Je leest:

Vechten tegen de bierkaai

Vechten tegen de bierkaai

Auteur: | 15 november 2007

Nijmeegse onderzoekers ontdekten dat alcoholreclames jongeren zelfs tijdens het kijken al aanzetten tot meer drinken. Meer voorlichting lijkt geboden. Toch is dat geen goed idee: uit onderzoek blijkt dat voorlichting helemaal niet zorgt voor minder alcoholmisbruik. “Kijken naar een spotje als ‘de kater komt later’ zal bij jongeren niet ineens leiden tot een ‘inzicht’ als ‘hmm… te veel alcohol is slecht voor je, misschien moet ik maar eens gaan minderen’.”

Jongeren zijn de afgelopen jaren steeds meer gaan drinken. Voor een deel zijn alcoholreclames – waarin drinken steeds als iets positiefs wordt neergezet – hier verantwoordelijk voor. Uit onderzoek dat de Radboud Universiteit in samenwerking met de Stichting Alcoholpreventie (STAP) deze week presenteerde, weten we bovendien dat dit effect niet alleen later in de kroeg optreedt. Ook dírect, nog tijdens het zien van een alcoholreclame of film waarin veel wordt gedronken, gaan jongeren steviger aan de borrel. Zien drinken, doet drinken, is de conclusie.

Meer voorlichting lijkt dus geboden. Want zo kunnen we toch zorgen dat jongeren minder gaan drinken? “Werkten voorlichtingscampagnes maar zo,” lacht Esther van den Wildenberg. Zij is projectcoördinator bij STAP en houdt de alcoholmarketing in de gaten. “Helaas is inmiddels uit talloze onderzoeken gebleken dat alleen het geven van voorlichting niet werkt. Heel pijnlijk waarschijnlijk voor veel voorlichtingsmensen is dat talloze – honderden – voorlichtingsacties op scholen bijvoorbeeld geen effect blijken te hebben.”

Metéén steviger aan de borrel

Nijmeegse onderzoekers lieten jongeren naar twee films kijken. In 40 days and 40 nights wordt nauwelijks gedronken, terwijl in American Pie 2 de alcohol rijkelijk vloeit. Tussendoor kwamen ook reclameblokken met of zonder alcoholcommercials voorbij. Wat bleek? Zowel de film waarin veel werd gedronken als de alcoholreclames leidden ertoe dat er behoorlijk meer werd gedronken: een half tot driekwart glas. En zagen ze beide, dan dronken de jongeren zelfs twee keer zoveel.

Voorlichting leidt bij jongeren niet tot inzicht in eigen drinkgedrag

Vooral jongeren blijken ongevoelig voor deze anti-alcoholinspanningen. Van den Wildenberg legt uit hoe dat komt: “Hun hersenen zijn pas rond het 24e levensjaar uitgerijpt. Het deel van de hersenen dat betrokken is bij het nemen van verantwoorde beslissingen, plannen, impulscontrole enzovoorts ontwikkelt zich als laatste. Bij jongeren zit er nog geen rem op hun gedrag. Het is dan ook niet te verwachten dat het kijken naar een spotje als ‘de kater komt later’ bij jongeren ineens zal leiden tot een ‘inzicht’ als ‘hmm… te veel alcohol is slecht voor je, misschien moet ik maar eens gaan minderen’.”

Dus is er gewoon niets aan – overmatig – drinkende jongeren te doen? Van den Wildenberg wil de hoop niet opgeven. “Het is een betere invalshoek om ouders bewust te maken van de schade die alcohol op het zich ontwikkelende kind heeft. De campagne ‘alcohol en opvoeding’ van het Trimbos instituut is hier ook op gericht. Het blijkt namelijk dat veel jongeren thuis van hun ouders gewoon alcohol krijgen.” Maar hoe zinvol en nuttig dat ook klinkt, ook hier is een kanttekening op zijn plaats. Van den Wildenberg voegt dan ook somber toe: “Er is helaas alleen geen bewijs gevonden voor de effectiviteit van de campagne…”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.