Je leest:

Vissen naar vogels

Vissen naar vogels

Auteur: | 24 januari 2002

Ja, het is waar: Chinezen eten vogelnestjes. Wat altijd klonk als een koloniaal broodje-aap-verhaal is gewoon waar, vertelt Henri Thomassen, en hij kan het weten. De bioloog bij het instituut voor Ecologische en Evolutionaire Wetenschappen deed eind vorig jaar onderzoek in de enorme grotten in Maleisië waar zwermen gierzwaluwen leven, als vleermuizen.

De kleinste soorten maken hun nest van puur speeksel dat uithardt als een glazige gelei. Die geldt in China als een delicatesse, gebruikt in soepen en geneeskrachtige elixirs. In speciale ‘boerderij’-grotten worden tientallen meters hoge stellages gebouwd om de nesten van het plafond te oogsten.‘Een kilo kan wel 2000 tot 3000 dollar opbrengen’, weet Thomassen.

Maar elixirs en soep zijn niet waar promovendus Thomassen zich mee bezig houdt. Net als vleermuizen hebben de Maleise gierzwaluwen een systeem van echolocatie ontwikkeld: door goed te luisteren wanneer en hoe zelfgemaakte geluiden terugkaatsen van de rotswand, voorkomt de zwaluw dat hij er tegenop vliegt. Maar bij de gierzwaluw is het geluid niet te hoog om voor de mens hoorbaar te zijn, zoals bij vleermuizen. ‘Het klinkt als een soort klikken’, vertelt Thomassen, die wil weten hoe het echolocatiesysteem werkt, en welke rol het heeft gespeeld in de evolutie van de gierzwaluw. ‘Het heeft waarschijnlijk een hele nieuwe ’niche’ opgeleverd’, legt Thomassen uit, ‘hij kon in het donker leven en veel langer op jacht.’ Zijn vermoeden is dat de ontwikkeling van de echolocatie dan ook voor een explosie in gierzwaluwsoorten heeft gezorgd.

Samen met zijn vriendin, ook biologe en even zonder baan, toog hij voor anderhalve maand naar de grotten in de oerwouden Maleisië voor zwaluwonderzoek. ‘Ik heb tweeëntwintig exemplaren meegebracht om te onderzoeken. We hebben ze gevangen met mistnetten, heel fijnmazige netten van 12 bij 3 meter’, vertelt de aio. ‘Het is handig dat ze in grotten zitten, want dan hebben ze een vaste aanvliegroute om het net in te hangen. Sommige grotten hebben alleen een ingang van wel dertig bij dertig. Dan sta je daar met je netje.’

Maleisië leek nog het meest op wat Thomassen zich ooit voorstelde bij het beroep van bioloog. ‘Ik had een heel romantisch beeld, als in een natuurfilm: je gaat ergens heen en ontdekt allerlei gave beesten’, bekent Thomassen, die al op de middelbare school zeker wist dat hij dat ook wilde. ‘Maar het is ook heel hard werken’, ontdekte hij daarna al gauw.

Na de vangst nam de bioloog een bloedmonster af, en doodde hij de geselecteerde dieren. ‘Dat vind ik wel naar om te doen’, bekent Thomassen, ‘maar dit onderzoek is zó interessant, dat je het er voor over moet hebben. Maar je houdt de aantallen wel beperkt.’

Even later laat hij de gevangen exemplaren zien, pikzwarte vogeltjes met verzopen drijfnatte veertjes in een handvol potten met alcohol. ‘Nu moet ik gaan kijken hoe het gehoor in elkaar zit, en de syrynx, de keel’, legt Thomassen uit, ‘misschien ga ik zelfs naar de hersens van de dieren kijken.’ Met de bloedmonsters worden DNA-analyses uitgevoerd om te kijken hoeveel de verschillende soorten genetisch verschillen.

Het is een ambitieus onderzoeksplan, erkent Thomassen, ‘maar ik vind het leuk om veel aspecten te bekijken, in plaats van je op één klein dingetje helemaal te specialiseren.’ ‘En natuurlijk hoop je heel hard dat er iets moois uitkomt: een heel duidelijke aanpassing die een van de vragen beantwoordt.’ Hoe maakt de gierzwaluw zijn slechts milliseconden durende klikjes? Hoe houdt hij tot op fracties van seconden bij wanneer de echo terugkomt? Hoe maak je daarvan een beeld van de grot om je heen? En hoe herkent de zwaluw zijn eigen terugkaatsende klikjes tussen de herrie van zijn soortgenoten. ‘Die laatste is een hele lastige’, zegt Thomassen, ‘in sommige grotten leven wel een miljoen zwaluwen. We hebben geen idee hoe hij dat voor elkaar krijgt.’

Dit artikel is een publicatie van Mare - Universiteit Leiden.
© Mare - Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 januari 2002
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.