Je leest:

Verbeeldingskracht veel gevraagd

Verbeeldingskracht veel gevraagd

Auteur: | 21 juli 2006

‘De aanslagen van 11 september 2001 konden lukken door een gebrek aan voorstellingsvermogen’. Een krantenkop die opviel. Hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten gefaald, of is dat te kort door de bocht? Kunnen 11-september-achtige afwijkingen van het gangbare voorspeld worden? Onderzoekers van de Universiteit Maastricht zetten hun tanden in deze intrigerende vragen. Professor Marjolein van Asselt, die het onderzoek leidt, geeft een eerste, globale analyse.

Vóór 11 september 2001 was het onvoorstelbaar dat een aanval met passagiersvliegtuigen de Verenigde Staten in het hart zou treffen. Achteraf lijkt het onbegrijpelijk dat de Amerikaanse inlichtingendiensten dat niet hebben zien aankomen. Ze wisten toch van de vlieglessen van Mohammed Atta en zijn vrienden? Het was toch bekend dat Osama bin Laden anti-Amerikaanse aanslagen pleegde? In films en boeken was ook al eerder met het idee van zo’n soort aanval gespeeld. Wat ging er mis?

Toekomstverkenners

De overheid en het bedrijfsleven hebben mensen in dienst die betaald worden om na te denken over de toekomst. Ook bij inlichtingendiensten werken zulke deskundigen. Deze toekomstverkenners zijn als het ware scenario-schrijvers. Zij denken na over “wat-als”-vragen. Toekomstverkenners zijn gerespecteerde onderzoekers, geen waarzeggers met een glazen bol. Zij zetten hun kennis, computermodellen en creatieve workshops in om langetermijn-ontwikkelingen te doordenken. Het Centraal Planbureau ontwikkelt bijvoorbeeld economische toekomstscenario’s, terwijl ze bij het Ruimtelijk Planbureau schetsen hoe het landschap en de steden er over 20-25 jaar uit zouden kunnen zien. Maar ook Essent en de Rabobank maken toekomstscenario’s. In Nederland is toekomstverkenning big business. Op basis van ons onderzoek schatten we dat er elk jaar tenminste 25 à 30 toekomststudies verschijnen.

Verrassingen

Terug naar 11 september en de Amerikaanse inlichtingendiensten. In een vijfjarig interdisciplinair onderzoeksprogramma gaan we na of toekomstverkenners oog hebben voor sterk afwijkende ontwikkelingen. Wij kunnen nu al concluderen dat dramatische voorvallen en radicale omwentelingen geen hoofdrol spelen in toekomstscenario’s. Zelfs nauwelijks een bijrol. Zie een Britse studie naar de toekomst van de luchtvaart uit begin jaren negentig. Werd hierin rekening gehouden met rampen van het kaliber ‘11 september’? Welnee. Men ging er simpelweg vanuit dat de toekomst op het verleden lijkt en dat alles keurig blijft gaan zoals het gaat. Een aanslag met passagiersvliegtuigen ging het voorstellingsvermogen van de FBI en CIA te boven. Maar ook hun collega’s in de luchtvaartsector misten het.

Uit ons onderzoek blijkt verder dat deskundigen vaak bewust besluiten om buitengewone omstandigheden links te laten liggen. In het rapport staat dat dan letterlijk. Verrassingen zouden niet relevant zijn. Of onwaarschijnlijk. Of te moeilijk. Of het verkennen van afwijkende ontwikkelingen wordt op de lange baan geschoven. Het is opvallend dat die beslissing vaak al vaststaat voordat toekomstverkenners überhaupt begonnen zijn met nadenken. Wij vragen ons af waarom men verrassingen weert. Zijn die nou juist niet extra interessant?

In de literatuur worden wel vaker toekomst scenario’s beschreven die moeilijk voor te stellen zijn. George Orwell schetste in 1948 een toekomstscenario voor het jaar 1984. Hij beschrijft een anti-utopie waarin mensen ten onder gaan aan een kansloze strijd tegen een totalitair regime.

Herkenbaarheid

Natuurlijk: ons gezonde verstand vertelt ons dat het lastig is om sterk afwijkende ontwikkelingen te bedenken. Wat toekomstverkenners extra belemmert is dat ze letterlijk geen woorden hebben voor het onverwachte. Ze kunnen over toekomstige trendbreuken slechts praten in termen van verrassingen uit het verleden. Die zijn niet echt verrassend meer. Wij verwachten dan ook dat in nieuwe toekomstverkenningen allerlei terroristische aanslagen à la 11 september en 11 maart opgenomen zijn. En er zullen nu ook wel tsunami’s tussen zitten. Dergelijke gebeurtenissen zijn nu ‘normaal’: ze zijn onderdeel geworden van het algemene referentiekader.

Toekomstverkenners willen serieuze en onderbouwde uitspraken doen. Het gevolg is dat in hun denkwereld afwijkingen van bekende patronen gemakkelijk het onderspit delven. Ze zoeken, bewust maar juist ook onbewust, hun toevlucht tot het bekende. Dat is wel te begrijpen. Er is veel lef voor nodig om verhalen te vertellen over aanstaande oorlog en chaos in gebieden waar nu vrede en orde heerst. Het vergt durf om na te denken over verwoestende pandemieën of een wereldwijde zoetwater-crisis. Dat soort ontwikkelingen slaan de bodem onder het dagelijkse bestaan weg. En wie neemt een scenario serieus waarin de almachtige Amerikanen hetzelfde lot beschoren is als de Inca’s, de Romeinen en – meer recent – de Russen? Want niet alleen toekomstverkenners hebben een voorkeur voor herkenbaarheid. Hun opdrachtgevers, veelal politici, hoge ambtenaren en bazen van bedrijven, lijken ook erg op de boer die niet eet wat hij niet kent. Ook zij doen opzienbarende mogelijkheden snel en graag af als “excentriek” en “onwaarschijnlijk”. Onwaarschijnlijk jawel, maar lang niet altijd onmogelijk. Mohammed Atta en kornuiten bewezen dat.

Westerse weerzin

Het denken over de toekomst als schokvrije voortzetting van vandaag ligt diep verankerd in de westerse cultuur. Amerikanen en Europeanen geloven in geleidelijke verbetering en behoud van het goede. Nadenken over vreemde voorvallen staat op gespannen voet met onze diepgewortelde denkbeelden over status quo en continuïteit. Weerzin tegen het buitengewone is dus geen individueel gebrek aan fantasie en creativiteit. Dan zou het voldoende zijn om een paar vrijdenkers in te schakelen. Nee, de afkeer van spectaculaire en fundamentele veranderingen wordt breed gedeeld. Een kwestie van cultuur. En allerlei institutionele mores houden die aversie in stand. De conclusie is dat het te simpel is om de inlichtingendiensten een gebrek aan voorstellingsvermogen te verwijten. Toekomstverkenning vergt in wezen het continu doorbreken van vaststaande denkbeelden en diep-ingesleten denkwijzen. Daar is dag-in-dag-uit mentale tegendraadsheid voor nodig. Dat vergt ook van toekomstverkenners – én hun opdrachtgevers – het uiterste, zo niet het onmogelijke.

Prof.dr.ir. Marjolein van Asselt is senior-onderzoeker bij de Faculteit der Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht, benoemd op de Dr. Tanswisselleerstoel en lid van De Jonge Akademie van de KNAW.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Maastricht.
© Universiteit Maastricht, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.