Je leest:

Vierduizend voor een vrouw

Vierduizend voor een vrouw

Auteurs: en | 23 januari 2007

Antropologe Deniz Kandiyoti betwijfelt of de positie van vrouwen in Afghanistan er veel beter op is geworden sinds het vertrek van de Taliban. In april 2007 verschijnt een verslag van haar onderzoek in het tijdschrift Third World Quarterly. Eén van haar conclusies is dat de Afghaanse opium- en oorlogseconomie heeft geleid tot nieuwe vormen van uitbuiting, waaronder vrouwenhandel. De prijs van een vrouw varieert van 1000 tot 4000 dollar.

Deniz Kandiyoti, als antropoloog verbonden aan de School of Oriental and African Studies in Londen, deed onderzoek naar de positie van vrouwen in het nieuwe Afghanistan en Irak. Zij stelt dat de meeste vrouwen in Afghanistan zich niet in de positie bevinden om hun nieuw verworven rechten af te dwingen. Een belangrijk probleem is de op opium en oorlog gebaseerde Afghaanse economie, die voor grote veranderingen in de relaties tussen mannen en vrouwen heeft gezorgd.

Afghanistan is sinds 1979, het jaar waarin de Sovjet-Unie het land binnenviel, in oorlog geweest. Afghaanse islamitische groeperingen verzetten zich tien jaar lang met steun van de VS tegen de Russische bezetting. Maar toen de Sovjet-Unie zich in 1989 terugtrok, bleven de Afghaanse groeperingen elkaar bevechten. In het midden van de jaren negentig kwam de streng islamitische Taliban op. Zijn populariteit dankte de beweging vooral aan de belofte stabiliteit en veiligheid te zullen brengen. De Taliban bracht de beloofde rust, maar introduceerde ook een vrouwonvriendelijke regime. Vrouwen moesten bijvoorbeeld verplicht een boerka dragen en kregen een soort van uitgaansverbod opgelegd.

Vrouwenhandel

Vrouwen worden volgens Kandiyoti steeds vaker verhandeld. Veel mannen zijn (economisch) afhankelijk geworden van lokale krijgsheren en drugshandelaars. De verkoop van een vrouw blijkt, naast de verkoop van land, de meest populaire manier om schulden in te lossen. Uit een onderzoek in de regio Badhakhshan blijkt dat 32% van de drugssmokkelaars met een schuld een dochter of zus verkochten. De marktprijs van de vrouwen varieert van 1000 tot 4000 dollar.

Volgens onderzoek van de International Migration Organization is het probleem van mensenhandel in Afghanistan groter aan het worden. Vrouwen (en kinderen) zijn steeds vaker het slachtoffer van gedwongen arbeid (waaronder prostitutie) en gedwongen huwelijken om schulden te vereffenen of conflicten op te lossen. Deze uitbuiting en wat Kandiyoti ‘slavernij-achtige praktijken’ noemt, zijn volgens haar een gevolg van de economie die drijft op oorlog en opium.

Onveilig in een oorlogseconomie

Kandiyoti is het voor een belangrijk deel eens met de stelling dat voor vrouwen elk ander regime dan dat van de Taliban al snel een verbetering is. Toch betwijfelt ze of de positie van vrouwen in het nieuwe Afghanistan in de praktijk veel beter is geworden. Vrouwen zijn namelijk niet in staat om de rechten die zij op papier hebben, af te dwingen. Maar wat nog belangrijker is, is dat Afghanistan er niet veiliger op is geworden. Nog steeds worden allerlei conflicten uitgevochten: tussen de Taliban en de NAVO-troepen, tussen de overheid in Kaboel en rebellen, en tussen verschillende Afghaanse krijgsheren onderling.

In de Afghaanse papaver (de grondstof voor opium) teelt ging in 2003 2,3 miljard euro om. De opbrengsten worden voor een groot deel gebruikt om de oorlog van lokale krijgsheren te financieren. Veel mannen zijn (economisch) afhankelijk geworden van lokale krijgsheren en drugshandelaars. Vrouwen worden volgens Kandiyoti, naast land, het meest verkocht om een schuld in te lossen.

Deze voortdurende onveiligheid heeft volgens Kandiyoti geleid tot grote veranderingen in de relatie tussen mannen en vrouwen – in het nadeel van vrouwen. In een stabiele omgeving zijn relaties tussen mannen en vrouwen vaak gebaseerd op ‘geven en nemen’, zelfs als de man meer lijkt te nemen dan geven. Mannen en vrouwen hebben beide verplichtingen: de vrouw moet bijvoorbeeld gehoorzamen maar in ruil daarvoor moet de man de familie beschermen. Volgens Kandiyoti is deze balans in een oorlogssituatie ver te zoeken: ‘Wanneer mannen hun verplichtingen niet meer na willen of kunnen komen, maar wel gebruik maken van hun macht, kunnen er nieuwe vormen van misbruik ontstaan.’ De vrouwenhandel is zo’n voorbeeld van een nieuwe vorm van uitbuiting.

Vaak worden tradities en de islam genoemd als oorzaken van vrouwenonderdrukking in Afghanistan. Volgens Kandiyoti zijn er echter sinds 1979 nieuwe vormen van uitbuiting ontstaan die veel meer te maken hebben met de kwetsbare positie van vrouwen in een oorlogssituatie dan met de Afghaanse traditie. Uit haar onderzoek blijkt dat vijfentwintig jaar conflict tot grote sociale veranderingen heeft geleid. Om dit soort problemen en ongelijkheden op te lossen is er volgens haar dan ook meer nodig dan het wegjagen en verslaan van de Taliban.

Deniz Kandiyoti is verbonden aan de School of Oriental and African Studies in Londen. Dit artikel is gebaseerd op ‘Between the Hammer and the Anvil: Post-conflict Reconstruction, Islam and Women’s Rights’ dat in april 2007 in de Third World Quarterly (vol.28, nr.3) zal verschijnen en dat zij onlangs op het Institute for Social Sciences (ISS) presenteerde.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.