Je leest:

Vrouwen kunnen prima kaartlezen

Vrouwen kunnen prima kaartlezen

Resultaten publieksonderzoek Weekend van de Wetenschap

Auteur: | 4 september 2018

Mannen en vrouwen zijn even goed in kaartlezen. Maar mannen overschatten hun navigatievermogen, terwijl vrouwen het juist onderschatten. Dat blijkt uit publieksonderzoek van neuropsycholoog Ineke van der Ham. “Als het gaat om navigatievermogen, zegt leeftijd veel meer dan geslacht.”

Je bent op verkenningstocht op een nieuwe planeet. De omgeving ziet eruit als een dorre woestijn. Bij elke bocht kom je een voorwerp tegen, zoals een container of een oude boot. Ergens staat een raket die je moet vinden om naar huis te kunnen vliegen. Na een aantal bochten zie je hem. De vraag is: hoe goed heb je deze tocht onthouden? En welke strategie pas je toe?

Deze test nam neuropsycholoog Ineke van der Ham van de Universiteit Leiden het afgelopen jaar af bij 8300 deelnemers, in samenwerking met het Weekend van de Wetenschap. Ze wil weten of leeftijd en geslacht een grote rol spelen bij ruimtelijke vaardigheden. Klopt het bijvoorbeeld dat mannen beter kunnen kaartlezen?

Iedereen vanaf acht jaar die zijn eigen navigatievermogen wilde testen, kon online de video van deze virtual reality (VR)-planeet bekijken. Daarna kreeg de deelnemer een aantal vragen voorgelegd om erachter te komen waar mensen op letten bij het opnemen van de omgeving. De uitslag volgde direct, plus tips om jezelf te verbeteren. Jong, oud, man, vrouw, verschillende opleidingsniveaus en woonplaatsen: de groep deelnemers was zeer divers.

Nu zijn de resultaten klaar. Of eigenlijk bijna klaar, want inmiddels zijn er nog tweeduizend mensen bijgekomen. De definitieve resultaten volgen daarom later dit jaar. Van der Ham kan toch al vertellen over de bevindingen; de ontdekte patronen zullen met meer deelnemers alleen maar stabieler worden.

Drie keer navigeren

De navigatietest meet hoe mensen de weg vinden. Ruwweg zijn daar drie manieren voor:

  • Aan de hand van herkenningspunten, objecten die je onderweg bent tegengekomen, zoals een auto of winkel.
  • Met je eigen positie als uitgangspunt, oftewel egocentrisch navigeren. Je hoeft je de omgeving niet mentaal voor te stellen, je kijkt ernaar zoals die er is en onthoudt bijvoorbeeld waar je links ging.
  • Allocentrisch navigeren, wat neerkomt op de omgeving begrijpen los van je eigen positie. Je weet bijvoorbeeld dat Amsterdam ten noorden ligt van Rotterdam. Je hebt het totaalplaatje in je hoofd.

En, zijn mannen inderdaad beter in kaartlezen?

“Een opvallende bevinding is dat mannen en vrouwen ongeveer even goed zijn in navigeren. Naar een effect van geslacht moet je echt zoeken; als je goed speurt vind je kleine verschillen. Zo scoren mannen een tikje beter op herkenningspunten en egocentrisch navigeren dan vrouwen, maar de scores ontlopen elkaar niet veel. Voor allocentrische kennis, waar kaartlezen onder valt, is er geen verschil. Wat wel nadrukkelijk naar voren komt, is dat oudere dames van 70+ slechter presteren dan oudere heren. Iedereen gaat met oplopende leeftijd minder goed navigeren, maar bij vrouwen zie je het effect van veroudering sterker terug.”

Het AD berichtte recent dat mannen wél beter kunnen kaartlezen, naar aanleiding van een groot onderzoek van University College of London waarin 2,5 miljoen mensen wereldwijd een computerspel speelden. Uit de Engelse studie blijkt echter niet dat mannen altijd beter zijn. Hoe groter de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in een land, hoe kleiner de geslachtsverschillen in ruimtelijke vaardigheden zijn. De uitkomsten van de twee studies bijten elkaar niet, volgens Van der Ham. “Ze combineren juist goed. Wij kijken meer naar leeftijd en stereotypering, in Londen kijken ze meer naar de rol van cultuur en nationaliteit.”

Navigeren in de hersenen

De verschillende aspecten van navigeren hebben elk hun eigen hersengebied. Voor de allocentrische strategie doe je met name een beroep op de hippocampus, een hersengebied betrokken bij leren en geheugen. Om egocentrisch je weg vinden, heb je de pariëtale hersenschors nodig, waar ruimtelijke processen verwerkt worden. Navigeren aan de hand van herkenningspunten is het werk van de prefrontale cortex, waar het werkgeheugen huist (waar we informatie opslaan die we snel weer nodig hebben). Grappig genoeg heb je voor het herkennen van plaatsen zoals landschappen en steden een specifiek gebiedje: de parahippocampal place area.

Toch denken we vaak dat mannen beter zijn in de weg vinden.

“We zagen inderdaad dat mensen er sterke stereotypes op nahouden over geslacht. We vroegen het aan 120 deelnemers. Ongeveer de helft dacht dat mannen beter zijn in de test. De andere helft dacht dat er weinig verschil zou zijn tussen mannen en vrouwen, wat zo is. Rond leeftijd heersen eigenlijk geen stereotypes. Een derde van de deelnemers dacht dat ouderen beter zijn in navigeren, een derde dacht dat jongeren beter zijn, en een derde dacht dat leeftijd niet uitmaakt. Terwijl het effect van veroudering voor bijna alle taken heel nadrukkelijk naar voren komt.”

Wat heb je ontdekt over de invloed van leeftijd?

“Leeftijd heeft een veel groter effect op navigeren dan man of vrouw zijn. We wisten al dat ouder worden van belang is. De hersengebieden die je gebruikt bij navigeren worden namelijk wat kleiner door ouderdom. We zien nu dat de achteruitgang in navigatievermogen eerder begint dan we dachten, omdat we in tegenstelling tot andere studies ook mensen tussen de dertig en zestig jaar meenemen.”

Welke aspecten van navigeren verslechteren als eerst?

“Het onthouden van herkenningspunten neemt vanaf achttien jaar al af. Kinderen zijn er heel goed in. Andere vaardigheden worden minder vanaf een jaar of vijftig.”

Zijn stedelingen beter in het opnemen van hun omgeving dan mensen die in landelijk gebied wonen?

“Nee, de woonomgeving doet er weinig toe.”

Wanneer ben je supergoed in de weg vinden?

“Vanuit de literatuur weten we dat mensen die het beste kunnen navigeren op alle fronten goed scoren en flexibel zijn in welke strategie ze toepassen. Ze navigeren bijvoorbeeld niet alleen allocentrisch, maar kiezen automatisch de strategie die het best past bij de situatie.”

Wat vond u zelf de verrassendste uitkomst?

“De resultaten rond zelfinschatting. We stelden deelnemers ook vragen over hoe goed ze denken dat ze zijn, bijvoorbeeld met afstanden inschatten. Wat blijkt? Mannen overschatten hun eigen kunsten, terwijl vrouwen zichzelf onderschatten. En ook: hoe ouder je bent, hoe meer je jezelf overschat.”

“Ik vind het vooral bijzonder dat het patroon van zelfinschatting bij mannen en vrouwen pas optreedt in de puberteit. Bij kinderen zie je geen verschil tussen jongens en meisjes in hoe ze hun eigen vaardigheden inschatten.”

Waar wijst dat op?

“Waarschijnlijk dat er stereotypen en sociale patronen in onze cultuur aan het werk zijn die sterk beïnvloeden welk beeld we van onszelf hebben. Ik denk niet dat het ligt aan een andere hersenontwikkeling bij jongens en meisjes in de puberteit. Dat zou betekenen dat zelfinschatting wordt gestuurd door hersenstructuur. Dat lijkt me onwaarschijnlijk.”

De focus van het onderzoek van Van der Ham ligt op het helpen van patiënten met navigatieproblemen. Van de mensen die een beroerte krijgen, of een andere hersenbeschadiging, kampt één op de drie met de weg vinden. Onder mensen met dementie is verdwalen een veelgehoord probleem. Door in het publieksonderzoek te testen hoe gezonde mensen navigeren, hoopt ze patiënten met hun probleem te helpen.

Hoe kunt u de resultaten van het publieksonderzoek gebruiken?

“Het publieksonderzoek was een unieke kans om referentiewaarden te verzamelen, om erachter te komen wat ‘normaal’ is. Nu we weten wat de verwachting is voor bijvoorbeeld een gezonde man van 53, kunnen we de score van een patiënt daartegen afzetten om te zien wat het probleem is. De test is inmiddels al gedaan door ruim zeshonderd mensen met een hersenbeschadiging. We zien dat zij slechter scoren, maar niet op alle taken.”

En het feit dat ouderen hun navigeerkunsten overschatten? Kunt u daar iets mee?

“Kijkend naar dementie denk ik van wel. De weg niet meer kunnen vinden is één van de eerste aanwijzingen voor dementie. Als je gaat zitten wachten tot mensen zelf naar de huisarts stappen omdat ze zo vaak verdwalen, ben je aan de late kant. We weten nu namelijk dat ouderen slecht inschatten hoe goed ze navigeren. Als we navigatiegedrag goed kunnen testen, kan dat helpen om dementie eerder te ontdekken en tot actie over te gaan.”

Sinds 2014 voert het Weekend van de Wetenschap jaarlijks een landelijk publieksonderzoek uit. Vorig jaar konden bezoekers in NEMO Science Center meedoen aan het onderzoek ‘Navigeren kan je leren’ van Ineke van der Ham, waarvan de voorlopige resultaten nu bekend zijn. Wil je ook meedoen? De navigatietest staat nog online tot half oktober.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 september 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.