Je leest:

Vergrijzing

Vergrijzing

Auteur: | 14 december 2006

Dankzij meer welvaart, betere hygiëne en betere gezondheidszorg stijgt onze levensverwachting al tijden. Doordat er een golf babyboomers met pensioen gaat, hebben we straks voor het eerst extra veel ouderen. Hoe kunnen die gezond en gelukkig blijven? VU-wetenschappers bekijken de vergrijzing van onvermoede kanten.

We leven langer en zijn langer gezond, maar we leven ook langer met een ziekte. Hartinfarcten, kanker en diabetes: met deskundige begeleiding en goed ‘ziektemanagement’ kun je er oud mee worden. “Sinds de jaren vijftig danken we onze langere levensduur voor de helft aan een betere medische zorg”, zegt hoogleraar Epidemiologie van de veroudering Dorly Deeg van het VU medisch centrum. “Dat is enorm! Daarvoor waren vooral stijgende welvaart en betere hygiëne belangrijk.”

Deeg houdt zich bezig met de gezondheid van grote groepen ouderen. Ze is wetenschappelijk directeur van het LASA (Longitudinal Ageing Study Amsterdam), een onderzoek dat sinds 1992 een schat aan informatie oplevert. Sinds die tijd wordt een (natuurlijk krimpende) groep van meer dan drieduizend ouderen tussen de 55 en 85 jaar elke drie jaar geïnterviewd over hun wel en wee.

De bevolkingspiramide van 2005 laat zien dat Nederland vergrijst, en snel. In 2040 is bijna een kwart van de Nederlanders ouder dan 65 jaar (nu zo’n 15 procent). Nog eens 25 jaar later is het overgrote deel van de babyboom-generatie ‘uitgestorven’. Dan wordt de verhouding tussen de leeftijdsgroepen weer evenwichtiger; de vergrijzing is een tijdelijk fenomeen. Bron: Ademir Arapovic, AVC

Uit LASA blijkt dat het tij keert. De gezondheid van ouderen is tussen 1992 en 1999 verslechterd. “Lichte beperkingen zoals niet goed meer kunnen lopen, verminderen hun zelfstandigheid”, licht Deeg toe. De vraag die uit deze informatie voortkwam, is wat er in dezelfde periode in de samenleving is veranderd dat te maken kan hebben met die beperkingen. De conclusie was opvallend: de ligduur in het ziekenhuis is afgenomen en er zijn minder thuiszorgmedewerkers. Mensen die bijvoorbeeld een heupoperatie hebben ondergaan, worden sneller ontslagen uit het ziekenhuis en dat gaat ten koste van hun herstel. Deeg: “Ik hoorde laatst over een maatschappelijk werkster in het ziekenhuis die klaagde dat de mensen zo kort in het ziekenhuis liggen, dat het haar niet lukt om vóór hun ontslag de beste oplossing voor ná hun ontslag met ze te bespreken.”

In de landen om ons heen blijft de levensverwachting op oudere leeftijd stijgen, maar hier niet. “Weliswaar roken we hier meer dan in de ons omringende landen, maar dat is niet het hele verhaal. Er zijn aanwijzingen dat het niet verder stijgen van de levensverwachting met het zorgsysteem te maken heeft.” Deeg benadrukt dat die aanwijzingen nog niet wetenschappelijk zijn onderzocht, maar het lijkt er bijvoorbeeld op dat de verzorging van patiënten minder goed wordt, omdat de motivatie van het verzorgend personeel afneemt. Dat heeft mogelijk te maken met toenemende bureaucratie, waaronder striktere werktijden.

Eerder dit jaar werd bekend dat ouderen ook minder gezond zijn gaan leven – dat kwam ook uit de groep van Deeg – maar dat geldt voor ‘nieuwere’ ouderen (55-64 jaar). Dat betekent dat de gezondheidstoestand van de volgende generatie ouderen nog minder rooskleurig kan worden. Hoewel de kwaliteit dus al niet te best is, is de zorg de laatste jaren wel duurder geworden. Komt dat puur door de vergrijzing en de toenemende lichte beperkingen? “De zorg is sinds 2000 ongeveer drie procent duurder geworden”, zegt Deeg. “Het grootste deel van die kostenstijging komt voort uit meer technologie en diagnostiek. Ouderen maken daar veel minder gebruik van dan andere leeftijdsgroepen. Bovendien vergeet men dat de meeste zorgkosten in het laatste levensjaar zitten, of dat nu je vijftigste of je tachtigste is, dus die kosten maak je altijd.” De vergrijzing heeft slechts een derde van de totale kostenstijging tot gevolg.

Veel ouderen betekent veel ‘ontsparende’ mensen: mensen die hun geld gaan uitgeven en niet meer voor later sparen. Zij gaan een beroep doen op specifieke consumptiegoederen, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, waardoor schaarste aan die goederen kan ontstaan. Zeker als er minder werkende mensen zijn om in de behoeften te voorzien." Een fiets huren in Drenthe kan dus wel eens flink duurder worden, net als – pak ’m beet – bloemen en bloeiende planten die ouderen vaker kopen dan jongeren. Foto: Roel Koning

Stijgende zorgkosten komen dus niet zozeer door het stijgend aantal ouderen, maar er zijn volgens Deeg wel maatregelen nodig om dat zo te houden. “Uit LASA-gegevens hebben we geconcludeerd dat die eerder genoemde lichte beperkingen vooral bij lager opgeleiden voorkomen. Terwijl vreemd genoeg juist hóger opgeleiden meer loophulpmiddelen gebruiken. Dat zit hem in een verschil in regie die hoger en lager opgeleiden over hun leven uitoefenen. Regie hebben over je leven wordt steeds belangrijker.” Zelf is Deeg geïnteresseerd in de rol van technologie en internet, bijvoorbeeld een interactieve therapie tegen depressie. “Veel onderzoek gaat over fijnslijperij van dit soort middelen, maar pakken de mensen die ze het hardst nodig hebben die middelen ook op?”

Dat de sociale aspecten van vergrijzing zwaar worden verwaarloosd, vindt ook Jenny Gierveld, emeritus hoogleraar Sociologie en sociale gerontologie aan de VU en voormalig directeur van het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut ). “Een basisinkomen, een goede woning en behoorlijke voeding; in dit opzicht hebben wij een fatsoenlijk systeem in Nederland. Dat moeten we handhaven. De sociale aspecten van de vergrijzing verdienen echter meer aandacht. Sinds eind jaren tachtig doet de VU daar onderzoek naar, waarbij we steeds nieuwe invalshoeken belichten.”

Weg met de VUT

Het aantal werkende 55- tot 60-jarigen is in Nederland gezakt van 90 procent in 1970 naar 57 procent in 1995, terwijl het toen in de VS toen nog 75 procent was. Economiehoogleraar Maarten Lindeboom: “Onze VUT-regeling is daar de oorzaak van, want verder waren de omstandigheden vergelijkbaar met het buitenland.” Dat de VUT-regeling aan banden is gelegd, lijkt een goede maatregel, want economen zijn het erover eens dat we de arbeidscapaciteit van ouderen nodig hebben.

Toch is nog niet te voorspellen hoe de VUT-beperking uiteindelijk gaat uitpakken, want we weten nog niet of – laat staan hoe – langer doorwerken bijvoorbeeld de gezondheid beïnvloedt. Alle wijzigingen op het gebied van werk hebben verstrekkende gevolgen, of het nu gaat om efficiëntere technieken of een andere werkduur. Lindeboom houdt zich bezig met dit soort vraagstukken, waarbij hij benadrukt dat economische gevolgen niet alleen over geld gaan, maar over individueel welzijn. “Als je weet hoe het komt dat bijvoorbeeld ongezonde mensen minder inkomen hebben, kun je er beleid op maken.”

Het is moeilijk vast te stellen wat precies de relatie is tussen inkomen, werk en gezondheid op latere leeftijd, zoals Lindeboom probeert. Een slechte gezondheid kan ertoe leiden dat iemand stopt met werken, maar werk kan ook weer de gezondheid beïnvloeden. Verder worden gezondheid en arbeidspositie op latere leeftijd eerder in het leven bepaald, bijvoorbeeld door gezond te leven en door carrièrebeslissingen.

Tenslotte hebben sociale zekerheidsregelingen veel invloed op individueel gedrag en dus op de gezondheids- en werkuitkomsten op latere leeftijd. Lindeboom: “Mensen nemen voortdurend beslissingen, die zijn gebaseerd op hun persoonlijke omstandigheden, de regelgeving van de sociale zekerheid, het pensioensysteem en het zorgsysteem. Uitzoeken hoe dat precies werkt, is de uitdaging.” _______________________________________________________________

Cursus regie

Gierveld doelt vooral op het eerder genoemde LASA (Longitudinal Ageing Study Amsterdam): zij stond mede aan de wieg van dat onderzoek dat nu al vijftien jaar loopt. De ouderen die elke drie jaar worden geïnterviewd, beantwoorden ook vragen over met wie ze wonen, of ze een partner hebben, hoe ze het eventuele verlies van hun partner hebben opgevangen, of hun kinderen vaak komen en of ze hulp bieden, welke rol buren, vrienden en kennissen spelen, of de kerk een rol speelt enzovoort. Dit levert een schat aan informatie op over hoe de situatie, de sociale omgeving van ouderen eruit ziet en hoe die zich ontwikkelt.

Pensioenfondsen zijn steeds minder risicovol gaan beleggen. “Dat is goed voor ouderen,” zegt beleggingshoogleraar Tom Steenkamp, “want zij kunnen zich geen risico veroorloven. Zij moeten immers nu of binnenkort pensioen kunnen genieten en dan mag het kapitaal niet opeens verdampen. Jongeren hebben echter een langere beleggingshorizon, zodat zij meer belang hebben bij langetermijnwinst. En die is groter als je risicovoller belegt. Conclusie: het is jammer dat pensioenfondsen met maar één beleggingsmix werken. Ik, en andere economen met mij, onderzoek de mogelijkheid van een generatieafhankelijk beleggingsbeleid, waarbij pensioenfondsen verschillende beleggingsstrategieën toepassen voor verschillende generaties.” Wanneer we zo’n systeem kunnen verwachten, weet Steenkamp niet: “Werkgevers en werknemers zijn de baas; zij moeten er eerst van overtuigd zijn dat het werkt.”

Zo blijkt dat veel mensen de echtgenoot noemen op de vraag wie de belangrijkste gesprekspartner is. Voor de mensen zonder echtgenoot is het steeds vaker iemand van de andere sekse waarmee ze niet samenwonen: na het verlies van hun echtgenoot hebben ze een nieuwe partnerrelatie. Dit is, samen met eenzaamheid onder ouderen, een interessegebied van Gierveld.

“Vooral veel oudere vrouwen geven de voorkeur aan een lat-relatie boven opnieuw samenwonen of trouwen. Ik ben zulke mensen gaan opzoeken, heb lang met ze gesproken en dan blijkt dat ze weinig eenzaam zijn, omdat ze enerzijds veel dingen met hun nieuwe partner kunnen delen, maar anderzijds ook tijd hebben om hun eigen dingen te kunnen doen. Het is heel opvallend hoe goed doordacht mensen hiermee bezig zijn. Ze willen in hun eigen woning blijven wonen, want de kinderen komen eerder naar het ouderlijk huis dan naar een ander huis. Een nieuw huwelijk heeft gevolgen voor het pensioen en voor de erfenis voor de kinderen; ook dat nemen mensen mee in de overweging. Net als het feit dat opnieuw samenwonen lastig kan zijn na een aantal jaren als weduwe.”

Die slimme mentaliteit hebben mensen op meer terreinen nodig. Dorly Deeg zei al dat regie nodig is om optimaal gebruik te kunnen maken van beschikbare hulpmiddelen. Verder wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat kinderen veel voor hun ouders kunnen doen, zoals nu nog wel vaak het geval is. Steeds meer mensen zijn immers kinderloos, of de kinderen wonen ver weg. “Hoe lossen mensen dat op? Dat moeten we weten,” zegt Gierveld, “zodat ook beleidsmakers er rekening mee kunnen houden. Maar vooral moeten mensen zélf zich gaan realiseren dat ze mogelijk alleen achterblijven. Ze moeten zorgen dat ze goed contact hebben met zussen of vriendinnen, zodat mensen elkaar kunnen helpen als het nodig is.” Deeg: “Misschien moeten we wel cursussen regie gaan geven aan de doelgroepen die nu te weinig gebruik maken van de mogelijkheden.”

Pensioen in Nederland prima geregeld

De media hebben er bol van gestaan, maar hoe zit het nu uiteindelijk met ons pensioen nu we vergrijzen? Tom Steenkamp, hoogleraar Beleggingsleer aan de VU en directielid van ABP Vermogensbeheer, legt uit hoe ons pensioenstelsel eigenlijk werkt:

“Het bestaat uit drie onderdelen: de AOW, het bedrijfspensioen en een individueel pensioen in de vorm van een spaarpot of (levens)verzekering. Omdat de bedrijfspensioenen hoger zijn dan vroeger en meer mensen zo’n pensioen hebben, zijn de belastinginkomsten over die pensioenen ook gestegen. Dat vult voor een aanzienlijk deel het gat dat ontstaat als minder mensen meer AOW-premie moeten opbrengen.”

In Nederland betalen de werkenden grotendeels de AOW-premie voor de gepensioneerden, maar iedereen spaart zelf zijn bedrijfspensioen. Groot-Brittannië en Zwitserland hebben ook zulke pensioenfondsen, maar landen als Frankrijk en Duitsland niet. In Nederland zijn de pensioenen dus relatief heel goed geregeld.

Wel kunnen we volgens Steenkamp last krijgen van de problemen van andere landen. “Als andere landen hun pensioenen niet kunnen betalen, zullen ze meer geld gaan lenen op de kapitaalmarkt. Dat lijdt tot hogere rente en inflatie. Omdat we in Europa een gezamenlijke munt hebben, heeft Nederland ook last van die inflatie.” _______________________________________________________________

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 december 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.