Je leest:

Veelbelovend dyslexieonderzoek

Veelbelovend dyslexieonderzoek

Auteur: | 12 oktober 2006

Op vrijdag 20 oktober vindt het dertiende dyslexiecongres plaats in Nijmegen. Op dat congres zullen de eerste onderzoeksresultaten bekend worden van het NWO-programma dat onderzoek doet naar behandelmethoden van dyslexie. In dit grootschalige onderzoeksprogramma wordt samengewerkt door de universiteiten van Amsterdam, Groningen en Nijmegen.

Op verschillende universiteiten in Nederland wordt op het moment onderzoek gedaan naar dyslexie: het doel van het onderzoek is om in een vroeg stadium vast te kunnen stellen of een kind dyslectisch is én om goede trainingen te ontwikkelen om deze kinderen te helpen. De Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) financiert het onderzoek dat in Amsterdam, Groningen en Nijmegen uitgevoerd wordt. De onderzoekers ontwikkelingen zogenaamde preventieprogramma’s voor kinderen met een verhoogde kans op dyslexie. Dat zijn kinderen met een dyslectische ouder en minstens één ander familielid met dyslexie.

Kleutertraining werkt

De in Nijmegen ontwikkelde kleutertraining laat alvast positieve resultaten zien. De training is ontwikkeld door Fred Hasselman en Saskia de Graaff en is getest op kinderen met en zonder risico op dyslexie. Van de kinderen met verhoogde kans op dyslexie kreeg de ene helft een training en de andere helft niet. De getrainde kinderen scoorden een stuk beter dan de kinderen die geen training hadden gehad. Wel scoorden de getrainde kinderen nog altijd lager dan kinderen die geen dyslectische ouder hebben en dus geen kans lopen op dyslexie.

Mensen met dyslexie hebben moeite met lezen en spellen. Ze herkennen woorden niet en lezen woorden daarom bijna letter voor letter. Er zijn ook voorbeelden van bekende mensen met dyslexie. Zie hiernaast. (foto: www.dyslexia.org.il)

Ook op lange termijn..

Ook de uitkomsten van de behandeling met het programma GRAMMA -ontwikkeld door het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID) – zijn hoopvol: zelfs na acht jaar zijn de effecten van deze behandeling nog zichtbaar. Om dit te meten werden dyslectische kinderen die daarvoor behandeld waren na acht jaar vergeleken met dyslectische volwassenen die nooit in behandeling geweest waren. De training is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke stand van zaken en globaal gezegd helpt het kinderen een verband te leggen tussen letters en klanken.

Hersenscans

Binnen het onderzoeksprogramma komt ook de neurobiologische kant van dyslexie aan de orde. Daarvoor wordt de taalonwikkeling van 300 kinderen over een langere tijdsperiode onderzocht. Het gaat om 200 kinderen die een genetisch risico lopen dyslectisch te worden; de andere 100 kinderen vormen een controlegroep. De kinderen worden vanaf 2 maanden onderzocht tot zij negen jaar oud zijn. Op dit moment kunnen de kinderen nog niet lezen en is ook nog niet bekend of ze wel of niet dyslectisch zijn. Wel zijn er al veel verschillen ontdekt tussen de hersenen van de verschillende groepen kinderen.

De deelnemers van het experiment (foto: www.ru.nl)

De eerste conclusies zijn gedaan aan de hand EEG-metingen onder baby’s van 2 maanden oud. Hun hersengolven werden gemeten terwijl zij in hun slaap naar monotone klankopeenvolgingen luisterden, die af en toe werden afgewisseld met een net iets andere klank: tussen de BAK-BAK-BAK was af en toe DAK te horen. De kinderen uit de controlegroep reageerden zelfs in hun slaap op het langskomen van DAK, terwijl de kinderen uit de risicogroep dit veel minder deden. Ook gebruikten de kinderen uit de controlegroep en de risicogroep andere hersengebieden.

Gedragsonderzoek

Naast hersenonderzoek kan ook het gedrag van kinderen inzicht geven in de eventuele ontwikkeling van dyslexie. Bij dit type onderzoek krijgen kinderen bijvoorbeeld klank- of letterreeksen voorgelegd waarvan ze moeten aangeven of het bestaande woorden zijn. Gek genoeg scoren dyslectische kinderen hier in sommige gevallen beter dan kinderen die niet dyslectisch zijn. Dyslectische kinderen leggen namelijk geen verband tussen gelijkklinkende woorden als KAT, KAR, RAT en NAT. Dat betekent dat ze ook niet verward raken als ze met zo’n reeks woorden geconfronteerd worden, in tegenstelling tot kinderen zonder dyslexie.

De verwerking van taal in de hersenen is dus nogal anders bij kinderen die dyslectisch zijn. Om hier nog beter inzicht in te krijgen zal nog veel onderzoek gedaan moeten worden.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 oktober 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.