorgaans verwerven Nederlandse kinderen dit tussen 3 en 3.5 jaar. Een opvallende uitkomst was dat de Nederlandse kinderen trager waren in het verwerven van omdat dan hun Engelse en Duitse leeftijdsgenootjes (rond 2.5 jaar). Volgens de onderzoekster komt dit doordat er in het Nederlands een tegenhanger bestaat voor het woordje omdat, namelijk want. Dit zou ook kunnen verklaren waarom Nederlandse kinderen soms andere woordjes voor omdat gebruiken, zoals voor of dat. Uit onderzoek van een van haar collega’s blijkt dat Nederlandse kinderen het woordje want eerder verwerven dan omdat. Waarom is niet helemaal duidelijk. “Misschien komt het doordat want vaker voorkomt in gesproken taal. Maar er wordt ook wel beweerd dat het woordje want makkelijker te leren is doordat het maar uit één lettergreep bestaat.”

Invloed van ouders

Een duidelijk positieve invloed op de verwerving van omdat hebben ouders die hun kinderen regelmatig waaromvragen stellen. Uit de CHILDES-data blijkt dat kinderen een waaromvraag in bijna de helft van de gevallen met omdat beantwoorden. In de overige gevallen gebruiken kinderen een ander woord, zoals voor of dat. Of ze laten het woordje helemaal weg. Ouders blijken hun kinderen daarin weinig te corrigeren. Van Veen: “Ouders zijn vooral geïnteresseerd in het argument van het kind. Ze vallen minder over de vorm. Als een kind een waaromvraag antwoordt met ‘ik stout was’, zijn de ouders al tevreden. Maar hoe vaker ouders de waaromvraag stellen, hoe sneller kinderen ook de juiste vorm gaan gebruiken.”

Oogbewegingen

Wat ook een rol speelt in de taalverwerving, is de complexiteit van het begrip dat geleerd moet worden. Bij het gebruik van woorden als omdat en want maken onderzoekers een onderscheid tussen objectieve en subjectieve verbanden. De redenering ‘Die mevrouw is dik omdat er een baby in haar buik zit’ is objectief. Je kunt observeren dat dit zo is. Een subjectieve redenering is de volgende: ‘Hij is een baby want hij zit in een kinderwagen’. Deze redenering volgt uit het eigen oordeel van de spreker. Uit eerder onderzoek blijkt dat volwassenen subjectieve redeneringen moeilijker vinden dan objectieve. Voor kinderen was dit nog niet zo uitgebreid onderzocht. “Dat hier nog weinig onderzoek naar gedaan was, is niet zo gek. Kinderen zijn namelijk heel snel afgeleid, en hebben snel de neiging om ja te zeggen. Wij hebben dat weten te omzeilen door oogbewegingen te meten. Daarvoor hoefden onze twee- en driejarige proefpersoontjes alleen maar plaatjes te bekijken op een computerscherm.”

Testplaatjes bij de zin ‘De man is sterk’ uit het onderzoek van Rosie van Veen. De kinderen die bij het horen van deze zin naar het tweede plaatje keken, legden het juiste causale verband.
Rosie van Veen

De peuters kregen steeds twee plaatjes te zien. Bijvoorbeeld van een man die een stoel optilt en van een man die een krant vasthoudt. Tegelijkertijd kregen ze de volgende zin te horen: ‘De man is sterk’. De kinderen die naar het plaatje van de man met de stoel keken, legden het juiste causale verband. Op die manier werden zowel objectieve als subjectieve verbanden getest. De uitkomst was volgens verwachting. De driejarigen waren beter dan de tweejarigen in staat om subjectieve verbanden te leggen. Bij de objectieve verbanden scoorden de tweejarigen net zo goed.

Pas als kinderen al deze stadia door hebben gemaakt – het begrijpen en daarna het gebruiken van woordjes die causaliteit uitdrukken – gaan ze zelf waaromvragen stellen. En als ouder heb je dus een grote rol in dit proces. “Het is erg belangrijk dat je als ouder veel met je kinderen praat. Kinderen pikken ontzettend veel op, soms zonder dat je het door hebt. Dan hoor je twee of drie weken later opeens een woordje of zinnetje terug dat je zelf gebruikt hebt.”

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/eerste-taalverwerving.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 november 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.