Je leest:

Veranderingen in de Europese Unie

Veranderingen in de Europese Unie

In oktober 2007 hebben de Europese regeringsleiders een akkoord bereikt over een nieuw Hervormingsverdrag. Dit verdrag komt in de plaats van de ‘Europese Grondwet’, die door Frankrijk en Nederland was weggestemd. Hier kun je lezen hoe het bestuur van de Europese Unie nu geregeld is en hoe dat vanaf 2009 door het Hervormingsverdrag gaat veranderen.

Tot nu toe is alles in de Europese Unie geregeld volgens het Verdrag van Nice. In dit verdrag heeft men in 2000 de meest recente versie van de Europese spelregels vastgelegd. Maar sindsdien is het aantal lidstaten van de EU gegroeid van 15 naar 27. Met de bestaande spelregels kan dit grote gezelschap slecht uit de voeten. Daarom moest er een verdrag met nieuwe spelregels komen. In oktober 2007 hebben de Europese regeringsleiders een akkoord bereikt over een nieuw Hervormingsverdrag.

Het Europees Parlement

Het Europees Parlement is de Europese volksvertegenwoordiging. Het is de enige instelling in de Europese Unie die direct door de Europese bevolking wordt gekozen, dit gebeurt één keer in de vijf jaar. Het aantal volksvertegenwoordigers dat een land mag afvaardigen is afhankelijk van het aantal inwoners. In het Europees Parlement zijn de parlementsleden ingedeeld in politieke fracties. De 27 Nederlandse europarlementariërs zitten dus niet bij elkaar, maar zijn verdeeld over verschillende fracties. In totaal zijn er op dit moment 785 europarlementariërs. Het Europees Parlement heeft drie bevoegdheden:

1. Wetgevende bevoegdheid: het parlement beslist samen met de Raad van Ministers of een wet er komt. Deze bevoegdheid geldt niet voor alle onderwerpen, zoals je gewend bent van de Tweede Kamer. De wetgevende bevoegdheid beperkt zich tot financiële en economische onderwerpen. 2. Begrotingsbevoegdheid: de begroting wordt opgesteld door de Europese Commissie, maar moet door het Europees Parlement worden goedgekeurd. 3. Het Europees Parlement moet controleren of de Europese Commissie besluiten goed uitvoert.

Wat zal er veranderen? • Door het Hervormingsverdrag zal de rol van het Europees Parlement worden versterkt. Het Europees Parlement mag bijvoorbeeld meebeslissen over justitie en landbouw. De wetgevende bevoegdheid gaat dus op meer gebieden gelden. • Het maximum aantal zetels wordt 750. Gevolg daarvan is dat de lidstaten zetels moeten inleveren.

De Europese Commissie

De Europese Commissie is het dagelijks bestuur van de Europese Unie. De Commissie mag voorstellen doen aan de Europese Raad en het Europees Parlement (het initiatiefrecht). Ook moet ze de besluiten die door deze instellingen zijn genomen uitvoeren. Elke lidstaat levert één Eurocommissaris voor de Europese Commissie. Zij worden voor vijf jaar door de lidstaten benoemd, het Europees Parlement moet die benoeming goedkeuren.

Wat zal er veranderen? • Het aantal leden van de Europese Commissie worden verkleind tot tweederde van het aantal lidstaten. Na 2014 levert elk land slechts in twee van elke drie zittingsperiodes een Eurocommissaris. • De voorzitter van de Europese Commissie zal gekozen worden door het Europees Parlement.

Raad van Ministers

In de Raad van Ministers worden de belangrijkste besluiten genomen. Soms gaat het om de ministers van Landbouw uit alle lidstaten, soms gaat het om alle ministers van Financiën, etc. Als er gevoelige onderwerpen aan de orde komen heeft iedere lidstaat het vetorecht. Bij andere onderwerpen is een voorstel goedgekeurd als: • de meerderheid van de lidstaten voor is (dus min. 14 van de 27) • deze landen samen minimaal 72,3% van de stemmen hebben(Kleine landen hebben minder stemmen dan grote landen.) • en als die staten minimaal 62% van de totale bevolking van de Unie vertegenwoordigen.

Wat zal er veranderen? De Raad van Ministers zal in het openbaar vergaderen als ze besluiten nemen over wetgeving. Een voorstel is goedgekeurd als: • De voorstanders samen 55% van de stemmen hebben • Dit minimaal 15 landen zijn • En als die landen minimaal 65% van de bevolking van de EU vertegenwoordigen. Er blijven ook onderwerpen waarover elke lidstaat het vetorecht heeft.

De Europese Raad

In de Europese Raad komen de regeringsleiders van de lidstaten twee keer per jaar bij elkaar. Elke zes maanden is een ander land voorzitter van deze Raad.

Wat zal er veranderen? • Er komt een vaste voorzitter die steeds wordt benoemd voor een periode van tweeëneenhalf jaar. Deze periode kan maximaal één keer verlengd worden. De gekozen voorzitter krijgt beperkte bevoegdheden, hij of zij moet vooral zorgen dat de Europese Raad zijn werk kan doen en bevorderen dat de regeringsleiders het eens worden.

Hoge vertegenwoordiger

In het hervormingsverdrag staat ook dat er een hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid moet komen. Deze persoon wordt benoemd door de Europese Raad. Hij of zij gaat over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie. De hoge vertegenwoordiger doet dit in opdracht van de Europese Raad, maar is tegelijkertijd één van de vice-voorzitters van de Europese Commissie.

Hof van Justitie

Het Hof van Justitie bestaat uit 25 rechters en houdt zich bezig met het toezicht op het naleven van de EU-wetgeving door de lidstaten. Verder spreken ze recht bij geschillen tussen de lidstaten, instellingen van de EU en burgers over de uitleg van EU-rechtsregels.

Wat zal er veranderen? Het Europees Hof van Justitie mag zich over meer terreinen uitspreken dan nu. Maar er blijven ook gebieden waar het Hof niets over mag zeggen, zoals het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

En verder…

• Verandert de rol van de burgers door het Hervormingsverdrag; het burgerinitiatief wordt ingevoerd. Dit houdt in dat één miljoen burgers uit een aanzienlijk aantal lidstaten de Europese Commissie kunnen verzoeken een voorstel op de Europese agenda te zetten. • Krijgen de nationale parlementen meer invloed. Als éénderde van de nationale parlementen vindt dat een nieuwe Europese maatregel beter door lidstaten zelf kan worden genomen moet de Commissie het voorstel heroverwegen. Dit wordt de gele kaart-procedure genoemd. Daarnaast komt er ook een oranje kaart-procedure. Ook in deze procedure moet de Commissie besluiten of ze wel of niet verder gaat met een maatregel. Gaat ze wél met de maatregel door, dan kan 55% van de Raad van Ministers of een meerderheid in het Europees Parlement dat tegenhouden.

Dit artikel komt uit de Onderwijskrant Europa HAVO/VWO van het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), januari 2008.

Dit artikel is een publicatie van Instituut voor Publiek en Politiek (IPP).
© Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 maart 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.