Je leest:

Vitamine tegen suikerziekte

Vitamine tegen suikerziekte

Auteur: | 28 juni 2002

Vitamine D is niet alleen goed voor de botten, maar lijkt ook belangrijk te zijn bij het voorkomen van diabetes. De stof kalmeert indirect de afweercellen die jeugddiabetes kunnen veroorzaken. Kunstmatige vitamine D-achtige stoffen werken zelfs nog beter en zijn goedkoop en veilig. Onderzoeker dr. Bart Roep ziet nieuwe behandelmogelijkheden.

Bij patiënten met type 1 diabetes, ook wel bekend als ‘jeugddiabetes’, vernietigt het eigen immuunsysteem de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Deze eilandjes bestaan uit cellen die insuline produceren, een stof die het lichaam nodig heeft om suiker uit het bloed op te nemen. Wat precies de schadelijke reactie uitlokt is nog niet helemaal duidelijk, al zijn er sterke aanwijzingen dat het afweersysteem de insulineproducerende cellen aanziet voor cellen die geïnfecteerd zijn door een virus.

Op het moment dat de diagnose gesteld wordt, is al 80 tot 90 procent van de insulineproducerende cellen in de alvleesklier van de patiënt verdwenen. Helaas zijn artsen ook dan nog niet in staat de schadelijke afweerreactie te stoppen. Misschien straks wel, denkt dr. Bart Roep, diabetesonderzoeker bij de afdeling Immunohematologie en Bloedtransfusie van het LUMC. Stoffen die verwant zijn aan vitamine D lijken een goed middel om de afweercellen te temmen. Dat zou kunnen betekenen dat levertraan en zonlicht de kans op de ziekte verkleinen.

Engelse ziekte

Hoe noordelijker je komt in Europa, hoe meer gevallen van type 1 diabetes je onder de bevolking aantreft. Dat ligt niet aan alleen genetische factoren; het moet ook iets met de omgeving te maken hebben. Maar welk onderdeel van de omgeving? “Er werd al lang vermoed dat zonlicht er een rol bij speelt”, zegt Roep. “Nu lijkt het raadsel eindelijk opgelost, dankzij bewijs uit verschillende hoeken. Finse epidemiologen hebben een enorme groep mensen twintig jaar lang gevolgd, vanaf hun geboorte. Zij vonden een sterke correlatie tussen rachitis – ook wel de ‘Engelse ziekte’ genoemd – en diabetes.” Rachitis is een botafwijking, die ontstaat door een gebrek aan geactiveerd vitamine D. Dat activeren gebeurt in de huid, onder invloed van zonlicht. In Nederland komt de ziekte vrijwel niet voor, maar de laatste tijd verschijnen er wel berichten over islamitische vrouwen die zo weinig in de zon komen, dat ze een gebrek aan actief vitamine D hebben. Toeval of niet: het aantal gevallen van type 1 diabetes onder Marokkaanse Nederlanders vertoont een opvallende stijging.

Het gelijk van levertraan

De hoogtijdagen van levertraan liggen al decennia achter ons, maar vergeten is het middel nog lang niet. De dagelijkse lepel levertraan heeft op menige kinderziel een onuitwisbare indruk achtergelaten. Geen positieve, want levertraan at je niet omdat het zo lekker was. Gezondheid, daar ging het om. Levertraan was goed voor de botten en versterkte de weerstand, zeker in de donkere dagen.Inderdaad zit levertraan boordevol gezonde stoffen: een heel scala aan onverzadigde vetzuren en ook vitamine D. En dat, blijkt de laatste jaren, heeft een gunstige invloed op het afweersysteem. Het middel wordt overigens nog steeds verkocht.Tegenwoordig maakt men het niet meer van walvissen, maar van de levers van kabeljauw. Er is ook haaienleverolie verkrijgbaar. Misschien is dat een van de redenen waarom haaien dezelfde weg gaan als vroeger de walvissen: richting uitsterven.

Onder Finse kinderen die extra vitamine D3 binnenkregen, kwamen rachitis én diabetes veel minder voor. Dat is op zichzelf al een sterke suggestie voor een rol van vitamine D3 bij het voorkómen van diabetes. Maar er is meer. Roep: “Ongeveer tegelijk met de publicatie van de Finse studie hebben wij nog een aanwijzing in die richting gevonden. Van het receptoreiwit dat het geactiveerde vitamine de cel binnenhaalt, blijkt een afwijkende vorm te bestaan. Mijn collega Bobby Koeleman vond dat deze vorm verdacht veel voorkomt voor onder kinderen die op jonge leeftijd diabetes krijgen. Waarschijnlijk is deze genetische variant minder effectief; dat gaan we nog verder uitzoeken.”

Flinke stap verder

Epidemiologische verbanden zijn mooi, vindt Roep dus, maar je hebt pas echt iets in handen als je die verbanden ook kunt verklaren. Wat doet vitamine D3, waardoor beschermt het tegen diabetes? “Toevallig zijn we daarin ook net een flinke stap verder gekomen. Het is de laatste jaren duidelijk geworden dat de actieve vorm van vitamine D3 veel invloed heeft op het immuunsysteem. Het grijpt onder meer aan op de zogenaamde dendritische cellen. Dat zijn cellen die een belangrijke regulerende functie hebben, een soort ‘opvoeders’ van andere afweercellen: de T-cellen. Postdoc Astrid van Halteren heeft onderzocht wat het actieve vitamine doet in de interactie tussen dendritische cellen en een type T-cel dat diabetes veroorzaakt.”

De T-cellen waar Roep het overheeft, zijn specifiek gericht tegen een eiwit dat voorkomt in de insulineproducerende cellen in de alvleesklier. De onderzoekster voegde geactiveerd vitamine toe bij rijpende dendritische cellen. De invloed was enorm. Dendritische cellen maken verschillende boodschapperstoffen, waarvan sommige de T-cellen agressiever maken en ze tot vermenigvuldiging aanzetten, terwijl andere ze juist kalmeren. Onder invloed van het actieve vitamine D3 rijpten de dendritische cellen anders uit en verschoof de balans sterk richting kalmerende stoffen. In het tijdschrift Diabetes van juli verschijnt er een artikel over. Roep: “Toevallig staat in het nummer daarvoor een artikel waarin Italiaanse onderzoekers in een proefdiermodel van diabetes aantonen dat vitamine D3 ook direct op T-cellen kan inwerken, waardoor ze zich omvormen tot afweerremmende cellen. Daarmee konden ze voorkomen dat de muizen de ziekte kregen.”

Mild middel

Naast natuurlijk vitamine testte Van Halteren ook TX-527, een synthetische variant ervan. De kunstmatige stof heeft echter niet het nadeel dat vitamine D3 wel heeft: bij een te hoge concentratie schopt dat de calciumhuishouding in het lichaam in de war. In het manipuleren van dendritische cellen bleek TX-527 effectief, meer nog dan de natuurlijke stof. Roep: “Als dit ook in het menselijk lichaam werkt, is dat natuurlijk prachtig. Want als je wilt ingrijpen bij diabetes, heb je een mild middel nodig. De aanval op de insulineproducerende cellen stoppen kunnen we in principe al lang, maar alleen door het immuunsysteem plat te leggen met paardenmiddelen als chemotherapie. Dat gaat te ver voor een ziekte die niet direct levensbedreigend is. Dit type stoffen biedt uitzicht op een veel subtielere benadering, waar we wel mee uit de voeten kunnen. Bovendien zijn zulke synthetische varianten van vitamine D3 helemaal niet duur.”

Transplantaties

De benadering met vitamine D-achtige stoffen lijkt ook geschikt voor toepassing bij een behandeling die in het LUMC binnenkort zijn Nederlandse primeur zal beleven: de eilandjestransplantatie. Diabetespatiënten krijgen daarbij insulineproducerende cellen van een donor. Net als bij andere transplantaties bestaat dan het gevaar van afstoting, dat bestreden kan worden met afweeronderdrukkende middelen. Roep: “Vitamine D-analoge stoffen staan in de belangstelling in de hele transplantatie-immunologie. Er zijn al klinische trials mee aan de gang, bijvoorbeeld bij patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan.”

Grootste Europese prijs

Het is een jongensdroom die in vervulling gaat, zegt dr. Bart Roep. “Ik werkte als jonge onderzoeker in Cambridge tijdelijk samen met iemand waarvan met ontzag werd gefluisterd dat hij een Minowski-winnaar was. Die prijs winnen is de grootste eer die je als diabetesonderzoeker kunt behalen. Nou ja, op de Nobelprijs na dan.” Dit jaar valt die eer dus te beurt aan Roep, wegens het baanbrekende onderzoek dat hij de afgelopen twaalf jaar heeft verricht aan type 1 diabetes, met name gericht op de rol van T-cellen. De Minowskiprijs is dé Europese prijs voor diabetesonderzoek en Roep is de eerste Nederlander die deze prijs krijgt. Hij ontvangt twintigduizend euro en mag de hoofdlezing geven op het jaarlijkse congres van de European Association for the Study of Diabetes, begin september in Boedapest.

Diabetes van type 1 is nu nog een ‘alles of niets’ ziekte: als je het eenmaal krijgt, zal het doorzetten en nooit meer verdwijnen. Dat gaat veranderen, zegt Roep. “In de laatste vijftien jaar zijn heel veel dogma’s gesneuveld. Het beeld van de ziekte is echt heel anders geworden: van een ongeneeslijke kinderziekte met onbekende oorzaak naar een steeds beter begrepen proces dat ook op latere leeftijd kan optreden, dat we ook steeds beter kunnen beïnvloeden. En misschien kunnen we het dus voor een deel voorkómen.”

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 juni 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.