Je leest:

Van spijkerschrift tot Unicode

Van spijkerschrift tot Unicode

Over de ontwikkeling van het schrift

Auteur: | 25 oktober 2011

Tijdens de Week van de Diversiteit bood de onderzoekschool taalwetenschap in Leiden een uniek kijkje in de taalwetenschappelijke keuken. Zo werden op het publiekssymposium ‘Schrift op Drift’ schriftsystemen uit verschillende werelddelen en verschillende tijdperken belicht.

Wie tijdens het publiekssymposium ‘Schrift op Drift’ een blik om zich heen werpt, ziet toehoorders van alle leeftijden. Eerstejaars studenten, maar ook veel senioren onder wie waarschijnlijk een groot aantal A la carte-studenten’. Het diverse aanbod van lezingen en workshops is een goede afspiegeling van het groot aantal talenstudies dat Leiden rijk is.

Het spijkerschrift is hoofdzakelijk een syllabisch schrift: elk teken staat voor één of meerdere lettergrepen. Maar behalve voor een lettergreep (ba, pa, bal) kan een spijker ook staan voor een heel woord. Dat maakt het lezen ervan soms moeilijk.
Wikimedia commons

Oudste schrift

Zo zijn er Leidse onderzoekers die zich bezighouden met de ontcijfering van een van de oudste schriftsoorten, het spijkerschrift. Vandaag geven Willemijn Waal en Alwin Kloekhorst van de opleiding Vergelijkende Taalwetenschap een workshop waarin deelnemers zelf aan de slag mogen met kleitabletten. Het is één van de populairste workshops en zit met vijftien deelnemers vol.

Tijdens de introductie leren we dat het spijkerschrift rond 3200 voor Christus is ontstaan in Mesopotamië, het huidige Irak. Van daaruit verspreidde het zich over grote delen van het nabije oosten. Het waren de Sumeriërs in Uruk, het land van Sumer, die de eerste vorm van het spijkerschrift uitvonden. De Akkadiërs namen het over van de Sumeriërs en voegden er hun eigen tekens aan toe; vervolgens namen de Hettieten het over van de Akkadiërs en gaven er nog weer een eigen draai aan.

Kleitabletten

Doordat in het spijkerschrift verschillende schriften door elkaar zijn gaan lopen, kan één teken vaak op verschillende manieren gelezen worden. De eerste tekens stonden bijvoorbeeld voor een object, terwijl latere tekens vooral klanken representeerden. Onderzoekers hebben er dan ook een hele kluif aan om een spijkerschrifttekst te vertalen.

Dat er toch zoveel bekend is over het spijkerschrift, komt doordat er tienduizenden teksten overgeleverd zijn. En dat heeft alles te maken met de onvergankelijkheid van het materiaal. Kleitabletten kunnen namelijk zowel gebakken als ongebakken eeuwenlang meegaan. Ze zijn overgeleverd in allerlei soorten en maten: van schoolteksten, brieven en gebeden tot mythes en staatsverdragen. We krijgen verschillende voorbeelden te zien.

Nog leuker wordt de workshop als we zelf aan de slag mogen met een stylus: een rietstengel (hier een bewerkt Chinees stokje) waarmee in vroeger tijden de spijkervormige inkepingen in de klei werden gemaakt. Het valt nog niet mee om de eigen naam in spijkerschrift om te zetten en in de klei te boetseren.

19e-eeuws Engels

’s Middags heb ik gekozen voor nog een volgeboekte workshop over de brieven van Jane Austen. Ook dit mag met recht een workshop heten, want behalve het lezen van een 19e-eeuwse brief mogen we hier ook zelf een brief schrijven met inkt en kroontjespen. De cursusleiders Robin Straaijer en Ingrid Tieken van de opleiding Engels vertellen ons dat 2011 een jubileumjaar is: de debuutroman van Jane Austen, Sense & Sensibility, werd precies 200 jaar geleden gepubliceerd.

Net als het spijkerschrift kent de taal van Jane Austen voor onderzoekers steeds minder geheimen. Er zijn zo’n 150 brieven overgeleverd. Dat komt volgens de docenten doordat Jane Austen ontzettend veel van brieven schrijven hield. Ze schreef vooral aan haar zus Cassandra. En omdat ze zoveel te vertellen had (“Jane was een enorme kletskous”), en het briefpapier in die tijd duur was, schreef Jane Austen haar brieven propvol: elke vierkante centimeter werd benut, zo zien we in een voorbeeldbrief waarin zelfs de randen van het papier zijn volgeschreven.

In een andere brief heeft de schrijfster zowel horizontaal als verticaal zinnen door elkaar geschreven. Dat haar brieven ondanks de informatiedichtheid toch goed te lezen zijn, blijkt als we een van de brieven gezamenlijk gaan ontcijferen.

Wat onwennig is het als we zelf een 19e-eeuwse brief gaan schrijven. Om een woord te schrijven moet je soms wel een paar keer met je pen in de inkt dopen. Tot slot wordt de brief zo gevouwen dat er nog een adres op kan (men gebruikte geen enveloppen) en kan worden verzegeld met een echt lakzegel. Een rode staaf die we even in een kaars dopen en dan op de brief stempelen. Aandrukken met een zegelring en klaar.

Einde van het schrift?

Hoe veelzijdig deze dag is blijkt uit de lezing van taalkundige en typograaf Thomas Milo. Hij spreekt niet alleen een uitgebreid palet aan talen, maar weet ook alles van Unicode: de computercodes die het mogelijk maken dat wij alle soorten schrift op de computer kunnen gebruiken. Om de computer de tekens van het Romeinse alfabet te laten herkennen, werd destijds de ASCII-code ontwikkeld. Dat is een systeem waarin alle letters worden uitgedrukt in een code met nullen en enen. De Unicode is om het ASCII-systeem heengebouwd, om ook tekens van talen als het Chinees en Arabisch weer te kunnen geven.

De Chinese kalligrafie staat sinds 2009 vermeld op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO.
Manny Hernandez

Inmiddels is het systeem zodanig uitgebreid, dat er nog een heleboel ruimte over is. Dat is handig voor taalwetenschappers die exotische talen beschrijven: als zij een letter tegenkomen die nog niet bestaat op de computer, kunnen ze een verzoek indienen om deze op te nemen in Unicode. Zo kan uiteindelijk alle schrift omgezet worden in drukletters.

Een gevaar hiervan is wel dat het schrift straks misschien helemaal overbodig wordt. In Shanghai bijvoorbeeld, zijn steeds minder leerlingen die karakters kunnen schrijven, omdat ze bijna allemaal de computer gebruiken. Dat weetje heb ik vandaag opgepikt tijdens de lezing over het Chinese schrift van Jeroen Wiedenhof. De autoriteiten in Shanghai hebben Chinese kalligrafie daarom nu weer verplicht gesteld op school, opdat deze eeuwenoude vaardigheid niet verloren gaat.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 oktober 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.