Je leest:

Verschil tussen mens en dier is relatief

Verschil tussen mens en dier is relatief

Auteur: | 18 april 2007

Aan de hand van moderne computertechnieken vergelijkt Jelle Zuidema de structuur van menselijke taal en die van vogels en walvissen. De computer bepaalt of er grammaticale regels zijn te ontdekken.

UvA-onderzoeker Jelle Zuidema heeft dit voorjaar een Veni-beurs in de wacht gesleept. Daarmee gaat hij onderzoek doen naar de verschillende manieren waarop mens en dier taal aanleren. Met een geavanceerd computerprogramma vergelijkt hij spraak van kinderen, volwassenen, maar ook van vogels en walvissen.

Mensen en apen

Kinderen blijken ongelooflijk goed te zijn in het aanleren van een taal. “Dat komt doordat ze heel goed in staat zijn patronen te ontdekken in gesproken taal maar ook bijvoorbeeld in muziek”, legt Jelle Zuidema uit. Uit onderzoek bij apen bleek dat zij wel eenvoudige patronen konden ontdekken in gesproken taaluitingen, maar geen ingewikkelde structuren, zoals zinnen die ingebed zijn in andere zinnen. Zuidema promoveerde in 2005 in Edinburgh en vertelt enthousiast over het onderzoek dat hij de komende jaren gaat uitvoeren met zijn Veni-beurs. “Mijn onderzoek sluit aan op een lange zoektocht van wetenschappers naar wat de menselijke taal uniek maakt”.

Foto: Ape Language Studies

Nieuwe methode

Door de jaren heen hebben talloze wetenschappers lijstjes opgesteld met kenmerken die uniek zouden zijn voor menselijke taal. Maar de meeste van die kenmerken zijn inmiddels weerlegd, vertelt Zuidema: “Zo wordt er vaak beweerd dat de mens als enige soort in staat is om te communiceren over dingen die niet in het hier en nu plaatsvinden. Een tegenvoorbeeld is al te vinden bij bijen. Bijen kunnen elkaar namelijk haarfijn de weg wijzen naar een nieuwe voedselbron”. Probleem bij dit soort onderzoek was in het verleden dat biologen en taalkundigen nauwelijks op de hoogte waren van elkaars bevindingen. In zijn onderzoek wil Zuidema inzichten uit de biologie en de taalkunde samen laten komen: “Mijn onderzoek is daarom eigenlijk een stapje terug”.

Vinkenzang

Daarbij worden de modernste computertechnieken niet geschuwd. “Wij werken met computerprogramma’s die patronen kunnen ontdekken in verschillende taaluitingen”. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een database uit Leiden met 60.000 opnames van vinkenzang. De computer stelt aan de hand van statistieken vast welke grammaticale regels er ten grondslag liggen aan de vinkenzang. Zuidema hoopt dat hij ook gebruik kan maken van opnames van walvissen. Deze zijn in de jaren ’70 in Amerika gemaakt en waren van slechte kwaliteit, maar zijn onlangs weer toegankelijk gemaakt voor onderzoek.

Relatief verschil

Wat verwacht Zuidema van zijn onderzoek? Zal hij straks een antwoord kunnen geven op de vraag of dieren net als mensen over een grammatica kunnen beschikken? Volgens de onderzoeker is dit geen vraag die je zomaar met ja of nee kunt beantwoorden: “Het verschil tussen mens en dier is toch vooral relatief. Omdat apen minder goed zijn in het herkennen van patronen dan mensen, zijn zij niet in staat om een taal met een grammatica te leren en door te geven aan de volgende generatie. Zo hebben kleine verschillen in het leergedrag van mens en dier uiteindelijk radicale gevolgen”.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.