Je leest:

Vet is een hoofdzaak

Vet is een hoofdzaak

Auteur: | 15 november 2002

Waarom krijgt de één alleen een dikke buik en verspreidt het vet zich bij een ander over het hele lichaam? Geen triviale vraag, want veel buikvet betekent meer kans op diabetes en hartziekten. Endocrinologen en hersenonderzoekers ontdekten dat de hersenen zich actief bemoeien met de vetverdeling. Het is een ontdekking die nog veel gevolgen zal hebben: “Dit mag je gerust een doorbraak noemen.”

Lichaamsvet is lang beschouwd als een ‘dom’ weefsel, dat alleen dient als energievoorraad en als isolatielaag tegen kou en schokken. Pas acht jaar geleden werd ontdekt dat het vetweefsel leptine maakt, een hormoon dat het hongersignaal in de hersenen dempt. De wetenschap stortte zich met enthousiasme op het vet, want dikke, ongezonde mensen zijn er steeds meer. Een pil tegen vetzucht zou miljarden opbrengen. Uit het onderzoek bleek al snel dat vetweefsel veel ingewikkelder in elkaar zit dan iedereen dacht.

Heel nieuw beeld

Wel twintig hormonen zijn er de afgelopen acht jaar ontdekt, die allemaal door vetcellen worden geproduceerd. En nu komen Amsterdamse en Leidse onderzoekers met een ontdekking die het vet weer in een heel nieuw licht plaatst: de hersenen bemoeien zich via zenuwen met de vetopslag en de hormoonproductie. Wat is daar zo bijzonder aan? “Het verandert ons hele beeld van de vetregulatie in het lichaam”, begint endocrinoloog prof. dr. Hans Romijn. “En dat zal grote gevolgen hebben. Denk maar aan hart- en vaatziekten, de belangrijkste doodsoorzaak in de westerse wereld. Dat heeft alles met de vethuishouding te maken, vooral met buikvet. En dat geldt ook voor type twee diabetes. Wil je die ziekten begrijpen, dan zul je dus ook naar de rol van de hersenen moeten kijken. Overigens wisten we al wel dat er zenuwen zijn die de vetafbraak kunnen stimuleren, maar nu hebben we ook zenuwen gevonden die bepalen waar vet zich ophoopt.”

Tussen de oren

De oorzaak van een dikke buik zit dus voor een deel ‘tussen de oren’? Romijn: “Ja, maar pas op: dat hersenen de vetopslag aansturen, wil niet zeggen dat je dat bewust kunt sturen. Het gaat hier namelijk om het autonome zenuwstelsel, dat heel veel processen in je lichaam reguleert, zonder inmenging van het bewustzijn. We weten nu dat lichaamsvet wat dat betreft een orgaan is als vele andere: het maakt hormonen, reageert op hormonen en wordt daarin bijgestuurd door de hersenen, die zelf ook reageren op de hormonen uit het orgaan. Over die hormonen weten we al vrij veel, maar we snappen nu dat het ons zonder de rol van de zenuwen te kennen niet zal lukken om de vethuishouding goed te begrijpen. Dat mag je gerust een doorbraak noemen.”

Juist omdat het zo’n revolutionaire vinding was, gingen de onderzoekers niet over één nacht ijs. Dat moest ook wel, verklaart onderzoeker Felix Kreier. Hij werkt bij de afdelingen Endocrinologie van het AMC en het LUMC én in het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek (NIH). Kreier: “Het kostte heel wat overtuigingskracht om onze resultaten gepubliceerd te krijgen. De reviewers van het Journal of Clinical Investigation gingen overstag doordat we met heel veel informatie kwamen. Niet alleen lieten we zien waar de zenuwen precies lopen, maar ook wat ze doen en hoe dat de vetverdeling beïnvloedt.”

Opsporing met virus

Naast LUMC, AMC en het NIH was ook TNO bij dit onderzoek betrokken. Endocrinologen – hormoondeskundigen – en hersenonderzoekers werkten intensief samen, iets dat (nog) niet vaak gebeurt. Kreier: “Grof gezegd hebben endocrinologen altijd met een hersenloos model gewerkt, en hersenonderzoekers met een lichaamsloos model. Een combinatie levert veel op.”

Bijna al het werk gebeurde aan ratten. De zenuwen, die bijna niet te zien zijn, werden microchirurgisch blootgelegd. Om te zien waar ze heen liepen, werden twee middelen ingezet, die door zenuwuiteinden worden opgenomen en door de zenuw worden getransporteerd. De reeds bekende, vetafbraakbevorderende zenuwen werden daarbij eerst doorgesneden, zodat alleen de nieuw ontdekte zenuwbanen te zien zouden zijn. Een van de twee middelen was een virus, dat niet alleen door de zenuwcel werd getransporteerd, maar ook via zenuwverbindingen naar andere zenuwen ‘overspringt’. Kreier: “Daarmee konden we precies aantonen waar in de hersenen deze zenuwen eindigen, tot op individuele hersencellen.”

Het bleek dat zenuwen van buikvet nooit op dezelfde hersencellen aangesloten waren als zenuwen die het onderhuids vet aansturen. Een opzienbarende ontdekking, want dat betekent dat de ‘bierbuik’ op een andere manier aangestuurd wordt dan het vet op bijvoorbeeld heupen, billen en ledematen. Romijn: “Erg belangrijk, omdat de zenuwcentra waaruit deze zenuwen komen ook effecten hebben op de bloeddruk, bloedsuiker en cholesterolspiegels. Dit maakt een beter begrip mogelijk van de relatie tussen veel buikvet en een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Vet op andere plaatsen is veel minder gevaarlijk.”

Mannen en vrouwen

Kreier: “Wat gebeurt er nu als je zo’n zenuw doorsnijdt? We verwachtten dat er dan minder vet zou worden afgezet op de plaatsen waar de zenuw heen leidt, en dat klopte ook. Insuline was minder in staat de glucose- en vetopname van de betrokken cellen te stimuleren, waardoor ze minder vet opsloegen.” Die observatie doet denken aan type twee diabetes mellitus, waarbij insuline veel minder effect heeft, springt Romijn in. “De activiteit van zenuwen kan de gevoeligheid voor insuline belangrijk beïnvloeden. We wisten al lang dat er een relatie was tussen overgewicht en diabetes, maar nu zijn we een grote stap dichter bij de ontrafeling van het mechanisme dat daar achter steekt. Het lijkt er bovendien op dat we een goede verklaring hebben voor de verschillen in vetverdeling tussen mannen en vrouwen: de zenuwen die naar onderhuids vetweefsel gaan, zijn mogelijk gevoeliger voor vrouwelijke geslachtshormonen dan de zenuwen die naar het buikvet gaan.” Dat zou de vraag beantwoorden waarom mannen vaak een buikje krijgen en vrouwen eerder overál lekker zacht worden.

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 november 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.