Je leest:

Vrouwen die in vrouwen handelen

Vrouwen die in vrouwen handelen

Auteurs: en | 29 februari 2008

In de context van mensenhandel worden vrouwen vaak als slachtoffers en mannen als daders gepresenteerd. Maar vrouwen kunnen ook andere, actieve en zelfs leidinggevende rollen in mensenhandelnetwerken vervullen. Afrikaanse madams blijken zelfs sleutelposities in te nemen.

Naïeve en onschuldige vrouwen worden door loverboys misleid om in de prostitutie te gaan werken. Dat is het stereotype beeld van vrouwen in de prostitutie. Zo’n victimisering van vrouwen gaat eraan voorbij dat vrouwen lang niet altijd onvrijwillig in die sector zijn gaan werken. Er blijkt een grote variatie aan rollen mogelijk bij activiteiten rond vrouwenhandel. Vrouwen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: uitvoerders, partners-in-crime en madams. Afrikaanse madams blijken zelfs sleutelposities in te nemen in de internationale mensenhandelnetwerken. Dit blijkt uit onderzoek naar 89 strafdossiers, verzameld bij verschillende rechtbanken in Nederland.

Hoewel het verschijnsel van alle tijden is, staat mensenhandel pas sinds het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw hoog op de politieke agenda van veel Westerse landen. Mensenhandel is de (excessieve) uitbuiting van mensen onder uitoefening van dwang of toepassing van andere manieren van controle.

Vrouwen als daders

De analyse van de 89 strafdossiers rechtvaardigt de conclusie dat vrouwen een belangrijke rol kunnen spelen als daders binnen de criminele organisaties die zich in Nederland met vrouwenhandel bezighouden. De variatie aan mogelijke rollen is groot. De vrouwelijke daders werken voornamelijk binnen de grotere transnationale organisaties, hoewel ook een paar individueel opererende handelaren werden gevonden. De positie van de vrouw binnen zo’n organisatie varieert van geval tot geval.

Uit het buitenland

De 89 vrouwen uit ons databestand die in Nederland veroordeeld werden voor vrouwenhandel zijn voor het grootste deel afkomstig uit het buitenland. De Oost- en Centraal-Europese landen zijn belangrijke herkomstlanden van de daders. Maar ook Nederlandse vrouwen zijn ruim vertegenwoordigd. De verdeling van de herkomstlanden van daders vertoont veel overeenkomst met die van de slachtoffers.

Naast Nederlandse vrouwen zijn vrouwen vaak afkomstig uit Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Polen, Moldavië, Rusland, de drie Baltische staten, Colombia, de Dominicaanse Republiek, Ghana, Nigeria, Thailand en de Filippijnen.

Uitvoerders

De meeste vrouwelijke daders voeren – al dan niet onder dreiging met fysiek geweld – specifieke taken uit, zoals het in de gaten houden van de andere meisjes of het inzamelen van verdiend geld. Zij zijn meestal zelf prostituee geweest en de grens tussen ‘slachtoffer’ of ‘dader’ van mensenhandel is heel vaag. Meer dan de helft (50 van de 89) vrouwelijke daders behoorden tot deze groep uitvoerders. Opmerkelijk is dat de meeste Nederlandse vrouwen binnen deze categorie passen.

Soms worden vrouwen gedwongen om bepaalde taken uit te voeren. ‘We moesten het geld ophalen en de inkomsten opschrijven. Niemand doet dat uit vrije wil. De angst kan enorm zijn. We wisten dat we geslagen zouden worden als we niet deden wat ons gezegd werd,’ verklaren twee Bulgaarse zussen.

In andere gevallen zijn vrouwen betrokken bij mensenhandel uit loyaliteit en gevoelens voor een bepaald lid van de groep. In de volgende casus had een man zijn vriendin volledig in zijn macht. Gehoorzaamheid was voor deze vrouw een manier om haar man niet te verliezen. Hij gebruikte verschillende manipulaties om druk op haar uit te oefenen:

Mevrouw A., die op Aruba een respectabele baan had gehad en vervolgens naar Nederland verhuisde, kwam in contact met meneer B., die haar volledig aan zich onderwierp. B. droeg haar op hem te helpen bij zijn vrouwenhandel. Zij moest meisjes in haar eigen flat onderbrengen en B. bij zijn transporten van Dominicaanse meisjes vergezellen. Hij maakte gebruik van haar bankrekening en creditcard, soms om leningen te verstrekken aan de meisjes of hun families, om hen zodoende van hem afhankelijk te maken. A. gaf haar betrokkenheid bij vrouwenhandel toe, maar deed dat naar eigen zeggen nooit vrijwillig, altijd onder druk van haar vriend.

Partners-in-crime

De categorie partners-in-crime wordt gevormd door de vrouwelijke daders die een hechte relatie hebben met een mannelijke partner. Soms is de vrouw dankzij deze relatie het slachtofferschap ontstegen: de ex-prostituee die met haar pooier gaat samenwerken in de vrouwenhandel. In andere gevallen nemen vrouwen deel aan vrouwenhandel door bestaande familie- of vriendschapsrelaties met vrouwenhandelaars. Op grond van de relatie hebben de vrouwen een min of meer gelijkwaardige positie; de taken worden onder elkaar verdeeld en dat geldt ook voor de opbrengsten.

Soms hebben vrouwelijke ‘partners’ niet alleen een gelijkwaardige positie, maar zelfs een sturende rol. In het geval van de Bulgaarse mevrouw A. deed zij al het werk, en bleef de rol van haar echtgenoot beperkt tot het vuile werk: het gebruik van geweld. Toen haar man B. in de gevangenis zat, nam zij zelfs de rol van gewelddadige ondernemer over:

De Bulgaarse vrouw A. stond samen met haar echtgenoot B. aan het hoofd van een omvangrijke criminele organisatie, die zich bezighield met vrouwenhandel vanuit Bulgarije naar Tsjechië en Polen. Daar werden de meisjes verzameld en vervolgens via Duitsland of België naar Nederland vervoerd. Via een speciaal reisbureau ‘voor mensen die in het buitenland willen werken’ (eigendom van A. en haar echtgenoot) werden meisjes geworven en valse paspoorten en identiteitsbewijzen van verschillende landen geregeld. A. beheerde de financiën en hield contact met de families in het thuisland. Die werden bedreigd zodra zich ‘problemen’ voordeden. Toen haar echtgenoot werd gearresteerd, waarschuwde ze een meisje niet tegen hem te getuigen, want anders zou haar zoontje ‘iets ergs overkomen’. A. was het brein en de organisator van alle operaties; ze kocht en verkocht meisjes aan bordelen en gaf opdrachten aan haar partner en aan andere leden van de groep. Haar echtgenoot, een ex-bokser, was belast met de afdeling ‘geweld en bedreigingen’.

De Vlaamse televisieserie ’Matroesjka’s’ gaat over de handel in Oost-Europese vrouwen. In de serie zijn mannen de baas. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Eigen baas

Een minderheid van de vrouwelijke daders heeft het helemaal zelf voor het zeggen. Wij betitelen deze vrouwen als madams. Zes van de Nigeriaanse vrouwen vallen in de categorie madams en vier in categorie partners-in-crime. De vier Ghanese vrouwen vallen alle onder de categorie madams. Alle 10 madams zijn ouder dan 40 jaar. Het feit dat de Afrikaanse madams dit soort sleutelposities blijken in te nemen, is wellicht de meest opvallende bevinding van ons onderzoek. Deze vrouwen slaagden erin een leidende rol te verwerven binnen criminele organisaties. Hun mannelijke concurrenten lieten ze daarbij achter zich. Deze Nigeriaanse en Ghanese daders nemen zelf het initiatief bij de planning, het leggen van contacten en het uitvoerende gedeelte van de vrouwenhandel.

De madams geven bevelen aan ondergeschikten, coördineren de mensenhandel, houden toezicht op de prostituees en beheren de financiën. Soms werken madams zelf als prostituee. Dit versterkt het vertrouwen in de professionele vaardigheden van de madam, zowel bij de meisjes als de klanten – ze weet waar ze over praat omdat ze zelf ook op de ‘werkvloer’ komt:

Twee Nigeriaanse vrouwen die hun Nigeriaanse madam in Florence zijn ontvlucht. Ze wonen nu weer in Nigeria. Foto: www.advocacynet.org

De Nigeriaanse madam A., zelf werkzaam als prostituee, gaf leiding aan een klein netwerk. Zij rekruteerde meisjes in Nigeria en arrangeerde hun reis naar Nederland. Ze werd geholpen door enkele Nigerianen, ’trolly’s’, die de meisjes op hun reis vergezellen. In Nederland werden ze opgehaald door een blanke man die hen naar de madam bracht. Ze werden vervolgens in de raamprostitutie aan het werk gezet. Een Nederlander reed ze van en naar de werkplek. De meisjes moesten aan A. ‘contributiegeld’ betalen om hun schuld af te lossen. Bij wijze van garantie hadden ze een soort voodoo-ritueel (‘ogun’) moeten ondergaan en waren hun paspoorten afgenomen. De madam kwam soms zelf de verdiensten van de meisjes ophalen, maar meestal liet ze dat over aan anderen. Een van de meisjes verklaarde: ‘A. is de echte madam, dat kan je zien aan de manier waarop ze praat en hoe ze zich gedraagt en aan de kleren die ze draagt.’

Dat vooral Nigeriaanse vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de categorie ‘onafhankelijke zakenvrouwen’, ligt vermoedelijk aan het feit dat zij al in de jaren tachtig van de vorige eeuw als prostituees in Europa kwamen werken en zelf konden vaststellen dat er een grote vraag was naar Afrikaanse meisjes. De madams uit Ghana en Kameroen hebben hun voorbeeld gevolgd. Zelf werkzaam in het vak en druk bezig andere meisjes te werven, wisten zij vermogende mannelijke sponsors ervan te overtuigen te investeren in de seksindustrie, wat een buitengewoon lucratieve handel bleek.

Mensenhandel is in Nederland strafbaar gesteld in artikel 273f in het Wetboek van Strafrecht (Sr), dat per 1 januari 2005 in de plaats is gekomen van het oude artikel 250a Sr. Eerst had het artikel alleen betrekking op seksuele uitbuiting. Met de komst van het nieuwe artikel werd het begrip mensenhandel uitgebreid met andere vormen van exploitatie of uitbuiting onder dwang, zoals gedwongen arbeid en verwijdering van andermans organen.

Economische noodzaak

Het fenomeen ‘vrouwelijke vrouwenhandelaren’ is aan de ene kant te verklaren door de socio-economische ontwikkelingen van de positie van de vrouw in het herkomstland. Aan de andere kant is het te verklaren door de mogelijkheden die deze vrouwen zien om in Nederland snel geld te verdienen. Economische noodzaak dwingt vrouwen uit verschillende delen van de wereld ertoe om in Europa op zoek te gaan naar een beter leven. Vaak nemen ze de beslissing om zelfstandig in de prostitutie te gaan werken. Vooral de Afrikaanse madams grijpen de kans om hier carrière te maken. Het is wrang te constateren dat hun financiële gewin gebaseerd is op de uitbuiting van vrouwen, die net als deze madams door economische noodzaak gedreven zijn om in Europa in de prostitutie te gaan werken.

Dit is een ingekorte en bewerkte versie van het artikel ‘Vrouwen die in vrouwen handelen: de rol van vrouwen in mensenhandelnetwerken’ van Dina Siegel en Sylvia de Blank, Tijdschrift voor Criminologie (nr. 1, 2008). Dr. Dina Siegel is als universitair docent strafrecht en criminologie verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drs. Sylvia de Blank is rijkstrainee bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Dit artikel is een publicatie van Tijdschrift voor Criminologie.
© Tijdschrift voor Criminologie, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 februari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.