Je leest:

Vroeg vreemdetalenonderwijs gaat niet ten koste van Nederlands

Vroeg vreemdetalenonderwijs gaat niet ten koste van Nederlands

Vier- en vijfjarigen zijn goed in staat om Engels te leren. Dat blijkt uit een onderzoek naar de effectiviteit van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) Engels op de basisschool en de invloed daarvan op de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen. De leerlingen blijken een hoger niveau voor Engels te halen, terwijl het Nederlands op peil blijft.

Het onderzoek, op verzoek van het ministerie van OCW eind 2009 gestart, is uitgevoerd door de universiteiten van Utrecht en Groningen in samenwerking met het Europees Platform – internationaliseren in onderwijs, onder de titel Foreign Languages in Primary schools Project (FLiPP). Vanuit de Universiteit Utrecht werken taalwetenschappers Sharon Unsworth en Liv Persson aan het project mee.

Investeren in lestijd en in taalniveau van leerkracht

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen die meer dan 60 minuten Engels per week krijgen van een leerkracht met een hoog taalvaardigheidsniveau, significant betere resultaten behalen dan kinderen die minder dan 60 minuten per week Engels krijgen van een leerkracht met een gemiddeld taalniveau. Dat betekent dat het voor de vorderingen van de leerlingen belangrijk is, om zowel te investeren in tijd als in het taalvaardigheidsniveau van de leerkracht. Alle kinderen, dus zowel de leerlingen die meer dan 60 minuten per week Engels krijgen als de leerlingen die minder Engels krijgen, presteren voor de Nederlandse woordenschat conform de leeftijdsnormen.

Taalvaardigheid van kleuters gemeten

De resultaten zijn tot stand gekomen door de vorderingen van de kleuters van zowel de Engelse als de Nederlandse taalvaardigheid te meten. De onderzoekers hebben hiervoor een aantal testen afgenomen, waarbij de taalvaardigheid van de kinderen op een speelse manier gemeten werd.

Plan ter verbetering Engels in het primair onderwijs

Het ministerie van OCW gebruikt de resultaten voor het Plan van Aanpak dat op dit moment opgesteld wordt ter verbetering van Engels in het primair onderwijs en op de pabo’s. Het Europees Platform vindt dat dit Plan van Aanpak ertoe moet bijdragen dat meer scholen vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) gaan aanbieden en dat de kwaliteit van de lessen Engels verbetert.

Aansluiting voortgezet onderwijs

Het plan is ook van belang voor de aansluiting op het voortgezet onderwijs. Dankzij vvto verlaten tienduizenden leerlingen met een flinke Engelse taalvaardigheid en internationaal bewustzijn de basisschool. Door de sterke groei in het aantal scholen dat al vanaf de kleutergroepen Engels aanbiedt (van 37 scholen in 2004 naar ruim 700 in 2012), is het noodzakelijk dat het voortgezet onderwijs hierop inspringt. Dat gebeurt nog veel te weinig, hoewel een aantal middelbare scholen voor tweetalig onderwijs daar nu wel mee bezig is.

Vreemdetalenonderwijs op de pabo

Ook steeds meer pabo’s zien het belang om in te spelen op deze onderwijsverandering: zes pabo’s besteden al extra aandacht aan vvto Engels en de bijbehorende vakdidactiek via een minor. Want alleen op deze manier kunnen leerkrachten op een verantwoorde manier tegemoetkomen aan de veelgehoorde vraag: “Juf, wanneer gaan we weer Engels doen?”

Lees ook op Kennislink:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 december 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.