Je leest:

Vraagbaak – Elektronische metingen

Vraagbaak – Elektronische metingen

Auteur: | 1 januari 2003

Niet alleen het station zelf komt hier aan bod, maar tevens de manier, waarop met hiermee de metingen moet verrichten. Het hoe en waarom van weerhutten, sensorhutjes en windmeting.

De laatste jaren komen er steeds meer elektroniche weerstations op de markt. Deze zijn vaak ook al bij bouwmarkten, grote warenhuisketens en tuincentra te koop voor prijzen van vaak minder dan f. 100.—. Deze apparaten zijn in het algemeen erg nauwkeurig en hebben als voordeel dat de temperatuursensoren op grotere afstand van de uitleeseenheid kunnen worden opgesteld dan de tot voor kort gebruikelijke apparaatjes met een draadverbinding. Bij de gangbare, goedkopere electronische weerstations kan de sensor tot op een afstand van 20 tot 30 meter van de uitleeseenheid worden opgesteld.

Een en ander is dientengevolge bij uitstek geschikt voor de beginnende weeramateur, of diegene, die niet al te veel geld aan zijn of haar hobby kan of wil besteden. Soms zit er ook een windmeter bij het weerstation, alsmede een luchtvochtigheidsmeter en een barometer. Bij de goedkopere weerstations zit wel eens een luchtdruktrend meter, voorzien van wat weersymbooltjes, enigszins geënt op de ouderwetse huisbarometer. Een semiprofessioneel of professioneel elektronisch weerstation kost tussen 500 en 1100 Euro.

Een veelgebruikt systeem is de Weather Monitor 2 van de Amerikaanse firma Davis Instruments. Ons Meteonet-weerstation Grootebroek is hiermee uitgerust. Een opvolger is de zogenaamde Vantage Pro, die ook via radiogolf-overdracht kan werken. De kabels, die van het weerstation naar de sensors of registratieunits leiden kunnen tot 100 meter worden verlengd. Een ander apparaat, de Huger, heeft wat minder goede ervaringen opgeleverd. Ook bij sommige postorderbedrijven zijn elektronische weerstations te koop.

Voor leveranciers verwijzen wij graag naar eventuele adverteerders op onze site. Uiteraard kunt u ook een zoekmachine raadplegen. Naar niet-adverteerders wordt door ons niet verwezen.

Regenmeters werken vaak volgens een soort hevelsysteem, een kantellepel, waarin bijvoorbeeld 2 ml neerslag valt, waarna het kantelmechanisme een puls geeft. De uitleesunit binnenshuis kan bij dit, maar ook sommige andere apparaten via een datalogger op een PC worden aangesloten. De capaciteit hiervan is gewoonlijk genoeg om enkele weken afwezigheid wegens bijvoorbeeld een vakantie op te vangen. Let wel op een goede aarding van zowel de PC als het weerstation. Doet u dit niet dan kunnen soms aanmerkelijke afleesfouten voorkomen.

Ook bij zwaar onweer kunnen soms afleesfouten ontstaan. Het is dan trouwens raadzaam om de PC uit te zetten. Maar daarmee bent u er nog niet. Beter is om onderstaande maatregelen te nemen, omdat een meetsysteem, dat voor data-opslag een pc gebruikt IN PRINCIPE aan moeten kunnen blijven staan, MITS de juiste ‘EMC’ maatregelen zijn genomen. EMC staat voor ElectroMagnetic Compatibility: de wetenschap die zich bezighoudt met het in elkaars omgeving laten functioneren van elektronische apparatuur. Dat dit niet vanzelfsprekend is volgt uit het verbod van het gebruik van GSM-toestellen in het ziekenhuis, laptops in het vliegtuig etc. Deze maatregelen zijn in gewone pc’s en de meetstations die u beschrijft meestal NIET genomen.

Waar liggen de gevaren?

blikseminslag in de buurt die inkoppelt op (één van) de sensors/sensoringangen van het meetstation. Eventuele mogelijke gevolgen: meetstation kapot, sensors kapot, pc kapot. blikseminslag die inkoppelt op het lichtnet. Eventuele mogelijke gevolgen: (de voeding van) het meetstation en/of de pc kapot. Als het onweert, en er zijn geen goede EMC maatregelen genomen (hier lastig aan te geven hoe dat wel zou moeten: varieert per situatie!), dan moeten de volgende maatregelen genomen worden:

1. pc / meetstation uitzetten 2. sensors ontkoppelen van pc/ meetstation 3. stekers uit wandcontactdozen halen (stekkers uit stopcontact)

Op deze manier loop je geen risico. Als je een van de twee maatregelen vergeet loop je evenveel risico om schade te halen! Uitsluitend het uitzetten van de pc is volstrekt onvoldoende.

Wij kunnen u desgevraagd aan leveranciers van weerstations helpen. Software voor alle mogelijke soorten weerstations kunt u, soms freeware- of demoversies, vinden in onze softwarerubriek. Vaak kunnen met bijbehorende software, of andere, gevonden op onze softwarerubriek, de waarnemingen op het Internet worden gezet. Wij van Meteonet doen dit ook, via ons hoofdstation Grootebroek. Aan dit station is ook een webcam gekoppeld. Deze apparaten zijn voor enkele honderden guldens te koop en vaak via een USB-poort aan de PC te koppelen.

Steeds meer andere weerstations zetten waarnemingen en/of webcambeelden op het net. Op onze speciale webcampagina ziet u ze allemaal(Benelux). Ook de links naar bijpassende software zijn er te vinden.

Thermometer- en sensorhutten

Ik krijg de laatste tijd veel vragen of er altijd een dure officiële weerhut nodig is om goede temperatuurmetingen te doen. Een professionele weerhut kost al snel meer dan duizend gulden, maar ook de kleinere officieel erkende sensorhut kost al ongeveer dat bedrag. Dit is teveel voor met name jeugdige weeramateurs. Bovendien is moeder de vrouw lang niet altijd gecharmeerd van zo’n groot ding in de vaak kleine stadstuin. Laat staan het feit dat ook weeramateurs, die in flats wonen, soms een weerstation willen hebben. Zij hebben vaak slechts een klein balkonnetje tot hun beschikking.

Vooropgesteld moet natuurlijk worden, dat men zich bij het meten aan de richtlijnen moet houden. Een station op een balkon van een flat voldoet niet aan de richtlijnen, zelfs als staat de sensor in een sensorhutje. Verder moet de sensor op minstens 10 meter van huizen of bomen en struiken staan.

Weerhutten en sensorhutten zijn bij diverse gespecialiseerde zaken te koop, maar ook zelf te maken voor een fractie van de prijs, die de handel er voor vraagt. Aangezien vrijwel alle nieuwe weeramateurs met electronische stations gaan meten, beperk ik me tot het behandelen van sensorhutten.

Langs grote wegen zien we soms paaltjes staan met als het ware een aantal schoteltjes omgekeerd op elkaar gestapeld, met een onderlinge tussenruimte van een of twee centimeter. Zo iets kunnen we ook zelf maken. Bij een winkel voor kampeerartikelen kopen we een stuk of tien plastci schotels en verven die wit met een goede verf, bij voorkeur jachtlak. Men maakt in ieder schoteltje, of twee na, een gat, ongeveer ter grootte van het rondje in het midden, waarop normaal het kopje staat. De schotels zonder gat gebruikt men als bovenkant van het sensorhutje. Met vier ijzeren staafjes verbindt men het geheel aan elkaar vast. Deze staafjes hebben bij voorkeur een doorlopende schroef draad, zodat er boutjes op gedraaid kunnen worden. Men kan de schoteltjes eventueel ook aan de staafjes plakken. Enige creatviteit is bij dit alles erg handig. Het is de bedoeling dat de schoteltjes op rond of iets meer dan een centimeter van elkaar af gemonteerd worden.

Vervolgens monteert men het aldus gemaakte hutje op een paal op ander halve meter boveneen stukje kort geknipt grasveld, zo ver mogelijk van het huis of grotere planten. Men bevestigt vervolgens via de onderkant van het hutje de sensor in het hutje en zet het met ijzerdraad vast. Bedenk dat de sensor er zo nu en dan uit moet kunnen om de batterij te vervangen. Dit moet gebeuren, zodra er geen temperatuurwaarden meer worden doorgegeven of dat de uitlees eenheid aanmerkelijke temperatuuruit lezingen gaat vertonen. Vervang dan zonodig ook de batterijen van de uitleeseenheid.

Deze constructie is niet als officieel erkend, zodat je hiermee nog geen T-station hebt). Toch kun je hiermee aardige resultaten behalen, al staat of valt de contructie met de opstelling van het hele gebeuren.

Het hoe en waarom van windmeting

Veel weeramateurs willen graag aan windmeting doen. Probleem is dat er bij maar weinig mensen de mogelijk heid is om een geschikte meetplek te vinden. Een windmast van 10 meter boven een vlak grasveld(volgens de richtlijnen) heeft immers lang niet iedereen tot zijn of haar beschikking. Bovendien hebben velen hoge bomen of huizen in de onmiddellijke nabijheid van de meetplek. Alleen al om die reden is het voor veel mensen helaas niet raadzaam om een zeer dure professionele windmeter te kopen.

Laat u echter niet verleiden om er een te kopen, die door sommige postorderbedrijven worden aangeboden. Deze zijn vaak best redelijk, maar gaan meestal toch binnen niet al te lang tijd stuk. Een echt professionele windmeter kost meer dan duizend gulden. Waarom zo duur? Het draaiwerk van de windsnelheidsmeter moet aan uiterst hoge eisen voldoen. De wrijving tussen de draaiende delen moet minimaal zijn, het apparaat moet bestand zijn tegen neerslaginvloeden, felle zon, warmte, kou, vocht en uiteraard tegen harde wind. Het lagerwerk dient dan ook van een eerste klas kwaliteit te zijn. Het asje met de halve cupjes draait immers bijna voortdu rend, zeker op meetplekken in de kustgebieden. Zo is het bijvoorbeeld in Grootebroek, bij Enkhuizen, nagenoeg nooit windstil.

De bijgeleverde windsnelheidsmeter van de Weather Monitor is van een goede kwaliteit, alhoewel verschillende weeramateurs al problemen met het ding hebben gehad. Als men het apparaat bovenop een schoorsteen monteert op 3 tot 5 meter boven de nok van het dak, zal het apparaat redelijk goede waarden aangeven, mits er niet te veel hoge bomen in de buurt staan. Bedenk echter dat de waarnemingen dan nog altijd niet aan de richtlijnen voldoen.

Dit artikel is een publicatie van Meteonet.
© Meteonet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.