Je leest:

Voorkennis bepalend bij zinsontleding

Voorkennis bepalend bij zinsontleding

Auteur: | 25 mei 2009

Tijdens het lezen zetten we allerlei soorten kennis in om zinnen te begrijpen. Daarbij hebben we voorkeuren voor bepaalde zinsconstructies. Maar toch is het in eerste instantie onze voorkennis die bepaalt hoe we een zin ontleden.

Stel je voor: je zit achter je computer en leest een e-mail die als volgt begint: Je zult het niet geloven! Ellen kuste Peter en Ruben … Dit is het laatste wat je leest voordat je computer crasht. Met enige voorkennis zou je de strekking van de zin kunnen raden. Als je bijvoorbeeld weet dat Ellen stiekem verliefd is op zowel Peter als Ruben, zou je kunnen verwachten dat ze beiden gekust heeft.

Zo begint het proefschrift van Nina Versteeg, die in juni promoveert aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over de manier waarop onze hersenen zinnen verwerken tijdens het lezen. En dan vooral zinnen waarvan het eerste deel ambigu is: “Als je erop gaat letten, kom je ze overal tegen”, zegt de promovenda, “en vooral in kranten.”

Economisch principe

Het vervolg van de zin kan ook zijn: Ellen kuste Peter en Ruben ging nog maar even wat te drinken halen. Waarschijnlijk heb je bij het lezen van deze zin bij jezelf een klein moment van verwarring bespeurd (om precies te zijn, bij het woord ‘ging’). Dat komt omdat we een voorkeur hebben voor het type zin waarbij Peter en Ruben samen het lijdend voorwerp zijn. Die interpretatie is eenvoudiger dan één waarbij Ruben een nieuw onderwerp is. Voor het gemak noemen we dit maar even het economische principe.

Versteeg gaat in haar proefschrift uit van de hypothese dat je voorkennis deze voorkeur kan doorbreken. Als je bij het lezen van de voorgaande zin had geweten dat Ellen smoorverliefd is op Peter, en zeker niet op Ruben, had je helemaal geen moment van verwarring gehad. Versteeg verwacht dat voorkennis een nog belangrijkere factor is bij de manier van ontleden, dan het economische principe. Om dit te onderzoeken deed ze verschillende soorten leesexperimenten met studenten.

Wereldkennis

Bij het eerste type experiment moesten de proefpersonen zinnen afmaken van het type Ellen kuste Peter en Ruben. Daaruit bleek dat de aangeboden context bepalend was voor hun keuze. Ook moesten de studenten zinnen beoordelen. Daarbij gaven ze positievere oordelen over zinnen die in overeenstemming waren met de context. Wanneer de context vertelde dat Ellen alleen verliefd was op Peter, en niet op Ruben, werd dus alleen Peter als lijdend voorwerp geanalyseerd. Ook al is dit in tegenspraak met het economische principe.

Deze resultaten waren nog niet zo opzienbarend. Versteeg: “Weinig psycholinguïsten zullen tegenspreken dat voorkennis invloed heeft op de manier waarop we zinnen ontleden. Wel verschilt men van mening over de vraag op welk moment dit gebeurt.” Ze legt uit dat er, grof genomen, twee kampen bestaan binnen de psycholinguïstiek. Het ene zegt dat je in je eerste analyse van een zin voor de meest eenvoudige structuur kiest. Dit doe je op basis van bepaalde talige kennis. Het andere kamp zegt dat je behalve die talige ook niet-talige kennis inzet om te bepalen hoe je de zin ontleedt. Wereldkennis, noemt Versteeg het: “Tijdens het lezen van een zin doe je kennis op over de wereld. Die kennis kun je inzetten bij de analyse van de volgende zin.”

Leestijdenonderzoek

Om te bepalen welk kamp het bij het rechte eind heeft, deed de promovenda leestijdenonderzoek. De proefpersoon zit achter een computer en krijgt zinnen te lezen die opgedeeld zijn in brokjes. Elke keer als hij op de spatiebalk drukt, komt het volgend stukje van de zin in beeld. De computer registreert de tijden waarop de proefpersoon op de spatiebalk drukt. Met deze informatie kan de onderzoeker nagaan hoeveel denktijd de proefpersoon nodig heeft.

Psycholinguïstiek houdt zich bezig met de psychologische processen die ten grondslag liggen aan het menselijk taalgedrag.
smileygeekgirl

De zinnen die de proefpersonen te lezen kregen, waren opnieuw voorzien van een context. Bij sommige zinnen liet de context enkel een ontleding toe die in overeenstemming was met het economisch principe; in andere gevallen was die juist in strijd met dit principe. Zoals de zin Ellen kuste Peter en Ruben ging nog maar even wat te drinken halen. Versteeg keek naar de reactietijd op het woord ‘Ruben’. Ze mat een langere reactietijd op dit woord bij de zinnen die ingingen tegen het economische principe. Hieruit bleek dat de proefpersonen bij dit type zin meer denktijd nodig hadden. Maar ook dat ze op dit moment in de zin al een keuze hadden gemaakt voor een bepaalde interpretatie van deze zin: één die aansloot bij hun voorkennis.

Het onderzoek van Versteeg laat zien dat we tijdens het lezen direct allerlei soorten kennis inzetten om zinnen te begrijpen. Daarbij hebben we voorkeuren voor bepaalde zinsconstructies. Maar vaak is het in eerste instantie onze voorkennis die bepaalt hoe we een zin interpreteren. Of, zoals de onderzoekster het samenvat: “Wat je weet is wat je ontleedt!”

Zie ook:

Taalverwerking anders bij autisme (Kennislinkartikel) Spraak en schrift in de hersenen (Kennislinkartikel) Breintaal (Kennislinkartikel) Het brein achter onze communicatie (Kennislinkartikel) Stemmen in je hoofd (Kennislinkartikel)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 mei 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.