Je leest:

Vogeltrekradar op festival

Vogeltrekradar op festival

Auteur: | 26 augustus 2004

Tijdens het ‘Vogelfestival’ is de verrekijker een onmisbaar instrument. Maar het is ook mogelijk met de radar de vogeltrek te volgen. TNO ontwikkelde ROBIN voor de Koninklijke Luchtmacht; high-tech radarapparatuur om vogels waar te nemen.

Op elk militair vliegveld zijn verwoede vogelaars te vinden. Niet uit vogelkundige belangstelling, maar uit pure noodzaak. Omdat vliegtuigen en vogels het luchtruim delen, bestaat er altijd het risico van botsingen tussen dier en machine. Dat dit desastreuze gevolgen heeft voor de vogel mag duidelijk zijn, maar soms leidt het ook tot aanzienlijke schade aan het vliegtuig. Vooral in de militaire luchtvaart zijn vogelbotsingen een probleem, omdat de militaire toestellen veel in de onderste luchtlagen vliegen, daar waar de meeste vogeltrek zich afspeelt.

Rond het vliegveld zijn altijd vogelwachten in touw om de start- en landingsbanen ‘vogelvrij’ te houden. Ze verjagen de beesten met elektronische angstkreten of knalpatronen en incidenteel worden stoïcijnse exemplaren neergeschoten, zodat vliegtuigen veilig kunnen starten en landen.

Waarneming van vogelbewegingen is belangrijk voor de veiligheid van de militaire luchtvaart. Beeld: Vliegende Hollander, Koninklijke Luchtmacht

Het voorkomen van vogelaanvaringen in de lucht is een stuk moeilijker. Gelukkig is het met radar mogelijk om continu de aanwezigheid van vogels vast te stellen. Radar werkt op zeer grote afstanden en hoogtes en zowel overdag als ’s nachts. Voor vogeldetectie met radar ontwikkelde het Fysisch en Elektronisch Laboratorium van TNO in de tachtiger jaren van de vorige eeuw het ROBIN systeem: Radar Observation of Bird INtensity. Met informatie van de landelijke radarsystemen voor de militaire verkeersleiding helpt het de Koninklijke Luchtmacht al vijftien jaar om botsingen met vogelzwermen te voorkomen.

Vogelwaarneming met het ROBIN-systeem. Elk half uur wordt er 5 minuten lang met de Air Traffic Control radar meegekeken en zo ontstaat een gesommeerd luchtbeeld (grote cirkelbeeld, 1). Dit overzichtsbeeld wordt door de ‘vogelkundige operator’ geïnterpreteerd. Als dit nodig mocht blijken kan een gebied geselecteerd worden om bewegingsanalyse uit te voeren. (cirkelsegment, 2). Met de gegevens van de bewegingsanalyse zijn afgeleide grootheden te bepalen zoals richting en snelheid (3) en dichtheid van vogels in het geselecteerde gebied. Bron: TNO, Koninklijke LuchtmachtKlik op het plaatje voor een grotere versie.

Het landelijke ROBIN systeem maakt gebruik van de Air Traffic Control (ATC) radars in Leeuwarden en Soesterberg, die een bereik van 150 km hebben. De gegevens worden naar het hoofdkwartier van de Luchtmacht in Den Haag gezonden, waar speciale vogelkundig geschoolde radaroperators ze interpreteren. Ze hebben de beschikking over speciale software waarmee bijvoorbeeld de radarecho’s van regenbuien worden gescheiden van die van vogelzwermen. Zo krijgen ze een beeld van de vogeldichtheden boven Nederland zodat ze ‘vogelberichten’ kunnen samenstellen die – eventueel voorzien van expliciete vliegrestricties – naar alle militaire vliegvelden worden verstuurd.

Onderzoek

In de loop van de jaren werden met ROBIN steeds meer gegevens verzameld die relevant zijn voor het wetenschappelijk onderzoek naar de vogeltrek. Met behulp van waarnemers ‘aan de grond’ werden bijvoorbeeld radarbeelden gekoppeld aan herkenbare vogelzwermen, zoals bijvoorbeeld steltlopers die na een dag foerageren in het Waddengebied terugkeren naar hun rustplaatsen op Vlieland en Griend.

Links: Vogelbewegingen van/naar Vlieland van steltlopers die terugkeren naar hun rustplaatsen op Vlieland en Griend. Deze classificatie / identificatie is tot stand gekomen met behulp van waarnemers in het veld. Rechts: Dit ROBIN beeld van noordwest Nederland geeft een impressie van de oversteek van vogels over het IJsselmeer, met preferente “vogelvluchtbanen” boven het IJsselmeer en Noord Holland. Het rood in dit plaatje geeft de bewegingsrichting en indirect ook de vogeldichtheid aan. Duidelijk is te zien hoe er vogelvluchtbanen lopen van Stavoren naar Enkhuizen, langs de afsluitdijk en van de Noordoostpolder naar Oostelijk Flevoland.

Mobiele ROBIN3

De ATC radarsystemen leveren voornamelijk data van vogels op grotere afstanden en hoogtes. In de loop der tijd werd het radaronderzoek uitgebreid naar het lokale gedrag van vogels, dus op korte afstanden en lage hoogtes. TNO-FEL ontwikkeld daarvoor het ROBIN3 systeem op basis van de mobiele Flycatcher doelvolgradar van de Luchtmacht, dat radarvideo kan opnemen in een gebied van 0-15 kilometer afstand en van 0 tot 90º elevatie. Hiermee kunnen de laagste luchtlagen ook in het onderzoek worden betrokken. Met de ROBIN3 systemen is – in combinatie met een videocamera – een hele verfijnde observatie mogelijk, waarmee zelfs individuele vogels te identificeren en te volgen zijn. Omdat de radar geschikt is om zowel in het horizontale als verticale vlak te scannen, is kwantitatieve informatie over de hoeveelheid vogels in de lucht te verzamelen. Juist deze combinatie van scannen en volgen van vogels maakt de Flycatcherradar bijzonder geschikt als onderzoeksradar.

De Flycatcher radar. De kegel boven op de radar is de doelvolgantenne, de grote balk daaronder de zoekantenne. Parallel aan de doelvolgantenne kijkt een videocamera mee. Overdag kunnen de vogels daarmee worden herkend. Op het vogelfestival zullen ‘live’ de verschillende mogelijkheden van de Flycatcher worden gedemonstreerd aan de hand van de overvliegende vogels. Beeld: Koninklijke Luchtmacht

Flycatcher in actie. De snel ronddraaiende rondzoekradar geeft een kaartbeeld van de omgeving met alles wat er vliegt. Door middel van een joystick kan één enkele vogel uit dit beeld worden geselecteerd, waarna de bovenste doelvolgantenne er de hoogte bijzoekt en dit doel vervolgens gaat volgen. Dit levert een driedimensionaal vliegpad en vaak ook vleugelslaginformatie op. Beeld: Koninklijke Luchtmacht

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 augustus 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.