Je leest:

Visueel Esperanto of steno voor ingewijden?

Visueel Esperanto of steno voor ingewijden?

Auteur: | 3 april 2007

Even leek het erop dat beeldtaal het mogelijk zou maken om met de hele wereldbevolking te communiceren. Maar wie weleens heeft gekopieerd op een kopieerapparaat met louter pictogrammen, weet dat beeldtaal niet altijd uitkomst biedt. Wanneer werken pictogrammen beter dan woorden? En hoe ziet de toekomst van beeldcommunicatie eruit?

De jeugd leest niet meer maar kijkt. In advertenties heeft het woord plaatsgemaakt voor het beeld. In onze auto’s en op apparatuur thuis is tekst ingeruild voor veelal onbegrijpelijke symbolen. Taal is uit, zo lijkt het wel. Zwartkijkers spreken van de overgang naar een beeldcultuur alsofhet einde van onze gehele cultuur in zicht is gekomen. Is die angst voor de beeldcultuur terecht? En wat voor beeldtaal is er zoal?

Stukje vlees

Beeldtaal moet, net als geschreven taal, geleerd worden voordat mensen er adequaat op kunnen reageren. Beeldtaal spreekt dus nooit voor zichzelf, en het is maar zeer de vraag of het voldoende internationaal of multicultureel is, twee graag beoogde eigenschappen bij bijvoorbeeld fabrikanten en gebouwbeheerders, omdat ze daarmee zijn ontslagen van de dure en ruimtevretende plicht om hun informatie in ik weet niet hoeveel talen aan de gebruikers van hun producten aan te bieden.

Er bestaat een gidsje met afbeeldingen dat je op reis mee kunt nemen als je naar een land gaat waarvan je de taal niet spreekt. Ter plaatse wijs je op het vliegveld, in de stad, in het hotel of in het restaurant gewoon aan watje wensen zijn. Zo wees iemand op vakantie in China in een overzicht van dieren er een aan waarvan hij een stukje vlees bliefde. De ober knikte instemmend en na anderhalf uur kwam er een gigantische schotel op tafel waarop ook van alle overige afgebeelde dieren een stuk voorhanden was. Het beeld alleen is dus niet genoeg, er horen regels bij die geleerd moeten worden.

Paul Mijksenaar: “Het inzicht dat pictogrammen niet zonder meer zelfvei klarend zijn. is betrekkelijk laat doorgedrongen tot ontwerpers.” Foto: Bart Versteeg

Pictogrammen

Beeldtaal is tamelijk jong. Een tekening uit de negentiende eeuw toont een straatbeeld met affiches waarop uitsluitend tekst te zien is, zij het in opvallend veel verschillende lettertypes. Op eenzelfde gevelmuur overheerst nu het beeld, met hier en daar een slogan of merknaam.

Met de komst van de auto verscheen in de vorm van verkeersborden de eerste publieke beeldtaal. Eerst waren het er vier, later is het systeem uitgebreid tot vele tientallen borden. Bijzonder aan verkeersborden is dat ze internationaal gestandaardiseerd zijn, een voorwaarde voor geslaagde communicatie.

Bandenfabrikant Michelin volgde spoedig met het gebruik van symbolen in zijn beroemde rode hotelgidsen. Eigenlijk waren dit de eerste echte pictogrammen. Pictogrammen zijn de symbolen die zichtbare overeenkomsten vertonen met datgene waar ze in de praktijk naar verwijzen. Zo is het bord dat aangeeft dat er ergens een verplicht fietspad is (blauw rond bord met een witte fiets) een pictogram omdat de afbeelding lijkt op een echte fiets. Maar niet alle verkeersborden zijn pictogrammen. Het bord voor ‘voorrangsweg’ (geel ruitvormig bord met witte rand) bijvoorbeeld: dat is een min of meer willekeurig, geometrisch figuur. Elk pictogram is dus een symbool, maar niet alle symbolen zijn pictogrammen.

De symbolen op verkeersborden zijn van grote afstand zichtbaar, terwijl Michelin juist compacte tekens hanteert om de gidsen niet onnodig dik te maken. Het is echter duidelijk dat in beide gevallen sprake is van symbolen die verwijzen naar een onderlinge afspraak die elders precies en ondubbelzinnig op schrift staat. Zo staat de exacte betekenis van verkeersborden in het wetboek en voegt Michelin al honderd jaar een bladwijzer aan de gids toe waarop de belangrijkste symbolen verklaard worden. Ook worden alle symbolen in elke editie van de gids in vier talen uitgelegd.

Hoge kwaliteit

Omstreeks 1930 zag de Weense econoom Otto Neurath in symbolen de ideale oplossing om met behulp van ‘beeldstatistiek’ ingewikkelde economische principes voor de gewone mens duidelijk te maken. Voor elk statistisch gegeven liet hij door beroemde kunstenaars uit die tijd, zoals Gerd Arntz, een symbool ontwerpen. Dat symbool representeerde een vast aantal eenheden. Als één poppetje voor honderd mensen stond, werden driehonderd mensen op papier dus weergegeven met drie poppetjes.

Omdat de ‘beeldstatistiek’ beperkt leek te blijven tot het weergeven van eenvoudige statistische gegevens en minder geschikt was voor abstracte economische principes, stierf deze vorm na Neuraths dood langzaam uit. Het lijkt echter zeker dat de uitzonderlijk hoge kwaliteit van de symbolen latere ontwerpers heeft geïnspireerd tot het ontwikkelen van de huidige pictogrammen.

Taalloze producten

Pictogrammen werden voor het eerst op zeer grote schaal toegepast op de Olympische Spelen van 1948. De organisatie liet vanwege het grote aantal deelnemende nationaliteiten pictogrammen ontwerpen voor de bewegwijzering en de programmaboekjes.

Naderhand volgden fabrikanten van consumentengoederen, zoals auto’s, hifi-apparatuur en witgoed. Dankzij de pictogrammen hoefde er geen taal op de producten te komen om ervoor te zorgen dat ze overal verkocht konden worden. De consumenten moesten de verklaring ervan zien terug te vinden in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing in soms wel meer dan tien verschillende talen. Maar voor de gebruiker zaten er ook voordelen aan de beeldtaal. Wie eenmaal geleerd heeft een auto te besturen met al zijn symbolen op de vele hendeltjes en knopjes, kan overal ter wereld een auto huren en daarmee direct wegrijden.

Beeldgrammatica

In hoeverre is er bij beeldcommunicatie nu eigenlijk sprake van een echte taal? Zoals gezegd moet beeldtaal net als geschreven taal aangeleerd worden. Ook op andere gebieden zijn er overeenkomsten. Zo vormen alle beelden van één serie pictogrammen, bijvoorbeeld een reeks verkeersborden, wasvoorschriften of muziekschrift, een familie door hun gemeenschappelijke stijlkenmerken, net als woorden in een taal. Ook is er voor sommige beelden een soort grammatica ontwikkeld waarin de volgorde ervan is vastgelegd. De aanwijzing voor het plaatsen van verkeerstekens in een handleiding voor wegbeheerders is daar een voorbeeld van.

Verouderde beeldtaal

Zoals taal in de loop van de tijd verandert, zo kan ook beeldtaal verouderen. Op dramatische wijze bleek bijvoorbeeld dat het huidige verkeersbord met een ouderwetse stoomlocomotief voor ‘onbewaakte overweg’ door jonge kinderen uitgelegd wordt als een aanduiding voor een (spoorweg)museum. Enkele kinderen in Duitsland buitelden vrolijk de rails op, met dodelijke afloop. De stoomlocomotief op het bord werd daar daarom razendsnel vervangen door een meer eigentijdse trein.

En Nederland kende tot 1994 het verkeersbord ‘voetgangersgebied’ met daarop een obscure mansfiguur-met-gleufhoed die een kindje voortsleurt naar een plek waarvan we tegenwoordig aannemen dat er oneerbare voornemens ten uitvoer gebracht worden.

Dit bord is nu vervangen door een seksloze volwassene en dito kleuter. Zouden we in dit geval een man en vrouw afbeelden, dan is er verwarring mogelijk. Dat beeld is namelijk de aanduiding voor toiletten geworden, omdat de toiletpot, die onderdeel is van het internationaal gestandaardiseerde pictogram (ISO), uit preutsheid overal ter wereld weggelaten wordt.

Onervaren reizigers

In de loop van de tijd is ook duidelijk geworden dat het gebruik van pictogrammen voor publieke voorzieningen beperkt is tot concrete functies die in de wereld min of meer gemeengoed zijn geworden. Zo lijkt de euforische poging van de Duitse ontwerper Otl Aicher om pictogrammen te ontwerpen voor vrijwel elke openbare voorziening – of die zich nu in een ziekenhuis, winkelcentrum of op een luchthaven bevond – bij voorbaat zinloos.

Het inzicht dat pictogrammen niet zonder meer zelfverklarend zijn, is betrekkelijk laat doorgedrongen tot ontwerpers. De Nederlandse Spoorwegen zijn er pas in 1999 toe overgegaan om alle pictogrammen op de stationsbewegwijzering, die Europees gestandaardiseerd zijn, te voorzien van een korte uitleg.

De teksten zijn bewust klein gehouden en kunnen beschouwd worden als bijschriften. De idee is dat onervaren reizigers even naar het bord toe lopen om de betekenis te bekijken, iets wat de volgende keer niet meer hoeft. De kleine letters zitten verder niet in de weg voor iemand die al weet wat een bepaald pictogram betekent.

Lingua franca

Op de luchthaven Schiphol speelde een ander probleem. In 1990 zijn daar pictogrammen toegevoegd aan de bestaande Nederlandse en Engelse teksten op de bekende gele bewegwijzeringsborden. Sindsdien werd dus alle informatie driemaal aangeboden: in het Nederlands, het Engels en met een pictogram.

Door de enorme toename van het aantal voorzieningen en de groei van de luchthaven zelf werden de borden talrijker, complexer en groter. Men realiseerde zich dat voor de internationale reiziger enige kennis van de Engelstalige begrippen van luchthavenvoorzieningen ( gates, check-in, departures, baggage hall, change, exit) onmisbaar is omdat hij daar op elke andere luchthaven ter wereld mee geconfronteerd wordt, bijvoorbeeld die waar hij aankomt en waarvandaan hij vertrekt. Er is dus in feite sprake van de Engelse taal als lingua franca van de internationale reiziger. Na uitvoerige studie is daarom besloten de informatie op de bewegwijzeringsborden zo veel mogelijk te beperken tot de Engelse benaming en het internationale pictogram. Het Nederlands is dus vrijwel van de bewegwijzering verdwenen. Dankzij deze ingreep was het mogelijk de tekst op de borden te vergroten, en ontstond er een veel rustigere lay out. Daar waar dat zinvol was, bleef het Nederlands gehandhaafd, zij het dat de Nederlandse tekst kleiner wordt weergegeven dan de Engelse.

Al eerder was gebleken dat veel automobilisten moeite hadden om hun auto terug te vinden op een van de drie enorme parkeervoorzieningen van Schiphol. Er is een geval bekend van een Duitse zakenman die vijf uur tevergeefs zijn auto heeft lopen zoeken … op het verkeerde parkeerterrein! Het bleek dat de cijfer- en-lettercodes van de parkeergarages moeilijk te onthouden waren.

Als oplossing kreeg elke parkeervoorziening zijn eigen ‘thema’: Holland, vervoer of sport. Per etage en per vak ontwierp tekenaar Opland sterk gestileerde symbolen die nu vele malen herhaald worden op de borden. Bij terugkomst hoeft iemand slechts zijn ‘eigen’ symbool te volgen om moeiteloos op de juiste etage zijn auto terug te vinden.

Minibeeldschermen

Goedkope microprocessoren maakten het mogelijk om ook op apparaten als kopieermachines, afstandsbedieningen en mobiele telefoontoestellen de gebruiksinstructie op een minibeeldscherm in elke gewenste taal zichtbaar te maken. Dit bracht de ontwikkeling van beeldtaal bruusk tot stilstand. De poging om een betrekkelijk eenvoudige instructie (‘Kopieer een bundel enkelzijdige originelen tot dubbelzijdige, verkleinde, gesorteerde en geniete sets in een oplage van 25 stuks’) op het display van een kopieermachine uitsluitend door middel van symbolen weer te geven, was bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Dezelfde instructie in louter taal wordt daarentegen door iedereen foutloos begrepen.

Verfijning

Bij de nieuwe generatie kopieermachines waarop de gebruiker zijn eigen taal kan kiezen, vervalt de noodzaak tot het gebruik van symbolen, die er immers vooral waren omwille van de grote exportmogelijkheden van de fabrikant.

We zien nog wel de toepassing van symbolen, maar nu gereduceerd tot ‘knoppen’ waarmee de gewenste functie geactiveerd kan worden.

Dankzij de verfijning van de elektronica, die zoveel beeld- en symbolentaal over ons heeft uitgestort, is het dus mogelijk steeds meer gebruiksinstructies in de landstaal van de gebruiker weer te geven. En zo zal de elektronica steeds meer tegemoetkomen aan de individuele gebruiker. Ik verwacht bijvoorbeeld dat vliegtuigpassagiers binnen enkele jaren op grote displays langs de kant van de weg naar Schiphol en op het vliegveld zelf informatie kunnen vinden die alleen voor hen bestemd is.

Ooit meende men dat beeldtaal tot een vorm van visueel Esperanto zou kunnen uitgroeien. We zijn nu op een punt beland dat beeldtaal niet langer een substituut voor taal is, maar steno voor ingewijden wanneer er voor lezen geen tijd of geen ruimte is. Soms taal dus, soms beeld.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 april 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.