Je leest:

Waarom heeft Amerika geen Mohammed B.?

Waarom heeft Amerika geen Mohammed B.?

Voor de aanval van 11 september moesten de daders van heinde en verre komen. Waarom is er geen Amerikaanse Hofstadgroep? De oorzaken moeten vooral gezocht worden bij de interpretatie van de nationale identiteit en het overheidsoptreden.

In zowel de Westerse als de islamitische wereld wordt een strijd tegen terrorisme gevoerd. De gevreesde terreur komt uit de hoek van moslimradicalen die we niet alleen in de islamitische, maar ook in de Westerse wereld aantreffen. In héél de Westerse wereld? Nee, er is één land waar van een binnenlands radicaal-islamitisch gevaar geen sprake lijkt. Juist Amerika, de ‘Grote Satan’, wordt niet geplaagd door aanslagen gepleegd door Amerikaanse moslims.

Dat Europa problemen kent met moslimgemeenschappen is ook in Amerika opgevallen. Maar voor Amerikanen zijn die problemen een ver-van-mijn-bedshow. Amerikaanse moslims gaan in tegenstelling tot hun Europese geloofsgenoten vrij rimpelloos op in de Amerikaanse samenleving. Een mogelijke verklaring die er voor is bedacht luidt dat Europa een probleem heeft met moslimradicalisme, omdat er nu eenmaal zoveel moslims wonen. Inderdaad telt Europa naar schatting vijftien miljoen moslims, maar er zijn ook enkele miljoenen moslims in Amerika.

Mohammed B.

Uit een klein miljoen moslims in het gezapige Nederland kwam een heuse Hofstadgroep tevoorschijn. Als terreur simpelweg een voortvloeisel is van de confrontatie tussen islam en ‘het Westen’, dan zouden een miljoen moslims in Amerika – het alfa en de omega van de Westerse verdorvenheid – toch ook een Mohammed B. moeten kunnen voortbrengen.

Naast de buitenlandse politiek van Washington en de ‘Westerse cultuur’, kunnen moslimradicalen in de VS zich eveneens ergeren aan de Amerikaanse varianten op Theo van Gogh, zoals de extreem-rechtse Republikein Pat Buchanan, de populaire tv-commentator en islam- basher Ann Coulter of een van de diverse voormannen van het fundamentalistische christendom, zoals Pat Robertson. Voor kwaadwillenden moet het een koud kunstje zijn. Wapens zijn immers bij de supermarkt te koop. Iedereen heeft het volste recht om een militair trainingskamp in te richten, desnoods in de eigen achtertuin. Iedereen heeft het recht om openlijk op te roepen tot de islamisering van de Verenigde Staten en het staat iedereen vrij om te verkondigen dat de sharia superieur is aan de Amerikaanse grondwet. Zelfs als de president wordt vermoord, mag je als moslimleider als eerste reactie geven: ‘boontje komt om zijn loontje.’

Pat Robertson.

Het mag allemaal, en soms gebeurt het ook. En er zijn geen parlementsleden die hysterisch roepen om arrestaties, opschorting van grondrechten of aanpassing van de grondwet. Sterker nog, nadat Amerika werd getroffen door het grootste geweld op eigen bodem sinds Pearl Harbour, deed de president wat door sommigen in Nederland zou worden beschouwd als zuiver landverraad: hij ging een kopje thee drinken bij de moskee. Meer dan dat, Bush sprak bij zijn bezoek aan de moskee de volgende woorden:

Zoals [het geval was met] deze goede kerels hier naast me, was het Amerikaanse volk verbijsterd en woedend bij het zien van de aanvallen van afgelopen dinsdag. Hetzelfde geldt voor moslims wereldwijd. […]’

‘Deze gewelddaden tegen onschuldigen schenden de fundamentele uitgangspunten van het islamitisch geloof. Het is belangrijk dat mijn landgenoten dat begrijpen. De Engelse vertaling is weliswaar niet zo welluidend als het Arabische origineel, maar laat me uit de koran zelf citeren: “Tenslotte is het uiterste kwaad het lot van diegenen die kwaad doen. Voorwaar zij verwierpen de tekenen van Allah en bespotten ze.”’

‘Het gezicht van terreur is niet het ware gezicht van islam. […] Islam is vrede. […] Wanneer we aan islam denken dan denken we aan een geloof dat gemoedsrust schenkt aan een miljard mensen in de wereld, […] en troost en vrede. […]’

‘Amerika telt miljoenen moslims als burgers. Zij zijn dokters, rechtenprofessoren, militairen, ondernemers, winkeliers, vaders en moeders. En zij moeten met respect behandeld worden. [Ook] in woede en emotie, moeten Amerikanen elkaar met respect behandelen. Vrouwen die hun hoofd bedekken moeten met een gerust hart naar buiten kunnen. Moeders die bedekking dragen mogen niet geïntimideerd worden in Amerika. Dat is niet het Amerika dat ik ken, dat is niet het Amerika dat ik hoog acht.’

‘[…] Sommigen zijn bang om naar buiten te gaan: ze zijn bang te worden geïntimideerd. Dat mag niet, en kan niet gebeuren in Amerika. […] Zij die denken onze medeburgers te kunnen intimideren […] zijn niet representatief voor het beste van Amerika, zij vormen het slechtste van de mensheid, en zij zouden zich moeten schamen voor dergelijk gedrag.’

‘Dit is een geweldig land. […] Het is me een eer te hebben gesproken met [deze] leiders […]. Zij zijn woedend, ze zijn bedroefd. Ze houden net zoveel van Amerika als ik. Ik wil u allen danken voor deze gelegenheid om langs te komen. God zegene ons allen.’

Balkenende

Na de moord op Van Gogh, volgens sommigen het Nederlandse ‘9/11’, moest er eerst een aantal moskeeën en islamitische scholen afbranden, voordat Balkenende naar de smeulende puinhopen van de Bedir-school toog. Het is veelzeggend dat hij niet naar een moskee ging, dat hij geen toespraak hield in het bijzijn van moslimwoordvoerders, en dat hij over islam bij deze gelegenheid niets heeft gezegd. Balkenende wilde niet de indruk wekken dat hij net als Kok destijds (en Cohen nog steeds) met de moslims ‘een kopje thee ging drinken’.

Balkenende bij de Bedir-school.

De Nederlandse debatten over migratieproblematiek, achterstandswijken, integratie, allochtone jeugdcriminaliteit en terrorisme zijn allen samengesmolten in een grote alles overheersende discussie over de islam. Media, columnisten, intellectuelen en politici doen allen een theologische duit in het zakje dat islamdebat heet. De politiek in de Verenigde Staten verschilt drastisch van Nederland in zoverre dat zij zich erg weinig lijkt te interesseren voor de islam. In Washington is men natuurlijk wel geïnteresseerd in de islamitische wereld, maar ‘de’ islam is domweg geen issue.

De vanzelfsprekendheid waarmee Bush de islamitische burgers omarmt als fellow-Americans is dan ook geen staaltje van geniaal acteertalent, hij meent het echt. In Europese landen lijkt een dergelijke reactie onvoorstelbaar. De prominente Arabische Amerikaan James Zogby (van de opiniepeilingen) formuleert het verschil tussen de islamitische ervaringen in Amerika en Europa als volgt: ‘Derde-generatie Koerden in Duitsland, of Algerijnen in Frankrijk, klagen over hun positie in de maatschappelijke marge. Met moeite verkrijgen zij het burgerschap, maar niet de identiteit van Duitser of Fransman. Amerika is anders, qua concept en qua realiteit.’ Het is een pijnlijke waarheid. De Nederlandse, Engelse of Duitse nationaliteit is te verkrijgen, maar daarmee wordt men nog niet erkend als Nederlander, Engelsman of Duitser.

Op zich is dat niet vreemd: niet wij zijn de uitzondering, Amerika is de uitzondering. Het is volstrekt onmogelijk om de Nederlandse, maar ook om de Egyptische, Thaise of Oegandese identiteit te krijgen. Amerika is het enige land ter wereld waar men niet alleen de nationaliteit, maar ook de nationale identiteit kan aannemen. In Amerika geldt een migratieachtergrond niet als iets dat afdoet aan de ‘Amerikaansheid’ van een Amerikaan. Het is eerder een integraal onderdeel van de Amerikaanse identiteit. Dat gegeven stelt Bush in staat om zich te vereenzelvigen met Amerika’s moslims, en stelt Amerika’s moslims in staat om echt Amerikaan te zijn.

George Bush.

Census

Amerikaanse moslims vormen een zeer gevarieerde groep. De eerste golf moslimmigranten kwam in de periode tussen 1875 en de Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder uit de Levant. Deze migranten waren vaak ongeletterden, afkomstig uit rurale gebieden. Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen migranten uit meer gevarieerde herkomstgebieden, in het bijzonder uit Oost-Azië. Deze migratiestroom kwam in tegenstelling tot eerdere stromen meer uit de stedelijke gebieden, en was doorgaans beter opgeleid. Een wijziging van de Amerikaanse immigratiewetgeving in 1965 maakte het makkelijker voor niet-Europeanen om te immigreren. Migratie uit het Midden-Oosten nam vervolgens sterk toe.

Bekering tot de islam heeft in Amerika tot op heden vooral plaatsgevonden onder de zwarte bevolking, in het bijzonder onder de zwarte gevangenispopulatie. De Amerikaanse census vraagt niet naar religieuze overtuiging, dus het is buitengewoon moeilijk om vast te stellen hoeveel moslims er in Amerika zijn.

Een conservatieve schatting van het aantal moslims komt uit op 2,5 tot 4,5 miljoen gelovigen. Ofwel tussen de een en drie procent. In de moslimpopulatie zijn Oost-Aziaten (33 procent), zwarte Amerikanen (30) en Arabieren (25) het sterkst vertegenwoordigd. De moslimpopulatie is geconcentreerd in bepaalde steden als Chicago en Michigan. Daarnaast tellen vooral de staten California en New York veel moslims.

Malcolm X.

Onder zwarte Amerikaanse moslims bevinden zich ook de aanhangers van de zogenoemde Nation of Islam (NOI), bekend uit de film Malcolm X over het leven van Malcolm Little, alias Malcolm X, alias Malik el- Shabazz. De NOI ontstond in de jaren dertig, toen de ‘eerbiedwaardige Elijah Mohammed’, een kleine zwarte Amerikaan uit Detroit, verkondigde dat een mysterieuze man genaamd Wallace D. Fard aan hem was verschenen. Fard was gekomen uit Mekka en had een boodschap voor ‘het negervolk’. De negers zouden een verloren stam vormen, en uitverkoren zijn. De blanken zouden duivels zijn.

De boodschap van de NOI was een mengelmoes van islam, christendom, fantasievolle eindtijdverwachtingen en black empowerment. De voorman van de NOI, Malcolm X bekeerde zich na zijn bedevaart naar Mekka tot de orthodoxe islam. Velen zijn hem daarin gevolgd. In 1965 werd Malcolm X doodgeschoten, mogelijk in opdracht van de NOI. De NOI is door de jaren heen aanzienlijk veranderd, maar haar ideologische grondslagen blijven radicaal en in wezen racistisch. Maar in weerwil van het haatzaaiende karakter van de NOI is het nooit tot grootschalig geweld gekomen.

Anders dan de NOI, zijn de mainstream moslimgemeenschappen van Amerika nauwelijks zichtbaar in het maatschappelijke krachtenveld. Moslims blijken in Amerika geen sociaal-economische probleemgroep te zijn. Sterker nog, er zijn vooral aanwijzingen dat Amerikaanse moslims met een migratieachtergrond beter presteren dan andere migrantengroepen.

Omdat er niet wordt geregistreerd op basis van geloof, moeten we onze toevlucht nemen tot etnisch geordende data. Het is gebleken dat Arabische Amerikanen niet alleen beter scoren op het gebied van inkomen en opleidingsniveau dan andere migrantengroepen, maar dat zij zelfs blanke, ‘autochtone’ Amerikanen voorbijstreven. Dat is nogal opvallend, vooral gezien de problemen die Europa heeft met Arabische migrantengemeenschappen. Het probleem met deze gegevens is echter dat Arabieren niet per se moslims zijn. In Amerika is naar schatting 25 procent van de Arabieren moslim. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de islamitische Arabieren slechter zouden scoren dan de christelijke Arabieren.

Malcolm X.

De discrepantie tussen de problemen bij Europese moslimmigranten en het succes (of op zijn minst: de onopvallendheid) van Amerikaanse moslimmigranten is levensgroot.

Toch is er nauwelijks aandacht aan besteed. Naar Amerikaanse moslimgemeenschappen is zeer weinig onderzoek gedaan. De publicaties tot nu toe zijn ontoereikend om een uitvoerige vergelijkende studie te kunnen doen, maar het heeft er alle schijn van dat het slagen van Amerikaanse moslimmigranten alles te maken heeft met ‘Amerikaanse toestanden’.

Kruitvaten Toch bestaat er ook Amerikaans islamitisch radicalisme. Niet alleen de NOI, maar ook sommige andere islamitische organisaties stellen zich onverzoenlijk op jegens de status quo. En zoals dat geldt voor alle Amerikanen, hebben Amerikaanse moslims het recht om zich te bewapenen en milities te vormen. We mogen ervan uitgaan dat dat hier en daar ook wel gebeurt. Maar waarom blijven die jongens en meisjes in hun zelfgebouwde kazernes?

Het is goed mogelijk dat de in Europese ogen doorgeschoten burgerrechten ertoe bijdragen dat kruitvaten als de NOI maar bijvoorbeeld ook de blank-racistische Ku Klux Klan (KKK), niet ontploffen. Een extremistische organisatie mag in Amerika haat zaaien met alle mogelijke middelen. Zij mag zich bewapenen en geheime bijeenkomsten houden. De KKK en de NOI doen ook dat. Juist omdat ze door de wet beschermd worden hebben ze een uitgebreide organisatie op kunnen bouwen. Ze hebben een clubhuis en een bankrekening.

Elke organisatie heeft bijvoorbeeld een penningmeester, een voorzitter, een wapenbeheerder, een ordebewaarder en iemand die de internationale contacten doet. Maar op het moment dat zij een grote terroristische aanslag zouden plegen raken ze alles kwijt. Hun verantwoordelijkheden tijdens vergaderingen, hun clubhuis, hun bankrekening, hun wapens. De hele organisatie – waar hun sociale leven voor een belangrijk deel om draait – zou worden ontmanteld. Dat is een begrijpelijke reden om die grote terroristische aanslag niet te plegen, of op zijn minst voorlopig uit te stellen.

Futuristische aanpak

De anti-terreurmaatregelen die de Amerikaanse regering heeft doorgevoerd zijn relatief ingrijpend. Niet alleen is de privacy van de burger aangetast, ook zijn er meerdere gevallen geweest waarin de burgerrechten ernstig zijn geschonden, zoals het afluisterschandaal. De nieuwe wetgeving discrimineert echter niet: van een hoofddoekjesverbod zal het niet komen in Amerika. Wél is het zo dat een hele reeks individuen is opgepakt en de burgerrechten wordt onthouden. Maar ook van een verbod op of boycot van Amerikaanse moslimorganisaties, of het arresteren van leden van radicale organisaties, hoe radicaal ook, is geen sprake.

De Amerikaanse overheid kijkt vooral naar het buitenland. Voor zover ze naar Amerikaanse verdachten kijken, concentreren de autoriteiten zich op ongeorganiseerde (of via het buitenland georganiseerde) individuen. Zo zou de Arabische Amerikaan Abu Ali, verdacht van het plannen van een moordaanslag op president Bush, aan al-Qaida verbonden zijn, en niet aan een Amerikaanse radicale moslimorganisatie.

Als we naar Nederland kijken zijn de verschillen zonneklaar. Mohammed B. en kornuiten wisten vanaf het begin dat zij nooit een organisatie konden oprichten. Wat ze bespraken tijdens hun allereerste bijeenkomsten was waarschijnlijk al strafbaar. Ze hadden niet het recht om een brede organisatie op te zetten die hun doelen dichterbij kon brengen. Als je op elk willekeurig moment kunt worden opgepakt, is haast geboden. De futuristische aanpak van een spraakmakende aanslag wordt dan een aantrekkelijke optie. Het uiten van Mohammed B.‘s idealen was bij wet verboden, maar hij wilde ze toch kenbaar maken. Een spraakmakende aanslag kon daar voor zorgen. En de aanslag op Theo van Gogh was dan ook ’een groot succes’. Door de aanslag ging niets voor Mohammed B. en zijn kortnuiten verloren: er werd geen organisatie opgedoekt en geen clubhuis gesloten, omdat er geen organisatie of clubhuis bestond. Niemand mist zijn verantwoordelijkheden als penningmeester of notulist, want die verantwoordelijkheden zijn nooit uitgedeeld. En zo ontstaat het ogenschijnlijk bizarre gegeven dat geradicaliseerde moslims in Amerika die alle mogelijkheden wordt geboden om geweld voor te bereiden, van geweld afzien, terwijl meerdere radicale moslims in Europa, geconfronteerd met repressie, tot spectaculaire geweldsexplosies zijn overgegaan.

De aard van de aanslagen van 11 september indachtig concentreren de Amerikanen zich op kwaadwillende radicalen uit verre landen. Men trekt zelfs ten strijde tot in hartje Midden-Oosten om de bebaarde vijanden toch vooral op de thuisbasis te treffen. De aard van de Europese aanslagen – Madrid, London en Van Gogh – dwingen de Europese veiligheidsdiensten zich te concentreren op de barrio, de moskee in Finsbury Park en het Laakkwartier.

Dit doorgaans niet opgemerkte, maar cruciale verschil komt voort uit de verschillen tussen de Amerikaanse en de Europese moslimgemeenschappen. Die verschillen diskwalificeren de slogans over de onverenigbaarheid van de islam met de Westerse cultuur, omdat niemand zal betogen dat Amerika minder Westers is dan Europa. Het lijkt erop dat de oorzaken van de Amerikaans- Europese verschillen gezocht moeten worden in de verschillende betekenissen van nationale identiteit enerzijds, en de verschillen in overheidsoptreden anderzijds.

Dit artikel is een publicatie van ZemZem.
© ZemZem, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE