Je leest:

Vrijhandel goed voor de welvaart

Vrijhandel goed voor de welvaart

Auteur: | 4 juni 2008

De theorie bestond al langer: landen die makkelijk en goedkoop toegang hebben tot de markt van andere landen, zijn rijker. Geografisch econoom Maarten Bosker promoveerde onlangs op onderzoek dat die theorie bevestigt. Afrikaanse landen zijn welvarender als zij vrij kunnen handelen met hun buren en de rest van de wereld.

Nederland is rijk en welvarend. Met een bruto nationaal inkomen van 43.050 dollar per hoofd van de bevolking zijn we een stuk rijker dan landen als Bolivia, China of Namibië. Zo verdient de gemiddelde Nederlander ruim dertien keer het inkomen van een Namibiër (43050 tegen 3210 dollar, zie ook onderstaande tabel). Hoe kun je deze welvaartsverschillen verklaren? Waarom zijn Afrikaanse landen zo veel armer dan Europese? Volgens geografisch econoom Maarten Bosker kan de geografie helpen om inkomensverschillen te verklaren.

Ook inkomens-verschillen binnen landen, of zelfs steden, kunnen aanzienlijk verschillen.

Toetsen van theorieën

Maarten Bosker promoveerde deze maand aan de Universiteit Utrecht op zijn onderzoek. Hij heeft onderzocht in hoeverre bestaande theorieën binnen de geografische economie empirisch te bewijzen zijn. Hij heeft onder andere gekeken naar landen in Sub-Sahara Afrika en naar Zuid-Afrika sinds de afschaffing van de Apartheid. Aan de hand van statistisch en econometrisch onderzoek heeft Bosker gekeken of de werkelijkheid overeenkomt met de theorie. De wetenschapper meent voor verschillende theorieën bewijzen te hebben gevonden.

Inkomen per hoofd van de bevolking voor verschillende landen (in $, 2006).De gemiddelde Nederlander verdient volgens de tabel ruim dertien keer het inkomen van een inwoner van Namibië (43050 tegen 3210 dollar). De verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten zijn veel minder groot. Het verschil met het gemiddelde inkomen van een inwoner uit China en Bolivia is weer groter: de Nederlander verdient respectievelijk 21 en 34 keer zo veel. Bron: Wereldbank.

De toegang tot buitenlandse markten

De eerste theorie die Bosker heeft getoetst is of ‘landen die een betere toegang hebben tot de markt in andere landen, het economisch beter doen dan landen die veel minder geïntegreerd zijn in de wereldeconomie.’ Hij heeft hiervoor de inkomensverschillen van 48 landen in Sub-Sahara Afrika onderzocht. De theorie afkomstig uit de geografische economie blijkt juist te zijn. Bosker vindt er bewijzen voor in de gegevens over de verschillende factoren die van invloed zijn op de economische groei in de Afrikaanse landen. ‘De resultaten laten zien dat, ook nadat gecontroleerd is voor de invloed van andere factoren die de armoede in Sub-Sahara Afrika kunnen verklaren, een goede toegang tot de markt van andere landen, en met name ook tot de markten van andere Sub-Sahara Afrikaanse landen, van groot belang is voor de economische ontwikkeling van het subcontinent.’ Om de armoede te bestrijden moeten de regeringen zich volgens Bosker richten op het verbeteren van de infrastructuur en het sluiten van vrijhandelsverdragen om de toegang tot buitenlandse markten te vergroten.

In de geografische economie spelen de handelskosten een belangrijke rol. Dit zijn de kosten om goederen van de ene plaats naar de andere plaats te krijgen. Slechte wegen, weinig bootverbindingen en hoge import- en exportbelastingen maken de handelskosten hoger. Als deze kosten hoog zijn zal elke regio zijn eigen producten maken. Bosker legt uit wat er gebeurt als de handelskosten dalen: ‘Zijn de handelskosten lager dan is de kans groter dat economische activiteit zich concentreert in één of een paar regio’s. Dit is omdat bedrijven hun producten goedkoop naar andere regio’s kunnen transporteren en ondertussen voordelen ondervinden door in dezelfde regio te gaan produceren.’ Voor een fietsenfabrikant is het gunstig dat hij bij leveranciers in de buurt zit, maar ook dat hij zijn fietsen goedkoop naar verschillende markten kan vervoeren. Wordt het verhandelen van goederen bijna kosteloos dan kan de economische activiteit zich weer verspreiden over de regio’s. Een website-ontwerper is minder afhankelijk van leveranciers en goederenvervoer. Hij kan zich dan ook op meer plekken vestigen.

Het einde van de Apartheid in Zuid-Afrika

Sinds de afschaffing van de Apartheid heeft Zuid-Afrika grote veranderingen doorgemaakt. Twee veranderingen zijn bijzonder interessant voor de geografische economie. Zo zijn na 1994 de internationale sancties verdwenen. Hierdoor kon het land beter gaan deelnemen aan de wereldhandel. Daarnaast kon de bevolking zich vrijer bewegen. Tijdens de Apartheid mochten gekleurde en zwarte Zuid-Afrikanen immers niet overal werken en wonen. Zwarte Afrikanen moesten verplicht in onvruchtbare en verafgelegen ‘thuislanden’ wonen en konden alleen met een werkvergunning naar rijkere gebieden zoals Johannesburg. Zulke maatregelen hebben een grote invloed op de economie van een land.

Volgens Bosker voorspelt de geografisch-economische theorie twee veranderingen in het nieuwe Zuid-Afrika. Op de eerste plaats zorgt de opheffing van internationale handelssancties voor nieuwe exportmogelijkheden. Dat betekent dat ’regio’s met een gunstige ligging, met goede import- en exportfaciliteiten en met een adequate infrastructuur, meer profiteren dan afgelegen regio’s’, aldus Bosker. Op de tweede plaats voorspelt de theorie dat Zuid-Afrikanen, nu ze zelf mogen weten waar ze gaan werken, dicht bij elkaar gaan wonen en werken. Je spreekt dan van een ‘agglomeratie van economische activiteit.’

Deze twee voorspellingen heeft Bosker gecontroleerd met data van na 1994 (het einde van de Apartheid). Ook in dit geval blijkt de theorie voor Zuid-Afrika te kloppen. De regio’s met de meeste internationale handel groeien het snelst en kennen een grote aantrekkingskracht op de omgeving. Ze vormen groeikernen die de omgeving als het ware leegzuigen. De regionale inkomensongelijkheid is na de afschaffing van de Apartheid dan ook toegenomen. Daar is volgens Bosker moeilijk wat aan te doen.

Kennis van de geografische economie is volgens Bosker van groot belang voor beleidsmakers, bijvoorbeeld bij de Wereldbank of het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. ‘Met de toenemende globalisering wordt de onderlinge afhankelijk tussen landen, regio’s en zelfs steden alleen nog maar groter. Zonder de inzichten uit de geografische economie serieus te nemen, kunnen de effecten van globalisering niet adequaat bestudeerd worden’, aldus Bosker. Hij concludeert dan ook dat ‘de geografische economie een grote bijdrage kan leveren aan het beter begrijpen van de verschillen in welvaart tussen zowel landen, regio’s als steden.’

Maarten Boskers proefschrift heet ‘The empirical relevance of geographical economics’ en werd op 30 mei 2008 aan de Universiteit Utrecht verdedigd. Drs. Rob van Hemert werkt als docent aan de Universiteit van Amsterdam en is correspondent voor Kennislink.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 juni 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.