Je leest:

Vijf eeuwen migratie

Vijf eeuwen migratie

Gastcolumn door Susan Leclercq

Auteur: | 30 november 2010

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over de wetenschap achter een gebeurtenis in de maatschappij of uit ons dagelijks leven. Deze week Susan Leclercq, projectmedewerker van de recentelijk gelanceerde website www.vijfeeuwenmigratie.nl. Zij vertelt over migratie in de geschiedenis van Nederland.

Susan Leclercq is projectmedewerker van vijf eeuwen migratie, de onlangs gelanceerde website over de migratiegeschiedenis van Nederland.

Migratie is een normaal verschijnsel in de geschiedenis. Op zoek naar werk, veiligheid of liefde, trekken mensen al eeuwenlang de wereld over. De afgelopen vijfhonderd jaar hebben zoveel mensen zich in Nederland gevestigd dat inmiddels 98% van de Nederlanders, buitenlandse voorvaderen heeft.

Hoewel bijna iedere Nederlander dus nakomeling is van een migrant, wordt migratie vaak als iets negatiefs gezien. Vooral berichten over Turken en Marokkanen zijn niet positief.

Ander soort migrant?

Van Turkse en Marokkaanse migranten wordt in de media en de politiek gezegd dat zij verschillen van andere migranten. Het verschil tussen Turken en Marokkanen en ‘andere’ migranten in Nederland zou hem zitten in hun aantal en hun geloof. Zij zouden zich daarom moeilijk staande houden in de Nederlandse samenleving. Maar in de Nederlandse migratiegeschiedenis zijn eerder groepen van deze grootte gekomen. En ook migranten met een afwijkend geloof. Bovendien blijken Turken en Marokkanen lang niet de eerste migranten te zijn die van hun tijdelijk, een permanent verblijf maakten.

Bladzijde uit een poorterboek van de stad Leiden. In poorterboeken werden de namen van nieuwe stadsbewoners geschreven. Kinderen van poorters kregen deze gratis, andere stadsbewoners of migranten moesten het poorterschap kopen. Bij het openslaan van poorterboeken uit de 17e en 18e eeuw valt meteen het grote aantal Vlaamse namen op.
Collectie Regionaal Archief Leiden

Zo waren in het begin van de 17e eeuw migranten in Nederlandse steden niet te missen. In Amsterdam was 40% van de bevolking in het buitenland geboren. Van de inwoners van Leiden was zelfs de meerderheid migrant. Verantwoordelijk hiervoor waren met name vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, ongeveer het hedendaagse België.

Van deze Zuid-Nederlanders was het grootste deel calvinist, op de vlucht voor vervolging. Katholieke Zuid-Nederlanders waren wel veilig voor de Spaanse Inquisitie, maar niet voor de economische crisis. Een deel van hen vertrok daarom ook naar Nederland. Zo kwamen naar schatting honderdduizenden migranten in de Hollandse steden te wonen.

Geloof

Migranten hingen eerder een geloof aan dat anders was dan gebruikelijk in Nederland. Halverwege de achttiende eeuw woonden tienduizend asjkenazische joden uit Duitsland, Polen en Rusland in Nederland. Daarna liep dit aantal nog verder op.

De meesten woonden in Amsterdam. Ze spraken Jiddisch en zij werden bespot vanwege hun opzichtige uiterlijk. De meestal arme asjkenazische joden belandden in de laagste klasse. De Hoogduitse synagoge van de asjkenazische joden werd naast die van de Sefardische joden gebouwd. Deze geloofsgenoten uit Spanje en Portugal waren in de 17e eeuw al naar Nederland gekomen. Zij deden wel volop mee met de Amsterdamse handel.

Asjkenazische joden in Amsterdam
IISG

Hongaarse kindertreinen

Migranten hebben vaak het idee gehad voor een tijdje naar Nederland te gaan, terwijl ze nooit meer teruggingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog besloten allerlei organisaties kinderen uit bezette gebieden in België en Frankrijk naar Nederland te halen. Zo konden ze aansterken.

Na de oorlog werden deze liefdadigheidsacties voortgezet in Hongarije. Tienduizenden Hongaarse kinderen kwamen met speciale kindertreinen naar Nederland. Zij gingen in pleeggezinnen wonen. In regio’s waar veel van deze kinderen terechtkwamen, konden zelfs hele Hongaarse schoolklassen worden gevormd. Deze ‘vakantie’ zou drie maanden duren. Maar van veel kinderen werd het verblijf verlengd. Uiteindelijk ging ongeveer een derde van deze Hongaarse kinderen nooit meer terug naar huis.

De Hongaarse klas vóór de school in de Korte Lombardstraat in Den Haag, omstreeks 1924.
Collectie Historisch Beeldarchief Migranten, via CC 0

Uit de voorbeelden blijkt dat de grote aantallen, een ander geloof en een langer verblijf Turkse en Marokkaanse migranten niet uniek maken.

In elke Nederlandse familiegeschiedenis zijn wel sporen van migratie aan te wijzen. Dat is het uitgangspunt van de website www.vijfeeuwenmigratie.nl die 28 november is gelanceerd. De site informeert een breed publiek over de lange migratiegeschiedenis van Nederland en over alle migrantengroepen die zich hier gevestigd hebben. Aan de totstandkoming werkte een keur van vooraanstaande historici, musea en archieven mee. De website vijf eeuwen migratie is een initiatief van het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM), het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en de LOM-Samenwerkingsverbanden (Landelijk Overleg Minderheden).

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 november 2010
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.