Je leest:

Verantwoord verder

Verantwoord verder

Auteurs: en | 11 december 2014

Net als iedere andere technologie heeft ook de synthetische biologie zijn eigen risico’s en ethische vragen. Zo lijkt de mens nu in staat om de natuur en zelfs ‘het leven’ op de eigen tekentafel te leggen.

Het gekloonde schaap Dolly, de eerste transgene stier Herman, … in het verleden hebben wetenschappelijke doorbraken op het gebied van de genetica nogal eens voor maatschappelijke en politieke opschudding gezorgd. Om dit soort ontwikkelingen tijdig op het netvlies te krijgen, doen verschillende organisaties onderzoek naar opkomende technologieën en de potentiële ethische, maatschappelijke en juridische aspecten daarbij. Dit type onderzoek wordt veelal aangeduid met de noemer ‘ELSI’, wat staat voor ethical, legal and societal impact.

Herman, de genetisch gemodificeerde stier, leeft voort als geprepareerd object in het Leidse museum Naturalis.
Biowetenschappen en maatschappij

Synthetische biologie bevindt zich vooralsnog in de laboratoriumfase. Toch hebben verschillende adviesorganen en academische groepen dit vakgebied al vanuit dit ‘ELSI-perspectief’ verkend. Het Rathenau Instituut publiceerde bijvoorbeeld in 2006 de studie ‘Constructing Life’. Niet lang daarna volgden onder andere de Gezondheidsraad, de Koninklijke Academie van Wetenschappen en de Commissie Genetische Modificatie. Ook buiten de Nederlandse grenzen is er in dit opzicht aandacht voor synthetische biologie. De Europese Commissie verzocht de European Group on Ethics in 2008 om advies. President Obama volgde niet lang daarna met een adviesaanvraag voor zijn pas geïnstalleerde Presidential Commission for the Study of Bioethical Issues.

Er zijn daarmee diverse organisaties die zowel de kansen en risico’s als de ethische, maatschappelijke en juridische aspecten van synthetische biologie hebben verkend. Daarnaast zie je dat er internationaal ook meer maatschappelijke discussie over synthetische biologie op gang komt. Er zijn in ieder geval enkele internationale maatschappelijke organisaties die de synthetische biologie kritisch volgen. Zij stellen verschillende kwesties aan de orde.

Houd gevaarlijke organismen weg bij mensen

Van meet af aan is er belangstelling voor de potentiële risico’s van synthetische biologie. Grofweg worden er twee typen risico’s onderscheiden. De eerste heeft te maken met veiligheid in laboratoria en in de omgeving. Men spreekt dan van biosafety (keeping the bad bugs from the people). In het tweede geval gaat het om beveiliging tegen potentieel misbruik van biotechnologische kennis, ofwel biosecurity (keeping bad people from the bugs).

In de discussie over biosafety gaat het om de potentiële veiligheidsrisico’s voor mens en milieu. Dit zijn vraagstukken die al langer aan de orde zijn in de discussie over genetisch gemodificeerde organismen. In de eerste plaats moet je daarbij denken aan de veiligheid van de onderzoekers zelf. Zij werken immers met micro-organismen met nieuwe, mogelijk ziekteverwekkende eigenschappen. Verder bestaat het risico dat deze micro-organismen onbedoeld uit het laboratorium ontsnappen, met mogelijke gevolgen voor mens, dier en milieu.

Biosafety: Hoe houd je de gevaarlijke organismen weg van de mensen?
Biowetenschappen en maatschappij

Een belangrijke terugkerende vraag in de discussie over biosafety is of er wel voldoende kennis voorhanden is om risico’s goed te kunnen inschatten en te beheersen. De organismen waarmee wordt gewerkt lijken immers steeds minder op de organismen die we uit de natuur kennen. Deze kwestie wordt des te pregnanter bij toepassingen van synthetische biologie die erop gericht zijn om synthetische organismen buiten het laboratorium te gebruiken. Veel industriële toepassingen van synthetische biologie zijn weliswaar bedoeld voor de gesloten omgeving van een reactor of een laboratorium, andere toepassingen kunnen vragen om het opzettelijk loslaten van nieuwe organismen in de buitenwereld. Denk bijvoorbeeld aan micro-organismen die olie of plastic in de oceanen kunnen opruimen. Kunnen we in deze gevallen uitsluiten dat het middel erger is dan de kwaal?

Interessant genoeg zijn het juist de synthetisch biologen zelf die het voortouw hebben genomen in het aankaarten van de potentiële risico’s. Verder hebben internationaal opererende maatschappelijke organisaties zich ook in dit debat gestort. Velen van hen uiten grote zorgen over de risico’s van synthetische biologie. In 2012 riepen 111 internationale organisaties, aangevoerd door organisaties als The Erosion, Technology and Concentration Group (ETC) en Friends of the Earth, op tot streng toezicht en strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel.

GMO-regelgeving ook bruikbaar voor synthetische biologie

Onder internationale wetenschappers is er echter een brede consensus dat bestaande regelgeving voor GMO’s vooralsnog voldoende is om de risico’s van synthetische biologie te beoordelen en te beheersen. Gezien de snelle ontwikkelingen, bepleiten zij wel waakzaamheid op dit terrein.

Het is goed om op te merken dat juist de synthetische biologie zelf mogelijkheden biedt om risico’s te verminderen, bijvoorbeeld door bepaalde veiligheidsmechanismen in te bouwen bij nieuwe organismen. Daarbij kun je denken aan mechanismen die het ongecontroleerd delen van een organisme verminderen, of die voorkomen dat het DNA kan worden opgenomen door ‘wilde’ organismen.

Houd gevaarlijke mensen weg bij de organismen

Biologische oorlogsvoering bestaat al sinds de oudheid. Het eerste beschreven geval van ‘bioterrorisme’ is alweer bijna zeven eeuwen oud. In 1346 katapulteerden Tartaren de lijken van pestslachtoffers over de muren van de – nu Oekraïense – stad Kaffa. Een andere, toen veel gebruikte tactiek was het vergiftigen van waterputten. Als methode hiervoor werden vaak rottende lijken of karkassen van dieren – bij voorkeur met besmettelijke ziekten – in de desbetreffende watervoorziening gegooid.

Met de huidige kennis van de biologie zijn in principe ook de mogelijkheden voor kwaadwillenden toegenomen. De ontwikkeling van biologische wapens is daarom al geruime tijd onderwerp van discussie. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 en de daarmee samenhangende dreiging van bioterrorisme, is er – naast aandacht voor misbruik door staten – nadrukkelijk meer aandacht gekomen voor misbruik door kwaadwillende individuen en groeperingen. Als gevolg hiervan hebben onderzoekers in de biowetenschappen te maken gekregen met maatregelen en verantwoordelijkheden op het gebied van biosecurity.

De opkomst van synthetische biologie heeft de discussie over biosecurity nog verder aangezwengeld. Een van de wezenlijke kenmerken van de synthetische biologie is immers het streven om de constructie van biologische bouwstenen en systemen gemakkelijker te maken; simpel gezegd, om de biotechnologie te vereenvoudigen. Als gevolg hiervan wordt de biotechnologie wellicht ook toegankelijk voor minder wetenschappelijk geschoolden. Op die manier wordt de angst gevoed dat kwaadwillenden, bijvoorbeeld met behulp van vrijelijk beschikbare informatie over virussen, in de toekomst zelf gevaarlijke ziekteverwekkers kunnen gaan maken.

Biosecurity: Hoe zorg je dat gevaarlijke mensen geen riskante ‘poederbrieven’ gaan versturen?
Biowetenschappen en maatschappij

De dreiging van bio­terrorisme remt het nood­zakelijke onderzoek

Steeds meer wetenschappers trekken aan de bel: terwijl bioterrorisme feitelijk nog nauwelijks slachtoffers heeft gemaakt, wordt het noodzakelijke onderzoek aan bijvoorbeeld levensgevaarlijke infectieziekten wél ernstig beperkt door alle veiligheidsmaatregelen. In een artikel in het tijdschrift Clinical Microbiology and Infection (juli 2014) zegt onder andere de Amsterdamse hoogleraar tropische geneeskunde Martin Grobusch dat het belangrijkste effect van bioterrorisme is dat alleen al de dreiging belangrijk onderzoek tegenhoudt.

‘Sinds 1995 zijn er omgerekend 1.370 artikelen verschenen per dodelijk slachtoffer van “bioterrorisme”. Dat waren met name doden die vielen door miltvuur dat ontsnapte of werd verspreid vanuit Russische of Amerikaanse militaire onderzoekslaboratoria. In diezelfde periode zijn er tenminste 180 duizend mensen gestorven aan de nieuwe “Bejing-stam” van de tuberkelbacterie. Dat resulteerde in een magere 0,0047 publicaties per tbc-dode’, aldus Grobusch. De hoogleraar wil maar zeggen: bioterrorisme is feitelijk een hype. Wat het effect van die hype zal zijn op de ontwikkeling van synthetische biologie zal de tijd moeten leren.

Het is moeilijk te zeggen of deze angst volledig gerechtvaardigd is. Het daadwerkelijke ontwikkelen van een synthetische ziekteverwekker is uitermate ingewikkeld. Bovendien, zijn er veel andere, minder complexe middelen beschikbaar om kwaad te kunnen doen. Daarentegen kunnen we wél met zekerheid stellen dat biosecurity voor een lastig spanningsveld zorgt tussen de op overheidscontrole gerichte veiligheidsmaatregelen en de openheid in de wetenschappelijke gemeenschap. Denk bijvoorbeeld aan de intense internationale discussie over het onderzoek naar het influenzavirus H5N1, door de Rotterdamse viroloog Ron Fouchier. De publicatie van zijn werk werd lange tijd tegengehouden uit angst voor misbruik. Ook de ontwikkeling van synthetische biologie zal ook te maken krijgen met dit spanningsveld.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 december 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.