Je leest:

Vijfduizend buiken meten

Vijfduizend buiken meten

Auteur: | 23 maart 2007

In de regio Zwolle startte een bijzonder project dat overgewicht onder kinderen moet voorkomen. Voor het eerst werden op grote schaal gewicht en lengte van kinderen van allerlei leeftijden op hetzelfde moment opgemeten, en werden hun leefomgeving en eetgewoontes in kaart gebracht. Deze enorme meetoperatie, ChecKid gedoopt, kan helpen bepalen waar extra interventies nodig zijn.

In de regio Zwolle startte een bijzonder project dat overgewicht moet voorkomen. Uitgaande van het principe ‘jong geleerd is oud gedaan’, wordt uitgezocht hoe kinderen gezond gedrag kan worden aangeleerd. Niet alleen door hun ouders: mogelijk helpt het ook als de gemeente een leuker speelplein regelt of iets doet tegen hangjongeren.

We weten het allemaal best: we moeten minder eten en meer bewegen om van ons toenemende overgewicht af te komen. Maar ja, eenmaal aangeleerd gedrag is moeilijk te veranderen. Dat gegeven hebben ze in de regio Zwolle als uitgangspunt genomen voor een bijzonder project. Wetenschappers van VU, VUmc en Christelijke Hogeschool Windesheim willen samen met de GGD kinderen in Zwolle gezond gedrag aanleren, om te voorkomen dat ze later ongezond gedrag moeten afleren. Dat lijkt eenvoudig, maar het is nog steeds niet bekend waardoor het ene kind overgewicht ontwikkelt en het andere kind niet. Om goede preventieprogramma’s te kunnen ontwikkelen, willen de onderzoekers dat nu eerst bepalen.

De eerste stap

De afgelopen maanden vond als eerste stap een enorme meetoperatie plaats, ChecKid gedoopt. Van 5500 Zwolse kinderen van vier tot dertien jaar werden op school gewicht, lengte en de buikomvang gemeten. Negentig studenten van Windesheim – getraind in hoe en waar te meten – gingen in november 2006 naar de scholen. De gegevensverzameling moest in een kort tijdsbestek plaatsvinden, omdat het gewicht van kinderen per seizoen varieert. Dat mocht de metingen niet beïnvloeden. Uitgebreide media-aandacht zorgde ervoor dat de ouders positief tegenover het project stonden en hun kinderen lieten meewerken.

Jimmy Molenvelt en Dave Bouquet uit groep 4 van De Octopus in Diemen gaan op de fiets naar school. Een veilig fietspad kan misschien helpen meer kinderen uit de auto en op de fiets te krijgen: ChecKid brengt dat aan het licht. Foto: Com VU/Yvonne Compier

Alle leeftijden

Onderzoekscoördinator van het project, Carry Renders: “Het was geweldig dat zo veel scholen en daarmee zo veel kinderen meededen. In Nederland zijn al veel cijfers verzameld over lengte en gewicht van kinderen, bijvoorbeeld door schoolartsen of in groeistudies. Maar die zijn op dit moment al niet actueel meer of niet zo volledig als de cijfers die ChecKid ons gaat opleveren. Wij meten nu kinderen van alle leeftijden, in dezelfde periode en allemaal op exact dezelfde manier. Uniek is ook dat we de meetgegevens koppelen aan informatie uit vragenlijsten, over onder andere eet- en beweeggedrag.”

Die vragenlijsten helpen de onderzoekers vast te stellen waardoor overgewicht nu precies wordt veroorzaakt. Natuurlijk stonden er gedetailleerde vragen in over wat en wanneer de kinderen eten. De ouders van de gemeten kinderen vulden de vragenlijsten in, maar de oudste kinderen deden dat ter vergelijking ook zelf: kinderen doen immers ook dingen waarop hun ouders geen zicht hebben.

Hangjongeren of wipkip?

Bewegen is net zo’n belangrijke gewichtsbepaler als eten. Buitenspelen of sporten kost meer calorieën dan achter de computer zitten. En naar school lopen of fietsen is ook bewegen. Is er geen leuke speelplek in de buurt, of geen veilig fiets- of wandelpad naar school, dan kan dat voor kinderen reden zijn om binnen te blijven, of voor ouders om hun kinderen met de auto naar school te brengen. Een leuke wipkip of juist een groep intimiderende hangjongeren op het plein kunnen dus veel uitmaken. Daarom brachten de onderzoekers dat soort aspecten uit de leefomgeving ook in kaart via de vragenlijsten.

Is er geen leuke speelplek in de buurt, dan kan dat voor kinderen een reden zijn om binnen te blijven. Gevolg: ze verbranden minder calorieën en lopen daardoor een groter risico om te dik te worden. Een wipkip kan al veel verschil maken. Foto: Asha ten Broeke

De resultaten van ChecKid leveren handvatten om doelmatige preventieprogramma’s te gaan ontwikkelen. Dat doen de onderzoekers met een aantal belangrijke samenwerkingspartners. Zo kan de gemeente Zwolle een veilige en speelvriendelijke omgeving creëren. Maar ook GGD, maatschappelijk werk, sportverenigingen en scholen uit de regio werken actief mee aan de ontwikkeling en uitvoering van de preventieprogramma’s. Zo’n regionale, kleinschalige en integrale aanpak is volgens de onderzoekers onontbeerlijk voor een effectieve preventie van overgewicht. Renders: “We willen preventieprogramma’s op maat ontwikkelen, die aansluiten bij de belevingswereld en de leefomgeving van kinderen. Met ChecKid bepalen we waar interventies het meest nodig zijn. De kinderen die toch overgewicht ontwikkelen, stromen door naar aangepaste programma’s.”

De omvang, de hoge deelnamegraad en de volledigheid van het onderzoek is volgens Renders wereldwijd uniek. De ChecKid metingen worden de komende jaren regelmatig herhaald, om te kunnen vaststellen of de preventieprogramma’s werken. Eén tevreden klant heeft het project al opgeleverd. “Nu weet ik hoe groot ik ben!” riep een jonge deelnemer enthousiast, “honderddertig meter!”

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.