Je leest:

Varkensvoer voor de kleintjes

Varkensvoer voor de kleintjes

Marije Oostindjer en het ontstressen van biggen

Auteurs: en | 16 november 2012

Het is een van de stressvolste gebeurtenissen in het korte leven van een mestvarken: het spenen. Daarbij wordt in één klap het dier van de moeder gescheiden, in een nieuwe omgeving gezet en geconfronteerd met een tiental onbekende, eveneens net gespeende biggen. Kan dat niet wat zachtzinniger? Dat onderzocht Marije Oostindjer aan de Wageningen Universiteit.

Marije oostindjer a web
Ivar Pel, Utrecht

“De eerste paar uur is het biggenleven pure stress”, zegt Marije Oostindjer. “De big belandt in een onbekende omgeving, er wordt gevochten en bovendien moet de big zich neerleggen bij de essentie van het spenen: hij moet opeens vast voer gaan eten.” Dat gaat dus niet meteen goed, en dat kost de boer geld: er gaat voedsel verloren, en een big die minder goed eet, krijgt gemakkelijker gezondheidsproblemen en heeft dan dure antibiotica nodig.

Het doel van het onderzoek van Oostindjer (geboren in 1985 te Zeist) was, te kijken of dat spenen niet wat zachtzinniger zou kunnen, ten voordele van zowel de big als de boer. Met name: zouden de biggen al voor het spenen vertrouwd kunnen raken met vast voer? Ze kwam bij dat onderzoek terecht na een studie biologie in Groningen. “Mijn bachelor was in ecologie, maar dat had voor mij iets te weinig te maken met individuele dieren. Mijn master heb ik daarom gedaan op het gebied van gedrag van dieren en mensen, ‘behavioral and cognitive neuroscience’. Na het eerste jaar van mijn master wist ik al zeker dat ik door wilde gaan in het onderzoek.”

“Als bioloog houd je je niet bezig met de productiekant van veehouderij. Dat geeft een andere blik.”

Ze was bepaald niet de enige sollicitant op die aio-plaats, maar het hielp dat ze bioloog was. Want de ene dieronderzoeker is de andere niet. “Dierwetenschappen werkt vooral vanuit de behoeften van de boer en van het dier, vanuit een managementgerichte manier van denken. Het gaat daar niet zozeer over leren hoe je een koe moet voeren of zoiets, wel om te begrijpen wat een koe of een varken nodig heeft om goed te groeien. Je denkt toch altijd meer vanuit een productiekant. En als bioloog houd je je daar helemaal niet mee bezig.”

Dat zo’n bioloog dan juist extra welkom is, vindt ze wel begrijpelijk: “Als je kijkt naar waar veehouderij heen moet in de toekomst, naar hoe er steeds meer gedacht wordt over duurzaamheid, over produceren zonder veel antibiotica, met meer oog voor het dierenwelzijn, dan kun je niet doorgaan zoals het nu is. Over twintig jaar werkt dat niet meer. Dus moet je met nieuwe inspiratie komen. Dan helpt het om iemand ernaar te laten kijken die daar niet al is ingegroeid door eerst vijf jaar onderwijs daar en dan nog onderzoek. Je wilt bijvoorbeeld iemand die het meer vanuit evolutionair oogpunt bekijkt, of vanuit onderzoek naar het gedrag van mensen of dieren.”

Marije oostindjer003 web
Ivar Pel, Utrecht

Snuffelende biggen

Die invalshoek leverde bij gespeende biggen drie mogelijke manieren op waardoor de dieren alvast iets over vast voer zouden kunnen leren: door het zelf te ontdekken in hun omgeving, door het af te kijken van de moeder, of doordat ze wennen aan geurstoffen in vruchtwater of moedermelk.

Om te beginnen werd de geurconnectie onderzocht: de biggen moesten snuffelen aan wattenstaafjes met een neutrale geur of met een anijsgeur. In sommige gevallen had de moeder voer gekregen waar die smaak aan was toegevoegd. Herkenden ze die geur, en stapten ze daarna gemakkelijker over op voer dat naar anijs smaakte? Dat de biggen de geur zouden herkennen, stond van tevoren eigenlijk wel vast, zegt Oostindjer. Het werd in de jaren zeventig al aangetoond bij mensen, ratten, honden, kippen en zelfs kikkers. Maar haar onderzoek leverde nieuwe informatie op, en dat kwam juist doordat het gedaan werd met productieverhoging als doel.

Oostindjer: “We kwamen erachter dat de geurstof vooral bij blootstelling vóór de geboorte invloed heeft, het gaat dus niet zozeer via de melk. En wat ook bijzonder was: de biggen die aan anijs gewend waren en daarna anijsvoer kregen, deden het beter na spenen, ze hadden minder gedragsproblemen, minder darmproblemen, en groeiden beter… maar ze vonden de anijs niet lekker, ze hadden voorkeur voor gewoon voer. Dat is niet wat de theorie voorspelt, ze zouden juist dat voer meer moeten eten.”

De oplossing van dat raadsel bleek te liggen in een factor die in het onderzoek van Oostindjer centraal stond, maar bij vorige onderzoeken juist zoveel mogelijk was vermeden: stress. “De meeste onderzoeken worden juist in een niet-stressvolle omgeving gedaan. Wat wij nu denken is dat het niet gaat om de geur van het voer, maar gewoon om de bekende geur van de moeder die de biggen al voor de geboorte hebben leren kennen. Als die aanwezig is, heeft de big minder stress en eet hij beter.”

De andere twee methoden bleken wel rechtstreeks effectief om biggen alvast vertrouwd te maken met vast voer. Als de inrichting van de stal werd veranderd, zodat de biggen erbij konden zijn als de zeug at, dan deden ze het zelf na het spenen beter. Dat was zelfs al het geval als ze in die periode niet bij haar eten konden komen en dus alleen maar mochten toekijken. Ook het opgroeien in een hok met allerlei dingen om op te kauwen en in te wroeten was bevorderlijk voor het overschakelen op vast voer.

Marije oostindjer002 web
Ivar Pel, Utrecht

Nut voor de boer

Een belangrijke vraag bij toegepast onderzoek is: heeft de boer er iets aan? De intensieve varkenshouderij in Nederland heeft waarschijnlijk al zoveel variaties in het huisvesten en spenen uitgeprobeerd, dat het in in ieder geval puur financieel bekeken niet beter meer kan. Maar volgens Oostindjer is het de vraag of de huidige praktijk in dat opzicht nog optimaal is. “Veel boerderijen hebben oudere stallen, uit een tijdperk dat de zeug nog maar elf biggetjes kreeg. Dat is inmiddels door selectie omhoog gegaan naar dertien of veertien. Dan ligt de zeug in een hok waarbij sommige biggetjes er niet goed meer bij kunnen.”

Niettemin zijn niet alle verbeteringen vanuit biggenstandpunt verbeteringen voor de boer. “Verrijking van de omgeving is in bestaande stallen helemaal niet handig. Er komt stro in de mestgang, de afvoeren raken verstopt. En de zeug staat normaal tussen twee hekken, zodat de boer biggen gemakkelijk kan pakken zonder dat de zeug boos op hem wordt. Toen wij een zeug los gingen gebruiken, hadden veel boeren toch zoiets van: ‘ik weet niet of ik dat wel wil’. Maar het bleek mee te vallen. Je kunt het hok er ook op aanpassen, bijvoorbeeld met een apart hoekje waarin biggen kunnen slapen en waar je ze kunt pakken.”

In de proefboerderij van de universiteit in Sterksel worden de resultaten van Oostindjers onderzoek nu omgezet in voor boeren bruikbare methoden. In een al lopend project om nieuwe kraamhokken voor zeugen te ontwerpen, wordt nu ook rekening gehouden met het samen de omgeving verkennen door de biggen en het samen eten van biggen en zeug. En een van de cofinanciers van het onderzoek, Nutreco, is in Spanje bezig met het invoeren van biggenvoer met dezelfde geur- en smaakstoffen als het zeugvoer, in samenwerking met een ander cofinancier, Lucta.

Zelf verdiept Oostindjer zich nu in strategieën om mensen gezonder te laten eten, bij de Norwegian University of Life Science in Ås. Kennis van dieronderzoek is op dat terrein ook heel nuttig. “Dat kan zowel door het veranderen van consumentengedrag zijn, als door het veranderen van voedselproducten. We kijken hoe bepaalde voeding effect heeft op eetgedrag. Waarom mensen iets eten, waarom ze die hoeveelheid eten. Dat onderwerp staat wereldwijd in belangstelling. Noorwegen kent – net als elk Eurpopees land – een trend naar overgewicht. Het is hetzelfde patroon als in de VS 20 à 30 jaar geleden.”

Lees meer over dierenwelzijn op Wetenschap24:

Dit artikel is een publicatie van Technologiestichting STW.
© Technologiestichting STW, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 november 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.