Je leest:

Verbetert EPO de fietsprestatie of niet?

Verbetert EPO de fietsprestatie of niet?

Auteur: | 5 juni 2017
iStockphoto

De laatste jaren hebben veel wielrenners toegegeven dat ze doping gebruikten. Maar kunnen middelen als EPO (erythropoïetine) je nu echt de Tour de France laten winnen?

Sporters, hun artsen en het publiek zijn overtuigd van de prestatie-bevorderende effecten, maar dat is gebaseerd op suboptimale onderzoeken en subjectieve ervaringen. Datzelfde geldt voor veel van de middelen op de dopinglijst van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA). Het gebruik van deze middelen is echter niet zonder risico’s en bovendien kost het opsporen van doping veel tijd en geld. Een dopinglaboratorium, zoals gebouwd voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro (2016), kost bijvoorbeeld alleen al zo’n 40 miljoen euro.

Weten of het werkt, of niet

Door onderzoek te doen, kunnen we duidelijkheid krijgen over de daadwerkelijke effecten van doping bij sporters. Ook kan onderzoek bijdragen om de detectie te optimaliseren en valsspelers op te sporen. Als blijkt dat het middel niet werkt, is er voor de sporter geen reden om het middel te gebruiken en hoeft het ook niet opgespoord te worden. Tot slot kan onderzoek inzicht in de risico’s van gebruik opleveren.

Omdat EPO een bijna mythische status heeft in het wielrennen is dit middel gekozen voor een onderzoek naar doping. EPO is eind jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld voor de behandeling van bloedarmoede bij nierpatiënten. Het is een eiwit dat normaal gesproken door de nieren wordt aangemaakt en dat de productie stimuleert van rode bloedcellen die organen en spieren van zuurstof voorzien. Patiënten met te weinig rode bloedcellen krijgen EPO ingespoten om dit tekort te corrigeren.

Duursporters dachten al snel dat ze met meer rode bloedcellen en dus meer zuurstof beter zouden presteren. Of dat klopt is niet goed onderzocht. Dat komt deels omdat dopingautoriteiten niet willen dat sporters mogelijk prestatie-bevorderende middelen gebruiken in de tijd dat er onderzoek wordt gedaan en deels omdat de dopingwereld niet zulke strikte wetenschappelijke onderzoekmethodes hanteert zoals bij geneesmiddelenonderzoek.

Het injecteren van EPO is een favoriete vorm van doping onder wielrenners, terwijl onbekend is of het wel werkt. EPO is een lichaamseigen stof en zorgt voor voldoende rode bloedcellen in je lichaam. Het is ook een medicijn voor nierpatiënten die zelf te weinig EPO aanmaken. Maar is EPO ook een medicijn tegen langzaam fietsen?
Getty Images

Een middel tegen langzaam fietsen

Het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden doet al 30 jaar geneesmiddelenonderzoek. We hebben EPO daarom onderzocht alsof het een geneesmiddel is: een geneesmiddel tegen langzaam fietsen. Daarbij wilden we kijken of EPO een effect heeft op de prestatie van goedgetrainde wielrenners, of er bijwerkingen optreden en of de dopinganalysemethode betrouwbaar is.

De helft van de deelnemers zou daarom EPO krijgen en de andere helft een placebo (een injectie met zoutoplossing), zonder dat de deelnemer of de onderzoeker wist wie welke behandeling kreeg. Om een verschil in fietsprestatie te kunnen aantonen, moesten er voldoende deelnemers in beide groepen zitten. Voor deze studie is berekend dat met 24 deelnemers per groep een relevant effect te vinden moest zijn.

Zo begon de zoektocht naar getrainde wielrenners via sociale media, wielerverenigingen, sportwinkels, krantenadvertenties en mond-op-mond reclame. De deelnemers mochten geen lid zijn van een sportvereniging en geen officiële wedstrijden rijden tijdens de studieperiode omdat ze anders onder het anti-dopingreglement vielen.

Gezond, goed getraind en gemotiveerd

Met de aangemelde kandidaten werden eerst de inhoud van de studie en de eventuele risico’s uitgebreid besproken. De deelnemers tekenden vervolgens een toestemmingsverklaring en ondergingen daarna een keuring. Behalve dat ze gezond moesten zijn mochten ook de bloedwaardes niet te hoog zijn. Het percentage rode bloedcellen, ofwel hematocrietgehalte, moest bijvoorbeeld lager dan 48% zijn, omdat het anders niet veilig was om EPO toe te dienen. Te veel bloedcellen maken het bloed te dik, waardoor er kans bestaat op een hartstilstand of bloedstolsels.

Daarnaast moesten deelnemers ook goed getraind zijn. Dit werd gemeten met een maximale inspanningstest op een spinningfiets. Tijdens deze test die steeds zwaarder wordt meten we de hartslag, het zuurstofverbruik en de verzuring in het bloed. Deze informatie, samen met het maximaal behaalde vermogen, zegt iets over de getraindheid van de wielrenner.

Uiteindelijk startten we de studie in april 2016 met achtenveertig goed getrainde en gemotiveerde wielrenners. Een onafhankelijke arts hield in de gaten of het percentage rode bloedcellen bij de wekelijkse dosering van EPO (of placebo) onder de veilige grens van 52% bleef. Ook werden mogelijke bijwerkingen nauwlettend gevolgd, zoals een verandering van de bloeddruk of de bloedstolling.

Slotbeproeving

Gedurende twee maanden deden de deelnemers elke twee weken een maximale inspanningstest. Aan het begin en eind van de studie deden zij nog een fietstest die een tijdrit van 45 minuten simuleerde. De slotbeproeving was een etappe in Zuid-Frankrijk van 130 km die eindigde op de steile, 21 km lange Mont-Ventoux, om ook iets te kunnen zeggen over het effect van EPO in een praktijk­situatie. Op het moment van schrijven zijn nog niet alle resultaten bekend. Wel is de analyse van de wedstrijd op de Mont-Ventoux gedaan en de resultaten zijn opvallend: er was geen verschil in tijd tussen de EPO- en de placebogroep.

Voor de Mont Ventoux tot het gaatje

“Vrienden wezen me op een oproep voor vrijwilligers op Facebook. Het onderzoekscentrum CHDR zocht goed getrainde fietsers voor dopingonderzoek”, vertelt Tim Robbers (27 jaar). “Zij dachten daarbij gelijk aan mij.” Het klonk interessant en omdat hij op dat moment onregelmatige diensten draaide op de intensive care, had hij overdag wel tijd.

Het was overigens niet de eerste keer dat Robbers zich aanmeldde als proefpersoon voor medisch onderzoek. Als student was hij vrijwilliger bij een onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) naar ketamine als mogelijke pijnstiller. “Voor een ochtendje testen kreeg ik 100 euro. Dat was snel verdiend”, zegt Robbers. Nu had hij een baan. “Dat we aan het eind van het onderzoek met alle deelnemers de Mont Ventoux gingen beklimmen was de reden om me aan te melden. Anders had ik het niet gedaan.” Dat hij daarnaast nog een paar honderd euro en een geavanceerde fietscomputer kreeg was leuk meegenomen.

Tim Robber laat de andere deelnemers ver achter zich in zijn klim naar de top van de Mont Ventoux.

Michiel Plas, Den Haag

Robbers: “Mijn vriendin had nog wel gevraagd: is dat niet gevaarlijk, je laat je allemaal rotzooi inspuiten. Maar ik had er wel vertrouwen in en voelde me veilig als proefpersoon. Bovendien is EPO een uitgebreid getest medicijn voor nierpatiënten.”

Voor het zover was moest Robbers nog wel de toelatingstest halen om te laten zien dat hij goed getraind was: de maximaaltest. “Elke vijf minuten wordt de weerstand verzwaard, tot je niet meer kan. Ik heb toen alles gegeven, het zal me toch niet gebeuren dat ik niet mee kan naar Frankrijk.”

Het onderzoek was behoorlijk tijdsintensief. Gedurende acht weken moesten alle proefpersonen 18 keer naar het onderzoekscentrum komen voor fietstesten, bloedonderzoek en dosering. “Het duurde ongeveer anderhalf uur per keer. Ook werden we elke keer geprikt voor een infuus om tijdens de fietstest te meten hoeveel je verzuurd was. Het was pittig. Bij zo’n test ga je helemaal stuk, je benen staan in brand. De volgende keer is dat best een drempel om er weer vol voor te gaan. Maar toch wilde ik het niet laten gebeuren dat ik minder scoorde omdat ik niet de volle 100% gaf.”

Omdat hij tijdens de fietstesten maar weinig verbetering bespeurde, dacht hij bij de controlegroep te zitten. “Totdat we de Mont Ventoux beklommen. Het ging echt goed. We schoten met een klein groepje ervandoor. Richting de top voelde ik me alleen maar beter worden. Ik kon anderen inhalen en zij konden niet meer bij me aanpikken. Eenmaal boven aan de top was ik overtuigd dat ik bij de EPO-groep zat.” Achteraf bleek toch van niet.

Astrid van de Graaf

Lees het volgende artikel van het thema ‘Proeven met mensen’

Experimentele malaria-infecties bij gezonde vrijwilligers

Robert Sauerwein en Jona Walk
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.