Je leest:

Verliefd op het Heerlens Nederlands

Verliefd op het Heerlens Nederlands

Auteur: | 6 mei 2007

In Heerlen wordt naast het dialect en het Nederlands nóg een taalvariëteit gesproken: Heerlens Nederlands. Het ontstond begin vorige eeuw, toen mijnwerkers uit alle windstreken elkaar moesten zien te begrijpen. Leonie Cornips schreef een boek over dit ‘steenkolen-Nederlands’.

Vijfentwintig jaar woont Leonie Cornips nu in Amsterdam, maar dat ze geboren werd in het Limburgse Heerlen klinkt nog steeds door in alles wat ze zegt. Ook haar geboortejaar, 1960, heeft sporen nagelaten in haar taalgebruik. “Ik denk weleens: ik zou ermee moeten ophouden, maar ik zeg nog steeds ‘te gek’”, lacht ze. Met die kreet verraadt ze een kind van de jaren zeventig te zijn, toen was het namelijk jongerentaal, zoals ooit mieters dat was, en vet cool het nu is.

Regio en leeftijd zijn maar twee van de dingen die zo hun eigen invloed hebben op hoe iemand precies praat. Sekse, sociaal-economische klasse, etnische herkomst en opleiding zijn er nog een paar. Regionale verschillen in taalgebruik zijn al heel lang het terrein van dialectologen, van recenter datum zijn de sociolinguïsten, onder wie Leonie Cornips, die sociale variatie bestuderen. Op het Amsterdamse Meertens Instituut – sinds het succes van Voskuils ellenlange romancyclus beter bekend als ‘Het Bureau’ – waar Cornips werkt, noemen ze het samen ‘variatielinguïstiek’. Het mes snijdt bij dat vak als het ware aan twee kanten: taalvariatie kan veel duidelijk maken over het taalsysteem, en tegelijk geeft hoe en wanneer het optreedt inzicht in de sociale organisatie van de samenleving.

Steenkoolindustrie

Dat geldt ook voor het ‘Heerlens Nederlands’, een taalvariëteit waarover Cornips niet uitgepraat raakt. Het is haar moedertaal, ze is erop gepromoveerd, en zopas is er over hetzelfde onderwerp een boekje van haar hand verschenen in de nu vijftiendelige reeks ‘Taal in stad en land’, waarin voor een wat breder publiek stads- en andere dialecten beschreven worden.

Het deeltje van Cornips valt onder meer op door de hoeveelheid aandacht die ze geeft aan zinsbouw – syntaxis is haar specialiteit – en vanwege het feit dat het nu eens niet om het dialect van een stad gaat. Al bestaat dat wel, getuige ook een onmiddellijk in het oog springend ‘leêsplenksje va ’t heêlesj plat’ dat aan de muur van Cornips’ werkkamer hangt. Haar ouders spraken echter geen dialect met hun dochter, maar Heerlens Nederlands, de Heerlense variant van het ABN, zou je kunnen zeggen. Dat is de taal waarop Cornips nog steeds verliefd is, constateert ze in de loop van het gesprek.

Er zit een heel verhaal achter. De geschiedenis van Heerlen is bijzonder, en dat komt door de steenkoolindustrie. Cornips vertelt in hoog tempo: “In 1899 kwam de eerste mijn, en binnen tien jaar waren het er elf. Ze waren in handen van particulieren. In het begin werd het werk door ingehuurde kompels gedaan, die met hun gezinnen rondtrokken. Die kwamen vanuit het Ruhrgebied, of België. De mobiliteit was heel hoog. Het waren Joegoslaven, Polen, Hongaren, Wit-Russen, echt van alles.”

“En het hoger en technisch personeel, de zogeheten beambten, kwam uit het westen van Nederland. Op den duur, zo tussen 1910 en 1930, werden de Heerlenaren een minderheid in hun eigen stad. Vóór die tijd was de samenstelling heel homogeen, nu kwamen er bijvoorbeeld ineens ook protestanten. En ik zat dus in de klas met allemaal kinderen met uitheemse achternamen, wat me vroeger trouwens helemaal niet opviel.”

Gissen naar de taal

“De omstandigheden hadden unieke gevolgen voor de taal. Het Nederlands wordt de omgangstaal van al die groepen. Vanaf 1910, 1920 verdwijnt in Heerlen het dialect uit de raadzaal en de gemeenteraad. Dat is heel bijzonder, dit was echt de eerste plek in het diepe dialectdeel van Limburg waar dat gebeurde. In een tijd dat er geen radio en geen tv was. Maar er was dus ook heel weinig voorbeeld van wat Nederlands was.”

“Standaardnederlands werd maar door zo’n tien procent van de inwoners gesproken, voornamelijk de beambten die uit het westen kwamen. Alleen de Heerlense elite, die zelf dialect sprak, kwam daar rechtstreeks mee in contact. De Heerlense bevolkingsgroepen leefden erg gescheiden van elkaar. Je had Noord-Heerlen en het chique Zuid-Heerlen, en er waren bovengronders en ondergronders.

De mijnwerkers woonden in de kolonies, met de klemtoon op de laatste lettergreep, waar ze onder meer hun eigen winkel hadden. Wat ze er kochten werd afgetrokken van hun loon, het was ook omheind met prikkeldraad, en de gemeentepolitie kwam er niet. De mijnpolitie bewaarde de orde. Er is niets meer van over, maar de architectuur was heel aardig: ieder zijn eigen huisje met zijn eigen lapje grond, om groente op te verbouwen en duiven te houden. De eerste doorzonwoningen van het land."

“Die beambten hadden een hoog prestige, dus hun Nederlands ook. Maar de gewone Heerlenaren moesten deels gissen naar die taal, omdat ze er door die gescheiden leefwerelden vooral zijdelings of via via contact mee hadden. In hun hoofden ontstond een model van wat volgens hen het Nederlands moest zijn, maar dat leek erg veel op het dialect. Dat hebben ze zelf niet doorgehad. Wat ik zo fantastisch vind, is dat dat Heerlens Nederlands na 1930 de moedertaal werd van al die immigrantenkinderen. En nog steeds, tot op de dag van vandaag, zitten er veel Limburgse elementen in.”

‘Hij drinkt zich een biertje’

Cornips keek onder andere heel uitvoerig naar het gebruik van zich. Het is een bekend grammaticaal verschijnsel in Limburgse dialecten, dat vaker doordruppelt in het Nederlands van Limburgers: veel meer werkwoorden zijn wederkerend te gebruiken. " ‘De stad breidt zich uit’, ‘Het lost zich op’, ‘Het gordijn beweegt zich’, dat is allemaal min of meer goed in het Nederlands," legt ze uit, "maar in het Limburgs Nederlands gaat het veel verder door en zegje ook ‘De boter bederft zich’, of… smelt zich’ en ‘Het weer verandert zich.’

Maar niet alle gebruik van zich valt onder dezelfde noemer te brengen. Je hebt ook een ‘consumptief zich’, waarin bovendien besloten zit dat de handeling voltooid zal worden. Een voorbeeld is ‘Hij drinkt zich een biertje.’ Wat weer niet kan is ‘Hij drinkt zich biertjes.’ Dat consumptieve zich is heel populair onder jongeren. En al meer dan honderd jaar in opkomst zijn zinnen als ‘Die schoenen lopen zich lekker."’

Cornips vond dat het gebruik van de verschillende soorten zich afhangt van leeftijd en taalachtergrond, opleiding en beroep. Dat ze heeft kunnen vaststellen dat een combinatie van puur taalkundige en sociale factoren bepaalt of iemand een bepaald type zinnen wel of niet maakt, doet haar sociolinguïstische hart sneller kloppen. Net als het feit dat de Heerlenaren er bij het gebruik van zich exact dezelfde grammatica opna blijken te houden als de Spanjaarden en de Fransen. Het gaat dus gewoon om een ander, en zelfs welbekend grammaticaal systeem.

Fout

Opvallend is dat nu iedereen allang wél dagelijks Standaardnederlands hoort en leest, de dialectverschijnselen in het Heerlens Nederlands niet verdwijnen, maar zelfs toenemen. “Je zou verwachten dat het uitsterft”, zegt Cornips, “maar de behoefte aan een eigen identiteit wint het blijkbaar.”

Het zijn dingen waar ze zichtbaar van geniet. Dat er vaak zo neergekeken wordt op alles wat niet Standaardnederlands is, is haar een doorn in het oog. Taalvariatie is een soort natuurverschijnsel, waarvan de eigen identiteit, en vaak ook het inzetten van creativiteit de achtergrond vormen.

“Het ergert me bijvoorbeeld ook zeer dat allochtonen van de tweede generatie als tweedetaalverwervers van het Nederlands worden gezien”, zegt ze. “Om te beginnen: hoezo allochtoon? Het Nederlands is wel degelijk hun moedertaal, ook als ze een iets afwijkende variant spreken, en ook als ze daarnaast een andere taal van huis uit hebben meegekregen. We zeggen toch ook niet hetzelfde van alle dialectsprekers in Nederland?”

“Er bestaan zo veel variaties van het Standaardnederlands, waarin iemands regio, leeftijd, herkomst, wat al niet doorklinken. Die kun je wel allemaal fout noemen, maar dat is onzin. Ik moet eerlijk gezegd altijd een beetje lachen om het commentaar op allerlei taalgebruik van mensen die plat Amsterdams spreken, en geloof ik denken dat dat de standaard is. Je ziet steeds dat er oordelen worden vastgehangen aan taal, terwijl het in werkelijkheid gaat om het beoordelen van de sprekers. Het boekje over het Heerlens Nederlands vind ik daarom ook heerlijk voor al die kindjes op school die generatie na generatie voorgehouden krijgen dat alles wat ze zeggen fout is.”

Smullen

De gedachte dat ‘afwijkend’ hetzelfde is als ‘fout’ is taai. Voor een taalkundige kan een taalvariëteit die een eigen grammaticaal systeem heeft onmogelijk fout zijn. Anderen met dezelfde bril laten kijken, valt nog niet mee, merkte ook Cornips weer in de weken nadat Heerlens Nederlands uitgekomen was.

“Er is in Heerlen echt onrust ontstaan”, vertelt ze. “Het begon er al mee dat bij de presentatie in een Heerlense boekhandel de wethouder van Cultuur het allemaal prachtig vond, maar toch over fout Nederlands sprak. En de dialectvereniging Veldeke was weer benauwd dat het Heerlens Nederlands ten koste van het dialect gaat. Een journalist van het Limburgs Dagblad heeft de Heerlense elite om commentaar gevraagd, inclusief leraren Nederlands. Eigenlijk zeggen ze allemaal: het bestaat niet, en als het al bestaat dan wordt het alleen gebruikt om de Heerlenaren mee te bespotten.”

“Er lopen nu hele discussies, ik ben bijna elke week in Heerlen voor een interview of een talkshow. Dan probeer ik duidelijk te maken dat het Heerlens Nederlands geen sociolect is, zoals het plat Amsterdams of Haags, dat alleen door een bepaalde laag in de bevolking gebruikt wordt, maar dat in Heerlen juist alle lagen dat Heerlens Nederlands in meerdere of mindere mate spreken. Voor mij als sociolinguïst is het smullen om te zien dat de maatschappelijke elite het bestaan ontkent van een taalvariëteit die door iedereen gesproken wordt.”

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.