Je leest:

Verterende onzekerheid over ontsteking

Verterende onzekerheid over ontsteking

Auteur: | 1 juni 2003

In mei is de EARL studie van start gegaan: een grootschalig, door het AMC gecoördineerd onderzoek naar pancreatitis (alvleesklierontsteking). Over het ontstaan van de aandoening is nog weinig bekend. Het observationele onderzoek strekt zich dan ook uit over vele gebieden: epidemiologie, genetische risicofactoren, het medisch beleid en de gevolgen op de lange termijn.

Het EARL in de EARL studie is een acroniem voor Epidemiology of Acute and chRonic pancreatitis: genetics, clinical management and outcome anaLysis, en verwijst in het Engels naar de achternaam van Reinier de Graaf, die als eerste Nederlander – weliswaar bij honden – alvleesklieronderzoek verrichtte.

De pancreas ofwel alvleesklier maakt spijsverteringsenzymen en insuline, die helpen het voedsel te verteren en de suikerspiegel te reguleren. Raakt de pancreas ontstoken, dan komen alle enzymen in het orgaan zelf vrij, zodat het zichzelf verteert. Deze aandoening draagt de naam pancreatitis en kan optreden in een acute of een chronische variant. In zijn acute vorm is de oorzaak vaak te vinden in galstenen die de uitweg van de afvoerbuis van de alvleesklier blokkeren, of in alcoholmisbruik (respectievelijk dertig en veertig procent). Maar in de overige dertig procent van de gevallen blijft de oorzaak onbekend. Bij de chronische vorm is bij tachtig procent van de patiënten alcohol de boosdoener. Maar ook hier blijft de oorzaak in een aantal gevallen obscuur.

De pancreas ofwel alvleesklier maakt spijsverteringsenzymen en insuline, die helpen het voedsel te verteren en de suikerspiegel te reguleren. Bron: National diabetes information clearinghouse (NDIC)http://diabetes.niddk.nih.gov

Er is echter nog veel meer in nevelen gehuld over de alvleesklier en daarin willen de onderzoekers van negentien Nederlandse ziekenhuizen verandering brengen. Het ambitieniveau ligt dan ook hoog. ‘Hierop zullen wel meer mensen gaan promoveren’, zegt promovendus Marcel Spanier, binnenkort in opleiding tot gastro-enteroloog in het AMC. ‘Chronische pancreatitis is een onderschat ziektebeeld. Vaak wordt aangenomen dat alcoholmisbruik de oorzaak is, maar dat is niet altijd terecht. In ieder geval is het een invaliderende ziekte die de patiënten veel pijn bezorgt en die ertoe kan leiden dat ze niet meer kunnen werken.’

En de acute vorm, wordt die dan niet onderschat? Nee, die niet, zo blijkt. Als een patiënt met een acute alvleesklierontsteking het ziekenhuis binnenkomt, gaan bij de behandelaars onmiddellijk allerlei alarmbellen rinkelen. ‘Dat komt omdat vooraf niet in te schatten is hoe ernstig de pancreatitis zich zal gaan ontwikkelen’, zegt Spanier. ‘De patiënt kan binnen een uur heel ziek worden en naar de intensive care moeten. Vijftien procent van deze patiëntengroep ontwikkelt een zogenaamde necrotiserende pancreatitis. Het weefsel in de buik wordt dan letterlijk verteerd. De patiënt krijgt vaak een bloedvergiftiging. Daarnaast kunnen meerdere organen stoppen met functioneren. Twintig tot dertig procent overlijdt uiteindelijk.’

Veel onwetendheid

Over het mechanisme dat ten grondslag ligt aan het ontstaan van pancreatitis is nog vrij weinig bekend, net als over het beloop van de ziekte. Ook gegevens over de invloed van acute en chronische alvleesklierontsteking op de kwaliteit van leven van de patiënt en de gevolgen voor deelname aan het arbeidsproces zijn schaars. Verder is op macroniveau weinig bekend over de gezondheidskosten.

De researchgroep die in mei aan de slag is gegaan, vindt het hoog tijd dat er meer duidelijkheid komt. Vandaar de multicenter studie, uitgevoerd door achttien Noord-Hollandse ziekenhuizen plus één in Almere, en met het AMC als coördinator. ‘Het is een observatiestudie’, zegt Spanier. ‘Breed van opzet met zo’n 750 patiënten die we vijf tot tien jaar zullen volgen.’

Wat wil de onderzoeksgroep te weten komen? Heel veel, zo blijkt uit de opsomming die Spanier desgewenst geeft. In de eerste plaats wil ze de incidentie van acute pancreatitis bepalen en het aantal patiënten met chronische alvleesklierontsteking vastleggen. Daarnaast wordt uitgeplozen hoe de diagnostiek en behandeling van patiënten met een acute pancreatitis verlopen. ‘Er bestaan wel inschattingscriteria voor de ernst van de acute vorm, maar die zijn niet waterdicht’, legt Spanier uit. ‘We willen dan ook weten of ze in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk worden gebruikt of dat alleen de “klinische blik” van de arts voldoende is. Ook gaan we na wanneer behandelaars een CT-scan maken en zo ja, wat daarvan dan de consequenties zijn voor de therapie. Over de initiële behandeling van de acute vorm willen we eveneens meer te weten komen. De patiënten worden vaak nuchter gehouden om de alvleesklier rust te geven, maar hoe snel beginnen behandelaars weer met voeden en hoe? En wanneer wordt gestart met antibiotica? Wat zijn de gevolgen van deze beslissingen op de uiteindelijke uitkomst van de acute pancreatitis?’

De onderzoekers gaan de acute patiënten volgen nadat zij uit het ziekenhuis zijn ontslagen. Zo willen ze achterhalen hoe lang het duurt voordat deze patiënten hun dagelijkse activiteiten weer oppakken, welke restklachten zij houden en of hun klachten al dan niet terugkeren.

Met de chronische patiënten is het een ander verhaal. Spanier: ‘Deze bezoeken al regelmatig de verschillende poliklinieken. Bij hen gaan we kijken wanneer en hoe de diagnose is gesteld en wat het beloop van de ziekte is. Het merendeel kan met drie soorten complicaties te maken krijgen: chronische pijn, exocriene pancreasinsufficiëntie – waarbij een tekort aan spijsverteringsenzymen ontstaat – en endocriene insufficiëntie, die gepaard gaat met een gebrek aan insuline.’

Genetisch onderzoek

Een aparte plaats is ingeruimd voor genetisch onderzoek bij zowel de acute als de chronische patiëntengroep. Van één (zeldzame) genmutatie is bekend dat deze in tachtig procent van de gevallen al op jonge leeftijd tot een chronische alvleesklierontsteking lijdt. Twee andere genen spelen ook een rol doordat zij waarschijnlijk de drempel voor het ontstaan van pancreatitis verlagen. Dit zijn de zogenaamde disease modifiers. ‘Bij de groep patiënten van wie we niet weten waardoor ze de ziekte krijgen, vermoeden we dat een aanzienlijk deel mede door dergelijke genetische mutaties wordt verklaard’, aldus Spanier.

‘Het DNA-onderzoek in deze EARL studie voeren we op een eenvoudige wijze uit, namelijk via een uitstrijkje van het wangslijmvlies met wattenstokjes. De patiënten kunnen dat gewoon thuis doen. Deze methode levert voldoende DNA op en bespaart hen een bloedafname en een extra gang naar het ziekenhuis.’

Toch zullen niet alle onbegrepen gevallen van pancreatitis alleen uit genetische defecten kunnen worden verklaard, verwacht Spanier. ‘Onze gedachte is dat medicatie een onderschatte, medebepalende risicofactor is. Dat is echter nog nooit goed prospectief onderzocht en dat gaan we dus ook doen.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.