Je leest:

Waarom is dit kind te dik?

Waarom is dit kind te dik?

De zes hoofdverdachten van de ‘overgewichtpandemie’ op een rij

Auteur: | 26 februari 2010

Over de hele wereld is een aanzienlijk deel van de kinderen te dik. En natuurlijk: elk pondje gaat door het mondje. Dik word je als je meer eet dan je verbrandt door te bewegen. Maar deze algemene lezing geeft geen antwoord op de vraag: waarom wordt het ene kind te dik en het andere niet? Waarom heeft de eerste altijd honger en de volgende bijna nooit? Waarom is de een dol op sport en de ander niet in beweging te krijgen?

Omdat een wetenschappelijk experiment niet mogelijk is, is het moeilijk om een oorzaak – of zelfs een combinatie van oorzaken – als ‘schuldige’ aan te wijzen. Maar dat wil niet zeggen dat onderzoekers geen idee hebben wie ‘het’ gedaan zou kunnen hebben. Kennislink zet de zes hoofdverdachten voor je op een rij. En voor deze keer ben jij de jury: onderaan dit artikel kun je stemmen op de factor die naar jouw mening het meeste bijdraagt aan de overgewichtpandemie.

Genen

Steve O’Rahilly, hoogleraar aan de prestigieuze universiteit van Cambridge, ontdekte vijf genen die bijdragen aan de kans dat je te zwaar wordt. De meeste van die genen verstoren de manier waarop je honger voelt – bijvoorbeeld doordat je altijd honger hebt of van eten maar moeilijk verzadigd raakt. De effecten zijn vaak al jong te zien: veel mensen die zulke genen bij zich dragen, waren als kind al te dik.

Maar genen verklaren niet het hele overgewichtprobleem. Uit onder andere tweelingenonderzoek blijkt dat genen verantwoordelijk zijn voor 45 tot 75% van de variatie in BMI. De wetenschappers benadrukken overigens dat andere factoren ook belangrijk zijn.

Het ‘goede’ voorbeeld

Wie een dikke vader heeft, of een moeder die eetbuien, heeft als puber meer kans op overgewicht. Dat concludeerde Femke Rutters van de Universiteit van Maastricht in haar promotieonderzoek. Ouders die heel streng zijn tegen jonge kinderen over hoeveel ze eten en wanneer, lopen het risico dat de kinderen een voorkeur voor ongezond eten ontwikkelen omdat ze afleren om goed naar hun eigen lichaam te luisteren.

Of het ook zo werkt als ouders het goede voorbeeld geven, is twijfelachtig. Hariëtte Snoek van de Radboud Universiteit ontdekte dat lijngedrag niet ‘besmettelijk’ is: als de ouders letten op wat ze eten, doen de (puber)kinderen niet automatisch hetzelfde. Bij jonge kinderen is de invloed van lijngrage ouders een stuk groter – zelfs zo groot dat wetenschappers en consultatieartsen zich zorgen maken over het feit dat kinderen van erg gewichtsbewuste ouders te weinig vetten binnenkrijgen om zich gezond te ontwikkelen, en bovendien schade aan hun zelfbeeld kunnen oplopen als er telkens maar gehamerd wordt op dun zijn.

Slaaptekort

Hoe minder een puber slaapt, hoe groter de kans dat de tiener in kwestie te dik is, aldus Femke Rutters. Het verband tussen slaapgebrek en overgewicht was al eerder aangetoond voor jongere kinderen. Een team van Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat elk uur telt. Slaap je bijvoorbeeld elke nacht zeven uur in plaats van acht, dan neemt de kans dat je te dik bent met 80% toe.

Hoe kan dat eigenlijk? Het antwoord zit hem waarschijnlijk in onze hormonen. Slaaptekort leidt tot een daling van de hoeveelheid leptine – een hormoon dat honger onderdrukt. Tegelijkertijd zorgt het voor meer ghreline in je bloed – een hormoon dat juist zorgt de trek krijgt. Nog een opvallend feit: kinderen zijn sinds de jaren ’70 (toen het gemiddelde gewicht van kinderen begon te stijgen) gemiddeld bijna een uur minder gaan slapen.

Overal junkfood

Onderzoeker Ramona Guerrieri denkt dat de omgeving waarin wij in het Westen leven schuldig is aan de overgewichtspandemie. “We worden voortdurend geconfronteerd met – reclameboodschappen voor – smakelijk eten. Dat wekt eetlust op. Eetlust is niet hetzelfde als honger. Honger is een motivatie om te eten die voortkomt uit de nood om uitgeputte energiereserves aan te vullen,” legt zij uit. “Eetlust daarentegen ontstaat niet uit een nood aan energie, maar wordt opgewekt door de confrontatie met smakelijk eten.”

En dat smakelijk eten is de laatste pak ‘em beet 25 jaar overal. “De omgeving is tijdens de laatste vijfentwintig jaar drastisch veranderd: vet en zoet eten is gevarieerder, beschikbaarder en goedkoper dan ooit,”aldus Guerrieri. Maar je bent toch niet verplicht om het te kopen? Nee, natuurlijk niet, geeft de onderzoeker toe. Maar mensen reageren nu eenmaal op variatie door meer te eten. Dat zit in onze aard. In ons brein zitten namelijk neuronen die aangeven wanneer we verzadigd zijn. Die neuronen zijn echter gemakkelijk om de tuin te leiden door iets te eten met een nieuwe smaak. Guerrieri: “Door dit mechanisme heb je bijvoorbeeld helemaal genoeg van chips, maar kun je wel nog een paar dropjes op.”

Wilskracht

Volgens Maastrichtse onderzoekers hebben de mensen die denken dat overgewicht een biomedisch of maatschappelijk probleem is, het helemaal feit. “Dat is een vergissing; obesitas is bovenal een gedragsprobleem,” zeggen zij. In plaats van een arts, heeft iemand met overgewicht een psycholoog (en een diëtist) nodig. Het probleem zit hem vooral in het feit dat dikke mensen te impulsief zijn. “Uiterst gevoelig voor onmiddellijke beloningen en relatief ongevoelig voor uitgestelde negatieve gevolgen,” noemen de onderzoekers het. Bovendien is het “moeilijk voor obese mensen om zichzelf in de hand te houden.”

De link tussen impulsiviteit en overgewicht wordt niet alleen bij volwassenen gelegd. Duitse en Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap hadden gerookt, meer kans hadden om dik te worden. Vermoedelijk komt dat doordat de nicotine in het babybrein-in-aanleg iets stuk heeft gemaakt, waardoor impulsen voortaan moeilijk de kop in te drukken zijn. Toch zijn sommige wetenschappers sceptisch. Zij wijzen er bijvoorbeeld op dat tijdens experimenten gebrek aan wilskracht of een onvermogen om behoeftebevrediging uit te stellen helemaal niet zo’n grote rol bleken te spelen in het eetgedrag.

Televisie

Het Kenniscentrum Overgewicht (een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid) meldt dat er “verschillende onderzoeken [zijn] die hebben aangetoond dat er een duidelijk verband is tussen de hoeveelheid televisiekijken en overgewicht.” Dat komt omdat tv kijken zorgt voor minder lichaamsbeweging – als je voor de buis zit ben je niet aan het voetballen. Bovendien zijn er op tv veel reclames voor snoep, wat aan zou zetten tot ongezond eten.

Dat klinkt logisch, maar het is maar de vraag of het ook klopt. Het Kenniscentrum verwijst bijvoorbeeld naar een studie van onderzoeker Robinson. Zij vertelt daarin over een typisch probleem in de wetenschap: de ene studie zegt ‘ja, televisiekijken maakt dik’, en de andere studie zegt ‘nee, hoor, niks aan de hand’. Daarom gebruikte onderzoeker Elizabeth Vandewater de beste data die voorhanden was: 8000 families die al gevolgd werden sinds 1968. Haar conclusie is helder. Kinderen die veel televisie kijken zijn niet dikker dan kinderen die dat niet doen. Er is geen verband tussen de tijd voor de tv en gewicht. Vandewater: “Het is niet de smoking gun waar we het voor hadden aangezien.”

En wat vind jij?

In de wetenschap is het natuurlijk niet zo dat de meeste stemmen gelden. Maar deze keer willen we het toch weten wat jij ervan vindt.

Welke verdachte draagt volgens jou het meeste bij aan de overgewichtpandemie?
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 februari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.