Je leest:

Vreemd DNA eten

Vreemd DNA eten

Auteur: | 13 april 2009

Wat betekent genetisch gemodificeerd voedsel voor de consument? Er is van alles denkbaar, maar één ding is zeker: je bent niet wat je eet.

Genetisch gemodificeerd DNA smullen. Het is een keus die je tegenwoordig kunt maken. Bijvoorbeeld als je goedkope halvarine van de Albert Heijn koopt, of van die Mexicaanse nootjes bij de Jumbo. Daarin zit genetisch gemodificeerde sojaolie verwerkt, zo blijkt op het etiket.

Maar wat is GM-eten nou precies, en wat betekent het voor ons dagelijks leven? Een vaak genoemd verschil met gewoon voedsel zou het DNA zijn. Opiniepeilingen onthullen dat veel mensen denken dat dat DNA wél in gentechvoedsel zit, maar niet in normaal eten. Dat zit anders: DNA zit in alle organismen op aarde. Dus ook in doodgewone boontjes, schouderkarbonades, melk en eieren. Iedereen eet heel de dag DNA. Daar komt geen eind aan.

Suikers en aminozuren

Dat de mens na al die DNA-maaltijden iedere dag weer opstaat, bewijst de onschuld van DNA. Maar omdat gentechnologie blijkbaar de angst voor DNA als voedsel oproept, zijn een aantal Wageningse biologen zo aardig geweest het te onderzoeken. In het vakblad Food and Chemical Toxicology schrijven ze dat stukjes DNA – gemodificeerd of niet – door je lichaam worden afgebroken tot nuttige suikers en aminozuren.

AH Zaanse Halvarine bevat GM-soja. De vermelding op het etiket is verplicht zodra het eten meer dan 0.9% GM-ingrediënten bevat.

Het is dus niet zo dat je al etend nieuw DNA in je lichaam opslaat. Da’s maar goed ook, want anders zouden we eigenschappen van ons voedsel overnemen, en zou het gezegde ‘je bent wat je eet’ op een wel heel erg lelijke manier realiteit worden voor mensen die bijvoorbeeld van aardappels of gedroogde pruimen houden.

Het goedje DNA is op zichzelf dus volstrekt ongevaarlijk. Om te begrijpen wat er dan zo bijzonder is aan gentechvoedsel, is het goed om te kijken naar wat genetische modificatie is, en hoe het invloed op DNA heeft. En natuurlijk: waarom passen wetenschappers deze techniek zo graag toe, dat hij al wordt gebruikt voor de sojaolie in Mexicaanse nootjes of in slaolie.

Slecht recept

Ten eerste wat verduidelijking over DNA. Dat is al het erfelijk materiaal dat alle levende wezens in ieder van hun cellen dragen. Het DNA bevat duizenden, zo niet miljoenen eigenschappen. Bij jezelf denk je dan aan je haarkleur of je vatbaarheid voor sommige ziektes. Wetenschappers noemen iedere eigenschap dat je op het DNA terug kunt vinden een gen. Vergelijk het met een kookboek vol recepten; het DNA is dan het kookboek, ieder gen is een recept.

Recepten zijn instructies voor koks. Evenzo geeft ieder gen het lichaam instructies: een beetje van dit stofje plus een beetje van dat, en voilà, daar is je haarkleur. Of een vervelender iets. Zoals de aanleg voor een ziekte. Helaas: het receptenboekje is blijkbaar niet altijd perfect geschreven.

GM-planten

Sommige planten worden net als mensen sneller ziek door verkeerde of onhandige recepten, oftewel genen. Door slechte genen of het ontbreken van genen is de plant nog wel eens vatbaar voor bepaalde schimmels of groeit hij moeizamer dan boeren nodig vinden.

Sommige wetenschappers denken dat zulke genetische gebreken makkelijk zijn op te lossen met genetische modificatie. Het recept verbeteren. In Nederland proberen onderzoekers vooral aardappelen te beschermen tegen schimmelziektes.

Zieke aardappels. Op dit moment alleen met pesticiden te bestrijden, binnenkort met gentechnologie.
WUR

Een zieke aardappel. Op dit moment alleen met pesticiden te bestrijden, binnenkort met gentechnologie.

Voor het verbeteren van de meest gegeten plant ter wereld, de sojaboon, doen talloze internationale instituten grootschalig onderzoek. Zo ook biologen van het Amerikaanse National Soybean Research Center (NSRL). Zij zoeken naar genen die de sojaboon tegen ziektes beschermt. Meestal vinden ze die in andere planten die we eten, zoals maïs of de aardappel.

Ze knippen en plakken dat gen dan in het DNA van de natuurlijke, minder perfecte sojaboon, waardoor hij zichzelf ineens kan wél beschermen tegen die ziekte. Dàt is genetische modificatie.

Inmiddels is meer dan de helft van alle soja op de wereld genetisch gemodificeerd, aldus landbouw-biotechnoloog Clive James in zijn laatste jaarrapport.

Giftig of niet

Merk je iets van al dat genetisch gesleutel tijdens het eten van met sojaolie bedekte Mexicaanse nootjes? Beter gezegd: is het gezond of juist gevaarlijk? Dat valt te testen. Alleen het feit dat er genetisch iets aan is veranderd zegt in ieder geval erg weinig.

Want voor zover onderzoek in het eerder genoemde Food and Chemical Toxicology uitwijst, zit een giftige eigenschap ‘m voornamelijk in de genen. Zo kan dus ook een natuurlijke plant door zijn ‘natuurlijke’ genen giftig zijn. Denk aan de wilde amandel. Niet genetisch gemodificeerd, maar vanwege het hoge cyanide-gehalte in de noten zeker weten ongezond. De wilde amandel heeft dus ‘giftige’ genen.

Wilde amandelen zijn van nature giftig – daar hebben ze geen gentechnologie voor nodig.

Daarom letten de biologen erop dat ze in eetbare planten alleen maar genen zetten waarvan ze weten dat ze de plant niet giftig maken. En voor de zekerheid wordt GM-eten, zoals de sojaolie in de Mexicaanse nootjes en AH-halvarine vooraf altijd door de Europese Voedselautoriteit (EFSA) gecontroleerd op giftigheid.

De EFSA-eisen zijn streng. Het nieuw ingebouwde gen mag niet verwant zijn aan genen waarvan bekend is dat de uitwerking schadelijk is. Verder moet de genetisch gemodificeerde plant tegen de normale voedselverwerking zoals koken en inblikken kunnen, zonder giftig te worden. En – zeker niet onbelangrijk – knaagdieren moeten minstens één maand met het GM-voedsel kunnen overleven, zonder enige aanwijzing van schade.

Een mix voor allergie?

Volgens sommige mensen is die controle niet afdoende. Een nieuwe mix van genen kan onverwachts een GM-plant allergeen maken – als je ze eet krijg je dus misschien een dodelijke allergische reactie. Het bekendste voorbeeld is die van de sojaplant waarin wetenschappers een gen van de eetbare paranoot plaatsten.

Sommige mensen zijn voor paranoten net zo allergisch als voor pinda’s en hazelnoten. Genen van deze noten kunnen allergie in GM-voedsel veroorzaken.

En ineens was de sojaboon allergeen. Heel gek was dat niet: de allergie was namelijk hetzelfde als die de paranoot van nature opwekt. Niet bepaald een onverwacht effect van een nieuwe mix van genen dus, maar wél onhandig van de wetenschappers die het allergische gen in soja stopten.

Toch was hier geen sprake van een schandaal: de sojaplant werd, zoals het goede wetenschap betaamt, getest voordat hij op de markt kwam. Hij bleek inderdaad allergeen en werd nooit verkocht. Verder zijn er geen gevallen bekend plotselinge allergie bij GM-voedsel.

Voorop staat wetenschappers niet in de wilde weg genetisch gemodificeerd voedsel mogen maken – alles wordt stap voor stap op giftigheid gecontroleerd.

Omdat genetische modificatie nu vooral bedoeld is voor de boeren de het eten verbouwen, zul je er nu tijdens het eten ervan weinig merken. Toch bestaan er nu al GM-groenten, zoals paarse tomaten, die zelfs gezonder zijn dan normale groenten. Je kunt ze nu niet kopen omdat ze nog op de testbank liggen.

Ook in dit dossier

Zie ook

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 april 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.